Humanoid Eva steelt show tijdens Rotterdams Ondernemersontbijt over AI en robotisering

Nog voordat de eerste ondernemers hun koffie hadden ingeschonken, leek de hoofdgast van de ochtend uitgeschakeld. Humanoid robot Eva, meegenomen door trendwatcher Vincent Everts, had een lege batterij. Na een snelle ‘reanimatie’ stond ze alsnog op en liep ze even later vol energie door de zaal. Handjes gevend, zwaaiend en vooral: verwondering oproepend.

Daarmee was direct de toon gezet voor een bijzondere editie van het Rotterdams Ondernemersontbijt in RDM Next – Innovation Dock. Op een locatie waar innovatie dagelijks zichtbaar is, kwamen ondernemers, bestuurders en vernieuwers samen om te praten over een onderwerp dat steeds actueler wordt: humanoids, kunstmatige intelligentie (AI) en robotisering in het bedrijfsleven.

Ondernemers in Rotterdam kijken vooruit naar AI en robotisering
De belangstelling voor het evenement was groot. De zaal zat goed gevuld met ondernemers uit uiteenlopende sectoren. Tijdens het ontbijt werd niet alleen genetwerkt, maar vooral vooruitgekeken naar de impact van technologie en kunstmatige intelligentie op de manier waarop we werken.

Personeelstekorten, digitalisering en automatisering kwamen uitgebreid aan bod. Hoe bereiden bedrijven zich voor op een toekomst waarin mens en technologie steeds intensiever samenwerken?

Vincent Everts: “De toekomst is dichterbij dan ondernemers denken”
Trendwatcher Vincent Everts nam de aanwezigen mee langs de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van robotisering en AI uit onder meer China en de Verenigde Staten.

Robots leren steeds zelfstandiger, werken samen met mensen en voeren taken uit die jarenlang als exclusief menselijk werden beschouwd.

“Veel ondernemers denken nog dat humanoids iets voor later zijn,” stelde Everts. “Maar later is sneller dan we denken. De vraag is niet óf robots onderdeel worden van ons dagelijks leven, maar wanneer.”

Dat werd direct zichtbaar toen robot Eva zich tussen de aanwezigen begaf. Waar technologie vaak abstract blijft, werd deze ochtend tastbaar hoe menselijk een humanoid robot inmiddels kan overkomen. Ondernemers verzamelden zich rondom Eva, maakten foto’s, stelden vragen en gingen letterlijk met de toekomst op de foto.

Robotisering in het bedrijfsleven is geen toekomstmuziek meer
Ook ondernemer Floris Vervat van Jeeves liet zien dat robotisering niet langer toekomstmuziek is.

“Twintig jaar geleden verklaarden mensen ons voor gek toen we hospitality op een andere manier organiseerden,” vertelde hij. “Nu krijgen we dezelfde reacties als we over robots praten. Over een paar jaar kijkt niemand daar meer van op.”

Volgens Vervat draait robotisering niet om het vervangen van mensen, maar juist om ondersteuning. “De kracht zit in de samenwerking tussen mens en technologie.” Juist in sectoren waar personeelstekorten toenemen, kunnen robots een belangrijke rol gaan spelen.

Rotterdam ziet kansen voor regionale robotica-industrie
Dat ook Rotterdam serieus kijkt naar de kansen van robotisering bleek uit de bijdrage van Rob Schmidt van de gemeente Rotterdam. Hij presenteerde onderzoek naar de mogelijkheden voor een regionale robotica-industrie.

“Rotterdam heeft alles in huis om een belangrijke rol te spelen,” aldus Schmidt. “Van maakindustrie en haven tot onderwijs en innovatie. De vraag is niet alleen hoe we deze technologie ontwikkelen, maar ook hoe we dat verantwoord doen.”

Zijn boodschap sloot aan bij een belangrijk thema van de ochtend: innovatie is geen doel op zich, maar een middel om economische groei, productiviteit en maatschappelijke uitdagingen aan te pakken.

Technologie én ontmoeting tijdens Rotterdams Ondernemersontbijt
Juist de combinatie van technologie en menselijke ontmoeting maakte deze editie bijzonder. Tussen de presentaties door ontstonden gesprekken over AI, digitalisering, personeelstekorten en de kansen die nieuwe technologie biedt voor Rotterdamse ondernemers.

