u
26 november 2025

Terugblik: Investeren in het concurrentievermogen van Nederland

Op dinsdag 25 november kwam de Metropoolregio Amsterdam met een brede delegatie van bedrijven, kennisinstellingen en bestuurders naar Den Haag voor een stevig gesprek over één centrale vraag: hoe houden we het concurrentievermogen van Nederland op peil in een snel veranderende wereld? In een middag vol scherpe analyses en concrete voorbeelden lieten toonaangevende sprekers uit bedrijfsleven, zorg, technologie, luchtvaart en overheid zien wat er nodig is om te blijven investeren in groei, innovatie en brede welvaart. 

Van arbeidsmarkt en talentontwikkeling tot zorginnovatie, digitalisering, internationale bereikbaarheid en een eerlijk Europees speelveld: steeds klonk dezelfde boodschap door. De MRA is nu een krachtige economische motor, maar wil Nederland ook in de toekomst aantrekkelijk blijven voor bedrijven, talent en investeringen, dan zijn gerichte keuzes en gezamenlijke actie onontkoombaar.

Ingrid Thijssen, voorzitter VNO-NCW, opende de middag 

Ingrid Thijssen blikte terug op haar periode van 5,5 jaar waarin zij inmiddels met drie verschillende formaties te maken heeft gehad. Het is volgens haar veel prettiger en effectiever om met één stabiel kabinet te werken; die stabiliteit ontbrak de afgelopen jaren. Hoewel de sfeer aan de formatietafel goed was, blijft zij zorgen houden over het uitblijven van investeringen in de economie. Want, zo benadrukte ze: “Hebben we straks nog wel genoeg bedrijven om al onze publieke voorzieningen te blijven betalen, van agenten tot zorgmedewerkers?” 

Nederland scoort volgens Thijssen structureel slecht op het omscholen en bijscholen (reskilling en upskilling) van werknemers. Dat is problematisch, omdat we naar een economie moeten die draait op hoge productiviteit, terwijl het aantal beschikbare werknemers afneemt. Kenniswerkers spelen daarin een cruciale rol: zij zijn onmisbaar voor de economie die Nederland wil zijn, en dus moeten we hen hartelijk blijven verwelkomen. 

Daarnaast wees Thijssen op het belang van de MRA als AI-hub. Amsterdam heeft volgens haar de potentie om de eerste echte AI-regio van Europa te worden, maar dat vraagt wel om actief faciliteren. De rol van Schiphol is in dat geheel essentieel: bedrijven noemen de luchthaven steevast als eerste reden om zich in Nederland te vestigen, zowel voor de bereikbaarheid van kenniswerkers als voor logistiek. Ze waarschuwde voor een neerwaartse spiraal, zoals eerder gebeurde in bijvoorbeeld Kopenhagen, als Nederland te makkelijk denkt over de luchtvaart. De luchtvaartsector zal in de toekomst wereldwijd verdubbelen; veel beter is het om KLM en Schiphol te helpen vergroenen, zodat Nederland een voorbeeld kan worden.  

Jeroen Tiel, CEO van Randstad Nederland sloot zich bij deze boodschap aan 

Jeroen Tiel benadrukte dat de arbeidsmarkt kampt met zowel een kwantitatief als kwalitatief tekort. Nederland mist een duidelijke arbeidsbegroting die vraag en aanbod in balans brengt. Volgens Tiel moeten we fundamenteel verschuiven van contractzekerheid naar werkzekerheid: het gaat om vaardigheden, niet om de vorm van het contract. Investeren in skills, opleidingen en mobiliteit is daarom essentieel. 

Hij pleitte voor moderne arbeidsmarkten met wendbare spelregels, meer focus op technologie en AI, en een cultuur waarin het normaal is dat werknemers zich omscholen naar sectoren waar ze harder nodig zijn: “Hoe mooi zou het zijn als bedrijven zeggen: 20% van onze mensen leiden we om voor werk in een andere sector?” 

Elke economische regio heeft volgens Tiel de verantwoordelijkheid om te voorkomen dat mensen buiten de samenleving raken. Om dat te doen, moeten overheid, onderwijs en werkgevers intensiever samenwerken aan een toekomstbestendige arbeidsmarkt.  

