Hans Huibers nieuwe voorzitter VNO-NCW West: “De kracht van de regio moet veel zichtbaarder worden”

Den Haag luistert. Maar dan moet je je wel laten horen. Volgens Hans Huibers gebeurt dat nog te weinig vanuit de regio. Als nieuwe voorzitter van VNO-NCW West wil hij daar verandering in brengen. Per 1 mei neemt hij het voorzitterschap over van Mai Elmar. Huibers kent de organisatie van binnenuit als voorzitter van VNO-NCW Noordwest-Holland en lid van het dagelijks bestuur van VNO-NCW. Zijn ambitie is duidelijk: de kracht van de regio beter benutten en vertalen naar invloed.

Ervaren verbinder tussen bedrijfsleven, onderwijs en overheid

Huibers brengt een unieke combinatie van ervaring mee. Hij werkte in het bedrijfsleven, was actief in het beroepsonderwijs en diende als Tweede Kamerlid en partijvoorzitter van het CDA. Die combinatie, ook wel de ‘triple helix’ van bedrijfsleven, onderwijs en overheid, vormt de basis van zijn visie: “Ik ken die werelden van binnenuit en weet hoe belangrijk het is dat ze samenwerken. Juist in die driehoek kun je echt verschil maken.”

Voortbouwen op een sterke basis

Huibers spreekt met waardering over zijn voorganger Mai Elmar en het werk dat de afgelopen jaren is verricht binnen VNO-NCW West. “Er heeft een enorme vernieuwingsslag plaatsgevonden.” Volgens Huibers is VNO-NCW West daarmee in een nieuwe fase beland: “De randvoorwaarden zijn gecreëerd. Nu kunnen we de vruchten gaan plukken.”

Mai Elmar blik terug op haar voorzitterschap: “Ik dank een ieder voor het in mij gestelde vertrouwen en verlaat met het volste vertrouwen mijn post als voorzitter VNO-NCW West. Graag geef ik mee dat we moeten blijven werken aan een inhoudelijke, structurele samenwerking. Tijdig aan tafel met elkaar geeft praktische en haalbare oplossingen en besluiten, iets waar we allen bij gebaat zijn. Want samenwerken is een werkwoord.”

Met de voorzitterswissel krijgt het algemeen bestuur van VNO-NCW West ook een nieuwe vice-voorzitter. Tino Meijn, voorzitter van VNO-NCW Rijnland, zal deze rol gaan vervullen.

De regio als sleutel tot invloed

Volgens Huibers is het denken over regio’s fundamenteel aan het veranderen: “Er is een enorme drive om Nederland weer van onderop op te bouwen en te organiseren, vanuit de regio’s,” stelt hij. Voor Huibers ligt daar een duidelijke opdracht. Hij wil de positie van de regio versterken en de verbinding met Den Haag en Brussel beter benutten. “Veel ondernemers realiseren zich niet hoe sterk VNO-NCW daar vertegenwoordigd is. Als wij als regio die lijnen beter gebruiken, kunnen we veel meer bereiken. Wij zijn de gateway van de regio naar de Malietoren en daarmee naar Den Haag en Brussel.”

Diversiteit als kracht

De diversiteit binnen het gebied van VNO-NCW West, Noord- en Zuid-Holland, ziet Huibers als een van de grootste krachten. Van de Rotterdamse haven tot het Westland en van de Metropoolregio Amsterdam tot Noord-Holland Noord: elke regio heeft zijn eigen economische structuur en uitdagingen. “De maakindustrie in Noord-Holland Noord is totaal anders dan de diensteneconomie in Amsterdam of de dynamiek van Rotterdam. De kunst is om die verschillen te begrijpen en te verbinden.”

Van klagen naar bieden en verleiden

Wat Huibers meeneemt uit zijn ervaring in Noordwest-Holland, is het belang van zichtbaarheid en een proactieve houding richting overheid en politiek. “Niet klagen en vragen, maar bieden en verleiden. Dan krijg je de wind mee.” Volgens hem vraagt dat om een sterke en herkenbare positie van VNO-NCW in de regio. “Als je niet zichtbaar bent, mis je invloed. En daar hebben ondernemers last van.”

Ondernemers hebben ruimte en vertrouwen nodig

Gevraagd naar wat ondernemers nu het meest nodig hebben van de overheid, is Huibers duidelijk: “Ruimte om te ondernemen in alle zinnen van het woord.” Volgens hem is Nederland te veel dichtgeregeld en gebaseerd op wantrouwen: “We hebben ons land in een keurslijf gegoten. Terwijl 99,9% van de ondernemers het goede wil doen voor hun bedrijf, hun medewerkers en de samenleving.” Hij pleit daarom voor een overheid die meer faciliteert en ondersteunt. “Niet tegenwerken, maar mogelijk maken. Dat is wat ondernemers nodig hebben.”

Samen werken aan een sterker Nederland

Voor Huibers gaat het voorzitterschap verder dan alleen economische belangen. Het raakt ook aan een bredere maatschappelijke verantwoordelijkheid. “Je kunt aan de kant staan en klagen, of je steekt je handen uit de mouwen en levert een bijdrage. Ik hou van die laatste categorie.”  Met die houding wil hij zich de komende jaren inzetten voor een sterker vestigingsklimaat en een krachtige positie van ondernemers in Noord- en Zuid-Holland.

Met brede steun in de Tweede Kamer is op 7 april een belangrijke motie aangenomen die Noord-Holland Noord een ambitieus groeiscenario toekent in de Nota Ruimte. Daarmee is een duidelijke koerswijziging ingezet: waar eerder werd gestuurd op het afremmen van groei, kiest Den Haag nu voor ontwikkeling en perspectief. Dat is goed nieuws voor onze regio en voor het ondernemersklimaat. Noord-Holland Noord krijgt hiermee de aandacht en ruimte die het verdient.