Wie aanwezig was, kreeg een inkijkje in een toekomst die sneller dichterbij komt dan velen denken. Wie er niet bij was, heeft een editie gemist waarin technologie niet alleen werd besproken, maar letterlijk door de zaal liep. En misschien was dat wel de belangrijkste les van deze ochtend:

Innovatie begint niet morgen. Soms staat innovatie ineens naast je, geeft ze je een hand en stelt ze zichzelf voor als Eva.

Presentatie Vincent Everts

Foto’s door Mirjam Lems

In de politieke discussie rondom de uitplaatsing van het afvalcluster van de Binckhorst naar het bedrijventerrein Westvlietweg heeft VNO-NCW regio Den Haag haar steun uitgesproken voor de uitbreiding van het bedrijventerrein Westvlietweg en een brief gestuurd aan de leden van de Haagse gemeenteraad.

Op donderdag 23 april 2026 sprak de gemeenteraad namelijk over de afdoening van de motie inzake ‘Geen onomkeerbare stappen in de Vlietzoom’. Wij maken ons al jaren sterk voor het belang van voldoende ruimte voor economie in Den Haag. Er is dringend behoefte aan compensatie van ruimte die verloren gaat door transformatie naar woningbouw en voor de groei van bedrijven die graag in Den Haag willen uitbreiden.

Daarom heeft VNO-NCW regio Den Haag haar steun uitgesproken voor de uitbreiding van bedrijventerrein Westvlietweg zoals vastgelegd in het collegebesluit Voorkeursvariant voor de verplaatsing en transformatie van het afvalcluster Binckhorst.

Lees hier de volledige brief aan de Haagse gemeenteraad: 20260422 brief VNO-NCW regio Den Haag aan gemeenteraad Den Haag inzake Westvlietweg

Namens ondernemers in Zuid-Holland sprak Rogier Krabbendam, directeur Public Affairs van VNO-NCW West, gisteren in bij de Provincie Zuid-Holland over het belang van betaalbare energie voor ondernemers en de aanpak van netcongestie. Zijn boodschap: lokale opwek en gebruik van duurzame energie zijn cruciaal om ondernemers weer ruimte te geven om te groeien en verduurzamen.

Ondernemers lopen steeds vaker vast door een overvol elektriciteitsnet. Juist daarom moeten bedrijven meer mogelijkheden krijgen om zelf duurzame energie op te wekken, lokaal te gebruiken en onderling te delen. Volgens VNO-NCW West kunnen oplossingen zoals zonne-energie, geothermie en windenergie het net juist ontlasten én zorgen voor meer leveringszekerheid en betaalbare energie.

Daarom riep Rogier de provincie op om regie te nemen en duurzame energie ruimtelijk mogelijk te maken. Sluit wind op land daarbij niet uit, want een sterke energiemix is noodzakelijk om netcongestie aan te pakken en de economie draaiende te houden.

Lees de volledige inspreektekst hier: Inspreektekst VNO-NCW West Statencommissie Economie en Energie 20 mei 2026

Netcongestie is allang geen energieprobleem meer. Het vormt inmiddels een acute bedreiging voor onze economie, woningbouw en verduurzaming. Ondernemers lopen steeds vaker vast doordat het stroomnet vol zit.

Bedrijven kunnen niet uitbreiden, investeringen worden uitgesteld en verduurzamingsplannen komen stil te liggen. Ook woningbouwprojecten lopen vertraging op. Dat raakt niet alleen individuele ondernemers, maar het verdienvermogen van heel Nederland.

Utrecht laat al zien hoe ernstig het probleem is. Vanaf 1 juli gaat een groot deel van het stroomnet daar op slot. Nieuwe aansluitingen zijn dan niet meer mogelijk. Dat scenario willen we – en moéten we – in andere economische regio’s koste wat kost voorkomen. Ook in Noord- en Zuid-Holland verslechtert de situatie.

Daarom hebben wij samen met de andere regionale ondernemersverenigingen van VNO-NCW een brandbrief opgesteld. Deze brandbrief is overhandigd aan staatssecretaris Jo-Annes de Bat tijdens zijn bezoek op 18 mei aan het Nationaal Expertisecentrum Netcongestie.

Lees de brief hieronder:

//

Geachte staatssecretaris,

Netcongestie is niet langer alleen een energieprobleem, maar een acute bedreiging voor onze economie, woningbouw en verduurzaming. Daarom roepen VNO-NCW Brabant Zeeland en VNO-NCW Midden samen met andere regionale ondernemersverenigingen en de gemeente Eindhoven het kabinet op tot een nationale crisisaanpak.

