Analyse over inkomen schiet tekort’

​Van werknemer tot ondernemer en andersom. De huidige Interim-CEO van Zorg van de Zaak en voormalig bestuurslid bij NN Group Dorothee van Vredenburch (1964) kent alle hoeken en gaten van het bedrijfsleven. Hoewel ze de typisch vrouwelijke hindernissen in het carrièrepad erkent, heeft ze deze juist gebruikt om sterker te worden: “Ik ben met drie mannen opgegroeid en ik heb twee zoons. Kortom, ik weet wel hoe ze denken.” Door Tristan van Oorschot Het interview vindt plaats in het stadion van FC Utrecht. Waarom daar? Zorg van de Zaak is de hoofdsponsor van de voetbalclub. “Leuk hè, weer eens wat anders”, zegt van Vredenburch. De uitspraak past bij het karakter van de Wageningse, die gedurende haar loopbaan constant nieuwe uitdagingen is aangegaan. Na de verkoop van twee bloeiende ondernemingen en een paar banen verder, werd ze in 2014 lid van de Raad van Bestuur van NN Group, de moedermaatschappij van Nationale Nederlanden met inclusieve arbeidsmarkt in haar portefeuille. Vredenburch spreekt dan ook haar waardering uit voor de actieve rol die VNO-NCW speelt bij het project Perspectief op werk van het ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid. Dat heeft tot doel mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk te helpen, van statushouder tot gehandicapte. 
 Je hebt een bijzondere loopbaan…“Bij de meeste mensen, vooral van mijn generatie, is hun loopbaan als een boek. Je doorloopt verschillende hoofdstukken. Mijn loopbaan kan je eerder zien als allerlei boeken. Ik heb gewisseld tussen werknemer en ondernemer. Nu ben ik zzp’er. Dat is best speciaal.” Wanneer ben je ondernemer geworden?“In 1993. Ik ben in 1987 begonnen als beleggingsanalist in Londen. In Engeland en Amerika was er toentertijd een nieuwe industrie ontstaan, genaamd investor relations. Deze industrie was gefocust op de relatie met de beleggers. Die relatie kon via de media onderhouden, maar ook via beleggingsanalisten, zoals ik. Die had je in Nederland nog niet. Daarom ben ik hier mijn eigen bedrijf begonnen. Het ondernemersboek ging open. Iedereen verklaarde mij voor gek dat ik ‘First Financial Communications’ startte zonder netwerk. Toch liep het al snel goed. Ik ben ervan overtuigd dat je een relevant netwerk op kunt bouwen als je er genoeg tijd en moeite in stopt. Het bestaat nu al 26 jaar.” Waarom heb je het verkocht in 2001?“(Lachend) Ik was toe aan een nieuw boek. Na een kort intermezzo heb ik een nieuw bedrijf opgezet, RedZebra Group. Dit bedrijf ondersteunt bij de ontwikkeling van mensen, teams en organisaties. Ook dit bedrijf bestaat nog steeds, maar dit heb ik slechts voor 1 euro verkocht aan mijn partners, omdat Jan Hommen, destijds bestuursvoorzitter ING, bij mij aanklopte. De crisis van 2008 had ING in zwaar weer gebracht en de Europese Commissie had het bedrijf opgelegd de bank en de verzekeraar op te splitsen. Een paar jaar later wilden de meeste  hoofdkantoormensen naar de bank, terwijl het juist bij de verzekeraar ging gebeuren. Jan Hommen vroeg of ik daar geen managementfunctie wilde vervullen en zo zat ik opeens in de raad van bestuur van NN Group.” Was deze switch niet moeilijk voor je?“Ik zag als ondernemer dingen echt anders dan veel collega’s, maar ik kon altijd rekenen op de steun van Jan, aan wie ik expliciet om support had gevraagd bij mijn aanstelling. Ik hield ook vast aan Ram Charan. Dat is een Indiaas-Amerikaans leiderschapskenner. Hij onderscheidt vier categorieën leidinggevende vrouwen in grote organisaties: vrouwen die teleurgesteld raken en weg gaan, vrouwen die als grijze muis functioneren, de kerels in een rok en de change leaders, de categorie waarin je wilt vallen. Het probleem is dat veel vrouwen al afhaken voordat ze change leaders zijn. Dat kan je voorkomen door hoog in te stromen. Dit kan ook vanuit een ander bedrijf, in mijn geval vanuit ondernemerschap. Natuurlijk zijn er voorbeelden van vrouwen die binnen een bedrijf vanaf de bodem de top bereiken, maar ik geloof wel dat het via de andere weg gemakkelijker gaat.” Je zat dus niet met veel vrouwen in de raad van bestuur van NN…Ik was de enige vrouw. Zes mannen en ik. Was dat moeilijk voor je?“Ik ben opgegroeid met drie broers en ik heb twee zoons. Dit heeft mij geholpen te begrijpen hoe mannen denken. Mannen zijn niet beter dan vrouwen of andersom. Ik heb nooit het gevoel gehad dat het zes tegen één was, maar het is soms een beetje eenzaam als je geen bondgenoot hebt. Het gaat erom dat mannen anders denken dan vrouwen. Dit geldt ook voor mensen die verschillen in leeftijd, nationaliteit of zelfs studiestad. Het is wetenschappelijk bewezen dat diversiteit in denken tot betere resultaten leidt.” Was je geen excuustruus bij NN?