Vandaag stuurde minister Karremans (IenW) een prioriteringskader naar de Tweede Kamer. Door een kader vast te stellen neemt de kans op verdere ongepland uitval van infrastructuur verder af. Dat is een goede stap. Maar het grote probleem blijf dat er structureel te weinig middelen zijn voor onderhoud, vervanging en nieuwe aanleg van infrastructuur. Dat heeft maatschappelijke- en economische gevolgen voor onze regio en heel Nederland.
Op talloze punten in Noord- en Zuid-Holland staat de infrastructuur er slecht voor. De afgelopen tijd werd dit weer pijnlijke duidelijk. De afgesloten Houtribdijk in Noord-Holland en de Merwedebrug en de Suurhoffbrug in Zuid-Holland zorgen ervoor dat bedrijven kilometers moeten omrijden. Haperende of uitblijvende infrastructuur wordt op steeds meer plekken een remmende factor in de economische groei van regio’s en Nederland als geheel. Daarnaast hebben we goed werkende infrastructuur hard nodig voor onze weerbaarheid.
Minister Karremans ziet de ernst van de zaak en kwam vandaag met een prioriteringsbrief. Hij geeft daarin onderhoud, levensduurverlenging en vervanging prioriteit. En beperkt projecten tot wat echt nodig is om van A naar B te komen. Hiermee moet de kans op ongeplande uitval afnemen.
Tegelijkertijd maken deze keuzes pijnlijk zichtbaar hoe groot het probleem inmiddels is. Zo wordt een deel van de infrastructuur niet vervangen doordat er onvoldoende geld is, terwijl daar wel aanleiding toe is. Hierdoor blijven er zorgen over verdere uitval van infrastructuur met alle gevolgen voor onze economie.
Ook zien we dat er door de tekorten aan middelen veel nieuwe aanleg niet meer mogelijk is. Dit terwijl die nieuwe aanleg van groot belang is om Nederland nationaal en internationaal bereikbaar te houden. Zo is er te weinig geld voor het volledig afmaken van het Zuidasdok en doortrekken van de Noord/Zuidlijn. Twee projecten die een enorme bijdrage kunnen leveren aan de economie en bereikbaarheid van niet alleen de Metropoolregio Amsterdam, maar van heel Nederland.
Ten derde zien we dat op de wat langere termijn grote tekorten blijven bestaan voor het hele palet van onderhoud, tot vervanging en nieuwe aanleg. Hoewel het kabinet in de Miljoenennota extra middelen beschikbaar maakt en deze prioritering een goede stap is, is dat dus nog niet voldoende. Het blijft van groot belang dat er snel structureel meer middelen beschikbaar gesteld worden om aanvullende investeringen in infrastructuur mogelijk te maken.
Belangrijk is daarnaast dat er een langere termijn plan komt dat duidelijk maakt wat voor onderhoud, vernieuwing en aanleg van infrastructuur de komende 15 jaar nodig is. Hierover gaan VNO-NCW en MKB-Nederland – samen met de sector – graag met het kabinet in gesprek. Tot slot gaan ondernemers graag in gesprek met Rijkswaterstaat over mogelijke maatregelen bij uitval of beperkingen van infrastructuur, om de economische schade zoveel mogelijk te beperken.