Ondernemers lopen nu al vast door een overvol stroomnet. Bedrijven kunnen niet uitbreiden, investeringen worden uitgesteld en verduurzaming loopt vast doordat uitbreiding van het elektriciteitsnet achterblijft, terwijl Nederland juist sneller wil elektrificeren. Maar de situatie verslechtert ondertussen snel.

Utrecht laat zien hoe ernstig het probleem is. Vanaf 1 juli gaat een groot deel van het stroomnet daar op slot. Nieuwe aansluitingen zijn dan niet meer mogelijk. Niet alleen voor grote bedrijven, maar ook voor woningen, winkels en kleine ondernemers.

Dat scenario willen we – en moéten we – in andere economische regio’s koste wat kost voorkomen. Want als regio’s zoals Brainport Eindhoven vastlopen, raakt dat het hart van de Nederlandse hightech- en maakindustrie, waar de machines voor de wereldwijde chipindustrie worden gemaakt. Tegelijkertijd werken chemie- en energiebedrijven in Brabant en Zeeland aan
de verduurzaming van de industrie en draait hier een groot deel van de logistiek waarop Nederland economisch leunt.

Ook in andere regio’s lopen bedrijven, bedrijventerreinen en woningbouwprojecten steeds vaker vast door gebrek aan netcapaciteit.

Toch is de ernst van de situatie nog altijd onvoldoende doorgedrongen in Den Haag. Wij roepen het kabinet daarom op om netcongestie per direct als crisis te behandelen. Niet na nieuwe onderzoeken of extra overlegtafels. Maar nu.

Daarvoor doen we de volgende voorstellen:

  1. Gebruik het stroomnet slimmer
    1. Differentieer stroomtarieven voor burgers en bedrijven om het gebruik zo snel mogelijk beter te spreiden.
    2. Creëer randvoorwaarden die een sluitende businesscase voor slim energiegebruik mogelijk maken
    3. Stimuleer de inzet van batterijen bij burgers en bedrijven
  2. Creëer sneller meer ruimte op het stroomnet
    1. Ga actief op zoek naar ruimte bij grootverbruikers.
    2. Voer met onmiddellijke ingang een crisiswet in om het stroomnet sneller te kunnen uitbreiden.
  3. Geef bedrijven inzicht en ruimte om samen te werken
    1. Stimuleer aanleg van netwerken ‘achter de meter’ op bedrijventerreinen en maak het juridisch eenvoudiger voor bedrijven om lokaal energie op te slaan, uit te wisselen en te delen.
    2. Dwing netbeheerders om de feiten en cijfers te delen van de daadwerkelijk beschikbare transportcapaciteit en vermogens op de stations, zodat bedrijven en gemeenten gericht kunnen investeren in maatregelen die voor hun situatie relevant zijn.

Met vriendelijke groet,

Ellen Kroese, Directeur VNO-NCW Brabant Zeeland
Rijn Platteel, Interim-directeur VNO-NCW Midden

Mede namens:

Addy Lutgenau (directeur LWV), Tessa Langerijs (directeur VNO-NCW West), Jellie Tiemersma

Tijdens het succesvolle ‘Tech voor Brede Welvaart’-diner in de loft van de A’DAM Toren kwamen ondernemers, kennisinstellingen, overheden en financiële partners samen om te spreken over één belangrijke vraag: hoe zorgen we dat Nederland ook in de toekomst economisch sterk, innovatief en weerbaar blijft?

Aanleiding van de avond waren twee nieuwe onderzoeken van de Vrije Universiteit Amsterdam en RaboResearch. De conclusie is duidelijk: de Metropoolregio Amsterdam en Brainport Eindhoven behoren afzonderlijk al tot de Europese top, samen vormen zij een powerhouse met internationale potentie.

Amsterdam excelleert in AI, data en digitale toepassingen. Brainport Eindhoven is wereldwijd sterk in hightech, chips en maakindustrie. Juist die combinatie biedt enorme kansen. Uit de onderzoeken blijkt dat vergelijkbare Europese topregio’s, zoals München en Kopenhagen, succesvol zijn doordat zij als één samenhangend ecosysteem opereren met sterke verbindingen tussen bedrijven, kennisinstellingen, infrastructuur en overheid.

