VNO-NCW Regio Den Haag verwelkomt SocialLane als partner

Wij zijn blij om SocialLane als nieuwe partner aan VNO-NCW Regio Den Haag te verbinden.

Als ondernemersvereniging zetten wij ons dagelijks in voor een sterk ondernemingsklimaat in de regio. Dat doen we samen met onze leden, bestuursleden en partners. Achter de schermen gebeurt veel waardevol werk, maar we zien ook dat er kansen liggen om deze verhalen beter zichtbaar te maken.

Met SocialLane halen we een betrokken Haagse partner aan boord die ons gaat ondersteunen bij het verder versterken van onze communicatie en zichtbaarheid in de regio.

Tijdens het tekenmoment gingen voorzitter Robert Medenblik, verenigingsmanager Jerry Moerman en Jochem van Loon van SocialLane in gesprek over de samenwerking, de ambities voor de komende periode en het belang van sterke communicatie binnen een krachtig ondernemersnetwerk.

We kijken uit naar een mooie samenwerking. Volg ons, want de komende periode nemen we jullie vaker mee in de activiteiten, resultaten en initiatieven waarmee we ondernemers in de regio ondersteunen.

Vanaf 1 juli 2026 verandert de manier waarop schaarse ruimte op het elektriciteitsnet wordt verdeeld. In gebieden waar het stroomnet vol zit, komen ook kleinverbruikers op de wachtlijst voor een nieuwe of zwaardere aansluiting. Voor veel ondernemers betekent dit dat uitbreiding, verduurzaming en elektrificatie minder vanzelfsprekend worden. 

Tegelijkertijd biedt de nieuwe situatie ook aanleiding om slimmer met energie om te gaan en samen te werken aan oplossingen. 

Het stroomnet raakt steeds voller 

Nederland gebruikt steeds meer elektriciteit. Bedrijven verduurzamen hun processen, stappen over van gas naar elektriciteit, investeren in laadinfra en elektrificeren hun wagenpark. Ook huishoudens gebruiken steeds meer stroom door warmtepompen, elektrische auto’s en inductie koken. 

Op steeds meer plekken ontstaat daardoor netcongestie: er is tijdelijk of structureel onvoldoende capaciteit beschikbaar om alle gevraagde stroom te transporteren. 

De impact hiervan is inmiddels groot. Op dit moment staan al ongeveer 15.000 grootverbruikers op een wachtlijst voor een nieuwe of zwaardere aansluiting. Vanaf 1 juli 2026 worden ook kleinverbruikers onderdeel van dit systeem. 

Waarom verandert dit? 

Tot nu toe reserveerden netbeheerders capaciteit voor kleinverbruikers (aansluitingen tot 3 x 80 ampère). Daardoor konden veel kleinere bedrijven, winkels, horecazaken en huishoudens ook in congestiegebieden relatief snel een nieuwe of zwaardere aansluiting krijgen. 

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft besloten dat dit voordeel vervalt. Volgens de ACM moeten klein- en grootverbruikers gelijk worden behandeld. Daarom komen vanaf 1 juli 2026 ook kleinverbruikers op dezelfde wachtlijst terecht. 

De ACM wil daarmee zorgen voor een eerlijkere verdeling van de schaarse netcapaciteit. 

Wie krijgt voorrang? 

In principe worden aanvragen behandeld op volgorde van binnenkomst. Voor een aantal maatschappelijke functies geldt echter een uitzondering. Deze krijgen voorrang via het zogenoemde prioriteringskader. 

  1. Congestieverzachters

Dit zijn partijen die helpen om ruimte vrij te maken op het elektriciteitsnet, bijvoorbeeld door energieopslag of flexibel energiegebruik. Deze categorie geldt alleen voor aansluitingen groter dan 3 x 80 ampère. 

  1. Veiligheid en acute zorg

Hieronder vallen onder meer politie, brandweer, defensie en acute gezondheidszorg. Deze organisaties krijgen voorrang bij zowel kleine als grote aansluitingen. 

  1. Basisbehoeften

Organisaties die voorzien in maatschappelijke basisvoorzieningen, zoals woningbouw, onderwijs, openbaar vervoer en warmtevoorzieningen, krijgen eveneens voorrang. 

Belangrijk om te benadrukken: voorrang betekent niet dat een aansluiting direct beschikbaar is. Ook deze partijen moeten wachten totdat er daadwerkelijk capaciteit vrijkomt. 

Wat gebeurt er tussen 1 juli 2026 en 1 januari 2027? 

Er geldt een overgangsperiode. 

De capaciteit die voorheen voor kleinverbruikers werd gereserveerd, wordt eerst ingezet voor congestieverzachters en organisaties die zorgen voor veiligheid en acute zorg. Vervolgens komen projecten die voorzien in basisbehoeften, zoals woningbouw, scholen en warmtevoorzieningen, aan bod. 

