CollegeTour triggert nieuw talent

“In de glastuinbouw zit gigantisch veel ruimte voor groei,” concludeerden de vier sprekers unaniem tijdens CollegeTour Kom in de K(l)as. Zo klom de 33-jarige Robin Schaap, een van de sprekers, in vier jaar tijd op van stagiair tot directeur van Koppert Cress. De ultieme wens van Ton van Mil, keynote speaker en CEO van Royal Brinkman is een twintiger in zijn managementteam.

Tijdens de CollegeTour konden studenten Ton van Mil en drie jonge talenten uit het tuinbouwbedrijfsleven het hemd van het lijf vragen. Een van de aanwezige studenten, Joey Spencer, student Business Management, twijfelt nog of de glastuinbouw zijn keuze wordt. “Zorg dat je breed inzetbaar bent en durf mee te veranderen,” geeft spreekster Joyce Lansbergen, algemeen directeur van LG Flowers als tip mee aan jong talent. Joyce is verkozen tot ‘Tuinbouwvrouw van het jaar’ en vindt dat we als sector boven op de bal moeten zitten. “Alleen dan is onze sector klaar voor een florerende toekomst.” En dat biedt dus ook volop carrièrekansen voor nieuwe functiegebieden als HR, Communicatie, Marketing en E-commerce. Spreker Martine Boekestein, Brand & Campaign manager bij Rijk Zwaan, beaamt dat. “Natuurlijk is werken bij Nike of Heineken ook heel gaaf, maar de kans dat je daar zo snel manager of directeur wordt, is wat kleiner. Als ik morgen bij Rijk Zwaan zeg dat de hele strategie anders moet, dan wordt er oprecht naar mij geluisterd.”

Duizenden extra medewerkers nodig in de glastuinbouw
CollegeTour werd georganiseerd aan de vooravond van Kom in de Kas. Doel is om jong talent te triggeren om te kiezen voor een opleiding en carrière in de glastuinbouwsector, omdat de verwachting is dat er komende jaren duizenden extra medewerkers nodig zijn. Om die reden werd er tijdens Kom in de Kas ook (voor het eerst) een carrière event georganiseerd om zo latent werkzoekenden op ludieke wijze een verrassende kijk te geven op carrièreperspectief in de sector. Terwijl kinderen speelden bij Museon en Lego League, benaderden ‘artsen’ hun ouders, veelal afkomstig uit randgemeenten als Maassluis en Vlaardingen: ‘U ziet wat witjes en kunt zeker wel wat groen gebruiken’ was het credo. Met onder andere een Cressperience, doktersrecept van Tommies en Vitapep en een groene frisse boost met luchtzuiverende Air so Pure planten lieten we deze latent werkzoekenden zien dat een carrière in de glastuinbouwsector, naast heel groen, ook heel boeiend kan zijn. Onder andere Prominent Tomatoes en Kasgroeit toonden de bezoekers interessante vacatures.

CollegeTour en het Carrière-event werden geïnitieerd door VNO-NCW Westland-Delfland en Glastuinbouw Westland, gesteund door Kasgroeit, Kom in de Kas Westland en Koppert Cress, en mede mogelijk gemaakt door Colland Arbeidsmarkt.

Fotoreportage

​De A12-corridor steeg in 2018 van plek 14 naar 7 op de lijst met logistieke hotspots. “Dit is te danken aan het bedrijfsleven dat de lead nam om de koppen bij elkaar te steken”, zegt Floor Vermeulen, gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland. “Nu gaan we samen doorpakken.”

Tekst: Pascale Warners, ComPas tekst en redactie

Op 4 maart 2019 zetten VNO-NCW, vier gemeenten, de provincie Zuid-Holland en zes bedrijven hun handtekening onder een samenwerkingsovereenkomst voor de A12-corridor. Het was het resultaat van een proces dat Marc Houweling van VNO-NCW Oostland in 2015 al in gang zette. “We riepen gemeenten op om de krachten te bundelen en elkaar niet te beconcurreren met grondposities. Ook de provincie Zuid-Holland wilde het gebied op de kaart zetten. Tijdens een bijeenkomst met gemeenten, provincie en andere logistieke partijen spraken we af om de A12-corridor samen verder te ontwikkelen.”