De urgentie en gedeelde ambitie waren tijdens het diner voelbaar. Zo benadrukten zowel vertegenwoordigers van Brainport als burgemeester Femke Halsema het belang van nauwere samenwerking tussen de regio’s. Vervolgafspraken werden gemaakt, een krachtig signaal dat de wil om samen op te trekken breed wordt gedragen.

Namens VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam benadrukte Haico Spijkerboer het belang van samenwerking tussen regio’s én langdurige investeringen in innovatie en productiviteit: “De kracht van Nederland zit niet in concurrentie tussen regio’s, maar juist in het benutten van elkaars unieke kwaliteiten. Alleen door structureel te investeren in innovatie, talent en samenwerking behouden we ons toekomstig verdienvermogen.”

Focco Vijselaar sprak namens VNO-NCW over de noodzaak om nu keuzes te maken voor een sterke technologische en economische positie van Nederland in Europa. Minder versnippering, meer focus en een gezamenlijke langetermijnstrategie zijn essentieel om internationaal relevant te blijven.

Voor VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam ligt hier een belangrijke rol: ondernemers, overheid, kennisinstellingen en investeerders verbinden. Dank aan Amsterdam Economic Board, Rabobank, Vrije Universiteit Amsterdam en alle aanwezigen voor de inspirerende gesprekken en gedeelde ambitie.

Den Haag luistert. Maar dan moet je je wel laten horen. Volgens Hans Huibers gebeurt dat nog te weinig vanuit de regio. Als nieuwe voorzitter van VNO-NCW West wil hij daar verandering in brengen. Per 1 mei neemt hij het voorzitterschap over van Mai Elmar. Huibers kent de organisatie van binnenuit als voorzitter van VNO-NCW Noordwest-Holland en lid van het dagelijks bestuur van VNO-NCW. Zijn ambitie is duidelijk: de kracht van de regio beter benutten en vertalen naar invloed.

Ervaren verbinder tussen bedrijfsleven, onderwijs en overheid

Huibers brengt een unieke combinatie van ervaring mee. Hij werkte in het bedrijfsleven, was actief in het beroepsonderwijs en diende als Tweede Kamerlid en partijvoorzitter van het CDA. Die combinatie, ook wel de ‘triple helix’ van bedrijfsleven, onderwijs en overheid, vormt de basis van zijn visie: “Ik ken die werelden van binnenuit en weet hoe belangrijk het is dat ze samenwerken. Juist in die driehoek kun je echt verschil maken.”

Voortbouwen op een sterke basis

Huibers spreekt met waardering over zijn voorganger Mai Elmar en het werk dat de afgelopen jaren is verricht binnen VNO-NCW West. “Er heeft een enorme vernieuwingsslag plaatsgevonden.” Volgens Huibers is VNO-NCW West daarmee in een nieuwe fase beland: “De randvoorwaarden zijn gecreëerd. Nu kunnen we de vruchten gaan plukken.”

Mai Elmar blik terug op haar voorzitterschap: “Ik dank een ieder voor het in mij gestelde vertrouwen en verlaat met het volste vertrouwen mijn post als voorzitter VNO-NCW West. Graag geef ik mee dat we moeten blijven werken aan een inhoudelijke, structurele samenwerking. Tijdig aan tafel met elkaar geeft praktische en haalbare oplossingen en besluiten, iets waar we allen bij gebaat zijn. Want samenwerken is een werkwoord.”

Met de voorzitterswissel krijgt het algemeen bestuur van VNO-NCW West ook een nieuwe vice-voorzitter. Tino Meijn, voorzitter van VNO-NCW Rijnland, zal deze rol gaan vervullen.

De regio als sleutel tot invloed

Volgens Huibers is het denken over regio’s fundamenteel aan het veranderen: “Er is een enorme drive om Nederland weer van onderop op te bouwen en te organiseren, vanuit de regio’s,” stelt hij. Voor Huibers ligt daar een duidelijke opdracht. Hij wil de positie van de regio versterken en de verbinding met Den Haag en Brussel beter benutten. “Veel ondernemers realiseren zich niet hoe sterk VNO-NCW daar vertegenwoordigd is. Als wij als regio die lijnen beter gebruiken, kunnen we veel meer bereiken. Wij zijn de gateway van de regio naar de Malietoren en daarmee naar Den Haag en Brussel.”