“Ik denk van niet, maar je weet het nooit. Er waren geen quota’s. Die zijn ook gevaarlijk, want forceren. Alhoewel. Ik werd vorig jaar voor een debat uitgenodigd naast 3 CEO’s.  Omdat de andere debaters drie mannen waren, wist ik gelijk dat ik de excuustruus zou zijn. Ik kon natuurlijk bedanken, maar ik heb de uitnodiging juist met beide handen aangepakt. Ik heb het debat ontzettend goed voorbereid, zodat niemand dacht dt er ook zo nodig een vrouw bij moest. Volgens mij is dat aardig gelukt.” Wat vind je van een vrouwennetwerk van VNO-NCW?“Heel erg goed en nuttig. Vrouwen voelen zich door het netwerk prettiger om issues te delen en halen daardoor kracht en inspiratie uit elkaar. Wel moet je het blijven linken aan het bredere netwerk. Je moet voorkomen dat je de vrouwen isoleert. Bij ING hadden we een leiderschapsprogramma voor vrouwen. Die heb ik bij NN vervangen door een algemeen leiderschapsprogramma, waar relatief meer vrouwen aan konden meedoen.” Zo te horen ging het goed bij NN. Waarom ben je eruit gestapt? “Na de overname van Delta Lloyd vond ik dat mijn taak was volbracht. Ik wilde ook weer iets nieuws leren en iets toevoegen, oftewel een nieuw boek openen. Nu ben ik interim-CEO bij Zorg van de Zaak. Ik zal deze functie vervullen tot ergens later dit jaar. Hierna zou ik graag nog een keer een executive rol willen vervullen. Een interessante functie met maatschappelijke relevantie. Ik hou er ook gewoon van om bezig te zijn.”   En nu dus Zorg van de Zaak. Wat doen jullie?“Zorg van de Zaak netwerk is met meer dan 4,000 medewerkers actief op het gebied van bedrijfszorg, leefstijlzorg en medische zorg.  VNO-NCW zet zich in voor een inclusieve arbeidsmarkt door actief mee te doen aan het project Perspectief op werk. Doen jullie dat met Zorg van de Zaak ook?“Ja zeker! De doelstelling van ons bedrijf is dat zoveel mogelijk mensen zich onderdeel voelen van de maatschappij. Betaald werk is misschien wel de belangrijkste voorwaarde. Wij zijn constant bezig om zoveel mogelijk mensen gezond en inzetbaar te houden zodat zij optimaal kunnen deelnemen in werk en maatschappij, bijvoorbeeld door revalidatiezorg of support bij het voorkomen of behandelen van burn-out.  Schattingen geven aan dat het onbenutte arbeidspotentieel in Nederland bestaat uit 1 miljoen. Hoe krijgen we die aan het werk?“We moeten het terugbrengen naar een individueel, een soort buddyniveau. Mensen kunnen roepen dat het belachelijk is dat we vluchtelingen opnemen. Maar de meesten doen dat niet meer als ze dichtbij een vluchteling zijn. Ooit zag ik een klein jongetje uit Sri Lanka op het cricketveld, een kind van vluchtelingen. Hij pakte het cricketbat en bleek verschrikkelijk goed te kunnen cricketen. Vanaf dat moment integreerde de familie op de club en vond iedereen het heel normaal om dat jongetje en zijn familie te helpen. Als het dichtbij komt willen mensen helpen. Dat geldt ook voor fysieke of geestelijk gehandicapten.” Maar een bedrijf werkt anders, die zijn erop uit om winst te maken…“Dat klopt en een loonsubsidie is voor grote bedrijven vaak bijzaak. Aan de andere kant willen bedrijven dat hun maatschappelijke rol wordt gezien. Door te blijven communiceren kan je de maatschappelijke rol van bedrijven vergroten.” Tot slot, je bent ineens premier van Nederland, wat ga je doen?“De premier van Nieuw-Zeeland, Jacinda Ardern, had een heel goed verhaal over het meetbaar maken van welvaart. Ze vertelde dat Nieuw-Zeeland op economisch gebied goede resultaten boekt en daaraan haar succes bindt. Als ze dieper ging kijken zag ze echter dat het land nog grote maatschappelijke uitdagingen heeft, zoals op milieu- en sociaal gebied. Vijf meetbare targets heeft Ardern ingesteld, namelijk geestelijke gezondheid, familiegeweld, schone energie, digitale innovatie en steun aan de inheemse bevolking. Op deze manier worden andere belangen dan de economische zichtbaar. What gets measured gets done. Nederland zou een target op het gebied van inclusiviteit kunnen stellen. Relevante zaken moeten meetbaar gemaakt worden en niet andere zaken, zoals wie er de meeste millimeters in de krant heeft. Daar moeten we boven staan.” Lees meer over het VNO-NCW VrouwenNetwerk.

