Gezond aan de slag in 2020

In de prachtige ambiance van de gastlocatie Koppert Cress kwamen bijna 200 gasten af op het thema ‘gezond aan de slag in 2020’. Voorzitter Pieter Eenhoorn blikte terug op 2019, waarin VNO-NCW Westland-Delfland zich fors inspande om bij de regionale en lokale politiek het ondernemersklimaat hoog op de agenda te krijgen – of het nu ging om de energietransitie, bereikbaarheid of arbeid.
Gastheer en CEO van Koppert Cress Rob Baan, hield een warm pleidooi voor een van de parels van de regio, het Varend Corso, en vertelde over de filosofie achter het bedrijfsrestaurant ‘Rob & Bob’.

Guy van Liempt, directeur van het ‘Erasmus Happiness Economics Research Organization’, sprak over het rendement van geluk. Dit geluksinstituut stelt mensen en organisaties in staat om zelf meer bewuste en weloverwogen keuzes te maken. Wat verstaan we eigenlijk onder geluk, is het meetbaar, en hoe zit het met het ‘geluksverschil’ tussen landen maar ook binnen landen? Zijn overtuiging is: Als je echt bevlogen medewerkers wilt hebben, neem dan hun geluk (=levensvoldoening, kwaliteit van leven) serieus.

Het verhaal van Bob Hutten, CEO van Hutten Catering en de Verspillingsfabriek, sloot hier naadloos op aan. Als inspirator van werkgeluk vindt hij het belangrijk om medewerkers in hun kracht te zetten. En iemand zet je in zijn of haar kracht door maximaal gelukkig te zijn, zowel in werk als privé. Eenmaal per halfjaar vullen de medewerkers van Hutten een ‘geluksvragenlijst’ in en het managmentteam gaat zelfs aan de slag met een geluksschilderij; pentekeningen die ambities en dromen weergeven, thuis en op het werk.

De bijeenkomst werd feestelijk afgesloten met de opening van het vernieuwde bedrijfsrestaurant ‘Rob & Bob’. Na afloop kreeg iedereen een duurzame boodschappentas mee, met Kerstkransjes van de Verspillingsfabriek, cressen van Koppert Cress en een mooie boodschap van de Rabobank met hun visie op duurzaam voedsel. Deze tas werd u aangeboden door de Rabobank. Bob Hutten werkt nauw samen met de Rabobank om tot een duurzame voedselketen te komen, en ziet een broedplaats voor nieuwe voedselinitiatieven voor zich, in samenwerking met Rabobank.

Wij wensen u hele fijne, gezonde en smaakvolle Kerstdagen toe en gaan ook voor u weer (gezond) aan de slag in 2020. Graag tot ziens op onze bijeenkomsten in het nieuwe jaar.

Fotoreportage
Presentatie Guy van Liempt

Door Merijn van Grieken/ Van Grieken Tekst

De jaarlijkse eindejaarsbijeenkomst voor meer dan honderd ondernemers uit Rotterdam en omgeving was volledig in lijn met de kerstgedachte. In de Burgerzaal, naast de schittering van de lampjes in de kerstboom, ontvouwde zich een bijzondere avond waar het niet uitsluitend ging om keiharde euro’s, maar juist over sociaal ondernemen.

“Bij ondernemen hoort gevoel, creativiteit, handreikingen doen, bruggen slaan en samenwerken. Het gaat over veel meer dan de pegels”, zei Mai Elmar, voorzitter van VNO NCW Rotterdam. “Daarom moeten we nog harder werken om te zorgen dat ook dàt imago in de etalage ligt. Daar hebben we met z’n allen een taak. Een fijne kerst gewenst. En voor de mensen die u op straat tegenkomt: een glimlach is soms al genoeg.”

Kantelen
Sociaal ondernemer Annelies van der Vorm maakt met VoorGoed Rotterdam Impact Agency verbindingen om maatschappelijke vraagstukken op te lossen. Sociaal ondernemen betekent voor haar dat iedereen kan bijdragen aan een betere maatschappij. “Als je hoort dat bedrijven 100 miljoen euro winst draaien… denk ik hoezo?! Als we allemaal een beetje delen, wordt het leven een stuk prettiger. Je merkt dat bij jongeren gedachten over werk en geld verdienen kantelen.”

Volgens Van der Vorm kun je economisch bezig zijn, geld maken, jezelf blij maken én sociaal doen. “Door bijvoorbeeld mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te nemen of eens koekjes te kopen bij de Bakkerswerkplaats of koffie bij het Rotterdamse bedrijf Heilige Boontjes. Doordat hun omzet stijgt kunnen zij meer ex-gedetineerden werk bieden. Sociaal ondernemen is niet zo ingewikkeld.”

Muziek als medicijn
Creatief ondernemer en trompettist van het Rotterdams Philharmonisch orkest, André Heuvelman, verbindt mensen met muziek, elkaar en zichzelf. Zijn trompet is daarbij het middel. Volgens hem is ‘juist Rotterdam goed in de menselijke kant van ondernemen’. Hij sprak over muziek als medicijn. Hij deed samen met het Erasmus MC, het AMC en Philips een project waarbij patiënten in de nieuwe MRI-scan orkestmuziek krijgen te horen in combinatie met beelden.

