Ondernemers vrezen no-deal Brexit

Bijna de helft van de ondernemers (47 procent) is bang voor een no-deal Brexit per 31 oktober. Dat blijkt uit een onderzoek van BNR Nieuwsradio, VNO-NCW en MKB-Nederland onder 309 ondernemers die zaken doen met het VK. Een iets kleinere groep verwacht (opnieuw) uitstel (37 procent). 82 procent is bezorgd over de voorbereiding aan de Britse kant.

Meerderheid vindt zich voorbereid
Uit het onderzoek blijkt dat bijna 60 procent van de onderzochte bedrijven zich volledig tot grotendeels voorbereid voelt. Opvallend is dat 35 procent aangeeft nog helemaal geen maatregelen te hebben genomen. Met name ‘gedoe aan de grens’ is de grote vrees van veel ondernemers (62 procent). Meer dan een derde vreest dreigende importtarieven en 30 procent vreest verlies van omzet.

Britten niet voorbereid?
De overgrote meerderheid van de ondernemers geeft aan eigenlijk helemaal geen Brexit te willen (66 procent). Verder is 82 procent bezorgd over de voorbereiding aan Britse zijde. Deze ondernemers  denken dat de Britten nog nauwelijks voorbereid zijn. Slechts 18 procent van de Nederlandse ondernemers denkt dat de Britten er ‘klaar voor zijn’. Ruim 60 procent van de ondernemers ervaart veel hulp van allerlei instanties, zoals brancheorganisaties, maar 36 procent vindt dat er meer hulp nodig is.

Brexit-moe
Veel ondernemers geven verder aan Brexit-moe te zijn. Zo geven zij gemiddeld een 7,8 op de vraag hoe moe zij zijn van de Brexit-perikelen op een schaal van 1 tot 10. De kans op een no-deal met Boris Johnson aan het roer schatten ze op een 7,1.

Sowieso grens na Brexit
VNO-NCW en MKB-Nederland roepen ondernemers op te blijven uitgaan van een no-deal en hun maatregelen daarop af te stemmen. ‘Hoe het ook loopt, er komt straks een grens met alle formaliteiten van dien en je daarop voorbereiden is dus hoe dan ook no-regret. Het blijven dagkoersen of het een no-deal of uitstel of iets anders wordt’, aldus de ondernemingsorganisaties

Achtergronden
VNO-NCW en MKB-Nederland voeren met partners al bijna twee jaar de campagne ‘Hulp bij Brexit’ vol praktische tips en bijeenkomsten om ondernemers te helpen met hun Brexit-voorbereiding.

Meer informatie op www.hulpbijbrexit.nl en www.brexitloket.nl, www.getreadyforbrexit.eu of de site​ van de Douane.

​Onvervulbare vacatures, het schrikbeeld van ondernemers en inmiddels dagelijkse praktijk. Door de economische groei overstijgt de vraag naar arbeidskrachten het aanbod. Daarbij komt het gebrek aan gekwalificeerde krachten door de overgang naar de nieuwe economie. Opleidingen en werkervaring van werkzoekenden sluiten niet aan op de nieuwe functies, zoals ICT’ers voor big data en installateurs voor zonnepanelen.

Tekst: Annemarie van Oorschot

VNO-NCW West pakt dit probleem voor haar leden aan door te participeren in overheidsprojecten die het aanbod op de arbeidsmarkt vergroten. In 2013 is het Sociaal Akkoord gesloten, waarin VNO-NCW aanbood trekker te worden van het project ‘Op naar de 100.000 banen’ dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk helpt. En met succes. In de periode 2015- april 2019 zijn bijna 52.000 mensen aan de slag gegaan, voornamelijk in het bedrijfsleven.

Er staat nu een breder project in de stijgers: ‘Perspectief op werk’, dat niet alleen gericht is op arbeidsgehandicapten, maar ook op kwetsbare werkzoekenden, zoals huismoeders, 55-plussers en statushouders. In de afgelopen maanden heeft VNO-NCW West in alle 12 arbeidsmarktregio’s van Noord- en Zuid-Holland een Doe-agenda getekend waarin staat hoe overheid, onderwijs en bedrijfsleven  gezamenlijk het arbeidspotentieel zullen ontsluiten. De programma’s zullen per regio variëren. Manue Azoulay (Noord-Holland)  en Jan Markerink (Zuid-Holland) coördineren vanuit VNO-NCW West deze programma’s en staan klaar om leden te informeren. 

Cijfers arbeidsmarktregio’s in gebied West: 

1. ​​Drechtsteden

Potentiele beroepsbevolking: 213.000

Werkend: 141.000

Wil meer uren werken: 7.400

Potentieel: 16.800

Doe-agenda getekend op 15 juli door Jan Markerink, projectleider Perspectief op Werk Zuid-Holland

2. ​Gooi- en Vechtstreek

Potentiele beroepsbevolking: 190.000

Werkend: 127.000

Wil meer uren werken: 6.700

Potentieel: 15.200

Doe-agenda getekend op 12 juli door Manue Azoulay, projectcoördinator Perspectief op Werk West

 

3. Gorinchem

Potentiele beroepsbevolking: 92.000

Werkend: 64.000

Wil meer uren werken: 3.400

Potentieel: 7.100

Doe-agenda getekend op 23 mei door Mireille Horden, voorzitter VNO-NCW Alblasserwaard-Vijfheerenlanden

 