Holland Rail Terminal
Alle partijen zijn op 9 april opnieuw vertegenwoordigd tijdens een bijeenkomst in The Greenery in Bleiswijk. Ruud Egas, kwartiermaker van de Holland Rail Terminal vertelt er over de status van zijn project. “Wij willen een groot deel van het wegtransport uit de vervoersketen knippen, door vrachtwagentrailers per trein te vervoeren van Bleizo naar Berlijn. Uit onderzoek door de provincie Zuid-Holland bleek dat Bleizo de beste vestigingslocatie is voor de Holland Rail Terminal. Hier moet de overslag van de trailers gaan plaatsvinden. Een businesscase en kosten-batenanalyse wijzen uit dat het project economisch haalbaar is. Voor iedere euro die we erin stoppen, behalen we anderhalve euro aan voordelen. Op dit moment worden de wagons ontwikkeld waar de trailers op kunnen. Naar verwachting kunnen we de Holland Rail Terminal tussen 2022 en 2024 realiseren.”
 
Samenwerken
“De samenwerking tussen gemeenten en provincie en de gunstige ligging langs de A12 en de Holland Rail Terminal, maken het voor bedrijven aantrekkelijk om zich hier te vestigen”, zegt Kathy Arends, wethouder Lansingerland. “Het is goed dat we met elkaar deze stap gezet hebben. Ik verwacht dat de A12-corridor nog verder opklimt in de lijst met logistieke hotspots.” Wel is de bereikbaarheid een aandachtspunt. Volgens gedeputeerde Floor Vermeulen is alleen extra asfalt aanleggen niet de oplossing. “Het gaat er ook om slimme mobiliteit te bevorderen.” Volgens gastspreker Dirk-Jan de Bruijn van het ministerie van Infrastructuur en Rijkswaterstaat is technische innovatie niet de grootste uitdaging. “De belangrijkste hobbel is de manier waarop we het met elkaar organiseren.” Léon Groot van Scania vertelt over duurzame brandstoffen, elektra en de inzet van Scania op slimmer transport. “Wij hebben 360.000 connected voertuigen rondrijden, waarvan de data beschikbaar zijn.” “Nederland is heel goed in innovaties, maar niet in het opschalen ervan”, zegt Vermeulen tot slot. “Alleen samen kunnen we innovaties verder brengen en tot een standaard verheffen.”

Oproep! VNO-NCW roept ondernemers op zich aan te sluiten bij de community voor een sterke A12-corridor. Mail naar oostland@vno-ncwwest.nl!

​Fotoreportage

​“Eigenlijk maakt het weinig uit of je een crematorium of een bioscoop runt. Er is wel een klein verschil in hoe je jezelf presenteert.” In het sfeervolle Pathé Buitenhof in Den Haag deelt Ellen Möller, theatermanager van Pathé Spuimarkt, haar ervaringen in de hospitalitybranche met het VNO-NCW VrouwenNetwerk. Aansluitend wordt samen gekeken naar de film ‘On the basis of Sex’.