Diversiteit als kracht

De diversiteit binnen het gebied van VNO-NCW West, Noord- en Zuid-Holland, ziet Huibers als een van de grootste krachten. Van de Rotterdamse haven tot het Westland en van de Metropoolregio Amsterdam tot Noord-Holland Noord: elke regio heeft zijn eigen economische structuur en uitdagingen. “De maakindustrie in Noord-Holland Noord is totaal anders dan de diensteneconomie in Amsterdam of de dynamiek van Rotterdam. De kunst is om die verschillen te begrijpen en te verbinden.”

Van klagen naar bieden en verleiden

Wat Huibers meeneemt uit zijn ervaring in Noordwest-Holland, is het belang van zichtbaarheid en een proactieve houding richting overheid en politiek. “Niet klagen en vragen, maar bieden en verleiden. Dan krijg je de wind mee.” Volgens hem vraagt dat om een sterke en herkenbare positie van VNO-NCW in de regio. “Als je niet zichtbaar bent, mis je invloed. En daar hebben ondernemers last van.”

Ondernemers hebben ruimte en vertrouwen nodig

Gevraagd naar wat ondernemers nu het meest nodig hebben van de overheid, is Huibers duidelijk: “Ruimte om te ondernemen in alle zinnen van het woord.” Volgens hem is Nederland te veel dichtgeregeld en gebaseerd op wantrouwen: “We hebben ons land in een keurslijf gegoten. Terwijl 99,9% van de ondernemers het goede wil doen voor hun bedrijf, hun medewerkers en de samenleving.” Hij pleit daarom voor een overheid die meer faciliteert en ondersteunt. “Niet tegenwerken, maar mogelijk maken. Dat is wat ondernemers nodig hebben.”

Samen werken aan een sterker Nederland

Voor Huibers gaat het voorzitterschap verder dan alleen economische belangen. Het raakt ook aan een bredere maatschappelijke verantwoordelijkheid. “Je kunt aan de kant staan en klagen, of je steekt je handen uit de mouwen en levert een bijdrage. Ik hou van die laatste categorie.”  Met die houding wil hij zich de komende jaren inzetten voor een sterker vestigingsklimaat en een krachtige positie van ondernemers in Noord- en Zuid-Holland.

Met brede steun in de Tweede Kamer is op 7 april een belangrijke motie aangenomen die Noord-Holland Noord een ambitieus groeiscenario toekent in de Nota Ruimte. Daarmee is een duidelijke koerswijziging ingezet: waar eerder werd gestuurd op het afremmen van groei, kiest Den Haag nu voor ontwikkeling en perspectief. Dat is goed nieuws voor onze regio en voor het ondernemersklimaat. Noord-Holland Noord krijgt hiermee de aandacht en ruimte die het verdient.

𝗦𝗮𝗺𝗲𝗻 𝘀𝘁𝗲𝗿𝗸 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗱𝗲 𝗿𝗲𝗴𝗶𝗼
Deze stap is niet uit de lucht komen vallen. Vanuit VNO-NCW Noordwest-Holland hebben wij ons hier, samen met het Economisch Forum Holland boven Amsterdam, de afgelopen periode hard voor gemaakt. Met gerichte inzet richting Den Haag en nauwe samenwerking met partners in de regio is het gelukt om dit onderwerp nadrukkelijk op de politieke agenda te krijgen.

De erkenning van Noord-Holland Noord als volwaardige groeiregio sluit aan bij wat ondernemers al langer zien: een regio met enorme potentie. Denk aan sterke economische clusters zoals het maritieme en energiecluster in Den Helder, de blijvende bijdrage aan de woningbouwopgave en de ambitie om werkgelegenheid en inwonersaantallen in balans te laten groeien.

𝗗𝗶𝘁 𝗶𝘀 𝗵𝗲𝘁 𝗺𝗼𝗺𝗲𝗻𝘁 𝗼𝗺 𝗱𝗼𝗼𝗿 𝘁𝗲 𝗽𝗮𝗸𝗸𝗲𝗻
Deze ontwikkeling is een wake-up call én een kans. Noord-Holland Noord heeft alles in huis om door te groeien naar een sterke, toekomstbestendige regio. Maar dat vraagt om:
• structurele zichtbaarheid in Den Haag
• vroegtijdige betrokkenheid bij beleidsontwikkelingen
• een gezamenlijke lobby van overheden én bedrijfsleven

Eerdere ervaringen hebben laten zien wat er gebeurt als die inzet ontbreekt. Deze motie bewijst juist wat er mogelijk is als we wél samen optrekken.