4. Groot-Amsterdam

Potentiele beroepsbevolking: 950.000

Werkend: 644.000

Wil meer uren werken: 34.000

Potentieel: 80.100

Doe-agenda getekend op 11 juli door Manue Azoulay, projectcoördinator Perspectief op Werk West

 

5. Haaglanden

Potentiele beroepsbevolking: 606.000

Werkend: 386.000

Wil meer uren werken: 20.400

Potentieel: 57.600

Doe-agenda getekend op 12 juni, door Bert Mooren, directeur VNO-NCW West

 

6. Holland Rijnland

Potentiele beroepsbevolking: 405.000

Werkend: 280.000

Wil meer uren werken: 14.800

Potentieel: 30.400

Doe-agenda, getekend op 14 april door Jan Versteegh, voorzitter VNO-NCW Rijnland

 

7. Midden-Holland

Potentiele beroepsbevolking: 140.000

Werkend: 95.000

Wil meer uren werken: 5.000

Potentieel: 16.800

Doe-agenda getekend op 11 juli door Marieke Kreuzen, bestuurslid VNO-NCW Rijngouwe

 

8. Noord-Holland Noord

Potentiele beroepsbevolking: 502.000

Werkend: 337.000

Wil meer uren werken: 17.800

Potentieel: 39.500

Doe-agenda, getekend op 1 juni, door Jeroen Veerman, voorzitter VNO-NCW Noordwest-Holland

 

9. Rijnmond

Potentiele beroepsbevolking: 1.023.000

Werkend: 652.000

Wil meer uren werken: 34.400

Potentieel: 97.300

Doe-agenda getekend op 3 juli door Ron Kooren,
bestuurslid VNO-NCW Rotterdam

 

10. Zaanstreek/Waterland

Potentiele beroepsbevolking: 251.000

Werkend: 168.000

Wil meer uren werken: 8.900

Potentieel: 20.200

Doe-agenda, getekend op 10 juli door Manue Azoulay, projectcoördinator Perspectief op Werk West

 

11. Zuid-Holland Centraal

Potentiele beroepsbevolking: 268.000

Werkend: 182.000

Wil meer uren werken: 9.600

Potentieel: 21.500

Doe-agenda, getekend op 28 juni door Corina Holla, voorzitter VNO-NCW Den Haag

 

12. Zuid-Kennemerland en IJmond

Potentiele beroepsbevolking: 282.000

Werkend: 194.000

Wil meer uren werken: 10.200

Potentieel: 21.900

Doe-agenda, getekend op 10 juli door Robert Bloemers, bestuurslid VNO-NCW Metropool Amsterdam

​Kijk hier​ voor meer informatie over Perspectief op Werk.​

​Bij het QO in Amsterdam gaat luxe hand in hand met duurzaamheid. Het idee dat iets goeds doen voor het milieu betekent dat je je gemakken moet inleveren, wordt door het hotel vakkundig ontkracht. “​Sommige gasten hebben het niet eens door.” 

Tekst: Pieter van der Meulen 

In het voorjaar van 2018 opent het QO de deuren met een onvermijdelijk spetterende introductie in de buurt. Het gebouw heeft een hippe, moderne uitstraling en alle publieke lagen zijn vrij toegankelijk, waardoor iedereen uit de buurt kan binnenlopen om onder meer een drankje te doen of om te ontspannen in de lounge.

Maar op het gebied van duurzaamheid is het QO echt onderscheidend. “Van het papieren bandje om de slippers tot het zelf bottelen van het water op de hotelkamers, in alles willen we duurzaam zijn,” vertelt Inge van Weert, General Manager bij het QO. Op het eerste gezicht valt het niet direct op, maar voor vrijwel elk aspect van het hotel is een slimme, groene oplossing verzonnen. Zonder dat het ten koste gaat van de uitstraling of kwaliteit. En het blijft niet slechts beperkt tot de details. “Dit gebouw is vernieuwend op allerlei vlakken, maar de ‘levende gevel’ is toch wel een echte blikvanger. De gevel van het hotel reageert op de weersomstandigheden en aanwezigheid van de gasten. Grote delen van de dag zijn hotelgasten niet op hun kamer. Dan beheersen de panelen zichzelf om het klimaat in de kamer neutraal te houden. Dat betekent dat de ‘levende gevel’ ervoor zorgt dat warmte in de winter binnen blijft en in de zomer de kamers juist koel kunnen blijven zonder airconditioning. Hiermee besparen we veel energie en het ziet er ook nog eens futuristisch en luxe uit. Precies de kenmerken waarvoor het QO staat.” 

Zero-waste ambitie
De gevel is natuurlijk een blikvanger, maar het gaat bij het QO niet om uiterlijk vertoon. Veel duurzame oplossingen zijn vrijwel onzichtbaar, maar leveren tegelijkertijd een belangrijke bijdrage aan de groene ambities van het hotel. “Het tapijt is gemaakt van gerecyclede visnetten en we maken gebruik van een grijswatersysteem. Dat houdt in dat douche-, bad- en wasbakwater wordt opgevangen en gefilterd, om daar vervolgens het toilet mee door te spoelen. De maatregelen vallen niet op en dat is ook de bedoeling. We willen niet dat de duurzame keuzes afdoen aan het comfort dat mensen gewend zijn.” Voor koeling en verwarming wordt gebruik gemaakt van ondergrondse warmte-koude-opslag en in de keuken wordt gewerkt met eigen kratten. Op elk vlak wordt gekeken hoe de impact op het milieu zoveel mogelijk beperkt kan worden. “Wij hebben een zero-waste ambitie,” vervolgt Van Weert. “Dat begint met zo min mogelijk afval binnenhalen. Wat niet door de binnenkomt, hoeft ook niet naar buiten. We vragen dan ook aan iedere leverancier of partner of ze weten waar hun product vandaan komt. Daarbij stellen we altijd de vraag: ‘wat gebeurt aan het einde van de productcyclus, waar gaat het afval heen?’ Het best zou zijn als we als hoteliers gezamenlijk optrekken en tegen leveranciers kunnen zeggen: ‘Nee, we willen dat plastic er niet meer omheen’. Als horeca kunnen we op die manier pionieren en een zichtbare impact maken in de samenleving.”