𝗦𝗮𝗺𝗲𝗻 𝘀𝘁𝗲𝗿𝗸 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗱𝗲 𝗿𝗲𝗴𝗶𝗼
Deze stap is niet uit de lucht komen vallen. Vanuit VNO-NCW Noordwest-Holland hebben wij ons hier, samen met het Economisch Forum Holland boven Amsterdam, de afgelopen periode hard voor gemaakt. Met gerichte inzet richting Den Haag en nauwe samenwerking met partners in de regio is het gelukt om dit onderwerp nadrukkelijk op de politieke agenda te krijgen.

De erkenning van Noord-Holland Noord als volwaardige groeiregio sluit aan bij wat ondernemers al langer zien: een regio met enorme potentie. Denk aan sterke economische clusters zoals het maritieme en energiecluster in Den Helder, de blijvende bijdrage aan de woningbouwopgave en de ambitie om werkgelegenheid en inwonersaantallen in balans te laten groeien.

𝗗𝗶𝘁 𝗶𝘀 𝗵𝗲𝘁 𝗺𝗼𝗺𝗲𝗻𝘁 𝗼𝗺 𝗱𝗼𝗼𝗿 𝘁𝗲 𝗽𝗮𝗸𝗸𝗲𝗻
Deze ontwikkeling is een wake-up call én een kans. Noord-Holland Noord heeft alles in huis om door te groeien naar een sterke, toekomstbestendige regio. Maar dat vraagt om:
• structurele zichtbaarheid in Den Haag
• vroegtijdige betrokkenheid bij beleidsontwikkelingen
• een gezamenlijke lobby van overheden én bedrijfsleven

Eerdere ervaringen hebben laten zien wat er gebeurt als die inzet ontbreekt. Deze motie bewijst juist wat er mogelijk is als we wél samen optrekken.

Lees hier verder over wat we nog meer voor ondernemers in Noordwest-Holland kunnen betekenen.

Met de benoeming van Simone Fredriksz als nieuw bestuurslid van VNO-NCW Regio Rotterdam krijgt het thema onderwijs en arbeidsmarkt een nieuw herkenbaar en energiek gezicht. Fredriksz, voorzitter van het College van Bestuur van Albeda, volgt Ron Kooren op en neemt daarmee een stevig, inhoudelijk dossier over: de verbinding tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Die rol past haar, zegt ze zelf, “omdat goed onderwijs altijd het begin is van een betere toekomst”.

Wie Simone Fredriksz wil begrijpen, moet ook iets weten over waar ze vandaan komt. Ze is geboren en getogen in Den Haag, groeide op in een Nederlands-Indische familie en kreeg daar waarden mee die haar nog altijd kenmerken. Verantwoordelijkheid nemen en doen wat je belooft. “Als je A zegt, moet je ook B zeggen,” is een overtuiging die als een rode draad door haar leven loopt.

Na haar studie begon Fredriksz in het bedrijfsleven. Ze werkte zeven jaar bij KPN en was daarna betrokken bij een kleine internetstart-up. Inmiddels werkt ze al ruim twintig jaar in het beroepsonderwijs. De overstap was bewust. “Als je de toekomst beter wilt maken, begint dat bij goed onderwijs”, zegt ze. “Onze studenten zijn niet alleen voorbereid op de toekomst, ze zíjn de toekomst”.

MBO als emancipatiemotor
Binnen Albeda houdt Fredriksz zich intensief bezig met de vraag hoe onderwijs moet meebewegen met maatschappelijke en economische ontwikkelingen. Ze ziet drie kerntaken voor het mbo: opleiden voor beroepen van de toekomst, bijdragen aan een leven lang ontwikkelen en een sterke maatschappelijke rol vervullen. Vooral dat laatste benadrukt ze. “Het mbo is een emancipatiemotor. We leiden studenten niet alleen op voor werk, maar ook voor burgerschap en samenleven”.

In haar nieuwe rol binnen VNO-NCW Regio Rotterdam wil Fredriksz die verbinding verder versterken. Als voorzitter van Onderwijspower (het platform waar onderwijs, bedrijfsleven en overheid met elkaar samenwerken) ziet ze kansen om de kloof tussen school en werkvloer kleiner te maken. Niet door eindeloos plannen te maken, maar door te denken en te doen. “Ik geloof niet in praten zonder actie, maar ook niet in actie zonder nadenken. Het moet hand in hand gaan”.

Concreet denkt ze aan gezamenlijke afspraken over stagegaranties, stagevergoedingen en baankansen, vooral in sectoren als techniek en zorg. Ook digitalisering en AI vragen volgens haar om gezamenlijke aanpak. “We hebben niet alle antwoorden, maar we weten wel dat we hier samen nu al op moeten voorsorteren”.

Dankwoord: “Ron durfde dingen te doen zonder af te wachten”
Bij haar aantreden staat Simone Fredriksz nadrukkelijk stil bij haar voorganger Ron Kooren, die zich jarenlang met grote toewijding heeft ingezet voor onderwijs en arbeidsmarkt binnen het bestuur van VNO-NCW Regio Rotterdam. Fredriksz spreekt met zichtbaar respect over zijn rol. “Dat een bestuurder uit het mbo een vaste plek heeft in het bestuur van VNO-NCW Regio Rotterdam is van grote waarde,” zegt ze.

“En Ron heeft die rol voortreffelijk ingevuld.” Volgens haar wist Kooren als geen ander verschillende werelden met elkaar te verbinden: onderwijs, bedrijfsleven en publieke partners. “Hij had een onverminderde energie voor studenten en voor de toekomst van vakmanschap in onze regio.”