“Er zijn 70 tot 86 procent minder re-scans nodig. Het is nog maar het begin, een eerste project. We benutten muziek nog veel te weinig. Als het aan mij ligt, neemt de waarde van muziek net zo’n vlucht als yoga. Er zijn topmanagers die tussen meetings door klassieke muziek luisteren om hun hartslag naar beneden te krijgen. Daar ligt goud als het gaat om stress, burn-out en andere grote problemen”, aldus Heuvelman.

Speerpunten
Toch was er op de bijeenkomst behalve de ‘zachte kant van ondernemen’ ook aandacht voor toekomstbestendig ondernemen. “Ongeveer zeventig procent van de Nederlandse economie draait op u als ondernemers”, aldus wethouder Barbara Kathmann van Economie. “De speerpunten van het gemeentebestuur voor 2020 zijn met het oog op de toekomst gericht op circulair, digitaal en duurzaam. Er is straks nog maar een contante en dat is er een van contante verandering.”

Fotoreportage

Presentatie VOORGOED Praatplaat
Presentatie VOORGOED Menukaart

​Amsterdamse kennisinstellingen hebben de handen ineen geslagen en investeren in de komende tien jaar 1 miljard euro in de ontwikkeling van verantwoorde AI-technologieën, door het opzetten van onderzoeksprogramma’s, het aantrekken van topwetenschappers en het opleiden van studenten met state-of-the-art kennis van AI. Samenwerkingen met topinstituten in de wereld, publieke partners en het bedrijfsleven worden versneld uitgebreid. De European Laboratory for Learning and Intelligent Systems (ELLIS) maakte deze week bekend dat de UvA geselecteerd is als ELLIS Unit om talent in machine leren en aanverwante AI-onderzoeksvelden voor Europa te behouden.

Onder de noemer AI technology for people committeren vooraanstaande Amsterdamse kennisinstellingen zich eraan de komende tien jaar 1 miljard euro te investeren, minimaal 800 onderzoekers aan te stellen, 5.000 bachelor- en masterstudenten en promovendi op te leiden, 10.000 studenten een AI-minor te laten volgen en 100 spin-offs en 100 startups te (helpen) ontwikkelen.
AI technology for peopleAmsterdam heeft het grootste wetenschaps- en innovatie-ecosysteem van Nederland en bouwt voort op drie decennia ervaring in onderzoek, onderwijs en innovatie op het gebied van AI. ‘We hebben brede expertise in huis; technologische kennis en kennis over de juridische, sociale en ethische aspecten van AI. Toch beginnen ook wij het tekort aan AI-talent te voelen’, licht Geert ten Dam, voorzitter Universiteit van Amsterdam, toe. ‘Extra investeringen zijn dan ook hard nodig’. Mirjam van Praag, voorzitter Vrije Universiteit Amsterdam, vult aan: ‘In deze zeer competitieve wereld moeten we scherp zijn op het aantrekken, ontwikkelen en behouden van talent om ervoor te zorgen dat we de ontwikkeling van geavanceerde technologie onder controle houden en tegelijkertijd onze nationale en Europese waarden in stand houden.’
De Amsterdamse kennisinstellingen zetten in op samenhangende technologische ontwikkelingen: machine leren, hybride intelligentie en uitlegbare AI. Essentieel is de ontwikkeling van betere systemen, waarbij de mens centraal staat en waarborgen voor verantwoorde toepassing worden ingebouwd: AI technology for people. Anita Nijboer, onder andere bestuurslid VNO-NCW Metropool Amsterdam, is ambassadeur  van de Amsterdamse coalitie. Centraal in de aanpak van de coalitie staan drie grote thema’s, allen met een grote invloed op het dagelijks leven van mensen en de sociaal-economische ontwikkeling in de regio: AI for Health, AI for Business Innovation en AI for Citizens. 
Internationale samenwerking Amsterdam sluit zich aan bij vooraanstaande internationale initiatieven zoals ELLIS (European Laboratory for Learning and Intelligent Systems) en CLAIRE (Confederation of Laboratories for Artificial Intelligence Research in Europe). ELLIS maakte dinsdag 10 december bekend dat de UvA is gekozen voor een excellence center vanwege bewezen wetenschappelijke excellentie. Het ELLIS-netwerk, bestaande uit Europese steden met topinstituten op het gebied van AI, zal de uitwisseling van onderzoekers en studenten vergemakkelijken. De unit op het Amsterdam Science Park kan in het kader van dit initiatief nieuwe onderzoekers en nieuwe promovendi aanstellen.
Samenwerking in AmsterdamDe regio Amsterdam combineert technische infrastructuur, (SURFsara, Amsterdam data Exchange), institutionele infrastructuur (CWI, eSciencecenter, UvA, VU en HvA) en data science netwerken (AmsterdamDataScience,  Amsterdam Medical Data Science.) De gemeente Amsterdam, Amsterdam Economic Board en Provincie Noord-Holland investeren in de ontwikkeling door het creëren van een aantrekkelijk vestigingsbeleid, door steunprogramma’s op maat voor talent en door het bijeenbrengen van partijen om co-creatie stimuleren. 
De kennisinstellingen werken intensief samen met een groeiend aantal bedrijven in publiek-private onderzoekslabs ondergebracht in ICAI, het nationale Innovatie Centrum voor AI op het Amsterdam Science Park. Zo werd in november het Atlas Lab gelanceerd met TomTom, en werden eerder het AIRlab Amsterdam (gezamenlijk industrie-lab met Ahold Delhaize), het Nationaal Politielab (samenwerking UvA, Universiteit Utrecht en de Nationale Politie), Elsevier AI Lab (samenwerking UvA, Vrije Universiteit en Elsevier) AIM Lab (samenwerking UvA en Inception Institute of Artificial Intelligence Ltd.), Delta Lab (samenwerking UvA en Bosch) en QUVA Lab (samenwerking UvA en Qualcomm) opgericht en is dit jaar het zwaartekrachtprogramma Hybrid Intelligence (samenwerking o.a. VU en UvA) van start gegaan. Op 1 januari 2020 start de HvA met het Expertise Centrum voor Applied AI. 
Partners in AI Technology for PeopleAntoni van Leeuwenhoek (waarvan Nederlands Kanker Instituut onderdeel is), Amsterdam Economic Board, Amsterdam UMC, Centrum Wiskunde & Informatica, Gemeente Amsterdam, Hogeschool van Amsterdam, Sanquin, Universiteit van Amsterdam, Vrije Universiteit Amsterdam.