Tekst: Pieter van der Meulen
“Sinds een half jaar werk ik bij Pathé Spuimarkt, ik voel me als een vis in het water.” De rode draad door het werkende leven van Ellen Möller is onmiskenbaar hospitality. “Tot spijt van mijn moeder ben ik op mijn zeventiende meteen gaan werken. Enige tijd later ben ik daar enigszins op teruggekomen door toch een opleiding tot directiesecretaresse te doen, maar ik heb vooral heel veel geleerd in de praktijk. Tijdens mijn 24 jaar bij Holland Casino heb ik verschillende functies vervuld en echt een brede basis gelegd waar ik nog altijd de vruchten van pluk.” Na Holland Casino maakte Möller de overstap naar de uitvaartbranche, niet de meest voor de hand liggende stap. “Ik wilde graag een maatschappelijke bijdrage leveren. Als alles goed verloopt bij een uitvaart, geeft dat veel voldoening. Eigenlijk komt het runnen van een crematorium en een bioscoop op hetzelfde neer. Tevredenheid van de bezoeker staat voorop. Natuurlijk presenteer je je bij een uitvaartcentrum sober en bij Pathé juist een stuk uitbundiger. Maar er zijn ook zeker overeenkomsten.”
DiscriminatieMet de aanwezige leden van het VNO-NCW VrouwenNetwerk wordt vervolgens naar de film ‘On the Basis of Sex’ gekeken. In de film staat Ruth Bader Ginsburg in 1971 aan het begin van haar carrière en worstelt zij met discriminatie op basis van geslacht. Samen met haar man Martin Ginsburg stuit zij op een zaak die haar carrière én het rechtssysteem voorgoed zou kunnen veranderen. Met de onvoorwaardelijke steun van haar gezin probeert zij de zaak in hoger beroep te winnen om een eeuw aan seksime te veranderen. Ginsburg wordt in 1993 door Bill Clinton voorgedragen als rechter van het federale Hooggerechtshof. Met slechts drie stemmen tegen keurt de Senaat haar aanstelling goed. Sinds 2015 neemt Ginsburg deel in het Hooggerechtshof. Deze vrouwen hebben voor ons de weg geplaveid in een wereld die voorheen door mannen bestuurd werd.Tijdens de geslaagde netwerkborrel na de film blijkt dat de film grote emotionele indruk heeft gemaakt op de leden van het Vrouwennetwerk. We kijken uit naar de volgende ‘She Inspires’ op 16 april over Cybersecurity met Jaya Baloo en Valentine Mairet.
​Lees meer over het VNO-NCW VrouwenNetwerk

​VNO-NCW en MKB-Nederland vinden dat het Wetsvoorstel excessief lenen bij eigen vennootschap niet moet gelden voor bestaande leningen. Het is volgens hen vreemd dat die nu ineens als ‘excessief’ worden gezien, en dat ondernemers belasting moeten gaan betalen terwijl de Belastingdienst deze bestaande leningen nu niet betwist. Staatssecretaris Snel van Financiën heeft het wetsvoorstel ter consultatie voorgelegd.

Te grofmazig
Het wetsvoorstel beschouwt leningen uit de eigen vennootschap die gezamenlijk meer bedragen dan 500.000 euro, als dividenduitkering. Volgens de ondernemingsorganisaties maakt het wetsvoorstel geen onderscheid tussen leningen die zijn aangegaan voor bijvoorbeeld financiering van onroerend goed en leningen voor consumptie. De voorgestelde maatregel is daarmee te grofmazig. Als een lening zakelijk is en er ten behoeve van de BV zekerheden zijn gesteld, dan kan van een ‘excessieve’ lening geen sprake zijn. Het stuit VNO-NCW en MKB-Nederland daarnaast tegen de borst dat deze wetgeving zo leidt tot dubbele belasting.

Onvoldoende handelingsperspectief
Het wetsvoorstel moet 1 januari 2022 ingaan. Daarmee ontstaat een hele korte periode om leningen af te bouwen. Volgens de ondernemingsorganisaties biedt het voorstel ondernemers onvoldoende handelingsperspectief en worden ondernemers gedwongen geld te onttrekken aan hun bedrijfsvoering. Er zou een brede overgangsregeling moeten komen voor een ordentelijke en gefaseerde afbouw, waarbij schokeffecten worden voorkomen.

​Om de infrastructuur in Westland toekomstbestendig te houden zijn investeringen nodig. Dit stellen Evofenedex, Transport en Logistiek Nederland (TLN), Royal FloraHolland en VNO-NCW West vandaag in een brief aan de provinciale politieke partijen.