Vervolgens gaf Barbara Baarsma, hoofdeconoom bij PwC, de key note 

Baarsma schetste tijdens de bijeenkomst een beeld van de economische groeikansen van Nederland en de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Volgens haar draait groei uiteindelijk om twee factoren: arbeidsaanbod en arbeidsproductiviteit. De afgelopen tien jaar kwam maar liefst 80% van de economische groei uit een groter arbeidsaanbod, vooral door de hogere AOW-leeftijd en arbeidsmigratie. De productiviteitsgroei bleef steken op slechts 0,4% per jaar, veel te laag om toekomstige zorg-, onderwijs- en defensie-uitgaven te kunnen dragen. 

Omdat het arbeidsaanbod de komende jaren nauwelijks zal toenemen, moet de groei vooral komen van hogere productiviteit. Dat vraagt volgens Baarsma om een grote herallocatie van schaarse productiefactoren: ruimte, arbeid, milieuruimte en infrastructuur zijn allemaal “op”. Nederland moet daarom vol inzetten op koplopers in álle sectoren en ruimte maken voor creatieve destructie: afscheid nemen van laagproductieve activiteiten en investeren in hoogproductieve bedrijven en innovaties. 

Voor de MRA ziet Baarsma zowel een sterke uitgangspositie als een duidelijke waarschuwing. De regio levert een groot deel van het Nederlandse BBP en heeft een krachtig, divers ecosysteem vol talent en kennis. Maar die positie is niet vanzelfsprekend: andere Europese regio’s bewegen sneller, en indicatoren laten zien dat Amsterdam op onderdelen – zoals kennisvalorisatie en innovatiekracht – al licht terugzakt. 

Haar boodschap aan de MRA was dan ook helder: rust niet op je lauweren. Blijf vernieuwen, koester talent, verbeter bereikbaarheid en blijf bouwen aan sterke ecosystemen, zoals fintech, climate tech, energy en food & agri. Alleen dan kan de regio haar cruciale bijdrage aan de brede welvaart van Nederland vasthouden. 

Verschillende sprekers uit het bedrijfsleven van de Metropoolregio Amsterdam deelden hun visie:

Thomas Leenders – Head of Government & Public Affairs Benelux   

In het blok over zorginnovatie Thomas Leenders zien hoe cruciaal de samenwerking is tussen bedrijven, kennisinstellingen en ziekenhuizen om medische doorbraken naar de markt te brengen. Zijn boodschap was helder: alleen door langs de hele keten samen te innoveren kan Nederland wereldwijd impact blijven maken in de gezondheidszorg. 

Thomas benadrukte dat bedrijven pas kunnen concurreren wanneer de overheid de juiste innovatie-instrumenten in stand houdt, zoals de WBSO, de Innovatiebox en regelingen om internationaal talent aan te trekken. Talent is volgens hem dé sleutel tot vooruitgang. Hij liet voorbeelden zien van technische en klinische testbeds, zoals de ontwikkeling van autonome MRI, waar bedrijven en ziekenhuizen (van Eindhoven tot Amsterdam) samen nieuwe zorgtechnologie testen en klaarstomen voor de praktijk. 

Arjen Brussaard – Vice-Decaan Valorisation & Chief Impact Officer Amsterdam UMC 

Arjen Brussard schetste het Amsterdam UMC als een volwaardig zorg-, opleidings-, onderzoeks- én valorisatiebedrijf. De regio is een Europese topregio in Life Sciences & Health, met 25% van alle Nederlandse LSH-R&D en zo’n 190 biotech- en farmabedrijven. Toch ziet hij grote uitdagingen: de zorg loopt vast, spin-outs vanuit kennisinstellingen blijven achter en de druk op werkgelegenheid neemt toe. Juist daarom investeert Amsterdam UMC in concrete toepassingen, zoals het Amsterdam Skills Center (voor high-end chirurgische training en robotica) en nieuwe vormen van diagnostiek buiten het ziekenhuis in samenwerking met het MKB — innovaties die zorgkosten moeten verlagen en de druk op ziekenhuizen verminderen. 

De conclusie: zorginnovatie is geen kostenpost, maar een investering in toekomstige gezondheid, arbeidsvitaliteit en het verdienvermogen van Nederland. De bal ligt nu mede bij Den Haag om hier structureel op in te zetten. 