​De Connected Transport Corridor Groot-Rotterdam gaat op 12 december 2019 officieel van start in de provincie Zuid-Holland. Deelnemende vervoerders zijn voorzien van connected technologie, die communicatie mogelijk maakt met intelligente verkeerslichten. Daarnaast zullen vrachtwagens als konvooi worden ingepland en op ruime en veilige volgafstand achter elkaar rijden. Deze aanpak moet huidige en toekomstige verkeersknelpunten in het veilinggebied ontlasten. 

Intelligente verkeerslichten
De Corridor in Zuid-Holland omvat tien routes over de wegen in het Westland, het Oostland en het Waal-Eemhaven gebied, met in totaal 35 intelligente verkeerslichten. Tijdens de kick-off op 12 december worden de eerste 3 in gebruik genomen.

Het intelligente verkeerslicht detecteert het aankomende verkeer en geeft het konvooi van vrachtwagens prioriteit. De chauffeurs krijgen via hun boardcomputer of telefoon melding over de adviessnelheid om groen licht te krijgen en ontvangen daarnaast op maat informatie over files, wegwerkzaamheden en maximumsnelheid. Deze vorm van informatie-uitwisseling is mogelijk door nieuwe software en geïntegreerde overheidsdata in logistieke systemen.

Opschalen dankzij samenwerking
De provincie Zuid-Holland werkt voor deze aanpak samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en diverse regionale partners, zoals de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, VNO-NCW West en Greenport West-Holland en regionale wegbeheerders en ondernemers.

Gedeputeerde Floor Vermeulen: “Samen met betrokken partijen zetten wij met de Connected Transport Corridor een belangrijke stap om de doorstroming op onze drukke logistieke wegen te verbeteren. Het transport wordt efficiënter en duurzamer. Doordat vrachtwagens minder remmen en optrekken, vermindert het brandstofgebruik aanzienlijk. Dat levert een forse kostenbesparing op voor de logistieke sector en de CO2-uitstoot neemt flink af.”

Als onderdeel van het landelijke programma Connected Transport Corridors realiseren de regio’s Amsterdam, Zeeland en Zuid-Nederland vergelijkbare oplossingen. Door deze landelijke insteek kunnen chauffeurs in de toekomst op de gehele route gebruikmaken van de voordelen van de Connected Transport Corridor.

Ervaring chauffeurs meegenomen
Chauffeurs spelen een essentiële rol bij het connected rijden. Eric de Winter, directeur van De Winter Logistics: “Als sector zijn wij van begin af aan betrokken bij de plannen. In eerdere pilots, zoals de Experience Week Connected Transport, is de ervaring van de chauffeurs onderzocht. Zij gaven aan meer comfort en rust te ervaren doordat ze beter geïnformeerd worden. Binnen de Connected Transport Corridors worden die ervaringen nu blijvend gerealiseerd.”​​

​Tijdens de eindejaarsbijeenkomst van VNO-NCW Oostland op 12 december  heeft Gijs van der Helm de voorzittershamer van VNO-NCW Oostland overgenomen van Ilone Ammerlaan. De Kees van der Helm award werd uitgereikt aan Oscar van Buijtene​ van OBS Groep. 

“Jarenlang heb ik met zeer prettig met Ilone Ammerlaan samengewerkt,” zegt Van der Helm, directeur van VanderHelm Bedrijven. “Het is een mooie uitdaging de taak als voorzitter nu over te nemen.”

“Het bestuur van VNO-NCW Oostland heeft een goede lijn ingezet met substantiële ledengroei en sterke diversiteit aan bijeenkomsten. Het streven is om VNO-NCW Oostland in de regio nog meer neer te zetten als een je als ondernemer bij horen. Het doel is een zo sterk mogelijk netwerk te bieden waarmee ondernemend Oostland een sterk gemeenschappelijk geluid kan laten horen. Er zijn veel prachtige bedrijven en ondernemers in de regio Oostland, kansen genoeg dus!”

Gijs van der Helm (33) is directeur van VanderHelm Bedrijven uit Berkel en Rodenrijs. VanderHelm Bedrijven heeft ruim honderd medewerkers en is dé bodembrede dienstverlener. Het bedrijf richt zich op alles wat er in de bodem moeten gebeuren, in de hele keten van onderzoek tot advies en realisatie.