Wat Fredriksz vooral waardeert, is het ondernemerschap en lef dat Kooren meebracht. “Ron durfde dingen te doen. Niet afwachten, maar samen in beweging komen,” zegt ze. “Dat past bij Rotterdam: zij aan zij werken aan oplossingen, met onderwijs en studenten als volwaardig onderdeel van de arbeidsmarkt van morgen.” Die houding heeft volgens haar blijvende impact gehad, niet alleen binnen VNO-NCW Regio Rotterdam, maar ook binnen het mbo en de samenwerking in de regio. “Daar heb ik persoonlijk veel waardering voor, maar die waardering leeft breed binnen het bestuur, binnen VNO-NCW Regio Rotterdam en binnen het onderwijs.”

Toekomstbeeld
Fredriksz heeft dus grote schoenen te vullen, maar dat ziet ze met vertrouwen tegemoet. Rotterdam-Rijnmond is met bijna 50.000 mbo-studenten de grootste mbo-regio van Nederland. “Vakmanschap, ondernemerschap en doorzettingskracht zitten hier in het DNA,” zegt ze. Zelf staat ze bekend als positief, gedreven en scherp op gelijke kansen. “Ik kijk altijd naar mogelijkheden. Voor het belang van mijn studenten mag je mij altijd wakker maken. Ik ga er vol voor”.

Vandaag, maandag 20 april, heeft het kabinet fase 1 van het Landelijk Crisisplan Olie in werking gesteld. Dit is het gevolg van de afsluiting van de Straat van Hormuz en de hierdoor ernstig verstoorde toevoer van olie. Dit beïnvloedt zowel de hoeveelheid olie als de prijs op de wereldmarkt voor olie. In 2023 heeft het kabinet het Landelijk Crisisplan Olie vastgesteld in reactie op de Russische inval in Oekraïne en de onzekere toevoer van olie en gas. Het is de eerste keer dat dit plan in werking treedt.

Ondernemers hebben nu al te maken met hogere olieprijzen. Met name in de transportsector wordt de pijn gevoeld door de sterk stijgende diesel- en benzineprijzen. Ook in sectoren als industrie, bouw, retail en landbouw lopen kosten snel op en raken ketens verstoord. Van verlaging van de accijnzen op brandstof is echter nog geen sprake. Ook een maximumprijs aan de pomp behoort nog niet tot de maatregelen. Het kabinet kiest vooralsnog voor een aantal gerichte maatregelen, zoals een lagere wegentaks voor bestelbusjes en vrachtauto’s.

Het Landelijk Crisisplan Olie bevat zowel maatregelen om het algemeen verbruik terug te dringen als maatregelen gericht op het beperken van transportbewegingen. Er kunnen ook nog aanvullende maatregelen worden toegevoegd. VNO-NCW West houdt de ontwikkelingen nauwgezet in de gaten en brengt signalen vanuit onze leden actief onder de aandacht in Den Haag, samen met VNO-NCW en MKB-Nederland. Ook nemen wij deel aan de landelijke Taskforce Midden-Oosten.

VNO-NCW en MKB-Nederland zien dat het kabinet stappen zet om bedrijven en burgers te ondersteunen, bijvoorbeeld via lagere motorrijtuigenbelasting, maatregelen voor de luchtvaart en verruiming van garantstellingsregelingen. Tegelijkertijd constateren zij dat aanvullende maatregelen nodig zijn, met name voor bedrijven die zwaar worden geraakt en kosten niet kunnen doorberekenen. Ook maken zij zich zorgen over de gekozen dekking, waarbij structurele regelingen voor ondernemers worden versoberd om tijdelijke maatregelen te financieren.

Gevolgen voor werkgevers en werknemers

Werkgevers krijgen ook te maken met de gevolgen van de hogere olieprijzen. Het kabinet komt vandaag met een pakket aan maatregelen om de impact van de oorlog in Iran te verzachten. Daarin zit onder andere een verhoging van de onbelaste kilometervergoeding van 23 naar 25 eurocent per kilometer, een maatregel waar VNO-NCW eerder voor heeft gepleit. Ook wordt gekeken naar aanvullende opties, zoals (gedeeltelijk) thuiswerken.

Daarnaast zien wij dat liquiditeitsproblemen bij bedrijven kunnen toenemen. Het kabinet verruimt hiervoor bestaande garantieregelingen, maar verdere stappen – zoals de mogelijkheid tot belastinguitstel bij aanhoudende crisis – blijven nodig. Ook voor energie-intensieve bedrijven is extra ondersteuning van belang, bijvoorbeeld door versnelling van bestaande verduurzamingsmaatregelen.

Loopt u als ondernemer en/of werkgever tegen problemen aan als gevolg van de hoge olieprijzen of één van de maatregelen uit het Landelijk Crisisplan Olie, dan horen wij dit graag. Wij nemen deze signalen mee in onze gesprekken met kabinet en Kamer. Neem contact op met belangenbehartigers Rogier Krabbendam (krabbendam@vno-ncwwest.nl) of Trudie van ’t Hull-Bettink (vanthullbettink@vno-ncwwest.nl).

Het georganiseerd bedrijfsleven in Noord-Holland heeft met grote verbazing kennisgenomen van de open brief van een groep economen aan de Tweede Kamer. De komende jaren wordt bij Tata Steel een van de grootste verduurzamingsslagen van Nederland gemaakt. Dat is niet alleen belangrijk voor het klimaat en de leefomgeving in de IJmond, maar ook voor duizenden banen, toeleveranciers en de kracht van onze maakindustrie in het hele Noordzeekanaalgebied.