Ingo Uytdehaage – CO-CEO Adyen 

Vanuit Adyen werd benadrukt dat Amsterdam, ondanks terechte kritiek, nog altijd één van de beste plekken ter wereld is om een internationaal technologiebedrijf op te bouwen. In de afgelopen 15 jaar groeide Adyen vanuit Amsterdam naar 5.000 medewerkers, 2 miljard omzet en 1 miljard winst, met inmiddels 30 kantoren wereldwijd. Toch uitte Adyen een duidelijke zorg: Nederland past Europese regels regelmatig strenger toe dan vereist: de zogeheten goldplating. Een concreet voorbeeld is de wet ter voorkoming van witwassen, waarvan bepaalde verplichtingen wereldwijd moeten worden toegepast. Dat maakt internationaal schalen moeilijker en zet de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven onder druk. De oproep was helder: stop met goldplating en houd nationale wetgeving in lijn met Europese richtlijnen, zodat bedrijven niet op achterstand worden gezet. 

Maarten Teepen – Corporate Director Key Product Unit ASMI 

Daarna schetste ASMI, producent van machines voor de wereldwijde chipindustrie en gevestigd in Almere, hoe belangrijk een stabiel investeringsklimaat is voor deeptechbedrijven. ASMI investeert jaarlijks zo’n 15% van de omzet in R&D, in trajecten die soms vijf tot acht jaar duren voordat ze rendement opleveren. Daarbij is de sector sterk afhankelijk van een internationaal ecosysteem van universiteiten, leveranciers en talent. Twee derde van de medewerkers komt van buiten Nederland, mede dankzij de aantrekkelijkheid van de regio, toegankelijkheid via Schiphol en de regelingen voor kennismigranten. 

Maar ook ASMI ziet knelpunten: ruimtelijke beperkingen, het stikstofdossier, belastingen en complexe regelgeving zetten druk op de internationale concurrentiepositie. Nederland is, zo stelde ASMI, vaak “het braafste jongetje van de klas”, waardoor bedrijven hier eerder met nadelen worden geconfronteerd dan in andere landen. Alleen met een gelijk speelveld in Europa en daarbuiten, voldoende ruimte voor groei en samenwerking met overheden, kunnen bedrijven blijven investeren in Nederland. 

Esmé Valk – Executive Director Human Resources bij Schiphol 

Tijdens de bijeenkomst schetste Esmé Valk hoe cruciaal een sterke internationale luchthaven is voor het vestigingsklimaat. Jarenlang stond Schiphol bovenaan de lijst van Europese hub-luchthavens, maar inmiddels is de luchthaven teruggevallen naar plek 8 van de 8. Dat is zorgelijk, zei zij, omdat zo’n 11.000 internationale organisaties in Nederland, van grote bedrijven als Heineken, Microsoft en Rituals tot defensie en innovatieve industrie, afhankelijk zijn van een goed netwerk van bestemmingen en soepele doorstroming. 

Valk lichtte de nieuwe 10-jarenstrategie toe, waarin Schiphol de komende jaren 10 miljard euro investeert in concurrentievermogen: in infrastructuur, verduurzaming én betere arbeidsomstandigheden voor de circa 70.000 mensen die op het luchthaventerrein werken. Ze gaf twee grote thema’s aan: het terugdringen van fysieke belasting (bijvoorbeeld via tilhulpen voor zware koffers) en het verbeteren van de luchtkwaliteit door de blootstelling aan ultrafijnstof terug te dringen. Schiphol ontwikkelt daarvoor een nieuw logistiek concept waarbij vliegtuigen verder van de werkplek worden gesleept. Een wereldwijde primeur, maar ook een risico voor het gelijke speelveld in Europa, omdat andere luchthavens deze stappen nog niet zetten. Haar oproep aan een nieuw kabinet: zorg voor een level playing field, zodat koplopers in duurzaamheid en arbeidsomstandigheden niet worden afgestraft. 

Anne Jaakke – CHRO Rituals 

Daarna liet de Anne Jaakke zien hoe innovatie en welzijn hand in hand kunnen gaan. Rituals bestaat 25 jaar, heeft inmiddels 14.000 medewerkers in 33 landen en investeert zwaar in zowel product- en klantervaring als in een sterke cultuur van “play to win” én “love to care”. Voor elkaar, voor de planeet en voor de volgende generatie. Zo investeert het bedrijf 10% van de nettowinst in natuurbehoud en de mentale gezondheid van kinderen. 