Na een studie management, econome en recht aan de Hogeschool Rotterdam vervulde Van der Helm diverse functies buiten het familiebedrijf, om in 2013 aan de slag te gaan bij VanderHelm bedrijven. Door het onverwacht overlijden van zijn vader Kees in 2015 trad Gijs van der Helm vroegtijdig aan als directeur in het familiebedrijf. Het bedrijf is in 1979 als loonbedrijf en is inmiddels uitgegroeid tot een totaal leverancier op het gebied van milieu, civiel & infra en ecologie. 

Ilone Ammerlaan
Ilone Ammerlaan, directeur van Plantise, trad in 2015 aan als voorzitter van VNO-NCW Oostland. Zij heeft de A12 als corridor met logistieke bedrijven op de kaart. Ook zette zij zich volop in voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen, waardoor nieuwe bedrijven zich in de regio Oostland konden en wilden vestigen. Onder haar voorzitterschap zijn verder tal van bijeenkomsten georganiseerd, waar ondernemers elkaar konden ontmoeten of een kijkje bij elkaar in de keuken konden nemen. Deze bijeenkomsten trokken nieuwe leden aan waardoor VNO-NCW Oostland een bloeiend netwerk is. ​

Kees van der Helm award
De Kees van der Helm award werd uitgereikt aan Oscar van Buijtene​ van OBS Groep. Het thema dit jaar was ’technisch innovator.
Bekijk de video​ over de Kees van der Helm Award 2019. 

“In het verleden richtten de verkopers van het Canadese ICT-bedrijf Cognos (tegenwoordig onderdeel van IBM) zich op grote klanten: de ‘Unilevers’ van deze wereld. Bij hen waren immers de grote, prestigieuze deals binnen te halen. Maar het risico dat er helemaal geen deal kwam, was ook heel groot. Vaak werkten deze verkopers met geknepen billen naar het einde van het financiële jaar toe omdat ze hun jaartarget waarschijnlijk niet zouden halen.
Totdat op een dag een accountmanager werd aangenomen die op bezoek ging bij kleine bedrijven en instellingen. Hij werd spottend ‘de stofzuiger’ of ‘kruimeldief’ genoemd. Hij tikte echter de ene na de andere kleine order binnen en haalde fluitend zijn target. Oftewel: hij richtte zich op de meerderheid.”

Kloven
Peter ten Wolde (51) werkte vanaf 1996 acht jaar voor Cognos. Na een carrière in de managementinformatievoorziening begon hij in 2006 voor zichzelf en werd al vrij snel  ambassadeur van het gedachtegoed Factfulness. Aan de hand van een voorbeeld uit eigen ervaring heeft hij alvast de eerste van de tien principes van Factfulness uitgelegd. (Kijk voor alle principes op pagina 18). “We  richten ons op de uitzonderingen”, licht hij nader toe. Laat ik de lezer een vraag stellen: is het aantal mensen dat voor minder dan 2 dollar per dag moet rondkomen – die dus in extreme armoede leven – de laatste jaren toe- of afgenomen? … Maar liefst 81 procent van de Nederlanders denkt dat het aantal toegenomen of gelijk gebleven is. Dat komt omdat we in de media de uitzonderingen zien. Aangrijpende televisiebeelden van de hongersnood in Zuid-Soedan bijvoorbeeld. Een ernstige situatie natuurlijk, maar een uitzondering. Het zorgt voor een verkeerd inzicht in de stand van zaken van de wereld.” Het aantal mensen dat honger lijdt is de afgelopen decennia flink afgenomen (zie grafiek op pagina 17). Wel maakte in november het Rode Kruis bekend dat dit aantal weer licht stijgt.

14 miljoen hits
De video ‘The Best Stats You’ve Ever Seen’ heeft meer dan 14 miljoen hits. Rosling, een Zweedse professor in geneeskunde en statistiek, laat erin zien dat de wereld een enorme vooruitgang doormaakt. Hij stichtte samen met zijn zoon Ola Rosling en zijn schoondochter Anna Rosling Rönnlund de Gapminder Foundation waar mensen kosteloos statistische gegevens over de ontwikkelingen en trends in de wereld kunnen vinden, vaak samengevat in aansprekende interactieve grafieken. Het doel is de promotie van een wereldvisie gebaseerd op feiten. Rosling is in 2017 overleden, maar zoon en schoondochter zetten zijn werk met passie voort. Ten Wolde heeft Ola Rosling drie keer mogen ontmoeten en verspreidt het gedachtegoed in Nederland door lezingen, workshops en advies op maat te geven.

Betrouwbaar
Voor Ten Wolde is het zonneklaar dat ook ondernemers baat hebben bij de 10 principes van Factfulness (zie pagina 18). “Er zijn instituten in de wereld die goed onderzoek doen en met betrouwbare cijfers komen. Hans Rosling deed onderzoek naar de internationale gezondheid aan het gerenommeerde Karolinska Institutet. Hij adviseerde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en Unicef bijvoorbeeld bij hun beleidsvorming. De VN, de Wereldbank, het IMF, dat zijn ook betrouwbare instituten. Als het IMF voorspelt dat de grootste economische groei gaat plaats vinden in zes Afrikaanse en drie Aziatische landen dan weet je wat je als ondernemer te doen staat. Een groei van 3 tot 6 procent, dat gaan we hier in de huidige hoge-inkomenslanden (het ‘Westen’) niet meer meemaken.”