​‘Duurzaam doorpakken’, de titel van het coalitieakkoord, lijkt in tegenspraak met de inhoud. De aangekondigde nieuwe onderzoeken leiden tot vertraging op de voor ondernemers belangrijke dossiers.

Op maandag 17 juni jl., is de nieuwe coalitie van de provincie Noord-Holland geïnstalleerd, een combinatie van Groen Links, VVD, D66 en PvdA. Het op hoofdlijnen gesloten akkoord heet ‘Duurzaam Doorpakken’, maar VNO-NCW West kan dat doorpakken niet 1, 2, 3 terugvinden in de plannen. Veel nieuwe onderzoeken op voor ondernemers belangrijke dossiers zijn aangekondigd en die leiden per definitie tot (ongewenste) vertraging.

Wel lijkt de coalitie oog te hebben voor wat ondernemers nodig hebben op het gebied van bereikbaarheid, ruimtelijke ordening en economie en zijn er nieuwe budgetten vrijgemaakt. Op de uitnodiging tot samenwerking en kennisdeling gaat VNO-NCW West graag in. We zijn blij dat de provincie investeert in de tripartiete samenwerking (overheid, onderwijs en ondernemers) in onder meer Techport en campussen.

VNO-NCW West vraagt de coalitie de verbindingsweg A8-A9 met spoed aan te leggen. Een onderzoek naar ondertunneling begrijpen wij, maar kosten of de Stelling van Amsterdam mogen geen belemmering vormen voor de gewenste bereikbaarheid van de Metropoolregio Amsterdam.

De provincie wil gelukkig investeren in een betere bereikbaarheid van de kust van Zuid-Kennemerland. Gezien de files moet het onderliggend wegennet van Zuid-Kennemerland, inclusief de ring rond Haarlem, verbeterd worden, zeker nu het Rijk werk maakt van het Rottepolderplein (A9).

We zijn verbaasd dat de nieuwe coalitie na een lange samenwerking met gemeenten in Noord- en Zuid-Holland voor de verbinding in de Bollenstreek de uitvoering van de Duinpolderweg on hold zet.