Lees hier verder over wat we nog meer voor ondernemers in Noordwest-Holland kunnen betekenen.

Met de benoeming van Simone Fredriksz als nieuw bestuurslid van VNO-NCW Regio Rotterdam krijgt het thema onderwijs en arbeidsmarkt een nieuw herkenbaar en energiek gezicht. Fredriksz, voorzitter van het College van Bestuur van Albeda, volgt Ron Kooren op en neemt daarmee een stevig, inhoudelijk dossier over: de verbinding tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Die rol past haar, zegt ze zelf, “omdat goed onderwijs altijd het begin is van een betere toekomst”.

Wie Simone Fredriksz wil begrijpen, moet ook iets weten over waar ze vandaan komt. Ze is geboren en getogen in Den Haag, groeide op in een Nederlands-Indische familie en kreeg daar waarden mee die haar nog altijd kenmerken. Verantwoordelijkheid nemen en doen wat je belooft. “Als je A zegt, moet je ook B zeggen,” is een overtuiging die als een rode draad door haar leven loopt.

Na haar studie begon Fredriksz in het bedrijfsleven. Ze werkte zeven jaar bij KPN en was daarna betrokken bij een kleine internetstart-up. Inmiddels werkt ze al ruim twintig jaar in het beroepsonderwijs. De overstap was bewust. “Als je de toekomst beter wilt maken, begint dat bij goed onderwijs”, zegt ze. “Onze studenten zijn niet alleen voorbereid op de toekomst, ze zíjn de toekomst”.

MBO als emancipatiemotor
Binnen Albeda houdt Fredriksz zich intensief bezig met de vraag hoe onderwijs moet meebewegen met maatschappelijke en economische ontwikkelingen. Ze ziet drie kerntaken voor het mbo: opleiden voor beroepen van de toekomst, bijdragen aan een leven lang ontwikkelen en een sterke maatschappelijke rol vervullen. Vooral dat laatste benadrukt ze. “Het mbo is een emancipatiemotor. We leiden studenten niet alleen op voor werk, maar ook voor burgerschap en samenleven”.

In haar nieuwe rol binnen VNO-NCW Regio Rotterdam wil Fredriksz die verbinding verder versterken. Als voorzitter van Onderwijspower (het platform waar onderwijs, bedrijfsleven en overheid met elkaar samenwerken) ziet ze kansen om de kloof tussen school en werkvloer kleiner te maken. Niet door eindeloos plannen te maken, maar door te denken en te doen. “Ik geloof niet in praten zonder actie, maar ook niet in actie zonder nadenken. Het moet hand in hand gaan”.

Concreet denkt ze aan gezamenlijke afspraken over stagegaranties, stagevergoedingen en baankansen, vooral in sectoren als techniek en zorg. Ook digitalisering en AI vragen volgens haar om gezamenlijke aanpak. “We hebben niet alle antwoorden, maar we weten wel dat we hier samen nu al op moeten voorsorteren”.

Dankwoord: “Ron durfde dingen te doen zonder af te wachten”
Bij haar aantreden staat Simone Fredriksz nadrukkelijk stil bij haar voorganger Ron Kooren, die zich jarenlang met grote toewijding heeft ingezet voor onderwijs en arbeidsmarkt binnen het bestuur van VNO-NCW Regio Rotterdam. Fredriksz spreekt met zichtbaar respect over zijn rol. “Dat een bestuurder uit het mbo een vaste plek heeft in het bestuur van VNO-NCW Regio Rotterdam is van grote waarde,” zegt ze.

“En Ron heeft die rol voortreffelijk ingevuld.” Volgens haar wist Kooren als geen ander verschillende werelden met elkaar te verbinden: onderwijs, bedrijfsleven en publieke partners. “Hij had een onverminderde energie voor studenten en voor de toekomst van vakmanschap in onze regio.”