Vanaf 1 januari 2027 wordt de resterende capaciteit toegevoegd aan de gezamenlijke wachtlijst. Pas daarna kunnen ook aanvragen zonder maatschappelijke prioriteit worden behandeld, mits er ruimte beschikbaar is. 

Wat betekent dit voor ondernemers? 

Voor ondernemers is vooral belangrijk dat een nieuwe of zwaardere aansluiting minder vanzelfsprekend wordt. Dat geldt niet alleen voor grote bedrijven, maar ook voor kleinere ondernemers met een kleinverbruikaansluiting. 

Dat kan gevolgen hebben wanneer je: 

  • je bedrijf wil uitbreiden; 
  • een pand wil verduurzamen; 
  • overstapt van gas naar elektriciteit; 
  • elektrische voertuigen wil laden; 
  • machines wil elektrificeren; 
  • laadpalen, zonnepanelen of batterijen wil plaatsen; 
  • een nieuw bedrijfspand wil ontwikkelen of betrekken. 

Heb je al een aansluiting en blijf je binnen je huidige gecontracteerde vermogen? Dan verandert er niets aan je bestaande elektriciteitsvoorziening. De nieuwe regels hebben vooral gevolgen voor ondernemers die een nieuwe aansluiting aanvragen of hun bestaande aansluiting willen verzwaren. 

Wie extra capaciteit nodig heeft, doet er verstandig aan om dit zo vroeg mogelijk mee te nemen in investerings- en uitbreidingsplannen. 

Wat kun je als ondernemer wél doen? 

Hoewel uitbreiding van het elektriciteitsnet noodzakelijk blijft, zijn er ook mogelijkheden om binnen de bestaande capaciteit meer te realiseren. 

  • Breng je energieverbruik in kaart 

Veel bedrijven benutten hun gecontracteerde vermogen niet optimaal. Analyseer wanneer en waarvoor je stroom gebruikt. Mogelijk kun je pieken verminderen of beter spreiden over de dag. 

  • Onderzoek flexibiliteit 

Kunnen processen op andere tijdstippen draaien? Kun je elektrische voertuigen buiten piekuren laden? Is energieopslag interessant? Door slimmer om te gaan met energie ontstaat soms ruimte zonder dat een zwaardere aansluiting nodig is. 

  • Denk vooruit 

Neem netcapaciteit vanaf het begin mee bij investerings- en uitbreidingsplannen. Wacht niet tot een verbouwing of verduurzamingsproject al in uitvoering is. 

  • Zoek samenwerking 

Op bedrijventerreinen ontstaan steeds meer gezamenlijke oplossingen, zoals energiehubs, collectieve batterijen, slim laden en het delen van beschikbare capaciteit. Samenwerking met andere ondernemers wordt steeds belangrijker. 

  • Schakel expertise in 

Een energieadviseur of installateur kan helpen om inzicht te krijgen in het energieprofiel van je bedrijf en de meest kansrijke oplossingen te verkennen. 

  • Bekijk de situatie in jouw regio 

De gevolgen van netcongestie verschillen sterk per regio. In sommige gebieden zijn nog beperkte mogelijkheden beschikbaar, terwijl in andere gebieden wachtlijsten al langer bestaan. 

Via de Capaciteitskaart van Netbeheer Nederland kun je zien wat de situatie is in jouw regio en welke beperkingen er gelden voor nieuwe of zwaardere aansluitingen. Ook de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) biedt praktische informatie over de gevolgen van netcongestie en mogelijke oplossingsrichtingen voor ondernemers. 

Prioriteren verdeelt de schaarste, maar lost haar niet op 

Het nieuwe prioriteringskader zorgt voor een andere verdeling van de schaarste, maar creëert geen extra netcapaciteit. Zonder versnelling van netuitbreidingen, meer ruimte voor energiehubs, opslag en flexibel gebruik zullen wachttijden blijven oplopen. 

Daarom blijft een structurele aanpak van netcongestie noodzakelijk. Het bedrijfsleven, de overheid en netbeheerders hebben elkaar nodig om zowel economische ontwikkeling als verduurzaming mogelijk te houden. 

VNO-NCW West blijft zich inzetten voor oplossingen 

Voor VNO-NCW West staat vast dat ondernemers moeten kunnen blijven investeren, verduurzamen en groeien. Daarom blijven wij ons inzetten voor een versnelde uitbreiding van het elektriciteitsnet, meer ruimte voor lokale energieoplossingen en regelgeving die ondernemers helpt om zelf oplossingen te ontwikkelen. 

Daarnaast blijven wij de knelpunten die ondernemers ervaren onder de aandacht brengen bij netbeheerders, gemeenten, provincies en het Rijk. Want netcongestie raakt niet alleen individuele bedrijven, maar ook woningbouw, bereikbaarheid, verduurzaming, werkgelegenheid en de economische ontwikkeling van onze regio. 

