Prioriteren infrastructuur goede stap, maar extra geld blijft hard nodig

Vandaag stuurde minister Karremans (IenW) een prioriteringskader naar de Tweede Kamer. Door een kader vast te stellen neemt de kans op verdere ongepland uitval van infrastructuur verder af. Dat is een goede stap. Maar het grote probleem blijf dat er structureel te weinig middelen zijn voor onderhoud, vervanging en nieuwe aanleg van infrastructuur. Dat heeft maatschappelijke- en economische gevolgen voor onze regio en heel Nederland.

Op talloze punten in Noord- en Zuid-Holland staat de infrastructuur er slecht voor. De afgelopen tijd werd dit weer pijnlijke duidelijk. De afgesloten Houtribdijk in Noord-Holland en de Merwedebrug en de Suurhoffbrug in Zuid-Holland zorgen ervoor dat bedrijven kilometers moeten omrijden. Haperende of uitblijvende infrastructuur wordt op steeds meer plekken een remmende factor in de economische groei van regio’s en Nederland als geheel. Daarnaast hebben we goed werkende infrastructuur hard nodig voor onze weerbaarheid.

Minister Karremans ziet de ernst van de zaak en kwam vandaag met een prioriteringsbrief. Hij geeft daarin onderhoud, levensduurverlenging en vervanging prioriteit. En beperkt projecten tot wat echt nodig is om van A naar B te komen. Hiermee moet de kans op ongeplande uitval afnemen.

Tegelijkertijd maken deze keuzes pijnlijk zichtbaar hoe groot het probleem inmiddels is. Zo wordt een deel van de infrastructuur niet vervangen doordat er onvoldoende geld is, terwijl daar wel aanleiding toe is. Hierdoor blijven er zorgen over verdere uitval van infrastructuur met alle gevolgen voor onze economie.

Ook zien we dat er door de tekorten aan middelen veel nieuwe aanleg niet meer mogelijk is. Dit terwijl die nieuwe aanleg van groot belang is om Nederland nationaal en internationaal bereikbaar te houden. Zo is er te weinig geld voor het volledig afmaken van het Zuidasdok en doortrekken van de Noord/Zuidlijn. Twee projecten die een enorme bijdrage kunnen leveren aan de economie en bereikbaarheid van niet alleen de Metropoolregio Amsterdam, maar van heel Nederland.

Ten derde zien we dat op de wat langere termijn grote tekorten blijven bestaan voor het hele palet van onderhoud, tot vervanging en nieuwe aanleg. Hoewel het kabinet in de Miljoenennota extra middelen beschikbaar maakt en deze prioritering een goede stap is, is dat dus nog niet voldoende. Het blijft van groot belang dat er snel structureel meer middelen beschikbaar gesteld worden om aanvullende investeringen in infrastructuur mogelijk te maken.

Belangrijk is daarnaast dat er een langere termijn plan komt dat duidelijk maakt wat voor onderhoud, vernieuwing en aanleg van infrastructuur de komende 15 jaar nodig is. Hierover gaan VNO-NCW en MKB-Nederland – samen met de sector – graag met het kabinet in gesprek. Tot slot gaan ondernemers graag in gesprek met Rijkswaterstaat over mogelijke maatregelen bij uitval of beperkingen van infrastructuur, om de economische schade zoveel mogelijk te beperken.

Rotterdam | voorkeur full time (37,5 uur per week)  

Ben jij een energieke netwerker die ondernemers, bestuurders en maatschappelijke partners met elkaar weet te verbinden? Krijg jij energie van het bouwen aan een sterk netwerk, het organiseren van impactvolle bijeenkomsten én het vertegenwoordigen van ondernemersbelangen in de regio Rotterdam? Dan is VNO-NCW West op zoek naar jou. 

Wie zijn wij?
VNO-NCW West is hét ondernemersnetwerk van Noord- en Zuid-Holland en één van de vijf regionale verenigingen van VNO-NCW. Samen met onze leden zetten wij ons in voor een sterk ondernemings- en vestigingsklimaat. We verbinden ondernemers, delen kennis, organiseren inspirerende bijeenkomsten en behartigen de belangen van het bedrijfsleven richting overheid, politiek en maatschappelijke organisaties. 

In de regio Rotterdam vertegenwoordigen wij ondernemers uit uiteenlopende sectoren. Samen werken we aan thema’s die ondernemers raken, zoals bereikbaarheid, ruimte voor bedrijven, arbeidsmarkt, innovatie, duurzaamheid en economische ontwikkeling.

Het team
Bij VNO-NCW West werk je in een klein en hands on team. Iedereen draagt vanuit een eigen expertise bij aan onze vereniging: in de regio, via lobby, via communicatie of op het gebied van ledenadministratie. We werken zelfstandig, maar zoeken elkaar gemakkelijk op om te overleggen en ideeën uit te wisselen. Dat doen we vanuit ons kantoor in Den Haag, thuis én – als verenigingsmanager – natuurlijk veel in de regio. 

