u
24 augustus 2026

Infrastructuurcrisis dreigt: kabinet moet structureel meer investeren

Nederland dreigt vast te lopen door groeiende tekorten voor onderhoud, vervanging en uitbreiding van de infrastructuur. Daarom roepen overheden, het bedrijfsleven en organisaties uit de mobiliteits-, logistieke en bouwsector het kabinet gezamenlijk op om structureel meer middelen vrij te maken en de begrotingssystematiek aan te passen. VNO-NCW West ondersteunt deze boodschap en sluit zich aan bij de oproep. 

Voor ons is de volgorde helder: eerst moet het kabinet voldoende middelen beschikbaar stellen om de infrastructuur op orde te brengen en toekomstbestendig te maken. Hier hebben wij in juni ook al aandacht voor gevraagd. Pas daarna kan serieus worden bepaald welke projecten als eerste worden uitgevoerd. Prioriteren binnen een structureel te klein budget biedt geen oplossing. 

Infrastructuur raakt het hele kabinet 

Goede infrastructuur is veel meer dan een mobiliteitsvraagstuk. Wegen, spoorlijnen, vaarwegen, bruggen en tunnels vormen de basis voor woningbouw, economische groei, veiligheid en nationale weerbaarheid. Bedrijven zijn ervan afhankelijk voor het vervoer van personeel en goederen. 

De kosten van infrastructuur drukken nu vooral op de begroting van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, terwijl de opbrengsten bij vrijwel alle beleidsterreinen terechtkomen. Investeringen in bereikbaarheid dragen immers ook bij aan wonen, economie, defensie en brede welvaart. De infrastructuuropgave vraagt daarom om verantwoordelijkheid van het kabinet als geheel. 

Tekorten lopen op tot tientallen miljarden 

De financiële opgave is groot. Volgens cijfers van het kabinet en de Algemene Rekenkamer bedraagt het tekort voor exploitatie, onderhoud en vernieuwing van de netwerken van Rijkswaterstaat tot en met 2038 circa € 34,5 miljard. Voor het spoor loopt het tekort op tot ongeveer € 20 miljard. Voor ontwikkelprojecten, waaronder de herstart van eerder gepauzeerde projecten, is naar schatting nog eens € 30 miljard nodig. 

De gevolgen zijn steeds zichtbaarder. Ongeveer tachtig bruggen en sluizen hebben inmiddels gewichts- of doorvaartbeperkingen. Meer dan honderd andere objecten staan onder verhoogd toezicht vanwege veiligheidsrisico’s. Ook ProRail ziet zich genoodzaakt over te schakelen op een minimumscenario voor onderhoud. 

Achterstallig onderhoud leidt tot vertragingen, omrijdkosten en onzekerheid voor reizigers en goederenvervoer. Noodmaatregelen en uitstel maken het uiteindelijke herstel bovendien duurder. Ook provincies en gemeenten, die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor ongeveer 80 procent van de Nederlandse infrastructuur, beschikken niet over voldoende financiële middelen voor alle noodzakelijke onderhouds- en vervangingsopgaven. 

Onderhoud én uitbreiding zijn nodig 

De bestaande infrastructuur moet zo snel mogelijk op orde worden gebracht. Tegelijkertijd kan Nederland zich niet beperken tot onderhoud en vervanging. De komende jaren moeten honderdduizenden woningen worden gebouwd, blijven bedrijven investeren en nemen vervoersstromen toe. Dat vraagt ook om nieuwe infrastructuur en extra capaciteit. 

Voor Noord-Holland blijven onder meer het Zuidasdok en de verlenging van de Noord/Zuidlijn naar Schiphol en Hoofddorp van groot belang. Deze projecten verbeteren de bereikbaarheid van Schiphol en de Zuidas, ondersteunen woningbouw en creëren extra capaciteit in een gebied waar het vervoerssysteem steeds verder onder druk staat. 

In Zuid-Holland zijn investeringen in de Oude Lijn tussen Leiden en Dordrecht essentieel voor de bereikbaarheid van woningbouwlocaties, campussen en economische clusters. Ook moeten de verbindingen van en naar de Rotterdamse haven op peil blijven. Deze corridor is niet alleen een economische slagader, maar speelt ook een cruciale rol in de bevoorrading en weerbaarheid van Nederland en Europa. 

De koek moet groter 

VNO-NCW West begrijpt dat bij de uitvoering keuzes nodig zijn. Maar een afwegingskader binnen een structureel te klein budget bepaalt uiteindelijk alleen welke projecten, regio’s of sectoren als eerste vastlopen. De beschikbare middelen moeten daarom omhoog. 

De gezamenlijke coalitie roept het kabinet op om: 

  1. De infrastructuuropgave een centrale plaats te geven in de rijksbegroting en structureel meer geld beschikbaar te stellen voor beheer, onderhoud, vervanging, renovatie en uitbreiding. 
  2. Samen met de betrokken partijen een langjarig nationaal investerings- en financieringsplan te ontwikkelen.
  3. De begrotings- en financieringssystematiek zo aan te passen dat investeringen in infrastructuur worden gestimuleerd.
  4. Vast te houden aan eerder gemaakte MIRT-afspraken en ruimte te creëren voor nieuwe aanleg- en uitbreidingsprojecten. 

Investeer structureel in het wegwerken van achterstallig onderhoud én zorg dat strategische projecten voor de lange termijn doorgang kunnen vinden. Pas daarna kan worden bepaald welke projecten als eerste worden uitgevoerd. 

Want zonder extra investeringen loopt Nederland niet alleen vast op de weg, het spoor en het water, maar ook in zijn woningbouw, economische ontwikkeling en weerbaarheid.

Gerelateerde artikelen