Voor ondernemers is de boodschap helder: neem energie vroegtijdig mee in je plannen, wacht niet tot netcapaciteit een knelpunt wordt en zoek waar mogelijk de samenwerking op. Juist in een vol stroomnet worden slim energiegebruik en gezamenlijke oplossingen steeds belangrijker. 

MKB Netperspectief 

Op 1 januari 2026 is VNO-NCW het programma Netperspectief MKB gestart; MKB-ondernemers praktische hulp bieden om, ondanks netcongestie, te kunnen blijven groeien en verduurzamen. De focus ligt op oplossingen ‘rond de meter’, zoals meer data inzicht, slimme aansturing, opslag en opwek, maar ook gedegen en onafhankelijk advies van gekwalificeerde vakmensen, zoals energieadviseurs en installatiebedrijven. 

Zo krijgen ondernemers meer grip op hun energiegebruik en -kosten en kunnen ze hun weerbaarheid vergroten. 

Kijk voor meer informatie op netperspectiefmkb.nl

Met ruim 160 aanwezigen, een stralende zomeravond en verse Hollandse Nieuwe was de jaarlijkse haringparty Invloed aan de Maas opnieuw een groot succes. Op het prachtige terras van Sociëteit De Maas kwamen ondernemers, bestuurders, onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties bijeen voor gezelligheid, inspiratie en netwerken. De haring smaakte als vanouds uitstekend, terwijl gasten genoten van het uitzicht over de Maas en de skyline van Rotterdam.

De bijeenkomst werd geopend door Mai Elmar, voorzitter VNO-NCW Regio Rotterdam die het belang benadrukte van ontmoeting en samenwerking in een regio die voortdurend in beweging is. Vervolgens nam Europarlementariër Jeannette Baljeu de aanwezigen mee in haar visie op de kansen voor Rotterdam binnen Europa. Zij benadrukte dat grote maatschappelijke en economische vraagstukken alleen kunnen worden opgelost door nauwe samenwerking tussen bedrijfsleven, overheid en onderwijs. Thema’s als innovatie, verduurzaming, energie en concurrentiekracht vragen volgens haar om een gezamenlijke aanpak waarin de Rotterdamse regio een voortrekkersrol kan spelen. Die boodschap sluit aan bij haar bredere pleidooi voor een sterk Europees vestigings- en investeringsklimaat.

Een tweede podiumgesprek stond in het teken van onderwijs en arbeidsmarkt. Daar ging vicevoorzitter Gert-Jan Lammens in gesprek met Jacqueline Prins, voorzitter van het College van Bestuur van Zadkine. Zij schetste de uitdagingen waarvoor het middelbaar beroepsonderwijs staat. Studenten worden vandaag opgeleid voor beroepen die deels nog moeten ontstaan. Technologische ontwikkelingen, waaronder kunstmatige intelligentie, veranderen de arbeidsmarkt in hoog tempo. Dat vraagt volgens Prins om flexibiliteit, een leven lang ontwikkelen en een nauwe samenwerking tussen onderwijs en werkgevers.

De jaarlijkse haringparty heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een vaste waarde binnen het netwerk van VNO-NCW Regio Rotterdam. Niet alleen vanwege de uitstekende haring of de bijzondere locatie, maar vooral omdat het evenement ondernemers, bestuurders en onderwijsinstellingen samenbrengt rond de vraag hoe de regio economisch sterk, innovatief en aantrekkelijk kan blijven.

De foto’s, gemaakt door Mirjam Lems, zijn te bekijken in de exclusieve VNO-NCW West ledenapp.

Vandaag, op 23 juni, debatteert de Tweede Kamer over de toekomst van de Nederlandse infrastructuur. Daarbij staat een lastige vraag centraal: welke projecten kunnen nog worden uitgevoerd nu onderhoudsachterstanden oplopen en de druk op het Mobiliteitsfonds steeds groter wordt? 

Voor VNO-NCW West is de volgorde helder. Voordat er wordt gesproken over welke projecten prioriteit krijgen, moeten eerst voldoende middelen worden vrijgemaakt voor infrastructuur. Nederland kan de bestaande achterstanden niet wegwerken én de bereikbaarheid van de toekomst veiligstellen met de huidige budgetten. 

Infrastructuur is geen kostenpost 

De discussie over infrastructuur gaat vaak over schaarste. Welke projecten kunnen doorgaan en welke niet? Maar daarmee dreigt een belangrijker vraagstuk uit beeld te verdwijnen: Nederland investeert al jaren te weinig in zijn infrastructuur. 

Volgens de Algemene Rekenkamer is jaarlijks ongeveer 2 miljard euro extra nodig om alleen al de bestaande onderhoudsachterstanden weg te werken. De gevolgen zijn steeds vaker zichtbaar. Bruggen, wegen, spoorverbindingen en vaarwegen krijgen te maken met beperkingen, terwijl ondernemers worden geconfronteerd met vertragingen, omrijdkosten en een minder betrouwbaar vervoerssysteem. 