Wie ben jij?
Je hebt affiniteit met ondernemerschap en begrijpt wat ondernemers bezighoudt. Je voelt je thuis in een omgeving waar bedrijfsleven, overheid, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties samenkomen. Je bent ondernemend, zelfstandig en weet mensen in beweging te krijgen. 

Je schakelt gemakkelijk tussen een gesprek met een ondernemer, een bestuurder of een partnerorganisatie. Je bent zichtbaar in de regio, bouwt actief aan relaties en weet kansen om te zetten in concrete resultaten. 

Daarnaast ben je een sterke organisator die energie krijgt van het ontwikkelen van nieuwe initiatieven, het organiseren van bijeenkomsten en het verder uitbouwen van een actief en betrokken ondernemersnetwerk. 

Wat ga je doen?
Als Verenigingsmanager Regio Rotterdam ben je de drijvende kracht achter het regionale netwerk. Je werkt nauw samen met het regiobestuur, leden, partners en collega’s binnen VNO-NCW West. 

Jouw werkzaamheden:

  • Je ondersteunt het bestuur bij het opstellen en uitvoeren van de regionale strategie en jaaragenda; 
  • Je ondersteunt de voorzitters van de diverse portefeuilles binnen het bestuur; 
  • Je draagt actief bij aan ledenbinding, ledenwerving en de verdere groei van het netwerk; 
  • Je onderhoudt actief contact met leden, bestuurders en andere stakeholders; 
  • Je ontwikkelt en organiseert inspirerende bijeenkomsten, bedrijfsbezoeken, debatten en netwerkactiviteiten; 
  • Je werkt samen met collega’s op het gebied van belangenbehartiging, communicatie en bijeenkomsten; 
  • Je verzorgt de voorbereiding van bestuursvergaderingen, bewaakt de opvolging van acties en ondersteunt het bestuur bij de uitvoering van besluiten; 
  • Je bent een belangrijke schakel tussen de regio Rotterdam en de organisatie van VNO-NCW West. 

Wat breng je mee?
Wij zoeken een enthousiaste en ondernemende collega die: 

  • beschikt over hbo- of academisch werk- en denkniveau; 
  • minimaal enkele jaren relevante werkervaring heeft in een netwerk-, verenigings-, en/of bestuursomgeving; 
  • affiniteit heeft met ondernemerschap, economie en maatschappelijke ontwikkelingen; 
  • sterk is in het opbouwen en onderhouden van relaties; 
  • gemakkelijk schakelt tussen strategisch, tactisch en operationeel niveau; 
  • initiatiefrijk en resultaatgericht is; 
  • ervaring heeft met bestuurlijke processen en stakeholdermanagement; 
  • uitstekende mondelinge en schriftelijke communicatieve vaardigheden heeft;
  • Een relevant netwerk in de regio Rotterdam is daarbij een pré. 

Wat bieden wij?
Bij VNO-NCW West krijg je veel ruimte om zelfstandig te werken, initiatieven te nemen en impact te maken. Je werkt in een betrokken team en komt dagelijks in contact met ondernemers, bestuurders en beslissers uit de regio. Daarnaast bieden wij: 

  • een afwisselende functie met veel verantwoordelijkheid en vrijheid; 
  • een arbeidsovereenkomst voor één jaar met uitzicht op een vast dienstverband; 
  • een salaris tussen €4.000 en €5.000 bruto per maand op fulltime basis, afhankelijk van je kennis en ervaring; 
  • 8% vakantiegeld; 
  • dertiende maand; 
  • vitaliteitsbonus; 
  • 28 vakantiedagen en 2 brugdagen op fulltime basis; 
  • een goede pensioenregeling; 
  • reiskosten- en thuiswerkvergoeding; 
  • een inspirerende werkplek in de Malietoren in Den Haag, gecombineerd met werken in de regio Rotterdam en thuiswerken. 

Interesse?
Wil jij bouwen aan het sterkste ondernemersnetwerk van Rotterdam en een bijdrage leveren aan een beter ondernemersklimaat voor de regio? Stuur dan jouw cv en motivatie naar Bianca Hage, hage@vno-ncwwest.nl. 

Wil je eerst meer weten over de functie? Neem dan contact op via 070-349 08 15. 

Acquisitie naar aanleiding van deze vacature wordt niet op prijs gesteld.

Een directe treinverbinding tussen Den Haag en Brussel versterkt de internationale bereikbaarheid en de economische kracht van de regio. VNO-NCW West was op woensdag 7 oktober aanwezig bij de ondertekening van het manifest ‘Den Haag kiest voor internationale verbinding’ in het Haagse stadhuis.

Met het manifest spreken overheden, bedrijven, internationale organisaties, kennisinstellingen en regionale partners hun steun uit voor een rechtstreekse treinverbinding met Brussel. Als internationale stad van vrede, recht en bestuur werkt Den Haag dagelijks samen met partners in het politieke hart van Europa.

Bereikbaarheid als basis voor ondernemen

Voor ondernemers zijn goede internationale verbindingen belangrijk. Ze brengen klanten, medewerkers en samenwerkingspartners dichterbij en ondersteunen kennisuitwisseling en zakendoen over de grens. Een directe treinverbinding biedt daarnaast kansen voor congressen, cultuur en toerisme en stimuleert duurzame mobiliteit en verlaagt de druk op de wegen.