Zelfvoorzienend 
De inspanningen rondom het QO zijn niet onopgemerkt gebleven. Het leverde de hoogste score in het internationale duurzaamheidssysteem LEED (Leadership in Energy en Environmental Desgin) op: platinum. “We hebben bij de bouw materialen gebruikt uit de voormalige Shell toren, het gebouw dat nu bekend is als de A’DAM. We maken gebruik van koolzaadolie als brandstof voor onze systemen, dus zijn helemaal van de fossiele middelen af. Waar we ook echt trots op zijn, is de hightech kas op het dak. Daar worden groenten en kruiden gekweekt, zodat we voor een belangrijk deel zelfvoorzienend zijn.”

Duurzaam aanmoedigen 
“De Informatieplicht dwingt organisaties na te denken over energiebesparing, dat is een goede zaak. Wel moet er oog blijven voor ondernemers die minder goed in staat zijn de maatregelen direct door te voeren. Ondernemers hebben al behoorlijk veel op hun bordje. Ik pleit ervoor vooral grote vervuilers meer te belasten. In een systeem waar de vervuiler betaalt, wordt duurzaamheid echt aangemoedigd.”

Bekijk de video​ ​
Lees meer over het QO
Lees meer over de Informatieplicht Energiebesparing ​

​‘Verzekerd van een vaste baan, een vast inkomen en vanwege je naam staat je positie niet ter discussie. Wanneer je het familiebedrijf kan overnemen, is dat allemaal waar, vindt Anouk Dijkstra, directeur-eigenaar van Prevesco. “Er wordt echter voorbij gegaan aan de levenslange druk van het familiekapitaal op je schouders en het ontbreken van een natuurlijk pad van ontwikkeling. Gelukkig is troonopvolging heel goed voor te bereiden.”

Tekst: Pieter van der Meulen

Wanneer bedacht je dat je in het familiebedrijf aan de slag wilde? 
“Op mijn negentiende is de gedachte gaan spelen. Het heeft vervolgens tot mijn 21e geduurd voordat ik het heb voorgesteld. Daarna is het eigenlijk vrij snel gegaan en heb ik op alle afdelingen binnen het bedrijf een aantal maanden meegelopen. De post gestempeld, meegelopen in de fabriek, dat soort dingen. Om écht gevoel te krijgen bij wat een productiebedrijf leiden inhoudt.”​

Wat is Uniflow?
“Uniflow is een innovatie in de druppelafscheidings­techniek, we scheiden druppels van gas. Die techniek wordt ingebouwd in een drukvat van staal. Deze techniek is uniek en het intellectueel eigendom dat ik van mijn vader heb gekocht. Het leent zich voor twee grote, wereldwijde markten: de koudetechniek (koeling) en olie en gas. Ik maak geen geheim van mijn ambitie. Ik wil dat Uniflow een wereldspeler wordt.”

Druppelafscheidingstechniek klinkt behoorlijk ingewikkeld. In hoeverre ben je thuis in die techniek?
“Hoewel ik geen specialist ben, weet ik waar ik het over heb als het gaat om onze techniek en de hardware er omheen. Inmiddels selecteer ik zelf onze leveranciers en kan ik bijvoorbeeld aan het gereedschap in de productiehallen en het laswerk inschatten of ze geschikt zijn voor ons type werk.”

Twee jaar geleden is het bedrijf officieel aan jou overgedragen. Is er sindsdien veel veranderd?
“Direct nadat ik de aandelen heb gekocht, is er veel veranderd. We hadden een eigen pand met eigen productie, ik heb besloten de productie uit te besteden, het pand af te stoten en te verhuizen naar Amsterdam. Veel processen zijn geautomatiseerd, gestandaardiseerd en er wordt nu gebruik gemaakt van nieuwe besturingspakketten. Eigenlijk is het hele bedrijf op de schop gegaan. Niet omdat ik vond dat mijn vader het niet goed deed, maar om een nieuw businessmodel te implementeren, met Uniflow een nieuwe stap te kunnen zetten en mijn wereldwijde ambitie te realiseren.”

Hoe word je voorbereid op het overnemen van een groot familiebedrijf?
“Opvolging is goed te trainen. Niet alleen als het gaat om kennis, kunde en skills, maar juist op het gebied van besluiten nemen en verantwoording afleggen aan de familie, zowel bij succes als bij falen. Om dat te leren heb ik vier jaar intensief meegewerkt met mijn vader en ben ik door hem opgeleid binnen het bedrijf. Mijn vader is altijd heel alert geweest op het verzamelen van verschillende perspectieven voordat je tot een besluit komt. De hoofdfocus van mijn training is het leren nemen van autonome beslissingen geweest. Dus niet beïnvloed door mijn ego, mijn humeur of wat dan ook. Bepaal je doel en stel daar je besluit op af. De vraag die ik mezelf bij ieder besluit stel: kom ik hiermee dichter bij mijn doel? Elke beslissing die je neemt, leidt tot meningen en oordelen. Het feit dat je nooit een neutrale positie in het bedrijf inneemt, wordt nog weleens onderschat.”