Dat raakt niet alleen bedrijven, maar de hele samenleving. Infrastructuur is immers geen kostenpost. Het is een investering in bereikbaarheid, woningbouw, economische groei, veiligheid en weerbaarheid. Onderzoek van het Economisch Instituut voor de Bouw laat zien dat iedere euro die wordt geïnvesteerd in infrastructuur meer oplevert dan hij kost. 

Eerst de basis op orde 

VNO-NCW West begrijpt dat keuzes nodig zijn wanneer middelen schaars zijn. Maar prioriteren mag geen excuus worden om structurele tekorten te accepteren. De eerste prioriteit moet liggen bij het op orde brengen van de bestaande infrastructuur. Achterstallig onderhoud zorgt steeds vaker voor beperkingen. In delen van Nederland zijn de gevolgen daarvan nu al merkbaar. Wegen worden beperkt toegankelijk voor zwaar verkeer en noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden worden uitgesteld omdat budgetten ontbreken.  

Dat leidt niet alleen tot economische schade, maar roept ook vragen op over de veiligheid en betrouwbaarheid van het netwerk op de lange termijn. Zeker in de huidige geopolitieke tijd. 

Onderhoud én uitbreiding zijn geen tegenstelling 

Tegelijkertijd mag de oplossing niet zijn dat Nederland zich uitsluitend richt op onderhoud. De komende decennia groeit Nederland verder. Er moeten honderdduizenden woningen worden gebouwd, bedrijven blijven investeren en de mobiliteitsvraag neemt toe. Dat vraagt om extra capaciteit op de weg en het spoor . 

Wanneer nieuwe infrastructuurprojecten opnieuw worden uitgesteld, ontstaan de bereikbaarheidsproblemen van morgen. Dat is wat er de afgelopen jaren is gebeurd. Juist daarom moeten strategische langetermijnprojecten doorgaan. Niet ondanks de onderhoudsopgave, maar juist omdat Nederland anders nog verder vastloopt. Het openbaar vervoer zal een steeds grotere rol moeten spelen in het opvangen van toekomstige vervoersstromen. Zonder de uitbreiding van de bestaande en aanleg van nieuwe verbindingen wordt dat onmogelijk. 

Economische kernregio’s verdienen aandacht 

Voor Noord-Holland blijft de verlenging van de Noord/Zuidlijn naar Schiphol en Hoofddorp daarom van groot belang. Deze verbinding verbetert niet alleen de bereikbaarheid van Schiphol, de Zuidas en nieuwe woningbouwlocaties, maar zorgt ook voor extra capaciteit op een vervoerssysteem dat steeds verder onder druk komt te staan. Hierover sprak Haico Spijkerboer met de Telegraaf in dit artikel. 

Voor Zuid-Holland geldt hetzelfde voor de Oude Lijn tussen Leiden en Dordrecht. Verdere investeringen in stations, knooppunten en de ontwikkeling rondom deze corridor zijn essentieel voor de bereikbaarheid van de provincie en de verdere ontwikkeling van woningbouwlocaties, campussen en economische clusters. 

Beide projecten leveren aantoonbaar economische en maatschappelijke meerwaarde op en zijn cruciaal voor de concurrentiekracht van Nederland.  

Daarnaast blijven investeringen in de verbindingen van en naar de Rotterdamse haven noodzakelijk. Deze corridor vormt een van de belangrijkste economische en weerbaarheidsslagaders van Nederland en Europa. 

Bereikbaarheid is ook een kwestie van weerbaarheid 

De geopolitieke ontwikkelingen van de afgelopen jaren maken duidelijk dat een robuuste infrastructuur ook van strategisch belang is. De Rotterdamse haven speelt een cruciale rol in de logistieke bevoorrading van Nederland, Europa en de NAVO. Via Rotterdam komen goederen, grondstoffen en in toenemende mate ook militaire transporten het land binnen. 

Dat vraagt om een infrastructuur die bestand is tegen de eisen van deze tijd. Wegen, spoorverbindingen, bruggen en vaarwegen moeten niet alleen voldoende capaciteit bieden voor economische activiteiten, maar ook bijdragen aan de nationale weerbaarheid. 

Een land dat zwaar materieel, hulpdiensten of militaire transporten niet snel kan verplaatsen, loopt niet alleen economisch risico, maar ook strategisch. Dit raakt onze collectieve veiligheid en weerbaarheid.   

Eerst investeren, daarna prioriteren 

Wanneer er vervolgens keuzes moeten worden gemaakt, moet gekeken worden naar projecten die de grootste bijdrage leveren aan het functioneren van het economische netwerk van Nederland. Daarbij horen investeringen in belangrijke economische corridors, internationale verbindingen en projecten met aantoonbare maatschappelijke en economische baten. 