Energie
Ten Wolde is ervan overtuigd dat als je de juiste feiten en cijfers verzameld en ze volgens de 10 principes inzet er positieve energie vrijkomt. “Ondernemers zullen nog creatiever en oplossingsgerichter worden. Neem eens een kijkje op www.gapminder.org en doe de gapminder test. Je zal schrikken hoe onterecht somber je beeld van de wereld is. Kijk je op basis van feiten naar die wereld dan kun je de uitdagingen beter aan en ben je in staat effectief beleid voor de lange termijn te ontwikkelen.”

Peter ten Wolde gaf op 5 november een lezing Factfulness voor de leden van VNO-NCW West. De lezing was het laatste deel van een drieluik.

Meer info: www.vno-ncwwest.nl/delft

De tien principes van Factfulness
Wie feiten verzamelt, analyseert en inzet volgens de tien principes van professor Hans Rosling, zal succesvoller zijn, is de stellige overtuiging van Peter ten Wolde. Dat geldt in het bijzonder voor ondernemers die hun bedrijfsstrategie richten op continuïteit en groei op de lange termijn.

​Goede ideeën beginnen bij een biertje. Of gaan over een biertje. Of, om precies te zijn: een brouwerij. Brouwerij en restaurant De Prael werd zeventien jaar geleden opgezet om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een kans te geven in de horeca.

De vrienden Fer Kok en Arno Kooy richtten zeventien jaar geleden De Prael op. Kok was bezig met het opzetten van een sociale firma om werk te creëren voor mensen met een psychische beperking. En in hun vrije tijd begonnen de twee vrienden steeds serieuzer bier te brouwen. Een combinatie tussen hobby en werk was snel gemaakt en inmiddels is De Prael uitgegroeid tot een gerenommeerde brouwerij met eigen restaurants op vier locaties. De Prael stamt uit Amsterdam, heeft daar twee vestigingen en is verder te vinden in Groningen en Den Haag. 

Rendabel
In Den Haag worden de zaken geleid door Jan Koppen, de operationeel directeur. Hij biedt de gasten een proeflokaal voor het eigen bier, een restaurant en een cafégelegenheid. Er werken zestig mensen, waarvan vijftig met een afstand tot de arbeidsmarkt. “We zijn  een sociale onderneming,” zegt Koppen. “Dat betekent dat we het als onze eerste taak zien om werkgelegenheid te creëren voor mensen die een steuntje in de rug nodig hebben. Maar we willen wel economisch rendabel zijn. We willen uiteindelijk onafhankelijk zijn van subsidies of andere vormen van ondersteuning.”

‘Kom een keer langs, dan ben je zo overtuigd!’

De Prael is zeker niet de enige onderneming die kansen biedt aan mensen met een arbeidsbeperking. In het hele land voldoen werkgevers uit de marktsector ruim aan de Banenafspraak en liggen ze op schema om in 2026 100.000 banen voor mensen met een arbeidsbeperking te hebben gecreëerd. De Prael neemt in dit inclusieve krachtenveld toch een bijzondere positie in, want haar doelgroep is moeilijker dan gemiddeld.

Elke doelgroep
Oorspronkelijk was De Prael bedoeld voor mensen met een zorgachtergrond,” zegt Koppen. Nog altijd zijn mensen met een zorgindicatie ruim vertegenwoordigd, maar de medewerkers komen ook uit het Praktijkonderwijs, de Sociale Werkplaatsen WSP’s, het UWV en de reclassering. “Wij zijn er voor elke doelgroep die moeite heeft. Wij willen de schakel tussen zorg en bedrijfsleven zijn. Idealiter doen mensen bij ons de basisvaardigheden op en stromen daarna door naar ander werk.”

Wie bij De Prael wil solliciteren, moet voornamelijk motivatie meebrengen. Algemene werknemersvaardigheden (op tijd komen, netjes gedrag onderling) en horecavaardigheden kunnen altijd aangeleerd worden. Daarvan is Koppen overtuigd. De Prael heeft een systeem opgetuigd om de medewerkers te ondersteunen. Als interne jobcoach biedt Koppen zelf begeleiding en er is ook een trajectbegeleider met een pedagogische achtergrond. De chefkok en de floormanager zorgen voor de werkinhoudelijke kant.

Taken uitsplitsen
Hoewel keuken- en horecawerk als behoorlijk stressvol bekend staan, lukt het De Prael om de werkprocessen zo in te richten dat de medewerkers er goed mee uit de voeten kunnen. Koppen: “Wij hebben de luxe om meer mensen in dienst te hebben dan een doorsnee horecabedrijf. We kunnen de taken dus wat meer uitsplitsen en het werk evenwichtig verdelen.”

Dankzij de begeleiding en de goede taakverdeling, scoort De Prael goed als het aankomt op het ontwikkelen van de medewerkers. “We werken met een doelgroep die over het algemeen weinig zelfvertrouwen heeft. Mensen hebben veel meegemaakt. Wij bieden ze in een beschermde omgeving de ruimte om dingen te proberen en misschien ook een keer onderuit te gaan. Wij helpen ze dan weer overeind. En dan, het klinkt misschien als een cliché, maar je ziet mensen echt groeien en ze laten je echt versteld staan van hun kunnen.”