Wat bedoel je met ‘nooit neutrale positie’?
“Je ligt onder een vergrootglas. Veel mensen zien het als privilege dat je het familiebedrijf in kan, je hebt tenslotte baanzekerheid. Daarin zit een bepaald oordeel. Je hebt er niet voor hoeven werken, deze positie is je komen aanwaaien. Daar staat de druk van het familiekapitaal tegenover, dat is minder zichtbaar, maar wel levenslang. Dat is moeilijk uit te leggen aan de mensen waarmee je werkt en ik begin er ook niet over, want het is niet hun verantwoordelijkheid. Werknemers zien een deel: in welke auto je rijdt, waar je die parkeert. De lijn tussen je positie innemen en provoceren is heel dun. Daarom is belangrijk dat je getraind wordt in die positie en leert verantwoordelijkheid te nemen voor je beslissing, naar werknemers, naar je familie maar vooral ook naar jezelf. Leuk hoor, die baangarantie, maar als ik het even niet leuk vind, kan ik niet zomaar ergens anders solliciteren. Ik heb die aandelen gekocht en de verantwoordelijkheid van het succes én falen ligt bij mij. Dat moet je kunnen dragen.”

Hoe ging de overdracht in zijn werk?
“Voor de overdracht hebben we een gespecialiseerde partij ingeschakeld. Gedurende dit hele proces heeft het welzijn van de familie voorop gestaan. Het is een van de redenen dat ik juist Prevesco, met het intellectueel eigendom van Uniflow, heb overgenomen en andere bedrijven buiten de familie zijn verkocht. Er bestaan voldoende gevallen waarbij een familie opbreekt gedurende het proces van bedrijfsopvolging of dat kinderen bijvoorbeeld erin worden gepusht. Kinderen uit familiebedrijven krijgen hoe dan ook op een bepaalde manier te maken met overdracht, of je daar als kind nu zin in hebt of niet. Daarom vind ik de term ‘troonopvolging’ wel treffend. Wij hebben een hele prettige vorm gevonden, waarbij mijn familie vertrouwen heeft in mijn bekwaamheid het bedrijf te leiden en mijn vader niet bij elke beslissing toch nog invloed wil hebben.”

Welke verschillen bestaan er tussen je vader en jou op het gebied van leidinggeven?
“Ik ben commercieel sterker dan mijn vader, hij is technisch heel sterk als metaalkundige, lasspecialist en ondernemer in de vatenbouw. Mijn technische bagage heb ik van hem in het bedrijf zelf geleerd. Juist vanwege het verschil klopt de aansluiting in mijn ogen zo goed en wat betreft de ‘product levensfase’ van Uniflow is de overdracht perfect getimed. De techniek is uitontwikkeld en moet nu in de markt worden gezet. Ik ben daar goed in. Een ander belangrijk verschil ligt in het feit dat ik een vrouw ben…”

Want?
“In de industriële tak van deze markt in Nederland ben ik de enige vrouwelijke ondernemer. In het buitenland zijn er twee anderen, voor de rest alleen maar mannen. Jaarlijks organiseer ik een evenement voor mijn industrie, waar negentig mannen op af komen en één vrouw, ik dus. Veel mannen zijn nog niet gewend aan vrouwen in een machtspositie, dus dat kan voor sommigen nog weleens wennen zijn. Gevolg daarvan is dat ik vaak wordt uitgedaagd, met name op technisch inhoudelijke kennis, of te maken krijg met ongepaste opmerkingen. Ik val op, zeker in combinatie met de unieke technische innovatie van Uniflow. Dat biedt een podium, waar ik dan ook op ga staan. Wat ik belangrijk vind, is dat het beeld van vrouwen in inhoudelijke en leidende posities wordt genormaliseerd. Ondanks mijn plezier in de uitzondering zijn, is het heus wel eens taai om een beetje gracieus weerstand te bieden tegen de vooroordelen en erboven te staan, maar ik weiger mijn pad aan te passen omdat een bepaalde groep minder ontwikkeld is of geen sociaal aanpassingsvermogen heeft. Blijven staan is ook een vorm van patronen doorbreken.”

Prevesco bestaat inmiddels vijftien jaar als familiebedrijf. In 2009 is Johan Dijkstra, vader van Anouk, gestart met de ontwikkeling van Uniflow, dat in 2012 op de markt is gekomen. In 2013 is Anouk begonnen aan de opvolging en koopt zij begin 2017 een meerderheidsbelang. Vanaf dat jaar is Uniflow commercieel actief op de Nederlandse markt.​

​Het Noordzeegebied loopt voorop in duurzame ontwikkelingen, maar om op mondiale schaal resultaten te boeken is een gelijk speelveld van belang. Nederland zet volop in op energietransitie in de zee- en binnenvaart. Aan het front staan leden van VNO-NCW West: Allard Castelein van Havenbedrijf Rotterdam, Mai Elmar van Cruise Port Rotterdam en Jan Kempers van Heineken. 