Wat Fredriksz vooral waardeert, is het ondernemerschap en lef dat Kooren meebracht. “Ron durfde dingen te doen. Niet afwachten, maar samen in beweging komen,” zegt ze. “Dat past bij Rotterdam: zij aan zij werken aan oplossingen, met onderwijs en studenten als volwaardig onderdeel van de arbeidsmarkt van morgen.” Die houding heeft volgens haar blijvende impact gehad, niet alleen binnen VNO-NCW Regio Rotterdam, maar ook binnen het mbo en de samenwerking in de regio. “Daar heb ik persoonlijk veel waardering voor, maar die waardering leeft breed binnen het bestuur, binnen VNO-NCW Regio Rotterdam en binnen het onderwijs.”

Toekomstbeeld
Fredriksz heeft dus grote schoenen te vullen, maar dat ziet ze met vertrouwen tegemoet. Rotterdam-Rijnmond is met bijna 50.000 mbo-studenten de grootste mbo-regio van Nederland. “Vakmanschap, ondernemerschap en doorzettingskracht zitten hier in het DNA,” zegt ze. Zelf staat ze bekend als positief, gedreven en scherp op gelijke kansen. “Ik kijk altijd naar mogelijkheden. Voor het belang van mijn studenten mag je mij altijd wakker maken. Ik ga er vol voor”.

Vandaag, maandag 20 april, heeft het kabinet fase 1 van het Landelijk Crisisplan Olie in werking gesteld. Dit is het gevolg van de afsluiting van de Straat van Hormuz en de hierdoor ernstig verstoorde toevoer van olie. Dit beïnvloedt zowel de hoeveelheid olie als de prijs op de wereldmarkt voor olie. In 2023 heeft het kabinet het Landelijk Crisisplan Olie vastgesteld in reactie op de Russische inval in Oekraïne en de onzekere toevoer van olie en gas. Het is de eerste keer dat dit plan in werking treedt.

Ondernemers hebben nu al te maken met hogere olieprijzen. Met name in de transportsector wordt de pijn gevoeld door de sterk stijgende diesel- en benzineprijzen. Ook in sectoren als industrie, bouw, retail en landbouw lopen kosten snel op en raken ketens verstoord. Van verlaging van de accijnzen op brandstof is echter nog geen sprake. Ook een maximumprijs aan de pomp behoort nog niet tot de maatregelen. Het kabinet kiest vooralsnog voor een aantal gerichte maatregelen, zoals een lagere wegentaks voor bestelbusjes en vrachtauto’s.

Het Landelijk Crisisplan Olie bevat zowel maatregelen om het algemeen verbruik terug te dringen als maatregelen gericht op het beperken van transportbewegingen. Er kunnen ook nog aanvullende maatregelen worden toegevoegd. VNO-NCW West houdt de ontwikkelingen nauwgezet in de gaten en brengt signalen vanuit onze leden actief onder de aandacht in Den Haag, samen met VNO-NCW en MKB-Nederland. Ook nemen wij deel aan de landelijke Taskforce Midden-Oosten.

VNO-NCW en MKB-Nederland zien dat het kabinet stappen zet om bedrijven en burgers te ondersteunen, bijvoorbeeld via lagere motorrijtuigenbelasting, maatregelen voor de luchtvaart en verruiming van garantstellingsregelingen. Tegelijkertijd constateren zij dat aanvullende maatregelen nodig zijn, met name voor bedrijven die zwaar worden geraakt en kosten niet kunnen doorberekenen. Ook maken zij zich zorgen over de gekozen dekking, waarbij structurele regelingen voor ondernemers worden versoberd om tijdelijke maatregelen te financieren.

Gevolgen voor werkgevers en werknemers

Werkgevers krijgen ook te maken met de gevolgen van de hogere olieprijzen. Het kabinet komt vandaag met een pakket aan maatregelen om de impact van de oorlog in Iran te verzachten. Daarin zit onder andere een verhoging van de onbelaste kilometervergoeding van 23 naar 25 eurocent per kilometer, een maatregel waar VNO-NCW eerder voor heeft gepleit. Ook wordt gekeken naar aanvullende opties, zoals (gedeeltelijk) thuiswerken.

Daarnaast zien wij dat liquiditeitsproblemen bij bedrijven kunnen toenemen. Het kabinet verruimt hiervoor bestaande garantieregelingen, maar verdere stappen – zoals de mogelijkheid tot belastinguitstel bij aanhoudende crisis – blijven nodig. Ook voor energie-intensieve bedrijven is extra ondersteuning van belang, bijvoorbeeld door versnelling van bestaande verduurzamingsmaatregelen.