Wij spraken ons hier eerder al over uit en vinden het belangrijk dat in de discussie over de toekomst van Tata Steel ook het economische belang van de regio wordt gehoord. De briefschrijvers maken een grove basisfout door Tata Steel als geïsoleerd productiebedrijf te beschouwen. Daarmee miskennen zij de economische verwevenheid van Tata Steel met de omgeving, in het bijzonder met de honderden bedrijven in de IJmond en het Noordzeekanaalgebied. Het gaat om het totale ‘economische ecosysteem’. Beëindiging van de staalproductie en het afkappen van energietransitie zou ingrijpende negatieve gevolgen voor de regio hebben. De ideeën voor andere economische activiteiten zien wij als naïeve dagdromerij.

Wij vragen de Tweede Kamer en het kabinet om ambitie te tonen bij het maken van de maatwerkafspraken zodat de volgende stappen kunnen worden gezet naar Groen Staal. Om zo te zorgen voor een versnelling van de verduurzaming, banen van de toekomst én een gezondere en schonere leefomgeving. We staan hierin niet alleen. Ook de IJmondgemeenten doen een soortgelijke oproep aan de Tweede Kamer.

Hiervoor moeten nog wel belangrijke stappen worden gezet zodat de gezondheid van omwonenden beter wordt geborgd. De snelste weg naar het verbeteren van de gezondheidssituatie is echter de uitvoering van de maatwerkafspraken.

In het recente Kamerdebat werd die afweging scherp zichtbaar: zorgen over gezondheid en leefomgeving gaan hand in hand met het besef dat werkgelegenheid en strategische industrie behouden moeten blijven. Een meerderheid sprak zich uit voor steun aan verduurzaming, mits er harde afspraken komen. Tegelijkertijd werd benadrukt dat de transitie van Tata Steel een unieke kans biedt om het Noordzeekanaalgebied te ontwikkelen tot een toonaangevende hub voor duurzame industrie. Dat vraagt om een integrale aanpak, waarin overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen gezamenlijk optrekken en de verduurzaming van Tata expliciet wordt benut als vliegwiel voor de bredere transitie van het hele industriële cluster.

De geopolitieke situatie verslechtert nog steeds, fossiele energie wordt steeds duurder en onzekerder en de afhankelijkheid van Europa van landen als China, Rusland en de Verenigde Staten moet snel worden gereduceerd. We zullen dus meer en in onze eigen Europese industrie moeten investeren. De kansen op groen staal zijn elders niet per se beter. Overal loopt men tegen problemen aan, net als in Nederland.

Juist het project bij Tata Steel zou een grote doorbraak zijn en qua omvang echt impact maken. Of zoals dr Pieter Boot (verbonden aan het Clingedael International Energy Programme) het treffend verwoordt; ‘Nederland mag zich in zijn handen knijpen dat een Indiaas bedrijf als Tata Steel vertrouwen heeft in investeringen in Nederland, gezien hoe moeilijk de Europese projecten voor groen staal van de grond komen.’ En ook het pleidooi ‘Groene staalindustrie heeft wel degelijk toekomst in Nederland’ bevat zeer steekhoudende argumenten waarom er juist wel publiek moet worden geïnvesteerd in de verduurzaming van Tata Steel.

Ondertekend door

Haico Spijkerboer namens VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam,

Friso de Zeeuw namens Economisch Forum Holland Boven Amsterdam,

Kees Noorman namens ORAM,

Patrick Swart namens Techport,

Leen Wisker namens OV IJmond

Steeds meer ondernemers krijgen te maken met cyberincidenten, terwijl lang niet iedereen zich daar voldoende op voorbereid voelt. Digitale weerbaarheid is allang geen IT-vraagstuk meer, maar een randvoorwaarde voor continuïteit en groei. Juist daar ligt de focus van VNO-NCW West: ondernemers helpen om grip te krijgen op digitale risico’s én de kansen.

Met de Raad van Advies Digitale Weerbaarheid brengt VNO-NCW West experts uit verschillende disciplines samen. De trekkers van de raad zijn Dave Maasland (CEO van cybersecuritybedrijf ESET Nederland) en Reny Stark (partner technology & data bij Lexence). Vanuit hun eigen expertise – technisch en juridisch – delen zij een gezamenlijke missie: digitale weerbaarheid toegankelijk, praktisch en positief maken voor ondernemers.

Kunnen jullie jezelf kort voorstellen en wat doen jullie binnen VNO-NCW West?

Dave Maasland: “Ik ben CEO van ESET Nederland, een Europees cybersecuritybedrijf. Wij leveren software en diensten om organisaties te beschermen. In mijn werk ben ik zowel bezig met technologie als met het duiden van ontwikkelingen richting een breder publiek. Binnen VNO-NCW West ben ik betrokken geraakt omdat ik geloof dat we ondernemers echt verder kunnen helpen op dit onderwerp.”

Reny Stark: “Ik ben advocaat en partner technology & data bij Lexence in Amsterdam en daarnaast bestuurslid bij VNO-NCW Rijnland. In mijn dagelijkse praktijk zie ik veel vraagstukken rondom compliance, cybersecurity en data. Wat mij daarin opvalt, is dat het vaak heel ingewikkeld en negatief wordt gebracht. Mijn motivatie is juist om dat te doorbreken. Je kunt op een pragmatische manier compliant én weerbaar zijn, zonder dat het meteen zwaar, kostbaar of langdurig hoeft te zijn.”

Waarom is de Raad van Advies Digitale Weerbaarheid opgericht?