Tekst: Pieter van der Meulen
Verantwoordelijk voor ruim 16 procent van de Nederlandse uitstoot, de haven van Rotterdam staat niet bekend als een baken van duurzaamheid. Maar onder de oppervlakte worden de contouren van een nieuw, groen havencomplex zichtbaar. De grootste zeehaven van Europa wil een voortrekkersrol spelen in de energietransitie en tegelijkertijd een onmisbare pilaar blijven onder de Nederlandse welvaart. “In de Rotterdamse haven worden milieu en economie bij elkaar gebracht,” stelt Allard Castelein, CEO van het Havenbedrijf Rotterdam. “We hebben de mogelijkheden en kunnen het ons veroorloven te investeren in een haven die aansluit op de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs. 

We blijven de meest efficiënte ingang naar Noordwest-Europa, een positie die ons in staat stelt initiatief te nemen. Wachten tot anderen in beweging komen doen we niet. We kijken wie met ons in staat is stappen te zetten en hebben bijvoorbeeld het World Ports Climate Action Program opgezet. Hierin zijn de havenbedrijven van Hamburg, Barcelona, Antwerpen, Los Angeles, Long Beach Vancouver en Rotterdam verenigd om duurzame projecten samen op te pakken. We hebben gedetailleerd in kaart gebracht hoe ons industrieel havencomplex kan verduurzamen. De overheid is daarin een onmisbare partner. Zij kan met marktprikkels duurzame investeringen aantrekkelijk maken. De Rotterdamse haven begeeft zich op een internationale markt. Daar zijn we natuurlijk vanuit economisch perspectief gebaat bij een gelijk speelveld waarop we onze sterke concurrentiepositie behouden. Gelukkig onderkent het kabinet dat.”
Stapjes en sprongen“Er is niet één enkele, grote oplossing voor de energietransitie,” vervolgt Castelein. “De metafoor die ik hanteer is die van een heel lange trap, waarop veel partijen alle treden secuur moeten nemen. We bevinden ons namelijk niet in een tijdperk van verandering, maar een verandering van tijdperk. De energietransitie is een proces waarin veel kleine stapjes worden gezet en af en toe een flinke sprong wordt genomen. De proef met containerschip Mette Maersk was een goede stap. Het prikkelt de nieuwsgierigheid en we denken na over vervolgstappen om op te schalen.” 
In juni dit jaar voer de Mette Maersk tussen Rotterdam en Shanghai, met 20.000 containers aan boord. Niks bijzonders, ware het niet dat voor het eerst op deze schaal werd getest met een brandstofmengsel waarin relatief veel gebruikt frituurvet zat. De test werd een groot succes. Biobrandstof is vooral in de overgangsfase van fossiel naar CO2-arm of CO2-neutraal transport een interessante optie. 
Castelein: “We gaan naar een toekomst met meerdere oplossingen en zitten momenteel in de fase waarin we de juiste balans tussen verschillende mogelijkheden zoeken. Hoe gaan we de binnenvaart doeltreffend elektrificeren? Welke nieuwe brandstoffen kunnen we het best inzetten voor welke vervoersmodaliteit? We zijn bezig met LNG, synthetische brandstoffen en natuurlijk waterstof. Maatregelen moeten zich bewijzen, daarom geven uitvoerige testen, zoals met Mette Maersk, veel inzicht en bevestiging dat we op de goede weg zitten.”
StroomversnellingHoewel de ongeveer honderd cruiseschepen slechts een schijntje (0,3 procent) van het totaal aantal scheepsaanlopen in de Rotterdamse haven vormen, is zowel de economische bijdrage als de duurzaamheidsopgave van deze sector niet te onderschatten. Een cruiseschip levert gemiddeld een bruto omzet van een miljoen euro, waarvan ongeveer de helft in de vorm van toerisme, shopping en attracties. De economische toegevoegde waarde is onmiskenbaar, de kritiek op de vervuiling van deze schepen is dat ook. Volgens Mai Elmar, executive director bij Cruise Port Rotterdam, gaan overal, in alle sectoren, duurzame ontwikkelingen gepaard met economische afwegingen. “Rotterdam ligt in de Emission Contral Area (ECA) waar slechts 0,1 procent emissie wettelijk is toegestaan. Dit geldt voor het hele Noordzeegebied en voor alle scheepvaart. Schepen die niet voldoen worden geweerd. De International Maritime Organisation (IMO) heeft bepaald dat wereldwijd alle schepen per 1 januari 2020 aan een norm van 0,5 procent emissie moeten voldoen, voorheen was dit 3,5 procent. De ontwikkelingen in ons gebied gaan al decennialang sneller dan in andere gebieden.” 
Op een wereldwijde markt zijn samenwerking en afstemming sleutelwoorden, benadrukt Elmar. “Waterstof en zonnepanelen zijn alternatieven die zich nog in een experimentele fase bevinden. De tijd zal leren of deze inderdaad structureel kunnen worden ingepast. Vloeibaar aardgas, beter bekend als LNG, heeft de experimentele fase eigenlijk al doorstaan en de Rotterdamse haven is al een tijd klaar voor grootschalige implementatie. Dit najaar loopt het tweede cruiseschip dat vaart op LNG van stapel en er staan er nog 23 óp stapel. Dan kan je gerust spreken van een trend die doorzet.” Vanwege de kostbaarheid van cruise­schepen weegt het economische argument zwaar in deze sector. De oude generatie van de ene op de andere dag vervangen is geen optie. Gelijktijdig met het ontwikkelen van nieuwe, milieuvriendelijkere schepen, wordt ook aandacht besteed aan oplossingen voor de korte termijn. “Vrijwel alle cruiseschepen zijn uitgerust met ‘Exhaust Gas Scrubbers’, filters die zorgen dat aan de normen wordt voldaan. De verduurzaming van de scheepvaart vraagt om nauwe samenwerking tussen overheid en het bedrijfsleven. Vanwege de wereldwijde impact is dit complex, maar juist om op mondiale schaal resultaten te boeken, is een gelijk speelveld met heldere richtlijnen van uitermate groot belang.”
Voorkant van verandering“Voordat de resultaten zichtbaar zijn, wordt achter de schermen enorm veel werk verricht. Een transitie als verduurzaming van de scheepvaart begint met jaren van zoeken naar passende maatregelen, die vervolgens moeten worden bewezen en ingepast.” Jan Kempers is programmamanager Duurzame Ontwikkeling bij Heineken Nederland Supply en druk bezig met het creëren van een ‘groene corridor’, waarbij het transport tussen de brouwerij in Zoeterwoude en de haven in Rotterdam volledig klimaatneutraal verloopt. Daarvoor wordt nauw samengewerkt met onder meer het Havenbedrijf, overheden en multinationals die zich hebben verenigd in Groene Cirkels “De verbrandingsmotor heeft zijn beste tijd gehad, dat is voor iedereen wel duidelijk. De binnenvaart in de Rotterdamse haven moet worden geëlektrificeerd, ook dat is helder, maar dan rest nog de vraag welke technieken hiervoor in aanmerking komen. Wanneer je waterstof vergelijkt met de batterij als belangrijkste drager van energie bij de binnenvaart, komen batterijen als winnaar uit de bus. Dan kijk je naar de financiële kant, maar ook naar wet- en regelgeving en de mogelijkheid dit op korte termijn te implementeren. Om dat voor elkaar te krijgen hebben we een uniek concept ontwikkeld, waarbij we langlopende vervoerscontracten afsluiten met transportpartijen, zodat zij goedkoper geld kunnen lenen en minder risicovol de overstap naar klimaatneutraal kunnen maken. Een volgende stap is het opzetten van een netwerk van locaties waar batterijen kunnen worden gewisseld. Het gaat om een systeemverandering, waarbij je bedrijven een systeem moet kunnen aanbieden dat bijdraagt aan hun eigen doelen. Als Heineken zitten we het liefst aan de voorkant van verandering. Maar wij doen dit niet uit liefdadigheid of geldverkwisting. De beloning voor degenen die in een vroege fase van de innovatie aanhaken is het grootst.”​