We kennen de provinciebestuurders als pragmatisch en met oog voor de realiteit. Dat zien we terug in het voornemen de nationale afspraken over Schiphol te volgen en geen bovenwettelijke normen voor te schrijven op het gebied van de luchtkwaliteit. Ook de bescherming van de ruimte voor bedrijven bij de transformatie van bedrijventerreinen geeft daar blijk van. De nieuwe coalitie erkent dat bedrijven die bijdragen aan de circulaire economie en energietransitie, ruimte nodig hebben. Het is goed dat het Noordzeekanaalgebied wordt gereserveerd voor de economische activiteiten van de energietransitie en kade-gebonden bedrijvigheid.

Woningbouw moet versneld worden in de hele provincie. VNO-NCW West is blij dat de provincie bouw aan de randen van de bebouwde kom gaat toelaten.

In het algemeen biedt het coalitieakkoord kansen om het ondernemingsklimaat in Noord-Holland te verbeteren. Of de plannen goed en bijtijds worden uitgevoerd is twijfelachtig. We moeten het eerst zien en dan geloven.

​Toen in 2015 het pand van Biersteker Bouw Dak- en Geveltechniek afbrandde, zag directeur Giel Biersteker in dit noodlot kans om het nieuwe gebouw volledig energieneutraal vorm te geven. “Met een beetje boerenverstand, waar we hier in het Westland van zijn, kun je een hoop realiseren.”

Tekst: Pieter van der Meulen

“Er zijn honderdduizend verschillende manieren om bezig te zijn met duurzaamheid en circulariteit. Dat biedt mogelijkheden, maar iedereen moet ook zijn eigen weg erin vinden. Het is duidelijk dat het de toekomst is, dus ga ermee aan de slag.” Voor Giel Biersteker is duurzaamheid een tweede natuur. Al ruim voor de bouw van zijn nieuwe bedrijfspand was hij bezig met slimme, groene oplossingen. “Sinds 2009 hebben we zonnepanelen op ons dak, wij waren toen een van de eersten. Nu heeft dertig procent van de pandeigenaren van het bedrijventerrein in Naaldwijk waar wij zijn gevestigd zonnepanelen. We hebben gebruik kunnen maken van subsidies en investeringsaftrek. De regelgeving rondom dit soort regelingen is behoorlijk in beweging, er zijn veel mogelijkheden. Je kunt gemakkelijk een no-cure no-pay partij, die zie je ook steeds meer, inschakelen om samen met jou te kijken waarvoor je in aanmerking komt en wat het best bij je past.” 
Energieneutraal“Altijd zoeken naar de laatste innovaties, dat is simpelweg onze insteek. In 2015 zijn we aan de slag gegaan met de nieuwste technieken om alles zo energieneutraal mogelijk te maken. Dus geen gasaansluiting, maar een warmtepomp en een grijswatersysteem waardoor we regenwater gebruiken om de toiletten door te spoelen. We hebben luchtdicht gebouwd, verwarmen onze hal met warmte die uit de kantoren komt en het pand heeft witte daken, zodat het rendement van de zonnepanelen hoger is en het in de zomer een aantal graden koeler is in de kantoren. De ramen zijn triple glas voor isolatie en het licht gaat automatisch uit, dus als je te lang stil zit achter je bureau, moet je even opspringen. De Informatieplicht Energiebesparing die op 1 juli dit jaar ingaat, verandert voor ons niet veel. Wat betreft duurzaamheid hebben wij onze zaakjes voor elkaar. Maar we zijn nog niet klaar.”
Materialenpaspoort“Eind 2016 hebben we dit pand betrokken en sindsdien zijn we hard gegroeid. Binnenkort start de bouw van een nieuw pand, dat achter ons huidige pand komt te liggen. Daarbij willen we weer een stapje maken, met nieuwe technieken en slimme oplossingen. Dat betekent opnieuw kijken naar de mogelijkheden voor circulaire bouwmethoden en -materialen. De insteek is dat alles kan worden gedemonteerd en hergebruikt. Bij het ontwerp van het gebouw maken we tekeningen en uittrekstaten van alle materialen die erin gaan: type kozijnen, binnen- en buitengevels, noem maar op. Dat zetten we allemaal in Madaster, een bibliotheek en generator voor materialen. Wanneer over vijftig jaar het pand weer wordt gesloopt, kan je precies zien wat er in het pand zit, hoeveel waarde alles heeft en wat je weer kan hergebruiken. Dan heb je geen afval meer, alleen maar nieuwe grondstoffen.”
Klant meetrekken“Je merkt ten opzichte van vier jaar geleden, toen we ook met een nieuw pand bezig waren, dat veel is veranderd, het is veel normaler geworden om duurzaam te zijn. Wij hebben een grote klantenkring die er al mee bezig is. Wat we zelf doen met ons pand, helpt ook om aan onze klanten te laten zien wat mogelijk is. We zijn eigenlijk een soort showroom waarin verschillende oplossingen en maatregelen worden getoond. Wat we nu opzetten met het materialenpaspoort is ook een ervaring die ontzettend waardevol zal zijn naar de toekomst. Waarschijnlijk is het over een jaar of vijf verplicht vast te leggen waaruit je gebouw bestaat. Duurzame investeringen worden steeds aantrekkelijker en goedkoper. Wij willen onze klanten inspireren en meetrekken in de duurzame revolutie.” 
Informatieplicht“Ik vind dat iedereen met duurzaamheid bezig moet zijn. De overheid kan mensen nog meer stimuleren. Er zijn wel subsidies en er gebeuren wel dingen, maar dat kan nog meer. Ik denk dat met deze wet, de Informatieplicht Energiebesparing, meer mensen betrokken worden. Er mag wel wat meer druk worden gelegd op grote bedrijven. Nu wordt de man op de straat belast en ontspringen grote bedrijven met allerlei belastingvoordelen voor een belangrijk deel de dans. Het argument is dat zij zich anders hier niet vestigen. Ik begrijp dat je niet gelijk alles vol kan belasten, maar we moeten toch meer richting een situatie waarin de vervuiler betaalt. Een auto is een vervuiler en die betaalt hartstikke veel, maar een vliegtuig dan weer bijna niks. Dat is scheef. We moeten het samen doen waarbij iedereen naar vermogen bijdraagt. We kunnen nu eenmaal niet eindeloos grondstoffen uit de grond trekken. Over tweehonderd jaar moeten ook nog mensen op aarde kunnen leven.”