Loopt u als ondernemer en/of werkgever tegen problemen aan als gevolg van de hoge olieprijzen of één van de maatregelen uit het Landelijk Crisisplan Olie, dan horen wij dit graag. Wij nemen deze signalen mee in onze gesprekken met kabinet en Kamer. Neem contact op met belangenbehartigers Rogier Krabbendam (krabbendam@vno-ncwwest.nl) of Trudie van ’t Hull-Bettink (vanthullbettink@vno-ncwwest.nl).

Het georganiseerd bedrijfsleven in Noord-Holland heeft met grote verbazing kennisgenomen van de open brief van een groep economen aan de Tweede Kamer. De komende jaren wordt bij Tata Steel een van de grootste verduurzamingsslagen van Nederland gemaakt. Dat is niet alleen belangrijk voor het klimaat en de leefomgeving in de IJmond, maar ook voor duizenden banen, toeleveranciers en de kracht van onze maakindustrie in het hele Noordzeekanaalgebied.

Wij spraken ons hier eerder al over uit en vinden het belangrijk dat in de discussie over de toekomst van Tata Steel ook het economische belang van de regio wordt gehoord. De briefschrijvers maken een grove basisfout door Tata Steel als geïsoleerd productiebedrijf te beschouwen. Daarmee miskennen zij de economische verwevenheid van Tata Steel met de omgeving, in het bijzonder met de honderden bedrijven in de IJmond en het Noordzeekanaalgebied. Het gaat om het totale ‘economische ecosysteem’. Beëindiging van de staalproductie en het afkappen van energietransitie zou ingrijpende negatieve gevolgen voor de regio hebben. De ideeën voor andere economische activiteiten zien wij als naïeve dagdromerij.

Wij vragen de Tweede Kamer en het kabinet om ambitie te tonen bij het maken van de maatwerkafspraken zodat de volgende stappen kunnen worden gezet naar Groen Staal. Om zo te zorgen voor een versnelling van de verduurzaming, banen van de toekomst én een gezondere en schonere leefomgeving. We staan hierin niet alleen. Ook de IJmondgemeenten doen een soortgelijke oproep aan de Tweede Kamer.

Hiervoor moeten nog wel belangrijke stappen worden gezet zodat de gezondheid van omwonenden beter wordt geborgd. De snelste weg naar het verbeteren van de gezondheidssituatie is echter de uitvoering van de maatwerkafspraken.

In het recente Kamerdebat werd die afweging scherp zichtbaar: zorgen over gezondheid en leefomgeving gaan hand in hand met het besef dat werkgelegenheid en strategische industrie behouden moeten blijven. Een meerderheid sprak zich uit voor steun aan verduurzaming, mits er harde afspraken komen. Tegelijkertijd werd benadrukt dat de transitie van Tata Steel een unieke kans biedt om het Noordzeekanaalgebied te ontwikkelen tot een toonaangevende hub voor duurzame industrie. Dat vraagt om een integrale aanpak, waarin overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen gezamenlijk optrekken en de verduurzaming van Tata expliciet wordt benut als vliegwiel voor de bredere transitie van het hele industriële cluster.

De geopolitieke situatie verslechtert nog steeds, fossiele energie wordt steeds duurder en onzekerder en de afhankelijkheid van Europa van landen als China, Rusland en de Verenigde Staten moet snel worden gereduceerd. We zullen dus meer en in onze eigen Europese industrie moeten investeren. De kansen op groen staal zijn elders niet per se beter. Overal loopt men tegen problemen aan, net als in Nederland.

Juist het project bij Tata Steel zou een grote doorbraak zijn en qua omvang echt impact maken. Of zoals dr Pieter Boot (verbonden aan het Clingedael International Energy Programme) het treffend verwoordt; ‘Nederland mag zich in zijn handen knijpen dat een Indiaas bedrijf als Tata Steel vertrouwen heeft in investeringen in Nederland, gezien hoe moeilijk de Europese projecten voor groen staal van de grond komen.’ En ook het pleidooi ‘Groene staalindustrie heeft wel degelijk toekomst in Nederland’ bevat zeer steekhoudende argumenten waarom er juist wel publiek moet worden geïnvesteerd in de verduurzaming van Tata Steel.

Ondertekend door

Haico Spijkerboer namens VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam,

Friso de Zeeuw namens Economisch Forum Holland Boven Amsterdam,

Kees Noorman namens ORAM,

Patrick Swart namens Techport,

Leen Wisker namens OV IJmond