www.dsgc.nlwww.groenegroeiers.nlwww.vno-ncwwest.nl/rotterdam

​​Advocaat Willem Veldstra, lid van VNO-NCW Alblasserwaard-Vijfheerenlanden, sprak tijdens het Miljoenenontbijt in Leerdam een alternatieve troonrede uit.
Lees meer

​“De kloof tussen onderwijs en bedrijfsleven moet beter worden overbrugd”, zegt hoofdgast Arthur van Dijk, Commissaris van de Koning, in Alkmaar. “Een betere aansluiting zorgt voor innovatie van het bedrijfsleven. In die samenwerking ligt een belangrijke rol voor partijen zoals VNO-NCW.”

Door Manue Azoulay
In sneltreinvaart worden bijgepraat over de nieuwe miljoenennota, met elkaar in discussie gaan, netwerken en ook nog ontbijten, het gebeurt woensdagochtend allemaal tegelijkertijd op het Miljoenenontbijt in Alkmaar. Een extra feestelijk ontbijt, want inmiddels de tiende editie, georganiseerd door de eventpartners VNO-NCW Noordwest-Holland, Rabobank, Hogeschool InHolland, BDO, Ondernemend Alkmaar en Holland Media Combinatie. De ruim 250 ondernemers stromen vanaf zeven uur ‘s ochtends binnen en kennen de waarde van het programma inmiddels.

Studente
Bente Schaaf, studente bij Inholland, vertelt over het grote verschil tussen de theorie op school en haar stage bij de Efteling. Schaaf: “‘Influencer marketing is iets waar ik mij dagelijks mee bezig houd, maar dat staat nog niet in de studieboeken.” De Alkmaarse ondernemer Martijn Apeldoorn, die het digitale stageplatform Talentz gelanceerd heeft om de kloof tussen onderwijs en arbeidsmarkt te helpen dichten, vult haar aan: “Ik wil een oproep doen aan alle onderwijsinstellingen om de samenwerking met het bedrijfsleven op te pakken en beter te faciliteren door bijvoorbeeld gastcolleges en docentstages.”

Stikstof
Volgens Rogier Aalders, econoom bij de Rabobank, heeft het weinig zin om meer geld uit te trekken voor woningbouw als het stikstofprobleem niet snel wordt opgelost. De Rabo-expert: “De woningmarkt is een van de grote uitdagingen waar dit kabinet voor staat en het feit dat het hebben van een koophuis voor de middeninkomens onbereikbaar is geworden. Ook zien we dat het aandeel jongeren tot 29 jaar met een vast contract in 15 jaar tijd is gedaald naar 60%, dat ze veelal een woning in de vrije sector moeten huren waardoor ze weinig spaargeld over houden voor een koopwoning.” Een negatieve spiraal die door de huidige maatregelen die het kabinet nu in de Miljoenennota heeft afgekondigd niet zal worden doorbroken. “Ze zullen de prijsopdrijvende speculatie verminderen, maar of het echt een positief effect heeft op de woningmarkt moet nog blijken. Het kan ook zijn dat grote investeerders afhaken en dan zijn we verder van huis” , aldus Aalders.