Veilingroute (N222)
Dagelijks rijden duizenden voertuigen in Westland om naar het werk te gaan of om goederen op te halen en af te leveren. Grote stromen van onder andere bloemen, planten en groenten gaan vanuit Westland over de Veilingroute (N222) naar het achterland, luchthaven Schiphol of de Rotterdamse Haven. Deze economische levensader is daarmee van groot belang voor Zuid-Holland. Een toekomstbestendige en verkeersveilige route met 2×2 rijstroken is daarom onontbeerlijk.

Groeiende economie en mobiliteit
Volgens de groeicijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek groeide de economie in de regio Westland en Delft met 3,2% in 2017. Dit heeft ook gevolgen voor de mobiliteit in de regio. Tegelijkertijd is door Westland in Cijfers berekend dat er meer bedrijven worden opgericht dan er worden opgeheven in de regio. De verwachting is dat door de groeiende economie deze cijfers zeker niet zullen afnemen en dit dus leidt tot een verdere groei van mobiliteit.

Integrale aanpak
Om Westland ook in de toekomst bereikbaar en verkeersveilig te houden is het nodig om in het gehele gebied de aansluitingen, kruispunten en rotondes te onderzoeken en aan te pakken. In een integrale gebiedsaanpak past volgens ons ook het toepassen van slimme verkeersmanagementsystemen, zoals ‘talking logistics’ om de doorstroming op korte termijn te verbeteren en CO2-uitstoot te besparen. We hebben daarnaast grote waardering voor de wijze waarop de provincie Zuid-Holland de N211 heeft opgewaardeerd. De eerste CO-2 negatieve weg van Nederland. Mogelijk kan dit op eenzelfde manier worden aangepakt, waardoor een toekomstbestendige Green Gateway naar Greenport Westland ontstaat. ​

Lees de brief​ van Evofenedex, Transport en Logistiek Nederland (TLN), Royal FloraHolland en VNO-NCW West aan de provincie Zuid-Holland.

​Commissarissen geven onvoldoende invulling aan de noodzaak tot het verbeteren van ICT- en digitaliseringskennis en -ervaring in hun rvc. Dit blijkt uit het eerste deelrapport van de 10de editie van het jaarlijkse Grant Thornton commissarissen-benchmarkonderzoek van Board in Balance en Herbert Rijken, getiteld: ‘Digitale transformatie een uitdaging: gisteren, nu of morgen?’. Aan het onderzoek deden 342 commissarissen, bestuurders, secretarissen van rvc’s en internal auditors mee.

Digitale transformatie: kind van de rekening van een onvoldoende of te laat aangepaste samenstelling van de rvc 
Digitalisering is bij commissarissen, bestuurders en secretarissen van rvc’s geen ‘top of mind’ en is niet het eerste waaraan wordt gedacht als het gaat om bijscholing. Toch is het de hoogst scorende competentie van alle voorgelegde competenties als het gaat om de noodzaak tot verbetering.

Ook vinden de commissarissen dat hun organisaties op alle onderzochte aandachtgebieden in verband met digitale transformatie goed moeten presteren en dat ze daar bepaald nog niet zijn.

Uit 10 jaar onderzoek is over deze periode gebleken dat ICT-kennis de competentie is met het hoogste verbeterpercentage van alle onderzochte technische competenties. Voor de kennis van digitalisering blijkt zelfs in het meest recente onderzoek een overall gewenst verbeterpercentage van honderd procent.

Commissarissen aarzelen of de competentie ICT- en digitaliseringskennis in de rvc moet worden opgenomen of dat kan worden volstaan met het inhuren van adviseurs. De onderzoekers stellen dat klassieke criteria als bestuurlijke en operationele ervaring en netwerk in Nederland nog steeds (te) dominante selectiecriteria voor commissarissen zijn en dat ruimte moet worden gecreëerd voor meer diversiteit.