Maar die discussie kan pas serieus worden gevoerd wanneer eerst voldoende middelen beschikbaar zijn. 

De boodschap van VNO-NCW West aan politiek Den Haag is daarom helder: maak structureel meer geld vrij voor infrastructuur. Investeer in het wegwerken van achterstallig onderhoud én zorg dat strategische projecten voor de lange termijn doorgang kunnen vinden. Pas daarna kan worden bepaald welke projecten als eerste worden uitgevoerd. 

Want zonder extra investeringen dreigt Nederland niet alleen vast te lopen op de weg en het spoor, maar ook in zijn economische ontwikkeling, woningbouwopgave en weerbaarheid. 

Het Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland bepaalt hoe de schaarse ruimte in de provincie wordt verdeeld en ontwikkeld voor onder meer wonen, werken, infrastructuur, natuur en energie, zodat economische ontwikkeling, leefbaarheid en duurzaamheid in balans blijven. De leden van Provinciale Staten in Zuid-Holland hebben op 10 juni ingestemd met de Herziening Omgevingsbeleid 2025.  

VNO-NCW West is positief over de grotere aandacht voor het beschermen en beter benutten van bedrijventerreinen in het Omgevingsbeleid 2025. Het is goed dat de provincie inzet op herontwikkeling van bestaande werklocaties en oog heeft voor de balans tussen wonen en werken. Tegelijkertijd zijn er zorgen over het ontbreken van harde garanties voor voldoende bedrijfsruimte op de lange termijn en het schrappen van de zoekgebieden voor windenergie uit de Omgevingsvisie. Juist voldoende ruimte voor bedrijven én toegang tot betrouwbare en betaalbare energie zijn randvoorwaarden voor een sterke economie en verdere verduurzaming. 

Schaarse ruimte voor bedrijven en ruimte op het elektriciteitsnet  

De provincie heeft een belangrijke rol op het gebied van de ruimtelijke ordening. En dat is ook voor ondernemers van groot belang, want de ruimte voor bedrijven is schaars en staat onder druk door woningbouw en functiemenging. Terwijl tegelijkertijd ook de opwek van duurzame energie ruimte op en toegang tot het elektriciteitsnet vraagt. Ondernemers kunnen niet of nauwelijks uitbreiden en staan achteraan in de rij wanneer ze hun aansluiting op het elektriciteitsnet willen uitbreiden om te kunnen verduurzamen. Zeker met de aanpassing van het prioriteringskader vanaf 1 juli. 

Beschermen van bestaande bedrijventerreinen 

Met ‘een bedrijfje erbij’ wil de provincie Zuid-Holland dat er binnen woongebieden en gemengde gebieden meer ruimte wordt geboden voor kleinschalige bedrijfsactiviteiten, zoals een kantoor aan huis, een kleine werkplaats, een buurtgerichte dienstverlener of een ambachtelijk bedrijf. Het idee is om wonen en werken dichter bij elkaar te brengen en zo de lokale economie te versterken. Dit vinden wij een mooie aanvulling op het bestaande beleid, maar structureel is er meer nodig.  

Het beter benutten van bestaande bedrijventerreinen is een belangrijke opgave. Het is goed dat er wordt gewerkt aan een provinciale ruimtelijke ontwikkelingsmaatschappij om de herontwikkeling van bedrijventerreinen aan te jagen. Dit kan niet zonder beschermen van bestaande bedrijventerreinen voor activiteiten die niet gemengd kunnen worden, waarbij terreinen met een hoge milieucategorie en watergebonden locaties extra bescherming verdienen. Wij zien dit terug in het Omgevingsbeleid en zijn hier tevreden over. Want uiteindelijk gaat het om een goede balans tussen de ruimte voor wonen en werk.  

VNO-NCW West ziet ook graag op provinciaal niveau een doorvertaling van wat er in de Nota Ruimte zal worden vastgelegd, namelijk dat er geen netto-afname van ruimte voor bedrijven toegestaan is. En dat bij transformatie van bedrijventerreinen ruimte moet worden gecompenseerd op lokaal of regionaal niveau. We zullen hierover het gesprek aangaan met Gedeputeerde Staten bij de uitwerking en uitvoering van het Omgevingsbeleid. De provincie moet hierin de regie nemen.  

Provinciale regie en lokale uitvoeringskracht  

Dit raakt namelijk ook aan de belangrijke rol van de gemeenten in de praktische uitvoering van beleid. Uiteindelijk moet de ruimte voor bedrijven door hen lokaal worden gerealiseerd. VNO-NCW vraagt op alle niveaus aandacht voor de uitvoering van beleid en het daadwerkelijk realiseren van ruimte. Zodat we sturen op het juiste bedrijf op de juiste plek, en dat we de aanwezige milieugebruiksruimte zo veel mogelijk gebruiken voor bedrijven die deze ook echt nodig hebben.  