Lees meer over Biersteker Bouw Dak- en GeveltechniekLees meer​ over de Informatieplicht Energiebesparing

Op 17 juni waren we te gast in de nieuwe flagshipstore van Mercedes Benz in Den Haag. Een inspirerende omgeving waar we te midden van een indrukwekkend wagenpark kennis hebben gedeeld over logistiek en de ontwikkelingen in de regio.

 

Na een introductie over de locatie van gastheer Jeroen van der Heiden worden 3 nieuwe partners voorgesteld.
– Benita van Wegen, voorzitter van de RVOZ (Raad van Ondernemers Zoetermeer). Zijn als vereniging aangehaakt zodat de achterban goed geïnformeerd wordt en gemotiveerd wordt in actie te komen voor een beter bereikbar stad en regio.
– Iwan Blokker van LessGo; Gaat starten met een logistieke hub in Alphen aan de Rijn om van hieruit emissieloos bedrijven te kunnen beleveren in en rond de stad. Is aangehaakt omdat hij graag meer partners betrekt bij duurzame logistieke oplossingen en efficiency.
– Jaap Venema van Stichting Promotie Hoornwijck. Hoornwijck wil samen met ons optrekken in de kwestie van de parkeerdruk, drukte in spitsen op het terrein maar ook profilering van het gebied als mobiliteitshub en de ontwikkeling van de zogenaamde N-Kavel die vrijkomt na oplevering van de Rotterdamse baan.

Ook een nieuwe ambassadeur wordt voorgesteld. Michiel van Veen, directeur logistiek van Royal Lemkes, koploper en innovator als het gaat om duurzaamheid. Als logistiek ambassadeur gaat hij samen met het team van Bereikbaar Haaglanden en Rijnland het belang van de eigen inzet van ondernemers verder uitdragen.
Als organisatie zijn ze in allerlei opzichten bezig met duurzaamheid, stimuleren het gebruik van fiets voor woon-werkverkeer, hebben zoveel zonnepanelen dat ze een eigen energiemaatschappij zijn begonnen en zijn samen met BH&R aan de slag met de optimalisatie van de eigen logistieke processen én die van hun leveranciers. Minder kilometers, vollere vrachtwagens en minder emissie.
Royal Lemkes is daarnaast ook actief betrokken bij het project connected transport.