‘Mensen laten je versteld staan van hun kunnen’

Alles bij elkaar
Anderhalf jaar geleden, bij de opening van de Haagse vestiging van De Prael, begon Koppen als operationeel directeur. Hij heeft een verleden in de horeca en deed ook al ervaring op als werkbegeleider en jobcoach. “Bij De Prael kwam voor mij alles bij elkaar. Ik vind het geweldig om mensen te helpen hun intrinsieke motivatie te vinden en hun mogelijkheden te ontdekken.”

De gasten van De Prael merken volgens hem niet dat hun biertje en hun sateetje zijn bereid door mensen die wat moeite hadden om aan het werk te komen. “Zo hoort dat toch ook? Wij leveren gewoon goede kwaliteit. Heel veel mensen hebben geen idee van wat een arbeidsbeperking betekent. Bijna iedereen heeft daar rare beelden bij, maar de doelgroep is divers en heeft echt veel te bieden.”

Eigen ogenKoppen roept collega-ondernemers dan ook op om mensen met een arbeidsbeperking de kans te geven. “Het is echt een toevoeging voor je bedrijf. Op talloze plekken kunnen mensen uit deze doelgroep nuttig werk verrichten en zo de andere collega’s taken uit handen nemen. En wie me niet gelooft, kom een keer bij ons langs en dan ben je zo overtuigd!”

​Tamara van Ark is staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Aart van der Gaag is commissaris van het project ‘Op naar de 100.000 banen!’ dat werkgevers informeert en inspireert rond de Banenafspraak. Sinds kort werken ze samen om voor 2026 125.000 nieuwe banen te creëren voor mensen met een arbeidsbeperking.  

De voortgang van de Banenafspraak verliep de afgelopen jaren volgens plan. Tot en met 2018 zijn er 51.956 banen voor mensen met een arbeidsbeperking gerealiseerd, terwijl de doelstelling 43.500 was. “Een indrukwekkende prestatie, maar nog altijd staat meer dan de helft van de mensen uit de doelgroep aan de zijlijn,” stelt Van Ark. “Aantallen klinken abstract, maar een baan is meer dan een getal. Elke baan erbij is iemand die de kans krijgt – en grijpt – om mee te doen.” 

Breed Offensief 
Van Ark heeft een ‘Breed Offensief’ ingezet dat het voor alle werkgevers, zowel ondernemers als de overheid, makkelijker moet maken om mensen met een arbeidsbeperking te vinden en aan te nemen. Het Offensief kent vier pijlers. Ten eerste moeten werkgevers en werkzoekenden elkaar beter kunnen vinden. Daarnaast moet het hele proces voor werkgevers eenvoudiger worden gemaakt. Met de beste intenties gemaakte wetten en regels zorgden voor een te ingewikkeld systeem, bijvoorbeeld rond loonkostensubsidie of de inzet van jobcoaching. Ten derde wil het Breed Offensief bijdragen aan permanent werk en als laatste moet het aantrekkelijker gemaakt worden voor de doelgroep om een baan te accepteren.  

Loonwaardebepaling
De staatssecretaris wil gemeenten en UWV de ruimte geven om het samen eenvoudiger te maken, maar tegelijkertijd gemaakte afspraken waarborgen. “De werkprocessen rond loonkostensubsidies worden gestroomlijnd. Zo wordt één manier van loonwaardebepaling vastgesteld. Ja, er blijven verschillende aanbieders, maar die passen wel dezelfde manier toe. Dat schept duidelijkheid.”

Aart van der Gaag is voorzichtig positief over de doelstellingen van het Breed Offensief. Elke verbetering leidt immers tot meer werkgevers die mee willen doen. Maar: “de Banenafspraak is onderdeel van de Participatiewet en de uitvoering is grotendeels gedecentraliseerd. Dat maakt het niet makkelijk om tot eensluidende oplossingen te komen. Werkgevers moeten niet gestraft worden als ze hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. In tegendeel: het moet een feestje zijn.”

Overheid loopt achterMarktwerkgevers lopen tot nu toe ver voor op de doelstellingen. Overheidswerkgevers blijven achter. Van Ark wil dat overheidswerkgevers hun aandeel in de Banenafspraak pakken: “De overheid staat aan de lat en moet aan de gang.” Toch wordt het onderscheid tussen marktwerkgevers en overheidswerkgevers opgeheven. Beide partijen worden samen verantwoordelijk voor het behalen van 125.000 nieuwe banen.