VNO-NCW West ondersteunt de ambitie om Den Haag rechtstreeks met Brussel te verbinden. Een sterke internationale positie vraagt om goede bereikbaarheid, voor de stad én het bedrijfsleven in de regio.

Marktconsultatie gestart

Bij de ondertekening is ook een marktconsultatie gestart. De gemeente nodigt vervoerders uit om mee te denken over de mogelijkheden om de verbinding te realiseren.

De betrokken partijen streven naar een directe verbinding vanaf 2029, wanneer Nederland voorzitter is van de Raad van de Europese Unie. Het manifest en de marktconsultatie vormen een stap op weg naar die ambitie.

Lees het manifest ‘Den Haag kiest voor internationale verbinding’.

De geplande productiefaciliteit van Eli Lilly biedt kansen voor werkgelegenheid, het regionale mkb en het life sciences ecosysteem rond Leiden. Daarom heeft VNO-NCW West in de Katwijkse raadscommissie steun uitgesproken voor de komst van het bedrijf. De gemeenteraad bespreekt het plan op donderdag 1 oktober.

Lilly wil in Zijlhoek-De Woerd een farmaceutische productiefaciliteit bouwen. Volgens het bedrijf gaat het om een investering van € 2,6 miljard. De plannen voorzien in circa 500 banen bij Lilly en werkgelegenheid tijdens de bouw. Ook daarna liggen er kansen voor regionale bedrijven, bijvoorbeeld als toeleverancier en bij onderhoud en dienstverlening.

“De komst van Lilly is goed nieuws voor het lokale mkb in Katwijk en de hele regio”, zei Rogier Krabbendam, directeur Public Affairs van VNO-NCW West, tijdens de raadscommissie op 17 september. “Een sterke regionale economie heeft naast een breed mkb ook grote innovatieve productiebedrijven nodig. Juist die combinatie maakt ons toekomstbestendig en weerbaar.”

De vestiging kan bovendien het ecosysteem rond het Leiden Bio Science Park versterken. Onderzoek, ontwikkeling, opschaling en hoogwaardige productie horen in de life sciences bij elkaar. Een bedrijf als Lilly brengt kennis, gespecialiseerde banen en mogelijkheden voor samenwerking met onderwijs, onderzoekers en ondernemers in de regio. VNO-NCW Rijnland werkt binnen Key Region Leiden mee aan de MKB-Actieagenda, die kennisclusters en ondernemers beter met elkaar moet verbinden.

VNO-NCW West begrijpt dat de gemeente zorgvuldig moet kijken naar de gevolgen voor de omgeving en de voorwaarden voor de vestiging. Tegelijkertijd vraagt de ondernemersvereniging de raad de economische en maatschappelijke kansen voor Katwijk en de regio zwaar mee te wegen en, wanneer het voorstel in stemming komt, een positief bindend advies te geven.

De raad beslist op 1 oktober eerst of een verzoek om een referendum over het ontwerpbesluit verder kan gaan. Als dat gebeurt, wordt het besluit over het definitief bindend advies uitgesteld. Na een positief bindend advies is het aan het college om over de omgevingsvergunning te besluiten.

Voor de zomer riep VNO-NCW West het kabinet op om netcongestie per direct als crisis te behandelen. Wij deden dit samen met de andere regioverenigingen van VNO-NCW. Netcongestie is niet alleen een groot energieprobleem maar een acute bedreiging voor onze economie, woningbouw en verduurzaming. 

Ondernemers lopen nu al vast door een overvol stroomnet. Bedrijven kunnen niet uitbreiden, investeringen worden uitgesteld en verduurzaming loopt vast doordat uitbreiding van het elektriciteitsnet achterblijft terwijl Nederland juist sneller wil elektrificeren. Deze situatie verslechterd snel.

Daarom stuurde VNO-NCW West het kabinet deze brandbrief. Niet alleen wij deden deze oproep, ook de provincie Noord-Holland heeft het Rijk vorige maand nog opgeroepen om netcongestie als nationale crisis te behandelen.

De brandbrieven en oproepen hebben effect gehad, want het kabinet zet nieuwe crisiswetgeving in om een vol stroomnet aan te pakken. Het kabinet komt met een pakket wetswijzigingen, vergelijkbaar met de voormalige Crisis- en herstelwet. Daarmee wil het kabinet de doorlooptijd voor nieuwe stroomverbindingen halveren.

Dit is een belangrijke stap, zeker voor de langere termijn. Maar er is meer nodig om ook op korte termijn de netcongestieproblemen aan te pakken. Want netcongestie kost jaarlijks tientallen miljarden.

Ondernemers kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de verduurzaming van Nederland en de aanpak van netcongestie. Dan moet het elektriciteitsnet wel sneller worden uitgebreid en beter worden benut. Met daarbij snellere en gemakkelijkere vergunningprocedures wordt het dan mogelijk om zelf energie op te wekken, te delen en op te slaan.