De bijeenkomst gaat verder met een inspirerende presentatie van Christiaan van der Ent, CEO van de Van der Ent Group. Christiaan is de vierde generatie in dit in 1922 opgerichte familiebedrijf. Ze hebben vestigingen in Rotterdam, Spijkenisse en Den Haag en zijn toonaangevende partner voor nationale en internationale verhuizingen, warehousing en logistiek. Als vervoerder van Ikea heeft hij bijgedragen aan de optimalisatie van het gehele proces van bestelling in winkel of webshop van Ikea tot levering bij de klant.
Die case die hij deelt is dat de consument niet vraagt om levering op elk willekeurig moment. Zo geeft hij een voorbeeld van iemand die aan een chauffeur vroeg: “waarom levert u nog om half elf ’s avonds?”. Het antwoord was simpel: “omdat u ons dat heeft gevraagd.”
Van der Ent heeft laten zien dat minder tijdslots voor levering heel veel efficiency oplevert in bespaarde tijd, brandstof en kosten, zonder dat de klanttevredenheid in het gedrang komt. Een mooi voorbeeld van wat procesgericht denken op kan leveren!

De keynote van de bijeenkomst is voor Ambassadeur & Sales product trainer Mercedes-Benz Alex Hazeleger. Hij neemt de aanwezigen mee in de visie van Daimler op de mobiliteit van de toekomst. Die visie is CASE: Connected, Autonomous, Shared&Services, Electric.
Zijn presentatie voert mee vanaf de start van de eerste Benz naar de auto van de toekomst en een samenwerking met BMW rond carsharing. Iets om over na te praten.

Voordat de bijeenkomst wordt afgesloten met het afscheid van Astrid Homan als Mobiliteitsmakelaar Haaglanden, wordt nog kort stilgestaan bij de acties en bijeenkomsten. Mooie nieuwe acties zijn vrachtfietsactie, de nieuwe editie van de OV probeerpas, een het deelauto aanbod in samenwerking met Amber.

Fotoreportage

​De termen scrummen en kanban vliegen je misschien elke dag om de oren, of misschien juist niet? Een ding is zeker: na de jaarlijkse PA-bijeenkomst van VNO-NCW West regio Rotterdam weet elke ondersteuner wat het is en nog belangrijker wat zij ermee kan doen.

Door Merijn van Grieken/ Van Grieken Tekst

Ze waren er al snel achter dat ze beiden niet zonder post-its kunnen werken, die kleine vierkante blaadjes met plakrand. Maar zo luidde ook al snel de conclusie: het moeten wel echt goede zijn, want met slecht plakkende varianten ben je verder van huis. Renate Scholl (scrummaster bij Achmea) en Eline de Boer (support consultant bij Procurios) zijn beiden expert in efficiënt en effectief werken. Beide voormalige ondersteuners deelden in juni hun ervaring op de jaarlijkse PA-bijeenkomst van VNO-NCW West Regio Rotterdam.

Scrum
Eerst naar de scrum, een term die eigenlijk in de rugbysport wordt gebruikt, maar sinds 1993 ook gangbaar is in het bedrijfsleven. Scholl groeide als directiesecretaresse en officemanager uit tot scrummaster bij Achmea. Een scrum is een raamwerk waarbinnen een team complexe problemen op productieve en creatieve wijze aanpakt en binnen 1 tot 4 weken een product oplevert met de hoogst mogelijke waarde. De klant bepaalt en beslist mee. De scrummaster begeleidt, faciliteert en coacht de teams als dienend leider. “Met het team kijk je mee waar de verbeteringen zitten, betrek je er iedereen bij, houdt mensen enthousiast in hun werk en signaleert problemen”, aldus Scholl.