Dit leidt tot bezorgdheid onder werkgevers. Als de doelstelling door het tekortschieten van de overheidssector niet wordt gehaald, worden dan ook ondernemers geconfronteerd met quota of boetes? “Die zorgen neem ik serieus,” zegt de staatssecretaris. “Maar er waren goede redenen om het onderscheid op te heffen: het ging meer over de manier van tellen dan over de banen. Het tellen zelf was administratief complex. Daarnaast kwam een discussie over inbesteding op gang. Ik verwacht dat er nu meer banen voor de doelgroep gecreëerd worden.”
Om de prestaties van de overheid te verbeteren heeft Van Ark afspraken gemaakt met de minister van Binnenlandse Zaken, die verantwoordelijk is voor de overheid als werkgever. Ook vroeg ze Van der Gaag om overheidswerkgevers de komende jaren te ondersteunen. Als commissaris van het project ’Op naar de 100.000 banen’ was hij tot nu toe namens ondernemersverenigingen VNO-NCW, MKB Nederland en LTO Nederland actief om ondernemers te ondersteunen bij het voldoen aan de Banenafspraak. “Marktwerkgevers hebben geweldig gepresteerd,” complimenteert Van Ark. “Dat kan ik niet duidelijk genoeg uitspreken. Daar ben ik echt dankbaar voor.” 
Versnelling creërenVan der Gaag wil voor overheidswerkgevers doen wat hij de afgelopen jaren ook gedaan heeft in de marktsector. Het begint met een coalition of the willing en het verzamelen van inspirerende verhalen. “We willen de projectleiders die er mee bezig zijn ondersteunen. Sommige overheidssectoren doen het al goed. Ik noem de provincies als voorbeeld. Door afdelingen en sectoren van elkaar te laten leren, brengen we een versnelling op gang.”“Aart heeft laten zien hoe het kan”,  zegt Van Ark. “Ik heb de afgelopen jaren van dichtbij meegemaakt hoe ‘Op naar de 100.000 banen’ het inclusieve vuur heeft aangestoken. Juist omdat de marktsector zo goed heeft gepresteerd, nemen we daar graag een klein beetje een voorbeeld aan.”

​Sinds 5 november is Kim Boersma (41) de directeur van VNO-NCW West. Met pit en snelheid wil zij de regionale ondernemersvereniging op een nieuwe leest schoeien. Dat is hard nodig, want zowel in de belangenbehartiging als in de netwerkfunctie – de twee hoofdactiviteiten van VNO-NCW West – zijn de behoeften van ondernemers sterk veranderd. Een interview over de uitdagingen in een nieuwe tijd.   

Tekst: Annemarie van Oorschot
Fotografie: Marlies Hofstede     

Voordat Boersma Bert Mooren opvolgde, heeft zij zich als adjunct-directeur bij VNO-NCW West zes maanden ingewerkt. Met 2000 leden, tientallen lobbydossiers, 10 regionetwerken, 8 doelgroepnetwerken, bijna 100 bestuurders en meer dan 150 bijeenkomsten per jaar duurt het even voordat je inzicht hebt in de verenigingsstructuur. “Passie en gedrevenheid, ik zie zoveel energie bij de leden”, beschouwt Boersma, “wat leidt tot mooie initiatieven. Vanuit mijn functie is het dan belangrijk het overzicht te bewaren en alle activiteiten op elkaar af te stemmen. In het Dagelijks en Algemeen Bestuur, waarvan de voorzitters van de regio- en doelgroepnetwerken deel uitmaken, vindt die afstemming plaats.”

Lukt dat? 
“Zeker! Ik heb de afgelopen maanden veel leden leren kennen. Ik heb veel ondernemers gesproken en dat wil ik blijven doen. De sfeer in de besturen is heel constructief. De voorzitters zijn zeer ervaren, die willen graag helpen bij de vernieuwing. Er moet wel wat gebeuren. In deze tijd is het niet meer vanzelfsprekend dat je lid van een vereniging wordt. Ondernemers kijken eerst heel goed wat de toegevoegde waarde is, en dat vind ik ook terecht. Er is veel aanbod en het is onze taak goed te laten zien welke unieke meerwaarde ons netwerk en onze lobby kan bieden. We ontwikkelen nieuwe activiteiten die heel interessant voor hen kunnen zijn. Ik ben ervan overtuigd dat deze vernieuwing het beste in de regio kan ontstaan en het is de taak van mij en het bureau om de uitrol van deze innovaties te optimaliseren, in de regio en soms ook door heel Nederland, want ondernemen stopt niet bij de regiogrenzen. Hierover moeten we goed nadenken.“

‘VNO-NCW WEST IS EEN ÉCHTE ONDERNEMENDE NETWERK­ORGANISATIE’​

Aan welke innovaties moet ik denken?
“In de eerste plaats aan de doelgroepnetwerken. Die hebben de toekomst. Het zijn community’s die rond een (lobby)thema of doelgroep ontstaan. Denk aan het sterke DGA-netwerk, het netwerk Groene Groeiers, Netwerk Mobiliteit, het HRM-netwerk of de grote steden met specifieke lobbydossiers. Deze community’s kunnen een lang leven hebben, maar ook na verloop van tijd ophouden te bestaan omdat hun doel bereikt is.”

Hoe kan het bureau daarin faciliteren?
“Door goed te luisteren naar onze leden. Wat is hun behoefte? Gezamenlijk met de besturen kunnen wij de leden effectiever helpen bij het leggen van waardevolle verbindingen en versterken van hun netwerk. Dit doen we door ondernemers samen te brengen op inhoudelijke bijeenkomsten, hen de mogelijkheid te bieden om laagdrempelig te netwerken en goed te laten zien wat de lobby betekent voor het ondernemersklimaat in de regio.”