De ochtend na Prinsjesdag kwamen tijdens vijf Miljoenenontbijten van VNO-NCW West in Den Haag, Rotterdam, Amsterdam, Oostland en Noordwest-Holland in totaal zo’n 1.300 ondernemers, politici en bestuurders bijeen. In Amsterdam zat de zaal bij de Postcode Loterij tot de laatste stoel vol. Daar bekeken ondernemers en bestuurders de Miljoenennota door een ondernemersbril en spraken zij over de toekomst van de Metropoolregio Amsterdam. 

Voorzitter van VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam Haico Spijkerboer opende het Amsterdams Miljoenenontbijt samen met gastheer Jonne Arnoldussen van de Postcode Loterij. Spijkerboer begon de ochtend met een serieuze oproep. In een wereld die snel verandert, moeten ondernemers, overheden en bestuurders over hun eigen schaduw heen durven stappen. Niet alleen het eigen belang of persoonlijk gewin moet centraal staan; ook de maatschappelijke waarde van keuzes telt. Juist nu is het nodig om verantwoordelijkheid te nemen voor het gezamenlijke belang en de samenwerking op te zoeken. 

Stabiliteit en ruimte voor ondernemers 

Onder leiding van dagvoorzitter Martijn de Greve werd minister van Defensie Dilan Yeşilgöz-Zegerius geïnterviewd over de Miljoenennota, de politieke actualiteit en de positie van ondernemers. Zij benadrukte het belang van een stabiele overheid en voorspelbaar beleid. Alleen dan hebben ondernemers voldoende vertrouwen om te investeren en te bouwen aan de toekomst van Nederland. 

Ondernemers zijn volgens Yeşilgöz de drijvende kracht achter de economie en moeten niet worden beschouwd als een ‘wandelende portemonnee’. Eric van der Burg ondersteunde die oproep. De stijgende overheidsuitgaven mogen niet steeds op ondernemers worden afgewenteld. Tegelijkertijd moet de regeldruk omlaag, zodat ondernemers meer tijd en ruimte krijgen om daadwerkelijk te ondernemen. 

Koplopers, maar ook kopzorgen 

Otto Raspe, hoofdeconoom van RaboResearch, plaatste de Miljoenennota in een breder economisch perspectief. Amsterdam behoort samen met onder meer Brainport Eindhoven en Utrecht tot de economische koplopers van Nederland. De economie groeit nog steeds en veel cijfers geven op het eerste gezicht reden voor optimisme. 

Onder die sterke bovenlaag zijn echter ontwikkelingen zichtbaar die tot zorgen stemmen. De internationale concurrentie neemt toe en de sterke positie van Nederland en de Metropoolregio Amsterdam is niet vanzelfsprekend. Raspe omschreef het als de top van een ijsberg: wie alleen naar de zichtbare economische cijfers kijkt, mist de onderstromen die bepalend zijn voor onze toekomstige welvaart. 

Een belangrijk aandachtspunt is de arbeidsproductiviteit. Die groeit in Nederland nauwelijks, terwijl meer uren werken steeds minder een oplossing biedt voor de krapte op de arbeidsmarkt. De huidige economische groei van circa 1,1 procent is volgens de gedeelde inzichten onvoldoende. Om de publieke voorzieningen en toekomstige brede welvaart te kunnen blijven betalen, is een groei van 1,5 tot 2 procent nodig. Dat vraagt om forse investeringen in innovatie en productiviteit. 

Juist daar ligt een kwetsbaarheid. Bedrijven investeren relatief weinig, mede door onzekerheid over het overheidsbeleid. De economische groei wordt momenteel vooral gedragen door consumentenbestedingen en overheidsuitgaven, en veel minder door bedrijfsinvesteringen. Terwijl juist die investeringen nodig zijn voor innovatie, verduurzaming en toekomstige productiviteitsgroei. 

Economische groei is niet hetzelfde als brede welvaart 

Raspe vroeg daarnaast aandacht voor de brede welvaart. Economische groei leidt niet automatisch tot meer welzijn. Sinds de coronaperiode staan onder meer geluk, woontevredenheid en sociale contacten onder druk. Ook in Amsterdam gaat economische groei niet vanzelfsprekend samen met een hogere ervaren kwaliteit van leven. 

Die ontwikkeling is ook zichtbaar bij jongvolwassenen. Zij hechten veel waarde aan persoonlijke ontwikkeling, duurzaamheid en een goede balans tussen werk en privé. Tegelijkertijd is hun ervaren baanzekerheid met 7,7 procent gedaald, tegenover gemiddeld 2,5 procent. Ook hun gevoel van veiligheid nam sterker af dan gemiddeld. Sinds 2002 is bovendien 14 procent van de werkgelegenheid voor jongeren tot circa 25 jaar verdwenen, mede als gevolg van technologische ontwikkelingen en de opkomst van AI. 

Voor werkgevers ligt hier een belangrijke opgave. Jong talent aantrekken en behouden vraagt niet alleen om een goed salaris, maar ook om perspectief, zekerheid en ontwikkelmogelijkheden. Een aantrekkelijke werkgever biedt ruimte aan verschillende achtergronden en manieren van denken. Een inclusieve bedrijfscultuur helpt om nieuwe ideeën, perspectieven en talent daadwerkelijk tot hun recht te laten komen. 