Bijscholing is een breed gedeelde (urgente) verbeterwens
Uit het onderzoek blijkt dat bijscholing van commissarissen beter moet. Directies vinden het zelfs urgent. Bart Jonker, lid van de Raad van Bestuur van Grant Thornton: “Het gebrek aan relevante kennis en ervaring is natuurlijk een probleem dat stamt uit het verleden. Het is ook niet eenvoudig, maar verbetering op dit gebied is echt noodzakelijk. De digitale transformatie raakt immers elk bedrijf.“

Reactie van topcommissaris Petri Hofsté bij ontvangst eerste exemplaar rapport
“Ook de 10e editie van dit altijd zeer grondig uitgevoerde onderzoek, geeft weer nieuwe stof tot nadenken. Wat mij aanspreekt in het rapport, is dat het ons commissarissen uitdaagt, digitale transformatie niet als een technisch, specialistisch onderwerp te benaderen, maar te bezien vanuit een integrale aanpak: de digitale transformatie raakt het business model, de manier van werken en de relatie met de klanten. Ook voor de Raad van Commissarissen zelf heel boeiend en nodig om kritisch de eigen rol en aanpak van haar taken in de transitie te beschouwen.

Aldus Petri Hofsté bij de ontvangst van het eerste exemplaar van het rapport op een bijeenkomst van VNO NCW metropool Amsterdam bij gastheer Grant Thornton.

Over het onderzoek 
Het Grant Thornton commissarissen benchmarkonderzoek van Aalt Klaassen, Dirk-Jaap Klaassen en Oscar Toebosch van Board in Balance en Prof. Dr. Herbert Rijken, is dit jaar voor de 10de keer uitgevoerd. De resultaten worden in twee deelrapporten gepubliceerd. In 2018 werkten er 249 commissarissen, 28 leden van rvb’s/directies, 31 secretarissen van de rvc en 34 internal audi¬tors aan het onderzoek mee. Van de respondenten zijn er 105 vrouw, 71 vervullen de rol van voorzitter van een rvc, 40 commissarissen nemen een rvb-positie in bij een andere organisatie en 49 commissarissen maken deel uit van een one-tier board. Benchmarks zijn opgesteld voor een: beursgenoteerd bedrijf, groot-niet-genoteerd bedrijf, MKB, familiebedrijf, woningcorporatie, zorginstelling, culturele instelling, onderwijsinstel¬ling, overige non-profit bedrijven en drie niet-commissarisbenchmarks: directie, secretaris rvc en internal auditor. In totaal 204 respondenten vulden een online enquête in, 138 respondenten werkten mee via een persoonlijk interview.

De commissarissenonderzoeken zijn in 2008 geïnitieerd door de FINEM die nog steeds haar medewerking verleent. Andere partners zijn: FBNed, de Governance University, de NCD, de NVTZ, de VTW, Topvrouwen.nl, VNO-NCW metropool Amsterdam en Stichting Blikverruimers. Een eigen database van de onderzoekers vormt hierop een aanvulling.

​De gemeente Den Haag heeft ambitieuze plannen met het centrum van Den Haag. Maar ondernemers betwijfelen of deze voor het bedrijfsleven aantrekkelijk genoeg zijn.

Door Annemarie van Oorschot
De discussieclub van VNO-NCW Den Haag zoekt meer diepgang. “We willen in gesprek met elkaar en met bestuurders over een maatschappelijk vraagstuk, ideeën en ervaringen uitwisselen en komen tot creatieve oplossingen”, zegt voorzitter Rud Kuiper. Tijdens de huiskamerbijeenkomst op 26 maart aan de Daal en Bergselaan in Den Haag slaagt deze opzet ten volle. Dertien ondernemers en directeuren gaan open in discussie met de speciale gast van die avond, wethouder Boudewijn Revis van Stadsontwikkeling, Wonen en Scheveningen. Hoofdonderwerp is de ontwikkeling van gebied rondom de stations Centraal, Hollands Spoor en Laan van NOI. De gemeente heeft ambitieuze plannen met dit zogenaamde Central Innovation District (CID), waar wonen, werken en recreëren geïntegreerd moeten worden. Het gebied is door de multimodale vervoersmogelijkheden aantrekkelijk: rails, water, weg, alle infrastructuur is ruim voldoende voor handen. Ook de aanwezigheid van allerlei instellingen geeft het gebied allure. Overheid (zowel stadhuis als ministeries), bedrijven, creatieve start ups, kennisinstellingen (Universiteiten Leiden en Delft en Hogescholen) en culturele topvoorzieningen (zoals Danstheater, Residentieorkest en Conservatorium) versterken elkaar. 