Zoals bij het Netwerk Groene Groeiers gebeurt?
“Een goed voorbeeld. Deze community wordt gevormd door leden die investeren in circulaire business cases en energietransitie. De medewerkers van ons bureau faciliteren de matchmaking tussen de leden: grotere bedrijven plaatsen uitdagingen en jonge, innovatieve bedrijven mogen hun oplossingen pitchen. Begin november hadden we bijvoorbeeld een Groene Groeiers-bijeenkomst waar Philips om oplossingen vroeg voor zijn afval dat uit mixed plastics bestaat. Dan pitchen er meer dan tien jonge ondernemers, zoals iemand die er draad voor de 3D-printer van kan maken. Die uitdagingen en oplossingen worden ook digitaal bij elkaar gebracht in de besloten omgeving van groenegroeiers.nl. Zo’n digitaal platform werkt goed en ik wil dit ook graag inzetten bij andere community’s. 

Behalve het bieden van een netwerk is de belangenbehartiging een belangrijke taak van VNO-NCW West. Hoe zie je de vernieuwing van die taak?
“Ook bij deze taak moeten we goed naar de leden luisteren. Eind oktober zijn we naar het Malieveld gegaan om actie te voeren tegen het stikstofbeleid dat veel bouwprojecten stillegt. Compleet met actie-hesjes en spandoeken. Volgens mij is dat in de geschiedenis van VNO-NCW niet eerder voorgekomen. Maar onze leden uit de bouwsector vroegen erom. Het water staat ze aan de lippen. Sommigen zijn oprecht bang voor een faillissement.  Ik zeg niet dat we onze traditionele lobbyactiviteiten overboord moeten gooien. Brieven schijven aan gemeenten of provincies, inspraak in commissies, op bezoek gaan bij ambtenaren, dat soort activiteiten kunnen effectief zijn en de lijntjes naar bewindslieden zijn vanuit VNO-NCW kort. Maar we kunnen meer moderne, digitale middelen inzetten ter ondersteuning van de belangenbehartiging.”

‘DOELGROEPNETWERKEN HEBBEN  DE TOEKOMST’​

De samenleving, met name de overheid, doet steeds vaker een beroep op ondernemers om oplossingen te bedenken voor maatschappelijke vraagstukken en deze helpen uit te voeren. Wil je VNO-NCW West op deze nieuwe ontwikkeling inrichten?
“Daar zijn we al mee bezig. Veel leden van ons vragen er ook om. Die willen impact maken. Wel moeten we ervoor waken geen uitvoeringsorgaan van de overheid te worden. Er zijn al mooie eigen initiatieven van ondernemers. Neem ondernemers die zich inzetten voor schuldhulpverlening aan medewerkers. Ook zijn er velen die hun bedrijf duurzamer en inclusiever inrichten. Het is belangrijk om deze initiatieven zichtbaarder te maken.”

VNO-NCW West als een linking pin tussen bedrijfsleven en overheid…
“Precies. De vernieuwing zit vooral in meer direct contact met onze achterban, waarbij wij vertaler van de wensen en zorgen van de leden zijn, richting andere ondernemers, de politiek, arbeidsmarktorganisaties, omwonenden of andere stakeholders. In het nieuwe VNO-NCW West voelen leden zich gehoord en gezien!”  


Kim Boersma

Na een start van haar loopbaan in verschillende functies binnen de HRM-dienstverlening richtte Boersma een eigen bureau op. Na bijna 10 jaar ondernemerschap maakte zij de overstap naar management- en directiefuncties bij onder meer non gouvernementele organisaties. 
Eerder was Boersma al vertegenwoordiger van jonge ondernemers, in de periode 2005 -2012 was zij lid van het Dagelijks Bestuur van Jong Management, de ondernemersvereniging van VNO-NCW voor jonge werkgevers (tot 40 jaar) en maakte zij zich onder meer hard voor een kinderopvangregeling. Sinds 2018 is zij lid van de adviesraad van Jong Management. Boersma woont in Overveen met haar partner Dick, een bouwondernemer en samen hebben zij drie kinderen, twee jongens en een meisje in de leeftijd van 7 tot 11 jaar. In haar vrije tijd is ze sportief, ze houdt van hardlopen en gaat twee keer per week naar de sportschool. 

​De Connected Transport Corridor Groot Rotterdam wordt op 12 december in gebruik genomen in de provincie Zuid-Holland. Op deze corridor gaan vrachtwagens van deelnemende vervoerders in konvooi rijden. Speciale technologie in de vrachtwagens kan communiceren met nieuwe intelligente verkeerslichten langs de route. Daardoor geven de verkeerslichten groen licht als de konvooi eraan komt. De chauffeurs krijgen via hun boardcomputer of telefoon melding over de adviessnelheid om groen licht te krijgen en ontvangen daarnaast op maat informatie over files en wegwerkzaamheden. De Corridor in Zuid-Holland omvat tien routes over de wegen in het Westland, het Oostland en het Waal-Eemhaven gebied, met in totaal 35 intelligente verkeerslichten. De verwachting is dat verkeersknelpunten in het veilinggebied worden ontlast en het goederenvervoer goed kan doorstromen.

Als onderdeel van het landelijke programma Connected Transport Corridors realiseren de regio’s Amsterdam, Zeeland en Zuid-Nederland vergelijkbare oplossingen. Door deze landelijke insteek kunnen chauffeurs in de toekomst op lange routes door het land doorrijden.

De provincie Zuid-Holland werkt voor deze aanpak samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en diverse regionale partners, waaronder zoals VNO-NCW West, de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag en Greenport.

Lees hier het standpunt en meer informatie​ van VNO-NCW West over Connected Transport.