Tijdens het Lijstrekkersdebat ‘De ondernemende stad’ brachten VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam, MKB Metropool Amsterdam en ORAM, politiek en bedrijfsleven samen rond één centrale vraag: hoe houden we Amsterdam economisch sterk in een tijd van toenemende druk en internationale concurrentie?
Voorzitter van VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam Haico Spijkerboer opende het debat met een heldere boodschap namens de werkgevers in de regio: “De internationale positie van Amsterdam is niet vanzelfsprekend. Als we onze welvaart, werkgelegenheid en innovatiekracht willen behouden, moeten we actief blijven investeren in de economie van onze stad.”
Hij benadrukte dat de samenwerking tussen ondernemersorganisaties en politiek in Amsterdam de afgelopen jaren is versterkt en dat die samenwerking cruciaal is voor de toekomst. Tegelijkertijd deed hij een duidelijke oproep: blijf de economische motor van de stad serieus nemen.
Internationale positie: kiezen we voor ambitie?
De eerste stelling luidde: “De gemeente Amsterdam moet veel actiever internationale bedrijven aantrekken en faciliteren om economisch concurrerend te blijven.”
Deze vraag legde direct de verschillen tussen de partijen bloot. VVD en Volt pleitten nadrukkelijk voor een aantrekkelijker vestigingsklimaat en minder regeldruk. Volgens de VVD straalt het huidige beleid uit dat ondernemers niet welkom zijn, wat internationaal negatieve signalen afgeeft. Volt benadrukte dat een goed vestigingsklimaat begint bij waardering voor sectoren en het versimpelen van regels.
De PvdA pleitte voor gerichte acquisitie: niet méér bedrijven, maar de juiste bedrijven, bijvoorbeeld in strategische sectoren zoals technologie. GroenLinks en de Partij voor de Dieren legden juist de nadruk op het versterken van bestaande ondernemers en waarschuwden voor extra druk op energie, ruimte en woningmarkt.
De onderliggende vraag bleef hangen: hoe positioneert Amsterdam zich in de wereldeconomie? En durven we daar actief op te sturen?
Arbeidsmarkt: top én praktisch talent
De tweede stelling luidde: “Amsterdam heeft zowel expats, hoogopgeleiden als praktisch geschoolde mensen nodig. De gemeente moet proactief beleid voeren om deze diversiteit aan talent aan te trekken en te behouden.”
Hier was brede erkenning dat een sterke economie vraagt om een diverse arbeidsmarkt. D66 benadrukte dat internationale topwetenschappers en kenniswerkers essentieel zijn voor sectoren zoals health en AI. Volgens hen creëert toptalent ook kansen en banen voor anderen in de stad.
CDA wees op de verschuiving van een vraaggestuurde naar een aanbodgestuurde economie en benadrukte dat onderwijs beter moet aansluiten op de behoeften van bedrijven. JA21 onderstreepte het belang van arbeidsmigratie, maar riep ook op tot zorgvuldigheid vanwege de druk op voorzieningen en woningmarkt.
De Partij voor de Dieren plaatste daar een ander perspectief tegenover: economische ontwikkeling moet volgens hen binnen de ecologische grenzen van de stad blijven, met meer aandacht voor betaalbare woningen en praktisch geschoolde arbeid.
Ruimte voor bedrijvigheid en maakindustrie
Het debat werd scherper bij de derde stelling: “Elke vierkante meter bedrijfsruimte die verdwijnt door transformatie van bedrijventerreinen moet verplicht elders worden gecompenseerd.”
CDA gaf aan dat bij gebiedsontwikkeling te vaak bedrijven verdwijnen zonder dat daar nieuwe ruimte voor terugkomt. VVD noemde concrete voorbeelden waarin volgens hen woningbouw ten koste ging van maakindustrie.
D66 en PvdA benadrukten dat het besturen van een groeiende stad vraagt om balans tussen wonen, werken, groen en voorzieningen. Volgens hen is een één-op-één compensatieplicht niet altijd realistisch.
Industriebeleid en maakindustrie
De vierde stelling luidde: “De gemeente moet zich actiever inzetten voor industriebeleid en het behoud van maakindustrie in stad en regio.”
Veel partijen erkenden het belang van de maakindustrie, maar verschilden in de manier waarop die toekomst vorm moet krijgen. JA21 stelde dat de huidige gemeentelijke houding niet altijd strookt met de uitgesproken steun voor industrie.
GroenLinks benadrukte het belang van duidelijke regels en het ondersteunen van bedrijven bij de duurzame transitie. Volt wees op het structurele ruimtegebrek en de noodzaak om actief beleid te voeren als bedrijven moeten verplaatsen.
De Partij voor de Dieren stelde dat sommige vormen van industrie niet langer passen in de stad en dat een transitie naar andere economische activiteiten noodzakelijk is.
Haven, Schiphol en vergunningverlening
Ook de vijfde stelling leidde tot duidelijke verschillen: “De haven van Amsterdam en Schiphol moeten kunnen blijven groeien voor een sterke economie.”
VVD en JA21 benadrukten het economische belang van beide mainports voor internationale bereikbaarheid, handel en werkgelegenheid. Volt maakte onderscheid tussen beide: krimp voor Schiphol, maar verduurzaming en ontwikkeling van de haven.
GroenLinks en de Partij voor de Dieren legden meer nadruk op leefbaarheid, klimaat en duurzaamheid als randvoorwaarden voor economische ontwikkeling. Daarbij werd onderscheid gemaakt tussen Schiphol als vlieg-hub en Schiphol als internationaal treinknooppunt.
Tot slot werd gesproken over vergunningprocedures met de stelling: “Als de gemeente te laat beslist over een vergunning, moet deze automatisch worden verleend.”
Partijen waren het erover eens dat procedures sneller en voorspelbaarder moeten. CDA wees erop dat ook de overheid zich aan termijnen moet houden. Tegelijkertijd vonden onder meer D66 en GroenLinks dat automatische vergunningverlening te ver kan gaan vanwege veiligheid en belangen van omwonenden. De conclusie was duidelijk: aan dit probleem moet zeker iets gebeuren en de bal ligt bij de politiek.
Conclusie
Het debat maakte één ding duidelijk: de economie van Amsterdam staat op een kruispunt. Internationale concurrentie, ruimtegebrek, netcongestie en arbeidsmarktkrapte vormen samen een complexe opgave.
Zoals Haico Spijkerboer het in zijn opening verwoordde: economische kracht is geen vanzelfsprekendheid, maar een keuze. Een keuze om te investeren in productieve sectoren, in mbo en talent, in internationale positie én in ruimte voor ondernemerschap.
Over 2 weken zal meer duidelijk worden over de koers van Amsterdam. Maar eerst allemaal naar de stembus.