Dave Maasland: “Het onderwerp is de afgelopen jaren enorm belangrijk geworden. Zeker in regio’s met vitale sectoren zie je hoe afhankelijk we zijn van digitale systemen. Binnen VNO-NCW West werken we vaker met adviesraden om input op te halen: wat speelt er, waar moeten we mee aan de slag? Met deze raad vertalen we die inzichten direct naar concrete, praktische handvatten waar ondernemers morgen mee aan de slag kunnen, zoals bijvoorbeeld de podcast De Cyberkans, waarin ondernemers hun ervaringen delen.

Reny Stark: “Ja, en die energie voel je ook echt binnen de raad. Het bruist. Iedereen deelt diezelfde benadering: hoe maken we dit positief, toegankelijk en concreet? Want als je het te complex maakt of te negatief brengt, dan bevriezen ondernemers en gebeurt er niets. Terwijl er juist zoveel mogelijk is als je het praktisch benadert. Vanuit mijn juridische praktijk zie ik hoe belangrijk het is om dat ook te vertalen naar overzicht en houvast, bijvoorbeeld met een heldere compliance roadmap of een incidentenkaart die laat zien wat je moet doen als het misgaat.”

Jullie benadrukken die positieve benadering. Waarom is dat zo belangrijk?

Dave Maasland: “Met angst krijg je aandacht, maar geen actie. Dat is echt de kern. Je kunt allerlei spookverhalen vertellen, maar daar help je ondernemers niet mee. Wij willen laten zien: als je dit goed regelt, levert het je iets op. Je bent beter voorbereid, je straalt betrouwbaarheid uit en je kunt ook gewoon sneller en met meer vertrouwen ondernemen.”

Reny Stark: “Het helpt ondernemers om in beweging te komen. Als iets alleen maar voelt als een verplichting of kostenpost, dan stel je het uit. Maar als je ziet dat je er zelf sterker van wordt en dat je de regie kunt pakken, dan verandert dat. Dan wordt het iets wat je wilt doen in plaats van moet doen.”

Wat betekent digitale weerbaarheid concreet voor ondernemers?

Reny Stark: “Vaak begint het met basisvragen. Waar staat je data? Wie heeft er toegang toe? Veel bedrijven weten dat eigenlijk niet goed. Terwijl je daar volledig van afhankelijk bent. Daarnaast zie je dat risico’s niet alleen van buiten komen. Denk ook aan interne situaties, zoals een medewerker die vertrekt of een conflict binnen het bedrijf. Digitale weerbaarheid is dus veel breder dan alleen ‘gehackt worden’.”

Dave Maasland: “Het gaat uiteindelijk niet om IT of techniek, maar om je bedrijfsvoering. Wanneer heb jij echt een probleem als ondernemer? Dat is als je systemen niet werken, als je data niet betrouwbaar is of als je er niet bij kunt. Dus het begint met een simpele vraag: wat zijn mijn risico’s? Waar ben ik afhankelijk van?”

Hebben jullie zelf ervaring met cyberincidenten?

Reny Stark: “In mijn werk zie ik twee soorten bedrijven. Bedrijven die nog niets hebben geregeld en pas bij een incident hulp inschakelen, daar zie je vaak paniek en weinig regie. En bedrijven die voorbereid zijn, daar zie je rust. Die hebben een plan, weten wat ze moeten doen en komen er vaak sterker uit. Het kan zelfs iets positiefs hebben: teams werken beter samen, processen worden aangescherpt. Het incident zelf is vervelend, maar hoe je ermee omgaat maakt het verschil.”

Dave Maasland: “Wij hebben ook regelmatig te maken met incidenten, in allerlei vormen. Soms klein, soms groter, dat hoort er gewoon bij. De kern van weerbaarheid is dat je leert van wat er gebeurt. Dat je processen verbetert en sterker wordt. Dus het is niet de vraag of er iets gebeurt, maar hoe je ermee omgaat en wat je ervan leert.”

Wat betekent nieuwe wetgeving van de cyberbeveiligingswet (NIS2) voor ondernemers?

Reny Stark: “NIS2 is een Europese richtlijn die bedrijven verplicht om hun cybersecurity serieus te organiseren. Het doel: minder cyberaanvallen en minder schade als er iets misgaat. In Nederland wordt dit omgezet naar de Cyberbeveiligingswet, die naar verwachting later dit jaar ingaat. Veel ondernemers denken dat het een ver-van-mijn-bed-show is omdat formeel niet iedere onderneming onder de NIS2 valt. Maar als je onderdeel bent van een keten, kan het wel degelijk impact hebben. Klanten gaan eisen stellen, dus het wordt ook commercieel relevant.

Om ondernemers hierbij te ondersteunen, zijn we een samenwerking gestart met het platform Samen Digitaal Veilig, waarmee bedrijven concreet stappen kunnen zetten richting digitale weerbaarheid en NIS2.”

Dave Maasland: “En het helpt om het groter te zien. Het doel van die wetgeving is om Europa weerbaarder te maken. Dat betekent dat iedereen een rol heeft. Je bent niet alleen afhankelijk van anderen, maar anderen zijn ook afhankelijk van jou.

Dus het begint bij jezelf: wat kan ik doen? En misschien ook: hoe kan ik mijn leveranciers helpen om sterker te worden? We zijn allemaal onderdeel van hetzelfde ecosysteem.”

Wat kunnen ondernemers concreet verwachten van de Raad van Advies?

Dave Maasland: “We willen vooral impact maken. Geen praatclub, maar doen. We willen ondernemers echt in beweging krijgen en kunnen laten zien wat het oplevert. Bijvoorbeeld door te meten hoeveel bedrijven aan de slag gaan met concrete tools en platforms.”