De rode draad: toekomstige groei vraagt om investeringen in mensen, innovatie en aantrekkelijk werkgeverschap. 

Ondernemen in Amsterdam 

In het afsluitende panel gingen Sonja Boelhouwer van Albert Heijn, wethouder Economie Melanie van der Horst en Maurits Schönfeld van Uber met Martijn de Greve en de aanwezigen in gesprek. Daarbij kwamen de knelpunten aan bod die grote bedrijven in Amsterdam ervaren, maar werd vooral vooruitgekeken: hoe kunnen overheid en bedrijfsleven beter samenwerken aan een sterk ondernemings- en vestigingsklimaat? 

Die samenwerking is nodig om bedrijven in de regio te laten investeren, vernieuwen en groeien. Daarbij gaat het niet alleen om het oplossen van concrete knelpunten, maar ook om het opbouwen van wederzijds vertrouwen. Ondernemers hebben behoefte aan duidelijkheid en uitvoerbaar beleid; de overheid heeft de kennis, investeringskracht en creativiteit van ondernemers nodig om maatschappelijke opgaven aan te pakken. 

Volle zaal en waardevolle ontmoetingen 

Het Amsterdams Miljoenenontbijt was niet alleen inhoudelijk sterk, maar ook een bijzonder netwerkmoment. De opkomst overtrof de verwachtingen: er werden extra stoelen bijgeplaatst. Ondernemers, politici en bestuurders spraken bestaande relaties, legden nieuwe contacten en trapten samen het nieuwe politieke en economische jaar af. 

VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam dankt alle sprekers en aanwezigen en in het bijzonder partners Rabobank Amsterdam en de Postcode Loterij voor hun bijdrage aan deze geslaagde ochtend. 

De foto’s van het Amsterdams Miljoenenontbijt zijn te bekijken in de exclusieve ledenapp. 

Bijna de helft van de ondernemers verwacht het komend jaar investeringen in het eigen bedrijf uit te stellen. Wisselend overheidsbeleid is daarvan de belangrijkste reden. Dat raakt bedrijfsinvesteringen in Noord- en Zuid-Holland in belangrijke zaken als innovatie, verduurzaming en medewerkers, en daarmee de economische groei die Nederland nodig heeft om de stijgende overheidsuitgaven te kunnen blijven betalen. Dit blijkt uit de jaarlijkse PrinsjesdagPeiling van VNO-NCW en MKB-Nederland.  

Ondernemers in Noord- en Zuid-Holland zijn somberder over de ontwikkeling van onze economie en maken zich in meerderheid zorgen over gevolgen van de internationale spanningen voor hun eigen bedrijf. De grootste reden voor het uitstellen van investeringen is de onzekerheid over de koers van de overheid. Ondernemers weten onvoldoende welke regels, lasten en voorwaarden de komende jaren gaan gelden. Ook zijn ze iets negatiever over de economie dan vorig jaar. Bijna drie op de tien beoordeelt deze als (zeer) slecht en ruim de helft is (zeer) somber over de ontwikkeling van de economie de komende 12 maanden. 

Knelpunten voor ondernemers 

Regeldruk is het belangrijkste knelpunt voor ondernemers. Op nummer twee en drie staan lagere werkgeverslasten en een beter werkend stelsel rond ziekte en arbeidsongeschiktheid, waarbij loondoorbetaling bij ziekte en bijbehorende re-integratieverplichtingen het meest concrete punt is. Over de betrouwbaarheid van politiek en bestuur zijn ondernemers iets minder negatief dan een jaar geleden, al is nog steeds acht op de tien daar ontevreden over. Na het aantreden van kabinet-Jetten is de totale ontevredenheid iets afgenomen en is de groep die positief oordeelt licht gegroeid.   

Onbetaalbare stijgende overheidskosten 

Uitblijvende investeringen vormen een probleem voor heel Nederland. Investeringen zijn noodzakelijk om de productiviteit en het verdienvermogen van Nederland te versterken. De huidige economische groei is te laag om in de toekomst de stijgende overheidsuitgaven aan onder andere zorg, sociale zekerheid en veiligheid te kunnen blijven betalen.  

VNO-NCW West roept de politiek op om een gezamenlijke investerings- en groeikoers neer te zetten. Daarbij moeten de belangrijkste belemmeringen snel worden aangepakt zodat bedrijven in Nederland kunnen investeren. Dat zijn onder andere de hoge lastendruk, regeldruk, netcongestie, trage vergunningverlening en achterstallige investeringen in infrastructuur. Belangrijk is verder dat de agenda van Wennink wordt uitgevoerd.  

Over de PrinsjesdagPeiling 

De PrinsjesdagPeiling 2026 is uitgevoerd door Kieskompas in opdracht van VNO-NCW en MKB-Nederland. De online vragenlijst is ingevuld tussen 23 juli en 25 augustus 2026 door 3.473 ondernemers en bestuurders van bedrijven. De resultaten zijn representatief gemaakt voor provincie en branche. 