In de omgevingsverordening zijn vernieuwde regels opgenomen gericht op de maximale benutting van de milieugebruiksruimte op bestaande bedrijventerreinen. Wat VNO-NCW West betreft moet er inderdaad meer worden gestuurd op het functioneel optimaal benutten van terreinen. De provincie zou gemeenten moeten ondersteunen met kennis en kunde en de juiste (juridisch bindende) planologische sturingsmogelijkheden om zo te sturen op verandering naar het gewenste gebruik.  

Gemiste kans  

VNO-NCW West ziet het als een gemiste kans dat Provinciale Staten heeft besloten om de primaire en secundaire zoekgebieden voor windenergie uit de Omgevingsvisie te halen. Wij hebben hierover ingesproken en gesprekken gevoerd met Statenfracties en zullen aan blijven dringen bij de provincie om zo snel mogelijk duidelijkheid te verschaffen aan omwonenden, ondernemers en initiatiefnemers over waar we wel duurzame energie op kunnen gaan wekken in Zuid-Holland. Want zonder toegang tot betaalbare en betrouwbare energie kunnen ondernemers niet uitbreiden en komen investeringen niet van de grond. Windenergie is een onmisbaar onderdeel van de totale energiemix. We vragen om meer politieke urgentie en lef bij de opwek van duurzame energie en de aanpak van netcongestie.  

Lees hier een korte terugblik op de Statenvergaderingen van 3 en 10 juni op de website van de provincie:  

Omgevingsbeleid 2025: Provincie Zuid-Holland maakt scherpe keuzes voor de toekomst | Provincie Zuid-Holland 

Op dinsdag 23 juni bespreekt de Tweede Kamer de herprioritering voor alle opgaven en (nieuwe) ambities op het gebied van infrastructuur en hoe deze te bekostigen en uit te voeren. De keuze om vooral in te zetten op onderhoud van infrastructuur delen wij niet.

Veel partijen deden al een oproep aan de Tweede Kamer in de aanloop naar het debat van de 23e. En de recente kamerbrief, met daarin het afweegkader voor de herprioritering, maakt het debat extra urgent.

Op maandag 15 juni deelden wij met een groep van vertegenwoordigers namens het bedrijfsleven onze zorgen met de Zuid-Hollandse gedeputeerde mobiliteit Jeroen van Dijken. De haven, logistiek, wegenbouw, landbouwverkeer en het personenvervoer waren vertegenwoordigd. Onze zorgen hadden wij ook al d.m.v. een brief met de gedeputeerde gedeeld. Tijdens het gesprek hebben we vastgesteld dat we een gezamenlijke opgave hebben en aan hetzelfde eind van het touw trekken richting het Rijk.

Wat VNO-NCW West en de andere aanwezigen betreft zijn de tekorten bij het onderhoud van infrastructuur onacceptabel. Zuid-Holland loopt verder vast zolang het kabinet geen extra geld vrijmaakt voor infrastructuur. De tekorten bij onderhoud en aanleg zijn geen papieren probleem meer: ondernemers voelen nu al de schade door storingen, beperkingen, vertragingen en omrijdkosten. Daarom moet het kabinet eerst zorgen voor voldoende investeringsruimte. Structureel is minimaal 2 miljard euro extra per jaar nodig om te voorkomen dat de achterstanden op beheer, onderhoud en vervanging verder oplopen.

Pas daarna kan zinvol worden gekeken naar prioritering. Uitstel van economisch waardevolle projecten snijdt niet alleen in de bereikbaarheid van vandaag, maar ook in de groei van morgen. Wie eerst prioriteert, verdeelt de schade. Wie investeert, voorkomt dat Nederland verder vastloopt.

Ook het bedrijfsleven in de Rotterdamse haven riep de Tweede Kamer op tot actie omdat de Mainport Rotterdam vast dreigt te lopen. Dit terwijl er veel aanknopingspunten zijn voor beter infrastructuurbeleid, zo bleek uit een recent verschenen onderzoek door EIB. Zij hebben voor de Logistieke Alliantie exact in kaart gebracht waar de grootste knelpunten zitten als het gaat om het goederenvervoer dat onze samenleving draaiend houdt. Op het wegennet gaat het o.a. om zware congestie op belangrijke (economische) corridors, zoals rond Rotterdam (A15, A4, A16). EIB adviseert daarom om projecten te prioriteren met de hoogste maatschappelijke en economische opbrengst (MKBA) en de grootste knelpunten aan te pakken (o.a. Rotterdam-corridors, spoorcapaciteit, sluizen).