Doorgroeien
Ze wil met haar verhaal illustreren dat je als ondersteuner kunt doorgroeien tot scrummaster. “Er zijn veel raakvlakken. Taken als het faciliteren, regelen en ondersteunen komen ook terug in de functie van scrummaster. Alleen komt er nog een bepaalde discipline bij die het team kan gebruiken. In mijn geval: developer en tester. Het leuke is dat het werk iets breder is en je op verschillende teams kunt scrummen.”
Meest opvallende van de scrumwerkwijze is dat elke dag begint met een korte vergadering: Wat heb je gisteren gedaan, wat ga je vandaag doen en wat zijn je belemmeringen? De dagopening duurt 15 minuten. “Geen seconde langer en het kan echt. Het gaat om een gedragsverandering. Alles in de scrum wordt getimeboxed en werkt daardoor efficiënt”, zegt Scholl.

Kanban
Ook efficiënt is het werken met kanban, Japans voor visueel bord. Fervent kanban-gebruiker – ook thuis voor haar dochter als haar huiswerk te overweldigend is – is Eline de Boer. Samen met een collega bestierde ze het officemanagement bij Procurios en kwam om in het werk. “We hadden geen invloed op de hoeveelheid, maar we wilden wel dat mensen het werk aan ons overlieten. We hebben gezocht naar de juiste methode en dat bleek uiteindelijk kanban te zijn.”
Kanban, dat werd ontwikkeld in de autofabrieken van Toyota om het productieproces visueel te maken, is heel simpel. Dankzij de post-its op een planbord aan de muur maak je je werk visueel. Hierdoor zie je waar de knelpunten zitten, kun je het verbeteren en optimaliseren. Het meest simpele kanban-bord heeft drie rijen: to do, doing en done.

Overzichtelijk
“Je kunt er naar believen rijen aan toevoegen -in afwachting bijvoorbeeld. Elke taak, elk verzoek, elk idee plakten we op het bord. We spraken af niet meer dan twee post-its in de doing-rij te hebben. Kwam er een spoedje, dan zeiden we: is het belangrijker dan waar we nu mee bezig zijn? Ja, dan pakken we het op. Nee, dan komt je verzoek in de to do-rij”, legt De Boer uit.
Voor haar maakt kanban haar werk heel overzichtelijk. “Het limiteert het werk waar je mee bezig bent. En geeft rust. Bovendien ben je steeds alleen bezig met datgene wat de meeste waarde heeft. En bijkomend voordeel is ook dat anderen zien hoeveel werk wij als ondersteuners op een dag doen. Ook wel eens fijn. ”

De volgende PA-bijeenkomst is op 4 juni 2020.

Fotoreportage

​Deze week mocht ik namens VNO-NCW regio Den Haag aanwezig zijn bij de start van het project Perspectief op Werk in Den Haag en samen met MKB Den Haag onze handtekening zetten onder dit project. Wij zijn er blij mee.

Binnen korte tijd is er een doe-agenda opgesteld om als publieke en private partijen samen op te trekken voor meer kansen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Verder is er een Energie Academie opgericht om mensen op te leiden voor beroepen waar grote tekorten zijn in de bouw en de techniek. De doe-agenda moet de personeelstekorten in het bedrijfsleven concreet aanpakken, zorgen voor extra begeleiding van werkgevers, opleidingstrajecten en ondernemers met werkzoekenden verbinden.

Voor een beter perspectief op werk voor mensen die nu aan de kant  staan is zeker in Den Haag alle aanleiding. Vergeleken met de drie andere grote steden in ons land blijft de banenontwikkeling in Den Haag achter, terwijl de bevolking sterk zal groeien. De groep inactieven is te groot en de werkloosheid is te hoog. Bovendien zijn teveel mensen op de arbeidsmarkt ongeschoold. Er is sprake van een forse mismatch op de arbeidsmarkt.

VNO-NCW West zal zich in alle 11 arbeidsmarktregio’s in Noord- en ​Zuid-Holland actief gaan inzetten voor de ‘doe-agenda” van  Perspectief op Werk. Dat wil zeggen dat wij werkgevers actief gaan informeren en mobiliseren om mensen die willen en kunnen werken aan een baan te helpen. In Noord-Holland en in Zuid-Holland gaan we dat doen met twee projectcoordinatoren die gaan helpen met het opstellen van goede plannen.