In het recente artikel over de Economische Verkenningen werd betwijfeld of we Tata Steel, de datacenters van Microsoft en Schiphol in hun huidige omvang willen behouden. Henri de Groot, een van de wetenschappers, vraagt zich in dat artikel onder meer af of Nederland een vlieghub van de huidige omvang nodig heeft, met Heathrow en Frankfurt in de buurt.

Dat vind ik een opmerkelijke vraag op juist dit moment.

We constateren immers dat onze internationale concurrentiepositie onder druk staat, dat de productiviteitsgroei omhoog moet en dat investeringen, innovatie en vernieuwing noodzakelijk zijn. Dan moeten we oppassen dat we de economische kracht die we al hébben niet vooral gaan beschouwen als een probleem dat ruimte inneemt.

Grote bedrijven, industrie en internationale verbindingen staan niet op zichzelf. Ze maken deel uit van economische ecosystemen waarin bedrijven, kennisinstellingen, werknemers, toeleveranciers en innovatieve ondernemingen elkaar versterken. Juist in een kennisintensieve regio als de MRA is die samenhang van groot belang.

Dat betekent niet dat alles moet blijven zoals het is. Integendeel. Ook Schiphol, industrie en digitale infrastructuur zullen moeten vernieuwen en verduurzamen. En ja, in een regio waarin ruimte, energie en arbeid schaars zijn, zullen keuzes gemaakt moeten worden.

Laten we die keuzes dan maken op basis van hun volledige economische én maatschappelijke betekenis. Niet alleen op basis van hoeveel ruimte of energie een activiteit vandaag gebruikt, maar ook op basis van de bijdrage aan innovatie, productiviteit, internationale connectiviteit, strategische autonomie en het toekomstige verdienvermogen van onze regio.

We kunnen ons alleen de luxe veroorloven om een brede interpretatie van brede welvaart mee te nemen in de economische verkenningen, als de positie die het verdienvermogen die die brede welvaart voor elkaar moet krijgen niet zo onder druk staat. Bijvoorbeeld door een verslechterd investeringsklimaat, een kantelende concurrentiepositie en de geopolitieke situatie. We moeten daarom voorkomen dat brede welvaart een afwegingskader wordt waarin het economische fundament steeds verder naar de achtergrond verdwijnt.

De vraag is daarom wat mij betreft niet óf we moeten kiezen tussen economische groei en brede welvaart.

De veel belangrijkere vraag is: hoe zorgen we ervoor dat de Metropoolregio Amsterdam over tien of twintig jaar nog voldoende verdienvermogen heeft om die brede welvaart te dragen?

Vernieuwen moeten we zeker. Maar laten we daarbij koesteren waar we sterk in zijn en van daaruit bouwen aan de economie van morgen.

Trudie van ’t Hull-Bettink
Belangenbehartiger VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam

De Provincie Noord-Holland heeft op 15 juni 2026 de ontwerp-omgevingsvisie gepubliceerd. Voor ondernemers is dit een belangrijk document: de visie bepaalt in belangrijke mate waar ruimte komt voor economische activiteiten, bedrijvigheid, energie-infrastructuur en toekomstige ontwikkelingen. VNO-NCW West ziet dat de provincie het belang van een sterke economie nadrukkelijk erkent, maar dat deze ambitie nog onvoldoende wordt vertaald naar de ruimte, infrastructuur en ontwikkelmogelijkheden die daarvoor nodig zijn.

VNO-NCW West heeft input opgehaald bij leden en vervolgens samen met branche- en ondernemersverenigingen een zienswijze opgesteld. Positief is dat de economie in de ontwerp-omgevingsvisie een duidelijkere plaats krijgt en dat de provincie het belang onderkent van strategische economische clusters, vitale bedrijventerreinen en een sterke regionale economie. Dit is belangrijk, want juist een sterke economie is een randvoorwaarde voor het realiseren van maatschappelijke opgaven zoals woningbouw, de energietransitie, bereikbaarheid en brede welvaart.

Om deze ambitie waar te maken, moet de omgevingsvisie de economische koers ook vertalen naar de ruimtelijke keuzes en randvoorwaarden die daarvoor nodig zijn. Wij constateren dat deze vertaling in de ontwerp-omgevingsvisie onvoldoende plaatsvindt. Op verschillende onderdelen wordt de ontwikkelruimte voor economie, woningbouw en innovatie beperkt door een stapeling van voorwaarden, afzonderlijke afwegingsprincipes en een terughoudende benadering van ruimtelijke ontwikkeling.

Ontwikkelen en beschermen

De rode draad van deze zienswijze is dat economische ontwikkeling, woningbouw, bereikbaarheid, energie, water en leefomgeving niet als afzonderlijke belangen moeten worden benaderd, maar in onderlinge samenhang moeten worden afgewogen. Wanneer ieder belang afzonderlijk wordt beoordeeld, bestaat het risico dat de stapeling van voorwaarden en afwegingsprincipes ontwikkelingen onnodig belemmert, terwijl deze juist aan meerdere provinciale ambities kunnen bijdragen. De omgevingsvisie kan daarin sterker richting geven door niet alleen te beschermen en te begrenzen, maar ook expliciet ruimte te bieden voor ontwikkeling.