Reny Stark: “We delen kennis, ervaringen en praktische handvatten. Het doel is altijd: hoe maken we het concreet en hoe helpen we ondernemers om te beginnen? Denk aan tools zoals een incidentenkaart en een compliance roadmap, maar ook aan bijeenkomsten en content zoals de podcast De Cyberkans. In de podcast laten we ondernemers zelf aan het woord: hoe zijn zij begonnen, waar liepen ze tegenaan en wat heeft het hen opgeleverd?

Het mooie daarvan is dat het heel laagdrempelig is. Je hoort echte verhalen, herkenbare situaties en concrete stappen. Het maakt het onderwerp bijna ‘spelenderwijs’ begrijpelijk. Veel ondernemers ervaren een drempel om te beginnen maar als je die verhalen hoort, merk je: het is te doen.”

Wat maakt deze raad uniek?

Reny Stark: “We hebben een heel divers gezelschap. Iedereen kijkt vanuit een andere invalshoek: juridisch, technisch, verzekeringskant, IT. Dat vult elkaar heel mooi aan.”

Dave Maasland: “Maar we delen dezelfde mentaliteit: pragmatisch, positief en gericht op kansen. En we willen echt iets voor elkaar krijgen. Dat maakt het krachtig.”

Tot slot: wat willen jullie ondernemers meegeven?

Dave Maasland: “Digitale weerbaarheid gaat niet alleen over jouw bedrijf, maar ook over onze samenleving. We zien dat cyberdreigingen steeds meer verweven raken met geopolitiek en veiligheid. Door je eigen zaken op orde te hebben, draag je bij aan een sterker geheel.”

Reny Stark: “Technologie en regels zijn maar een deel van het verhaal. Je grootste kracht zit in je eigen mensen. Medewerkers die begrijpen waarom digitale weerbaarheid belangrijk is, worden vanzelf ambassadeurs. Zonder awareness is er geen echte compliance. Investeer dus niet alleen in systemen, maar juist ook in kennis, gedrag en cultuur. Dáár maak je het verschil.”

De arbeidsmarkt verandert in hoog tempo. Tekorten aan personeel, snelle technologische ontwikkelingen en de noodzaak tot om- en bijscholing vragen om een andere manier van samenwerken. Met de officiële opening van Werkcentra in alle 35 arbeidsmarktregio’s zet Nederland een belangrijke stap richting een toekomstbestendige arbeidsmarkt.

Voor werkgevers betekent dit concreet: één centraal punt waar zij terechtkunnen met al hun vragen over personeel, scholing en ontwikkeling.

Eén loket voor alle vragen over werk en personeel

Het Werkcentrum is een gezamenlijk initiatief van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, UWV, gemeenten, werkgevers- en werknemersorganisaties en onderwijsinstellingen. Door deze samenwerking worden kennis en dienstverlening gebundeld en beter toegankelijk gemaakt. Werkgevers kunnen bij het Werkcentrum terecht voor onder andere:

  • het vinden van (nieuw) personeel;
  • advies over om- en bijscholing van medewerkers;
  • ondersteuning bij duurzame inzetbaarheid;
  • informatie over subsidies en regelingen, zoals jobcoaching of loonkostenvoordeel;
  • het anders kijken naar talent, bijvoorbeeld door meer te sturen op vaardigheden (skills) in plaats van alleen diploma’s.

In plaats van meerdere loketten en versnipperde informatie, biedt het Werkcentrum één ingang en direct contact met de juiste partner.

Samenwerking in de regio als sleutel tot succes

De Werkcentra zijn georganiseerd binnen de 35 arbeidsmarktregio’s van Nederland. Binnen deze regio’s werken gemeenten, UWV, onderwijsinstellingen en sociale partners intensief samen om vraag en aanbod op de arbeidsmarkt beter op elkaar af te stemmen. Deze regionale aanpak maakt het mogelijk om sneller en gerichter in te spelen op de behoeften van werkgevers en sectoren. Wat speelt er in de regio? Waar liggen de tekorten? En welke oplossingen zijn nodig om mensen duurzaam aan het werk te helpen of te houden? Door dienstverlening te bundelen en samenwerking te versterken, leveren de Werkcentra een belangrijke bijdrage aan een wendbare en toekomstbestendige arbeidsmarkt.

Belang voor werkgevers

Voor werkgevers biedt het Werkcentrum vooral gemak, overzicht en maatwerk. Of het nu gaat om het vinden van nieuwe medewerkers, het ontwikkelen van huidig personeel of het benutten van regelingen: via één loket krijgen werkgevers toegang tot het volledige netwerk. Juist in een krappe arbeidsmarkt is dat essentieel. Het vraagt van werkgevers om breder te kijken naar talent, meer te investeren in ontwikkeling en slimmer samen te werken met partners in de regio. Het Werkcentrum ondersteunt daarbij.

Rol van VNO-NCW West

VNO-NCW West is actief betrokken bij de Werkcentra in Noord- en Zuid-Holland. In alle arbeidsmarktregio’s vertegenwoordigen wij de belangen van ondernemers en werkgevers. Onze arbeidsmarktadviseurs zijn regionaal actief en staan in direct contact met ondernemers. Zij zorgen ervoor dat signalen uit de praktijk worden meegenomen in de aanpak van de Werkcentra en in het bredere arbeidsmarktbeleid. Zo dragen wij bij aan oplossingen die aansluiten bij de realiteit van ondernemers en versterken we de verbinding tussen beleid en praktijk.

Benieuwd hoe we ons nog meer inzetten voor een gezonde arbeidsmarkt? Kijk dan hier.

Benieuwd wat het Werkcentrum in jouw regio voor je kan betekenen? Bekijk het hier.