Vanuit werkgeversperspectief deed zij drie concrete suggesties voor de regio. Ten eerste: ontwikkel een sterker narratief en merkverhaal waarin Amsterdam en de MRA zich niet alleen presenteren als toeristische hotspot, maar vooral als talentmagneet en kennisregio, vergelijkbaar met bijvoorbeeld Brainport. Ten tweede: denk samen met werkgevers en gemeenten na over tijdelijke, betaalbare huisvesting en kenniscentra voor (internationaal) talent en young graduates, zodat zij kunnen bijdragen aan de kenniseconomie. En ten derde: investeer meer in groen en ‘urban oases’ in de stad, plekken waar mensen tot rust kunnen komen en daarna weer met energie verder kunnen, essentieel voor duurzame prestaties en welzijn. 

Femke Halsema sloot de dag af

Burgemeester, voorzitter van Metropoolregio Amsterdam én Amsterdam Economic Board Femke Halsema sloot de bijeenkomst af met een duidelijke boodschap over de kracht én verantwoordelijkheid van de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Ze benadrukte dat de regio, een conglomeraat van 30 gemeenten, twee provincies en vele bedrijven en kennisinstellingen, eensgezind naar Den Haag was gekomen.

Halsema erkende dat de regio soms kampt met het imago van eigenzinnigheid en afstand tot Den Haag, wat de samenwerking in het verleden bemoeilijkte. Maar juist nu, na de val van het kabinet, liggen er kansen om de relaties aanzienlijk te versterken. De MRA is sterk met AI, tech, health-innovaties, circulaire industrie en internationale verbindingen maar Halsema waarschuwde: de regio mag niet op haar lauweren rusten. Er zijn signalen van terugval en dat vraagt om gezamenlijke investeringen door overheden, bedrijven en kennisinstellingen. 

Ze verwees naar het recente rapport van EU-commissaris Mario Draghi, waarin stedelijke regio’s worden aangewezen als de motoren van Europa’s toekomstige economische kracht. Geopolitieke druk en internationale concurrentie maken het essentieel dat Europese regio’s sterker samenwerken en dat hun positie richting nationale overheden verbetert. Daarom moet de relatie tussen stedelijke regio’s en Den Haag omhoog op de nationale agenda. 

Halsema benadrukte dat regio’s elkaar niet moeten beconcurreren maar juist versterken. Zo kunnen Eindhoven en de A2-regio de “hardware” van moderne technologie leveren, terwijl Amsterdam de “software” ontwikkelt, mits er goede samenwerking is. Haar oproep aan een nieuw kabinet was dan ook helder: investeer samen met de regio in innovatie, digitale infrastructuur, talentontwikkeling en cruciale projecten, zoals het Zuidasdok, waterstofinitiatieven, een energiehaven in de IJmond en het doortrekken van de Noord/Zuidlijn naar Hoofddorp. 

De MRA levert 22% van het Nederlandse BBP en huisvest 15% van de bevolking; het is een economische motor van nationaal belang. Investeren in de regio is daarmee geen regionale wens, maar een noodzakelijke investering in de brede welvaart van Nederland. Halsema sloot af met de uitnodiging om de dialoog te vervolgen en samen te blijven werken aan een sterk Nederlands vestigings- en investeringsklimaat. 

 Tot slot

De bijdragen van alle sprekers laten een consistent beeld zien: Nederland beschikt over een uitzonderlijk sterk ecosysteem van bedrijven, kennisinstellingen en infrastructuur, maar de rek is eruit als we niet tijdig en gericht investeren. Dat vraagt om een betrouwbare en voorspelbare overheid, om modernisering van regels en instrumenten, om durf tot innovatie én om een lange adem. 

De Metropoolregio Amsterdam neemt daarin nadrukkelijk haar verantwoordelijkheid – als proeftuin voor nieuwe oplossingen, als magneet voor talent en als motor voor economische groei. Maar die rol kan de regio alleen waarmaken in nauwe samenwerking met Den Haag en andere regio’s. Investeren in het concurrentievermogen van de MRA ís investeren in het verdienvermogen van Nederland als geheel. De oproep vanuit deze bijeenkomst is dan ook helder: benut de eensgezindheid die hier is getoond, en vertaal die in concrete besluiten waarmee we samen de basis leggen voor de economie van morgen. 

De foto’s, gemaakt door Daniel Verkijk, zijn hier te bekijken en downloaden:

Gerelateerde artikelen

Metropoolregio Amsterdam 9 december 2025

Reactie VNO-NCW West op toekomstplannen Schiphol

Metropoolregio Amsterdam 5 december 2025

Human Capital Netwerk: Weerbaar, wendbaar en schaalbaar

Regio Rotterdam 12 november 2025

Terugblik: Haven van de Toekomst 11 november