Uitdaging
In dit gebied wil Revis ruimte bieden aan 40.000 extra inwoners (een verdubbeling van het huidige aantal) en 25.000 nieuwe banen. Geen plek kan er met deze aantallen onbenut blijven. “We verwachten de komende 20 jaar 100.000 nieuwe inwoners in Den Haag”, zegt hij. “De woningbouwopgave is een grote uitdaging. Toch ben ik blij wethouder te zijn van een groeigemeente. Groei biedt kansen op een betere samenleving waarin iedereen mee kan doen, op nieuwe banen, op innovatieve oplossingen in de stadsontwikkeling en mobiliteit. Krimpgebieden hebben pas echt een probleem.”

 Lint of plintIn het CID wordt hoogbouw gepland, ook boven de stations. Deze nieuwe woningen zijn bedoeld voor met name jonge mensen en mensen waarvan de kinderen het huis uit zijn. Als de laatste groep naar het stadscentrum verhuist uit de Haagse laagbouwwijken met speelruimte en groenvoorzieningen, ontstaat er daar weer ruimte voor gezinnen met kinderen. Zo hoopt Revis doorstroming op gang te brengen. 
In het CID wordt voor alle prijsklassen gebouwd: 30 procent is sociale woningbouw, 20 procent middenklasse en de rest vrije woningbouw. Onder de nieuwe en bestaande woontorens en kantoren wordt ruimte vrijgemaakt voor bedrijven. In vaktermen: plintbebouwing. Revis maakt zich over deze ontwikkeling zorgen: “Er is te weinig belangstelling van bedrijven voor deze ruimtes, terwijl zij juist voor werk kunnen zorgen voor de nieuwe bewoners.” Er ontstaat een levendige discussie over hoe dit komt. De leden van de discussieclub spreken over lint- in plaats van plintbebouwing. “Ondernemers, en zeker innovatieve starters, willen met veel bedrijven in één pand zitten en niet in de lange slinger naast elkaar”, zegt een van hen. Een ander wijst op de angst voor klachten van de bewoners. Met name op de Binckhorst zijn de bedrijven onzeker over hun toekomst door de geplande woningbouw. De maakindustrie die daar zit maakt nu eenmaal lawaai of verspreidt geur. Tot slot is er het parkeerprobleem. Volgens Revis is het in de toekomst, met 640.000 inwoners, niet meer mogelijk om iedereen een parkeerplaats voor de deur te geven, maar bedrijven die afhankelijk zijn van hun bestelbusjes kunnen niet zonder. 

 BrainstormEen ondernemer geeft aan dat bedrijven behoefte hebben aan flexibele ruimte. Als ze veel omzet draaien hebben ze meer vierkante meters nodig dan als het even wat minder gaat. Elders in het land wordt geëxperimenteerd met wekelijkse huur van variabele vierkante meters in een bedrijfsverzamelgebouw. Revis vindt het interessant om dit soort nieuwe concepten te verkennen. Ook de suggestie om in CID ondernemers een aantal appartementen boven hun bedrijfspand aan te bieden, die zij dan beschikbaar kunnen stellen aan hun medewerkers, vindt hij de moeite waard om nader te onderzoeken. Kuiper overweegt om met leden van de discussiegroep een keer uitgebreid te brainstormen over oplossingen voor de stadsontwikkeling. Revis wil de ondernemers daarna graag ontvangen op het stadhuis om die oplossingen te bespreken.     www.ciddenhaag.nl