VNO-NCW regio Den Haag versterkt haar bestuur met twee nieuwe leden: Lotte Hart en Marcel Jutte. Met hun verschillende achtergronden brengen zij waardevolle kennis en ervaring mee op het gebied van digitalisering, AI en cybersecurity—onderwerpen die steeds bepalender worden voor het ondernemersklimaat in de regio.

Lotte Hart: brug tussen technologie en praktijk

Lotte Hart is partner bij SeederDeBoer, een bureau dat organisaties begeleidt bij complexe verandertrajecten op het gebied van onder andere data, AI, digitalisering en energietransities. Het bureau werkt sectoroverstijgend voor onder meer de zorg, publieke sector, financiële sector en energiesector.

Sinds oktober is Lotte bestuurslid en al snel raakte zij betrokken bij het jaarplan van de kring, met specifieke aandacht voor AI en digitalisering. Volgens haar staan ondernemers voor belangrijke keuzes: technologische ontwikkelingen kunnen overweldigend zijn, maar bieden juist ook grote kansen—mits je begrijpt wat er op je afkomt.

Met haar achtergrond in data science én bestuurskunde wil Lotte bijdragen aan het vergroten van het kennisniveau onder ondernemers. Ze zet zich ervoor in om complexe ontwikkelingen begrijpelijk te maken en het gesprek hierover te stimuleren, niet alleen op technisch niveau maar juist ook in heldere, toegankelijke taal. Binnen de kring wil zij bijeenkomsten organiseren die verder gaan dan de hype en ondernemers helpen om samen na te denken over de impact van technologie op hun organisatie en de samenleving.

Marcel Jutte: autoriteit in cybersecurity en digitale weerbaarheid

Ook Marcel Jutte treedt toe tot het bestuur. Hij heeft zijn hele carrière in de techniek gewerkt en is al meer dan dertig jaar actief in cybersecurity, met een specialisatie in Operational Technology (OT): de beveiliging van fysieke systemen zoals fabrieken, ziekenhuizen en energie-installaties.

Marcel geldt als een autoriteit in zijn vakgebied. Hij adviseert bij diverse overheidsinitiatieven, zet zich in voor publiek-private samenwerkingen en is actief binnen onder meer het Industrial Platform Cyber Security en de OT-coalitie. Daarnaast deelt hij zijn kennis als lecturer bij de International Cyber Security Summer School in Den Haag en als mentor voor start-ups bij YES!Delft.

Zijn drijfveer is helder: bijdragen aan de digitale weerbaarheid van bedrijven én de samenleving. Cybersecurity stopt immers niet bij de grens en vraagt om intensieve samenwerking tussen bedrijven, overheid en kennisinstellingen—zowel nationaal als internationaal.

Binnen VNO-NCW regio Den Haag zet Marcel zich in om ondernemers nog bewuster te maken van het belang van digitale veiligheid. Volgens hem kan geen enkele organisatie dit alleen: samenwerking is essentieel om weerbaar te blijven in een steeds digitalere wereld.

Samen bouwen aan een toekomstbestendig ondernemersklimaat

Met de komst van Lotte Hart en Marcel Jutte haalt VNO-NCW regio Den Haag niet alleen inhoudelijke expertise in huis, maar ook twee bestuurders die zich actief willen inzetten voor kennisdeling, samenwerking en bewustwording onder ondernemers.

We heten Lotte en Marcel van harte welkom en kijken uit naar hun bijdrage aan een innovatief én digitaal weerbaar ondernemersklimaat in de regio Den Haag.

Nog niet zo lang geleden hebben wij alle DGA’s uitgenodigd voor de DGA-reis naar Finland in mei. Naar aanleiding van feedback van verschillende DGA leden hebben we besloten de vertrekdatum aan te passen en de reis in te korten. De reis viel samen met het pinksterweekend, wat voor meerdere DGA’s onhandig bleek uit te komen.

De reis zal nu plaatsvinden van maandag 25 mei (2e Pinksterdag) tot en met donderdag 28 mei 2026. Door deze aanpassing wordt de reis bovendien aanzienlijk goedkoper: de kosten zullen €1.975 per persoon bedragen (gebaseerd op 23 deelnemers). Er zijn nog plekken vrij, dus meld je snel aan!

De inhoud van de reis blijft onveranderd sterk: een inspirerend programma met bedrijfsbezoeken, ontmoetingen met Finse ondernemers en overheid en gesprekken over weerbaarheid, innovatie, duurzaamheid, familiebedrijven en ondernemerskansen.

Bekijk het hele programma en bedrijfsbezoeken via deze link: https://new.express.adobe.com/webpage/io0rMKGjAcPIN

Wat kun je verwachten?

Tijdens deze reis onderzoeken we samen één centrale vraag: Wat kunnen wij als Nederlandse ondernemers leren van Finland? Finland staat bekend om de sterke samenwerking tussen overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven. Ook lopen zij ver op ons vooruit op het gebied van weerbaarheid, autonomie (op verschillende vlakken) en duurzaamheid. Tijdens de reis krijgen we hier van dichtbij inzicht in door middel van bedrijfsbezoeken bij toonaangevende organisaties.