Concreet vragen wij de provincie om voldoende ontwikkelruimte voor bedrijven en strategische economische clusters, een integrale afweging van provinciale belangen, een toekomstbestendige energie- en bereikbaarheidsinfrastructuur en voldoende ruimte om ook toekomstige economische ontwikkelingen mogelijk te maken.

In de zienswijze roepen wij de provincie op om:

  • de economische ambitie te vertalen naar ruimtelijke keuzes
    De omgevingsvisie erkent het belang van een sterke economie. Zorg ervoor dat deze ambitie ook zichtbaar terugkomt in de ruimtelijke keuzes, afwegingsprincipes en gebiedsgerichte uitwerkingen.
  • te kiezen voor ontwikkelen én beschermen van ruimte voor bedrijven: intensiveren waar mogelijk, uitbreiden waar nodig
    Noord-Holland heeft zowel intensivering van bestaande bedrijventerreinen als gerichte uitbreiding nodig. Het is geen of-of maar en-en. Bied ruimte aan beide waar dat ruimtelijk en economisch wenselijk is. Stimuleer daarnaast clustering van bedrijvigheid, zodat de schaarse ruimte efficiënter wordt benut en ruimte behouden blijft voor natuur, recreatie en landbouw.
  • ruimte te geven aan economische clusters
    Bescherming alleen is niet voldoende. Geef strategische economische clusters, zoals het Noordzeekanaalgebied, Schiphol, Seed Valley, Energy & Health Campus Petten, Agriport en Boekelermeer, ook de ontwikkelruimte die nodig is voor innovatie, verduurzaming, strategische autonomie en een concurrerende economie. Veranker deze keuzes expliciet in de omgevingsvisie.
  • extra vestigingsvoorwaarden te vervangen door investeringen in economische ecosystemen
    De omgevingsvisie introduceert zes aanvullende vestigingsvoorwaarden voor nieuwe bedrijvigheid. Daarmee verschuift de aandacht van het mogelijk maken van economische ontwikkeling naar het toevoegen van nieuwe voorwaarden. Wij pleiten ervoor deze te schrappen en in plaats daarvan te investeren in sterke economische ecosystemen met de randvoorwaarden die economische ontwikkeling mogelijk maken: voldoende fysieke en milieuruimte, bereikbaarheid, energie-infrastructuur en een voorspelbaar vestigingsklimaat.
  • te investeren in een toekomstbestendige energie-infrastructuur
    Netcongestie vormt een directe belemmering voor economische ontwikkeling, woningbouw en de energietransitie. Positioneer energie-infrastructuur daarom nadrukkelijk als ruimtelijke randvoorwaarde voor ontwikkeling, maak expliciete keuzes om de capaciteit van het energiesysteem uit te breiden en houd de omgevingsvisie technologieneutraal, zodat ook toekomstige energie-innovaties de ruimte krijgen.
  • te investeren in een toekomstbestendige bereikbaarheid
    Een goede bereikbaarheid van de provincie is cruciaal zodat inwoners goed kunnen wonen en werken. Bereikbaarheid is geen afzonderlijk mobiliteitsvraagstuk, maar een ruimtelijke randvoorwaarde voor economische ontwikkeling, woningbouw en brede welvaart. Een duidelijke langetermijnambitie hierover ontbreekt nu nog. Formuleer daarom in de omgevingsvisie een duidelijke langetermijnvisie op de bereikbaarheid van Noord-Holland en leg vast welke infrastructuur nodig is om de economische clusters, woningbouwlocaties en internationale verbindingen richting 2050 te ondersteunen.
  • wonen en werken in samenhang te ontwikkelen
    Voldoende en passende woningbouw is niet alleen een maatschappelijke opgave, maar ook een economische randvoorwaarde. Tegelijkertijd mogen woningbouw en andere functies niet ten koste gaan van de ruimte die bedrijven nodig hebben. Weeg wonen, werken, bereikbaarheid en leefomgeving daarom in samenhang af en voorkom dat ontwikkelingen op voorhand worden uitgesloten.
  • ruimte te houden in de omgevingsvisie voor de economie van morgen
    Een omgevingsvisie met een horizon tot 2050 moet ruimte bieden aan nieuwe technologieën, innovatieve bedrijvigheid en economische ontwikkelingen die nu nog niet volledig zijn te voorzien. Voorkom dat de optelsom van voorwaarden en beperkingen toekomstige ontwikkelingen op voorhand uitsluit.

Lees hier de volledige zienswijze, waarin we onze voorstellen verder onderbouwen met concrete voorbeelden uit Noord-Holland en verwijzingen naar de ontwerp-omgevingsvisie.

Nederland dreigt vast te lopen door groeiende tekorten voor onderhoud, vervanging en uitbreiding van de infrastructuur. Daarom roepen overheden, het bedrijfsleven en organisaties uit de mobiliteits-, logistieke en bouwsector het kabinet gezamenlijk op om structureel meer middelen vrij te maken en de begrotingssystematiek aan te passen. VNO-NCW West ondersteunt deze boodschap en sluit zich aan bij de oproep. 