Gedeputeerde Jeroen van Dijken pleitte tijdens ons gesprek voor een Toekomstperspectief, een lange termijn visie op onze infrastructuur en hoe we deze financieren. Dit was ook de strekking van de inbreng van het IPO samen met de MRDH en MRA t.b.v. het commissiedebat strategische keuzes bereikbaarheid van 23 juni a.s. Hierin wordt ook gepleit voor een perspectief op de bereikbaarheid van Nederland op korte en lange termijn.

Infrastructuur is wat het bedrijfsleven betreft geen sluitpost, maar een productieve investering in bereikbaarheid, woningbouw, veiligheid, weerbaarheid en economische groei. Hier zet VNO-NCW West zich dagelijks voor in namens ondernemers.

Achtergrondinformatie:

Tekorten bij onderhoud infrastructuur onacceptabel (VNO-NCW en regioverenigingen)

Mainport Rotterdam dreigt vast te lopen: bedrijfsleven roept op tot actie in aanloop naar debat in Tweede Kamer (Deltalinqs, TLN en RAI)

Baanbrekend EIB onderzoek: veel aanknopingspunten voor beter infrastructuurbeleid – Logistieke Alliantie (Logistieke Alliantie)

 

De rijksoverheid zet een belangrijke stap om de schaarse ruimte voor bedrijven beter te beschermen. In de nieuwe Nota Ruimte wordt vastgelegd dat er op nationale schaal geen netto-afname van ruimte voor bedrijvigheid mag plaatsvinden. Wanneer bedrijventerreinen plaatsmaken voor andere functies, zoals woningbouw, moet deze ruimte lokaal of regionaal worden gecompenseerd.

VNO-NCW West verwelkomt deze keuze. Het borgen van ruimte voor economie is iets waar wij ons al jaren voor inzetten. Zo sprak belangenbehartiger Trudie van ’t Hull-Bettink onlangs in bij de Provinciale Staten in Noord-Holland. Voldoende ruimte voor ondernemers is een essentiële randvoorwaarde voor een sterk vestigingsklimaat, economische groei en het realiseren van maatschappelijke opgaven zoals de energietransitie, circulaire economie en woningbouw.

Van nationale ambitie naar regionale uitvoering

Hoewel de nationale borging een belangrijke stap is, ligt de daadwerkelijke uitvoering voor een groot deel bij provincies. Zij spelen een cruciale rol in de ruimtelijke ordening van Nederland. Provincies bepalen mede waar woningen, bedrijventerreinen, natuurgebieden en infrastructuur kunnen worden ontwikkeld, beoordelen gemeentelijke plannen en leggen hun keuzes vast in provinciale omgevingsvisies.

Juist daarom roept VNO-NCW West provincies op om de regie te nemen en het belang van voldoende ruimte voor economie zwaar mee te laten wegen in hun ruimtelijke afwegingen.

Bescherm bestaande bedrijventerreinen

In veel gemeenten staat de ruimte voor bedrijven onder druk. Bedrijventerreinen worden regelmatig gezien als mogelijke locaties voor woningbouw of andere functies. Hoewel de woningbouwopgave groot is, mag dit niet leiden tot een verdere afname van ruimte voor ondernemers.

Bedrijventerreinen zijn immers de plekken waar bedrijven produceren, innoveren, verduurzamen en werkgelegenheid creëren. Ze vormen de basis voor sectoren als maakindustrie, logistiek, circulaire bedrijvigheid en watergebonden economie.

VNO-NCW West vraagt provincies daarom om bestaande bedrijventerreinen beter te beschermen, ruimte te bieden voor uitbreiding waar dat nodig is en in te zetten op slimmer en intensiever gebruik van bestaande werklocaties.

Compenseer verlies van bedrijfsruimte

Waar transformatie van bedrijventerreinen toch noodzakelijk is, moet volgens VNO-NCW West altijd sprake zijn van adequate compensatie. Nieuwe ruimte voor bedrijven moet tijdig beschikbaar komen, zodat ondernemers niet tussen wal en schip raken en economische activiteiten niet uit regio’s verdwijnen.

De afspraak in de Nota Ruimte dat verlies van bedrijfsruimte lokaal of regionaal moet worden gecompenseerd, biedt hiervoor een belangrijk uitgangspunt. Nu komt het aan op een zorgvuldige uitwerking door provincies en gemeenten.

Ruimte voor de economie van morgen

Ruimte voor economie gaat over meer dan alleen hectares grond. Het gaat over ruimte voor innovatie, verduurzaming, circulaire productie, energie-infrastructuur en de banen van de toekomst. Het gaat over het versterken van het Nederlandse verdienvermogen én het mogelijk maken van de grote transities waar Nederland voor staat.

De nationale borging van ruimte voor bedrijven is daarom een belangrijke stap vooruit. Nu is het aan provincies om deze ambitie om te zetten in concrete keuzes en ervoor te zorgen dat ondernemers ook in de toekomst kunnen blijven groeien, investeren en vernieuwen.