Bekijk de fotoreportage​
​

​“De nieuwe Binckhorst is de wijk van de toekomst”, stelt de gemeente op haar website. In dit omgevingsplan wordt wonen en werken geïntegreerd en neemt de groene transitie een prominente plek in. Toch is er ook kritiek. Kees Herweijer, voorzitter van bedrijvenvereniging Binckhorst Laakhaven Fruitweg, vindt dat bedrijven te weinig ruimte krijgen in het nieuwe woningplan van de gemeente Den Haag. “De balans tussen bedrijvigheid en wonen valt weg.” De gemeente geeft op haar beurt aan dat er wel degelijk voldoende ruimte beschikbaar blijft voor bedrijvigheid.

Door Tristan van Oorschot

Vijftien jaar geleden was het industriële gebied De Binckhorst vervallen en wist niemand wat ermee  gebeuren moest. Dit beeld is snel veranderd. Met de komst van de Rotterdamse baan is de Binckhorst opgebloeid en heeft het aantrekkingskracht voor wonen en werken. De gemeente laat particulieren vrij voor initiatief en dat wordt door projectontwikkelaars met beide handen aangepakt. Bovendien bevindt de Binckhorst zich in een groene transitie. Ondernemers en de gemeente werken samen om de Binckhorst te verduurzamen. Dit zijn positieve ontwikkelingen, maar Herweijer maakt zich zorgen over de woningbouw. Hij ziet het ondernemersklimaat verslechteren en de werkgelegenheid wegvallen. “De integratie van de maakindustrie en wonen blijft een lastig verhaal.”

Tegen het Algemeen Dagblad zegt hij: “De sfeer is angstig. Ik hoor regelmatig de vraag ‘Wat is de zekerheid dat ik over tien tot twintig jaar mijn bedrijf nog kan vestigen hier? Bedrijven durven niet meer te investeren en daardoor kunnen zij verpauperen.”   

Ondernemer Herweijer: sceptisch
Herweijer heeft dertig jaar leiding gegeven aan Citroën Le Vélo, gevestigd op de Binckhorst. Tien jaar geleden heeft hij het bedrijf verkocht maar is nog steeds betrokken door het voorzitterschap van de bedrijvenvereniging Binckhorst Laakhaven Fruitweg. De vereniging heeft zich met succes hard gemaakt voor de Rotterdamse baan. Herweijer ziet positieve ontwikkelingen, maar is ook sceptisch: “De gemeente ziet economisch veel mogelijkheden en stimuleert bedrijvigheid. Aan de andere kant wil het 5000 woningen bouwen. Dit is een lastig pakket, aangezien wonen en werken moeilijk te combineren is.” Bewoners hebben al aangegeven last te hebben van geluid door vrachtwagens met vroege leveringen en van geur door een bakkerij. De scheidslijn is niet duidelijk: waar kan gewerkt worden en waar gewoond. “Nu laat de gemeente woningen bouwen op plekken die beter bestemd zijn voor bedrijven. De balans is weg”, constateert Herweijer. 

Gemeente: sussend
Een woordvoerder van de Gemeente Den Haag, reageert: “Het uitgangspunt bij de Binckhorst is dat er ruimte blijft voor de bestaande bedrijvigheid. Daarnaast werken we in het centrum van de stad aan verdichten, waardoor mensen dicht op de voorzieningen en het openbaar vervoer zitten. Daarmee is er niet alleen ruimte voor woningbouw maar ook voor nieuwe bedrijvigheid. Daarbij kijken we vooral naar het aantal banen waar we ruimte voor maken. Ook in de Binckhorst is en blijft ruimte voor bedrijven, vooral in het deel tussen de Binckhorstlaan en de A12.”