Commissaris
Arthur van Dijk, Commissaris van de Koning in Noord-Holland, legt in zijn speech de nadruk op wat de provincie kan betekenen voor de ontwikkeling van de regio, op het gebied van economie en het ondernemersklimaat. Regionale samenwerking is het sleutelwoord. “In Noord-Holland verdienen we 21,5 procent van het bruto nationaal product en hebben we 1,5 miljoen banen, daar mogen we allemaal heel erg trots op zijn!”, aldus Van Dijk. Laten we elkaar blijven opzoeken en in gesprek blijven met elkaar.”

Fotoreportage

Presentatie Rogier Aalders

Via deze link vind u ook de achtergrondstukken vermeld over Prinsjesdag”.

Ruimte voor bedrijven, de krappe arbeidsmarkt en betere samenwerking. Ondernemers vinden dat daar op regionaal niveau de schouders onder moeten worden gezet. Dat bleek op Miljoenenontbijt van VNO-NCW Rijnland. De bijeenkomst stond verder in het teken van het afscheid van twee vertrouwde gezichten.

Tekst: Robin Ouwerkerk

‘De ondernemer op de troon’ was de titel die aan de bijeenkomst was gegeven. Het Miljoenenontbijt in de Hogeschool Leiden had ook een iets andere aanpak dan voorheen: behalve de traditionele quick scan van de Miljoenennota door hoogleraar toegepaste economie Kees Goudswaard en het panelgesprek, hielden drie lokale ondernemers hun eigen ‘troonrede’.

Verstandige hervormingen
Goudswaard stelde vast dat het goed gaat met Nederland. Hij relativeerde de cijfers en uitte wat kritiek: “Waarom zou je de investeringen van het kabinet onderbrengen in een Investeringsfonds en niet gewoon betalen uit de begroting?” Maar vooral vond hij dat het kabinet verstandige hervormingen heeft gerealiseerd op het gebied van klimaat, arbeidsmarkt, woningmarkt en pensioenen.

Intensievere samenwerking
Gezeten op hun troon bekleed met rood velours belichtten drie regionale ondernemers heel verschillende economische invalshoeken in hun eigen ‘troonredes’. Zo brak Bas Pietersen van The Alignment House een lans voor regionaal publiek-privaat samenwerken in de regio Holland-Rijnland. “Kijk naar Eindhoven. Daar is gestructureerd en vanuit een lokale basis door overheid, kennisinstellingen en bedrijven gebouwd aan een brainport. Dat heeft die regio echt sterker gemaakt. Dat vergt een intensievere samenwerking dan de netwerken in Rijnland op dit moment kunnen realiseren.”

‘Stoppen met de kleine dingen’
Hij kreeg bijval van Erik Versnel van Rabobank Leiden-Katwijk: “We moeten stoppen met de kleine dingen. Om te komen tot ruimte voor bedrijventerreinen of woningbouw is samenwerking nodig. Tussen gemeenten en tussen gemeenten en bedrijfsleven. Anders kom je tot suboptimale oplossingen.”
Tweede Kamerlid Mustafa Amhaouch legde de bal daarvoor ook bij bedrijven. “Bedrijven zullen wel meer moeten investeren in R&D.”

Onbenut arbeidspotentieel
Coen Breedveld van start-up Levels Diagnostics vroeg nadrukkelijk om aandacht voor de regeldruk die startende ondernemers ervaren. Daarnaast vroeg hij om een stabiel investeringsbeleid van de overheid. “In Nederland weet je nooit of de investeringsregeling van nu ook volgend jaar nog geldt.”
Marian Krijgsman van hotel Steeds aan Zee poneerde de stelling dat er door gebrek aan personeel in de toeristische sector nauwelijks nog groei valt te realiseren. Landelijke en regionale overheden zijn aan zet. “We moeten stoppen met vissen in de reguliere vijver. Ga aan de slag met het onbenut arbeidspotentieel. Mobiliseer, controleer en waar nodig: sanctioneer. Iedereen die kan werken, moet werken en zijn steentje bijdragen.”

Bedrijvenstrategie
Yvonne van Delft, wethouder economische zaken in Leiden, kondigde een regionale bedrijventerreinenstrategie aan. “Daar kunnen ondernemers op reageren.” En op het gebied van arbeidsmarktkrapte: “Om stappen te zetten op de arbeidsmarkt komt er een house of skills, waarbij niet wordt gekeken welk diploma heeft gehaald, maar wat iemand kan.”

Afscheid
En dan nog het afscheid. Professor Goudswaard gaf tien keer duiding aan de Miljoenennota, Dit was zijn laatste keer: hij gaat met pensioen. En Jan Versteegh gaf onder luid applaus de voorzittershamer van VNO-NCW Rijnland over aan Martijn van Pelt, directeur-eigenaar van het ICT-bedrijf Interpulse. Volgend jaar presenteert een ander het Miljoenenontbijt.

Fotoreportage

​“Als we een balans vinden tussen klimaat en economische groei, kunnen ondernemers er de komende jaren vol tegenaan!” Floor Vermeulen, gedeputeerde Verkeer en Vervoer bij de provincie Zuid-Holland, is blij met het investeringsfonds van het kabinet. Samen met D66-kamerlid Kees Verhoeven gaat Vermeulen tijdens het Miljoenenontbijt van VNO-NCW Rijngouwe in de Goudse Schouwburg in gesprek met ondernemers over de gevolgen van de Miljoenennota.