Het programma in het kort (het volledige programma met uitgebreide beschrijving van de bedrijfsbezoeken is te bekijken via de link):
Maandag 25 mei 
  • Vlucht Amsterdam → Helsinki (aankomst 13:00)
  • Bezoek aan EK (Confederation of Finnish Industries)
    • Inzicht in het Finse veiligheidsmodel en nationale strategie
    • Rol van NESA (economische weerbaarheid & ketenveiligheid)
    • National Defence Courses: hoe ondernemers betrokken zijn bij veiligheid
  • Check-in Hotel Lilla Roberts
  • Stadswandeling door Helsinki met lokale gids
  • Diner bij restaurant Sunn
 
Dinsdag 26 mei 
  • Bezoek aan KONE – wereldwijd koploper in slimme mobiliteitsoplossingen
  • Bezoek aan Neste – marktleider in duurzame brandstoffen (SAF)
  • Unieke ervaring: schietworkshop in hartje Helsinki
  • Diner bij restaurant Winest
 
Woensdag 27 mei 
  • Bezoek aan WithSecure – cybersecurity & digitale autonomie
  • Bezoek aan Vaisala – ontwikkelt meetapparatuur en data-oplossingen voor weer, klimaat en industriële processen
  • Bezoek aan Fazer – familiebedrijf en onderdeel van Finland’s food security-programma
  • Diner op een eiland: NJK Summer Island
 
Donderdag 28 mei
  • Bezoek aan Marioff – wereldleider in watermist-brandbeveiliging (o.a. cruiseschepen, datacenters)
  • Vlucht Helsinki → Amsterdam (13:55 – 15:25)

Naast inhoud en strategie is er uiteraard ook ruimte voor goede onderlinge gesprekken en voldoende tijd om Finland culinair en cultuur te ervaren. Zo krijgen we schietlessen bij een schietschool in het centrum van Helsinki. Daarnaast verblijven we in een stijlvol hotel in het hart van Helsinki en laten ons ook culinair verrassen met diners op bijzondere locaties. Deze reis is dus een leuke manier om gelijkgestemde DGA’s beter te leren kennen en je netwerk te vergroten.

Zo meld je je aan

Het volledige programma en de bijbehorende kosten vind je via de link hieronder. Hier kun je je ook aanmelden voor de reis. Meld je zo snel mogelijk, maar uiterlijk voor maandag 13 april, aan om je te verzekeren van een plekje.

Bekijk het programma en meld je aan via de link: https://new.express.adobe.com/webpage/io0rMKGjAcPIN

We hopen deze bijzondere reis samen met jou te maken. Heb je vragen? Stuur gerust een mail naar Famke Schreurs (schreurs@vno-ncwwest.nl).

Na een wekenlange campagne was het woensdag een spannend avond(/nacht) voor de lokale politieke partijen. Niet alleen de politieke partijen keken vol spanning naar de binnendruppelende uitslagen, ook wij waren benieuwd welke richting de politiek de komende jaar in de gemeenten in Noord- en Zuid-Holland op gaat.

Het ondernemersklimaat staat onder druk. Dat bleek weer al te goed uit de Nationale Peiling Ondernemersklimaat die door VNO-NCW/MKB-Nederland werd uitgevoerd. Uit de resultaten bleek dat ondernemers in Nederland vrijwel onverminderd negatief zijn over het ondernemingsklimaat: meer dan de helft beschouwt dat als slecht tot zeer slecht. Over het ondernemingsklimaat in Noord- en Zuid-Holland oordelen ondernemers milder, al is ook daar meer dan een derde niet over te spreken. Steeds minder ondernemers zien voor hun bedrijf toekomst in Nederland en steeds meer geven aan niet meer in eigen land te gaan investeren.

Problemen als te weinig ruimte voor bedrijven, slechte bereikbaarheid en netcongestie worden door ondernemers als de grootste belemmeringen gezien om goed te kunnen blijven ondernemen. Dit zijn ook de problemen waar wij in aanloop naar de Gemeenteraadsverkiezingen meermaals aandacht voor hebben gevraagd bij lokale politici en bestuurders, o.a. door middel van onze verkiezingsmanifesten. Rogier Krabbendam, belangenbehartiger in Zuid-Holland: “Wij kennen de ondernemers, weten wat er speelt en hebben toegang tot een heel breed netwerk. Wij geven graag gevraagd of ongevraagd advies en brengen voorbeelden uit de praktijk, zodat de gevolgen van lokaal beleid tastbaar worden en de ondernemers een gezicht krijgen”.

Alle manifesten zijn hier te vinden: Manifesten Gemeenteraadsverkiezingen 2026

We vinden het dan ook van groot belang dat de politieke partijen deze problemen onderkennen en meenemen. Tijdens de coalitieonderhandelingen maar ook zeker daarna. Ondernemers kunnen niet langer wachten op oplossingen, ze hebben snel een stabiel college nodig. Daarom roepen we de lokale politiek op om samen te werken en brede coalities te vormen. Coalitie die oog hebben voor het belang van economie voor de gemeente, over de eigen gemeentegrenzen durven te kijken en inzetten op regionale samenwerking inziet.

Trudie van ‘t Hull-Bettink, belangenbehartiger in Noord-Holland, deelt haar zorgen over deze regionale samenwerking: “Een opvallende trend in de uitslagen is de verdere stijging van de populariteit van lokale politieke partijen. Een gezond ondernemers- en vestigingsklimaat gaat verder dan alleen de gemeentegrenzen. In Noord-Holland Noord wordt om deze reden door het bedrijfsleven echt ingezet op regionale samenwerking. Zowel tussen gemeenten onderling als tussen de gemeente en provincie. We zijn zetten daarom de komende tijd extra in op het contact met de verschillende lokale politieke partijen, zodat zij daar ook meer oog voor krijgen. Wij leggen graag de verbinding met de verschillende regio’s, provincie en het Rijk in Den Haag, en ook in Brussel als men dat wenst. Daar ligt een belangrijke rol voor ons om de toenadering met die partijen te zoeken om zo het ondernemersgeluid een stem te geven.”

Je kunt als ondernemer, politicus of bestuurder met een vraag altijd contact opnemen met Rogier Krabbendam (krabbendam@vno-ncwwest.nl) en Trudie van ’t Hull-Bettink (vanthullbettink@vno-ncwwest.nl).