Voor ons is de volgorde helder: eerst moet het kabinet voldoende middelen beschikbaar stellen om de infrastructuur op orde te brengen en toekomstbestendig te maken. Hier hebben wij in juni ook al aandacht voor gevraagd. Pas daarna kan serieus worden bepaald welke projecten als eerste worden uitgevoerd. Prioriteren binnen een structureel te klein budget biedt geen oplossing. 

Infrastructuur raakt het hele kabinet 

Goede infrastructuur is veel meer dan een mobiliteitsvraagstuk. Wegen, spoorlijnen, vaarwegen, bruggen en tunnels vormen de basis voor woningbouw, economische groei, veiligheid en nationale weerbaarheid. Bedrijven zijn ervan afhankelijk voor het vervoer van personeel en goederen. 

De kosten van infrastructuur drukken nu vooral op de begroting van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, terwijl de opbrengsten bij vrijwel alle beleidsterreinen terechtkomen. Investeringen in bereikbaarheid dragen immers ook bij aan wonen, economie, defensie en brede welvaart. De infrastructuuropgave vraagt daarom om verantwoordelijkheid van het kabinet als geheel. 

Tekorten lopen op tot tientallen miljarden 

De financiële opgave is groot. Volgens cijfers van het kabinet en de Algemene Rekenkamer bedraagt het tekort voor exploitatie, onderhoud en vernieuwing van de netwerken van Rijkswaterstaat tot en met 2038 circa € 34,5 miljard. Voor het spoor loopt het tekort op tot ongeveer € 20 miljard. Voor ontwikkelprojecten, waaronder de herstart van eerder gepauzeerde projecten, is naar schatting nog eens € 30 miljard nodig. 

De gevolgen zijn steeds zichtbaarder. Ongeveer tachtig bruggen en sluizen hebben inmiddels gewichts- of doorvaartbeperkingen. Meer dan honderd andere objecten staan onder verhoogd toezicht vanwege veiligheidsrisico’s. Ook ProRail ziet zich genoodzaakt over te schakelen op een minimumscenario voor onderhoud. 

Achterstallig onderhoud leidt tot vertragingen, omrijdkosten en onzekerheid voor reizigers en goederenvervoer. Noodmaatregelen en uitstel maken het uiteindelijke herstel bovendien duurder. Ook provincies en gemeenten, die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor ongeveer 80 procent van de Nederlandse infrastructuur, beschikken niet over voldoende financiële middelen voor alle noodzakelijke onderhouds- en vervangingsopgaven. 

Onderhoud én uitbreiding zijn nodig 

De bestaande infrastructuur moet zo snel mogelijk op orde worden gebracht. Tegelijkertijd kan Nederland zich niet beperken tot onderhoud en vervanging. De komende jaren moeten honderdduizenden woningen worden gebouwd, blijven bedrijven investeren en nemen vervoersstromen toe. Dat vraagt ook om nieuwe infrastructuur en extra capaciteit. 

Voor Noord-Holland blijven onder meer het Zuidasdok en de verlenging van de Noord/Zuidlijn naar Schiphol en Hoofddorp van groot belang. Deze projecten verbeteren de bereikbaarheid van Schiphol en de Zuidas, ondersteunen woningbouw en creëren extra capaciteit in een gebied waar het vervoerssysteem steeds verder onder druk staat. 

In Zuid-Holland zijn investeringen in de Oude Lijn tussen Leiden en Dordrecht essentieel voor de bereikbaarheid van woningbouwlocaties, campussen en economische clusters. Ook moeten de verbindingen van en naar de Rotterdamse haven op peil blijven. Deze corridor is niet alleen een economische slagader, maar speelt ook een cruciale rol in de bevoorrading en weerbaarheid van Nederland en Europa. 

De koek moet groter 

VNO-NCW West begrijpt dat bij de uitvoering keuzes nodig zijn. Maar een afwegingskader binnen een structureel te klein budget bepaalt uiteindelijk alleen welke projecten, regio’s of sectoren als eerste vastlopen. De beschikbare middelen moeten daarom omhoog. 

De gezamenlijke coalitie roept het kabinet op om: 

  1. De infrastructuuropgave een centrale plaats te geven in de rijksbegroting en structureel meer geld beschikbaar te stellen voor beheer, onderhoud, vervanging, renovatie en uitbreiding. 
  2. Samen met de betrokken partijen een langjarig nationaal investerings- en financieringsplan te ontwikkelen.
  3. De begrotings- en financieringssystematiek zo aan te passen dat investeringen in infrastructuur worden gestimuleerd.
  4. Vast te houden aan eerder gemaakte MIRT-afspraken en ruimte te creëren voor nieuwe aanleg- en uitbreidingsprojecten. 

Investeer structureel in het wegwerken van achterstallig onderhoud én zorg dat strategische projecten voor de lange termijn doorgang kunnen vinden. Pas daarna kan worden bepaald welke projecten als eerste worden uitgevoerd. 

Want zonder extra investeringen loopt Nederland niet alleen vast op de weg, het spoor en het water, maar ook in zijn woningbouw, economische ontwikkeling en weerbaarheid.