Tekst: Jelle van der Meulen

Na een kopje koffie en een vers croissantje introduceert dagvoorzitter Jeroen Toet de kersverse voorzitter van VNO-NCW RijnGouwe: Marijke Roseboom. Roseboom wil ondernemers in de regio verbinden en samen met hen een herkenbaar geluid creëren richting de Haagse politiek. Ook benadrukt ze het belang van een gunstig vestigingsklimaat in Rijngouwe. 

Zorgen om stikstof
De ligging van de regio RijnGouwe, omringd door de vier grotsteden, biedt grote economische kansen. Die gaan echter gepaard met verschillende uitdagingen, met name op het gebied van mobiliteit en bereikbaarheid, stelt Vermeulen. Krimpenerwaard moet dringend ontsloten worden en er zijn bredere fietspaden nodig om de toenemende stroom fietsers de ruimte te bieden.

“De laatste jaren hadden we ook allerlei mooie plannen, maar hoorden we vaak dat er geen geld was,” zegt Vermeulen. “Nu is dat er wel. Het is goed dat het kabinet nadenkt hoe we met dat geld de economie stabieler kunnen maken.” Maar om daadwerkelijk te kunnen investeren, moeten projecten wel de ruimte krijgen. Met het schrappen van de Programma Aanpak Stikstof (PAS) gaat een streep door veel nieuwe projecten en daarover maakt Vermeulen zich grote zorgen.

“De huidige situatie kan funest zijn voor de Nederlandse economie,” meent Vermeulen. “We moeten daarom iets verzinnen op de PAS.” De gedeputeerde erkent het belang van het Klimaatakkoord, maar staat tegelijkertijd voor realisme. “Het is evident dat de stikstofuitstoot moet worden teruggebracht. Maar Nederland is met het huidige beleid wel heel streng. Kijk bijvoorbeeld naar Duitsland, waar voor kleinere projecten geen stikstofvergunning nodig is. De provincie gaat daarom nog eens goed kijken of het huidige rekenmodel niet kan worden aangepast.”

Optimaal speelveld voor ondernemers
Kees Verhoeven, Tweede Kamerlid voor D66, beaamt dat de afschaffing van de PAS een rem dreigt te vormen voor ondernemers. Tegelijkertijd meent hij dat stikstof meer is dan alleen een politiek probleem. “De belangrijkste vraag is: hoe kunnen we in Nederland duurzamer te werk gaan? We kunnen niet op de huidige voet doorgaan, dus moeten we keuzes maken! Dat kan een inkrimping van de veestapel zijn of een verlaging van de maximumsnelheid. Maar het moet in ieder geval ergens vandaan komen.”Verhoeven is het roerend eens met het commentaar uit de zaal dat dit probleem op Europees niveau moet worden aangepakt. “Op de grote dossiers, zoals bijvoorbeeld klimaat, migratie en de interne markt, moet Europa meer bevoegdheid krijgen.”

Tijdens het Miljoenenontbijt klinkt ook dat de provincie en gemeentes beter samen moeten werken, zodat ondernemers dat kunnen doen waar ze goed in zijn: ondernemen. “Ondernemers moeten zich wel verenigen,” vindt Verhoeven. “VNO-NCW is daar een goed voorbeeld van: het heeft nauwe contacten met de politiek en behartigt de belangen van ondernemers zowel op lokaal als op Europees niveau. Daarmee draagt het bij aan het creëren van een optimaal speelveld.”

Bekijk de fotoreportage​​​

 

​Positief. Dat is de eerste reactie op de Miljoenennota van de ruim 200 ondernemers en politici die in alle vroegte bijeen kwamen in het Haagse Madurodam. Het woord Positief stond levensgroot in de wordcloud van antwoorden die zij via hun mobieltjes hadden gegeven. Traditiegetrouw organiseren de werkgeversorganisaties VNO-NCW Den Haag en MKB Den Haag samen met de gemeente het Miljoenenontbijt de ochtend na Prinsjesdag om de kabinetsplannen voor het komende parlementaire jaar te spreken. Nooit eerder is de kritiek vanuit het bedrijfsleven zo mild geweest.

“Ook ik ben positief,” zei Hans de Boer, voorzitter van VNO-NCW tegen de ondernemers in de zaal. “We wonen in een geweldig land, de begroting is op orde en ik ben blij dat de burgers minder belasting gaan betalen. Ook lijkt eindelijk het investeringsfonds er te komen, waarom VNO-NCW al heel lang vraagt.” Met dit fonds kunnen grote projecten gefinancierd worden die Nederland klaar maken voor de toekomst. Voorbeelden zij een snelle spoorverbinding tussen de Randstad en Groningen, onderzoek naar Schiphol op zee of toepassingen van kunstmatige intelligentie.
Toch kraakte De Boer ook een kritische noot: “Waar ik de pest aan heb is dat kinderachtige gefoeter vanuit politiek Den Haag op het bedrijfsleven, terwijl dat bedrijfsleven zorgt voor de banen, de inkomens en de belastinginkomsten. Ik ben trots op onze ondernemers.”

Behalve Hans de Boer, reageerden staatssecretaris Stientje van Veldhoven en de Haagse wethouders Boudewijn Revis en Richard de Mos op de Miljoenennota. Kijk voor hun bijdragen naar de video’s van IFS Audiovisueel.

Videoverslag​: Wat doen ondernemers als zij een dag op de troon zitten?