Onze inzet maakt deel uit van het landelijke project Perspectief op  Werk waarvoor VNO-NCW en MKB Nederland afspraken hebben gemaakt met het ministerie van Sociale Zaken.

De urgentie van het project voor de moeilijke Haagse arbeidsmarkt is  hoog. Ik voeg daar nog een kanttekening aan toe. Naast een beter  functionerende arbeidsmarkt is het dringend nodig dat de stad werkt  aan een bredere economische basis. Den Haag is succesvol in een aantal economische sectoren, maar het aantal peilers waarop de Haagse economie rust moet groter worden, juist om meer mensen aan het werk te krijgen. Ik pleit daarom voor een aanvalsplan voor veel meer MKB bedrijven in de stad, voor bedrijven waar met de handen gewerkt kan worden, voor de ontwikkeling van veel meer kleinschalige bedrijfsruimte in de wijken.

​Arbeidsmarktbeleid en economisch beleid moeten hand in hand gaan en elkaar versterken.

Bert Mooren

Jeroen Veerman is de aanstaande voorzitter van regio Noordwest-Holland. Op 2 juli neemt hij het stokje over van Tom Kuijper. Na zeven actieve jaren als bestuurslid is Veerman de aangewezen persoon om het voorzitterschap op zich te nemen. Veerman is algemeen directeur bij H&S Adviesgroep, een dienstverlener op het gebied van HR, en wil zijn voorzitterschap benutten door VNO weer op de kaart te zetten: “Ik zou graag van de club weer een actief netwerk willen maken waar je bij wil horen.”

Door Tristan van Oorschot

In toekomst liggen een paar grote uitdagingen, maar het op de kaart zetten van de vereniging is de grootste. Veerman legt uit: “Meer werkgevers moeten betrokken worden in de regio. Ik denk dat we dit kunnen bereiken door meer geluid te maken over wat we precies doen en waarvoor we  staan. De lobby is een van de belangrijkste taken van VNO, een taak waar ook in onze regio successen worden geboekt. Na een succes blijft het echter stil. Dit moet je juist laten horen, waardoor werkgevers het belang van de vereniging gaan inzien”.

Flexibel onderwijs
In Nederland, en dus ook in de regio Noordwest-Holland, is het onderwijs een belangrijk vraagstuk. De krapper wordende arbeidsmarkt maakt het moeilijk voor ondernemers om passende werknemers te vinden. Het gat tussen het onderwijs en wat de werkgever wil, is  af en toe te groot. Een oplossing die Veerman graag ziet is flexibeler onderwijs: “Met flexibel onderwijs kunnen werknemers sneller omgeschoold worden. Uitdagingen zoals duurzame productievragen vernieuwing, ook op de arbeidsmarkt. VNO kan helpen door  goed luisteren naar wat ondernemers willen om vervolgens in gesprek te kunnen met onderwijsinstellingen. Dit is soms lastig omdat de multinational vaak wat anders wil dan de bakker om de hoek. Het luisteren naar de wens van ondernemers is daarom essentieel. Op deze manier kan ook de bereikbaarheid van de regio verbeterd worden, een ander thema dat ik graag samen met het bestuur zou willen aanpakken.”

Claim je succes
De regio Noordwest-Holland is  een krachtige regio met veel sterke bedrijven. Toch blijven die bedrijven veelal bescheiden op de achtergrond. Aan de ene kant heeft dit karakter deze regio sterk gemaakt. Aan de andere kant zou deze regio soms meer van zich kunnen laten horen, weet ook Veerman: “De mensen hier zijn pragmatisch. Je moet resultaat halen met hetgeen wat je hebt. Dit heeft de regio ver gebracht. Ook zijn we trots op de producten en diensten die we leveren, maar toch kan dat af en toe meer benadrukt worden. Vaak vergeten mensen dat hier wereldbedrijven gevestigd zijn, zoals veredelingsbedrijven die groente- en plantenzaden maken die over de hele wereld mensen van voedsel voorzien. In die zin lijken VNO en de ondernemers op elkaar; ze moeten hun successen meer claimen.”