VNO-directeur Mooren: onrust
Bert Mooren, directeur van ondernemersorganisatie VNO-NCW West, begrijpt de onrust onder ondernemers op de Binckhorst: “In heel Zuid-Holland bestaan voor tientallen bedrijfsterreinen plannen voor transformatie, vooral naar woningbouwlocaties. VNO-NCW West vindt dat de woningbouwtrein eenzijdig doordendert en de gemeente te lichtzinnig omgaat met de belangen van de maakindustrie en de werkgelegenheid. De bedrijven op de Binckhorst hebben de afgelopen twintig jaar last gehad van een onduidelijke beleidskoers voor de ontwikkeling van het gebied. Nu de gemeente de Binckhorst heeft aangewezen als een locatie waar zowel gewoond als gewerkt kan worden, vragen we garanties voor de bedrijvigheid in de toekomst. Worden bedrijven ingesloten door woontorens, dan gaat dat problemen opleveren. Deze bedrijven zijn belangrijk voor de economie en de arbeidsmarkt van Den Haag en zij hebben ook het recht om te zeggen: ‘Wij willen blijven en mogelijk uitbreiden’.” 

Mobiliteitsmakelaar Astrid Homan: uitdaging
De gedeeltelijke overgang van werk naar wonen brengt ook uitdagingen voor de mobiliteit met zich mee. Astrid Homan, Mobiliteitsmakelaar:  De ligging van de Binckhorst lijkt ideaal met twee stations en een snelweg in de buurt. En er is zelfs de mogelijkheid om met de boot het gebied te bedienen. Projectontwikkelaars zien die kansen ook. Woningbouw brengt wel voorwaarden met zich mee, zoals een minimaal aantal parkeerplaatsen. Omdat het veelal gaat om omvormen van bestaande panden, is dat uitdagend en kostbaar. De vraag is ook of het toekomstbestendig is. Door de gunstige ligging en de ontwikkeling naar andere vervoersmodaliteiten dan de auto, zijn lege parkeerplaatsen ook niet ondenkbaar. De ontwikkelaars zoeken daarom naar de ruimte binnen de regels: minder parkeren, meer deelmobiliteit.”

Homan legt uit dat de gemeente ook inzet op het interesseren van bewoners voor andere vervoersmiddelen dan de auto. “De gemeente investeert in op voet- en fietspaden, smart mobility en mogelijk zelfrijdend vervoer. Een auto, fiets of scooter is dan geen eigendom, maar wordt gedeeld.”  De vraag is of de nieuwe bewoners hierin meegaan of toch liever een eigen auto voor deur hebben staan. Homan ziet de onzekerheid als een uitdaging: “Dit project is ontzettend spannend. Het kan namelijk alle kanten op, maar als we krachten bundelen, maken we goede kans van slagen”.

Groene transitie
Alle betrokken partijen zijn positief gestemd over de samenwerking voor de groene transitie van het bedrijventerrein. De gemeente heeft een projectleider ‘Energietransitie’ voor de Binckhorst aangesteld. Samen met alle belanghebbenden in het gebied werkt hij aan een energieontwerp voor de toekomst. Vijftien jaar geleden al is er een warmtenet aangelegd, maar hierop zijn nog weinig bedrijven aangesloten. Sluit je in de toekomst meer bedrijven en woningen aan, kan de warmteproductie van bedrijven worden gebruikt voor de verwarming van woningen.

Verder is er een visie voor het Waterfront Park langs de Trekvliet in de maak, waarbij land gereserveerd wordt voor groen, water en recreatie. De bedrijvenvereniging stimuleert ondernemers te investeren in zonnepanelen en dubbelglas. Samen met de gemeente worden per bedrijf energiescans uitgevoerd om te kijken waar verbeteringen mogelijk zijn. “Het zijn grote investeringen, maar die worden over een aantal jaar rendabel. De transitie komt nu echt op gang”, vertelt Herweijer trots.

Aan het initiatief van de provincie en de universiteiten (ACCEZ) om de Binckhorst te verduurzamen, werkt VNO-NCW West actief mee. De ontwikkeling naar een circulaire economie en de energietransitie moet volop gestimuleerd worden. VNO-NCW West ondersteunt daarbij de bedrijvenvereniging.

Lees hier​ de blog van de voorzitter van VNO-NCW Den Haag over de Binckhorst​.