Van 25 tot en met 28 mei reisden DGA-leden van VNO-NCW West naar Finland. Tijdens een programma vol bedrijfsbezoeken, ontmoetingen met ondernemers en experts en goede gesprekken met elkaar gingen we op zoek naar antwoorden op één centrale vraag: wat kunnen Nederlandse ondernemers leren van Finland?

 

Dag 1 – Weerbaarheid als onderdeel van de samenleving

Na aankomst in Helsinki stond direct het eerste bedrijfsbezoek op het programma: de Confederation of Finnish Industries (EK), het Finse equivalent van VNO-NCW.

Hier maakten we kennis met een onderwerp dat als een rode draad door de hele reis zou lopen: weerbaarheid. Finland leeft al decennialang met de realiteit van een grens van ruim 1.300 kilometer met Rusland en heeft zijn samenleving daarop ingericht. Tijdens presentaties over het nationale veiligheidsmodel, de National Defence Courses en het National Emergency Supply Agency werd duidelijk hoe nauw overheid, bedrijfsleven en burgers samenwerken.

Een uitspraak die veel indruk maakte was: “If society falls, there is nothing to defend.” Veiligheid begint volgens de Finnen niet bij defensie, maar bij een sterke samenleving en een sterke economie.

Na het inhoudelijke programma volgde een wandeling door Helsinki. Onderweg zagen we onder meer de beroemde kathedraal en ondergrondse voorzieningen die in tijden van nood dienst kunnen doen als schuilkelders. We sloten de eerste dag af met een diner bij restaurant Sunn en de eerste goede gesprekken tussen ondernemers uit verschillende regio’s en sectoren.

 

 

Dag 2 – Innovatie, industrie en de energietransitie

De tweede dag begon bij KONE, een van de grootste lift- en roltrapproducenten ter wereld. Het familiebedrijf bestaat al meer dan honderd jaar en laat zien hoe innovatie en schaalgrootte hand in hand kunnen gaan. Tijdens een rondleiding door de fabriek kregen we inzicht in de modulaire productiemethode, het belang van onderhoud als verdienmodel en de manier waarop KONE voortdurend investeert in technologische vernieuwing.

Daarna volgde een bezoek aan Neste, wereldleider op het gebied van duurzame vliegtuigbrandstof (SAF) en hernieuwbare diesel. Hier ontstond een interessante discussie over de energietransitie, investeringen en overheidsbeleid. De boodschap was helder: verduurzaming vraagt om langetermijninvesteringen en dus ook om voorspelbaar beleid. Zonder zekerheid over regelgeving en marktomstandigheden wordt investeren steeds moeilijker.

Na twee inhoudelijk stevige bedrijfsbezoeken volgde een typisch Finse ervaring: een schietworkshop in hartje Helsinki. In Finland is verantwoord wapenbezit diep verweven met de cultuur en de nationale weerbaarheid. Onder begeleiding leerden we de basisprincipes van het schieten met een pistool. Voor sommigen bleek een verborgen talent aan het licht te komen, voor anderen was het vooral een leerzame ervaring.

De dag werd afgesloten met een gezamenlijk diner en voor een deel van de groep zelfs een avondje karaoke.

 

Dag 3 – Cybersecurity, familiebedrijven en voedselzekerheid

Op de derde dag stonden drie totaal verschillende bedrijven op het programma, die samen een verrassend compleet beeld gaven van de Finse economie.

De ochtend begon bij cybersecuritybedrijf WithSecure. Samen met de CEO, een onderzoeker en een lid van het Europees Parlement spraken we over digitale veiligheid, geopolitieke ontwikkelingen en de uitdagingen van Europese regelgeving. De belangrijkste les: cybersecurity is allang geen technisch vraagstuk meer. Het vraagt om bewustwording in de hele organisatie. Zeker nu AI cyberaanvallen sneller en toegankelijker maakt dan ooit.

Vervolgens bezochten we Vaisala, een familiebedrijf dat wereldwijd toonaangevend is in meetapparatuur voor weer, klimaat en industriële processen. Hun technologie wordt gebruikt op aarde, op zee én zelfs op de maan. Indrukwekkend was niet alleen de technologie, maar ook de bedrijfscultuur. Medewerkers blijven er gemiddeld zeer lang werken en jaarlijks wordt ongeveer twaalf procent van de omzet geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling.

Het laatste bedrijfsbezoek bracht ons naar Fazer, een van de bekendste bedrijven van Finland. Wat ooit begon als een chocolademerk is uitgegroeid tot een concern met tientallen merken in voeding en bakkerijproducten. Tijdens gesprekken over de oorlog in Oekraïne en de terugtrekking uit Rusland kregen we een inkijkje in de dilemma’s waar internationale bedrijven mee te maken krijgen. Tegelijkertijd werd duidelijk hoe belangrijk voedselzekerheid voor Finland is. Ook Fazer speelt daarin een rol als strategische partner van de overheid.

De dag eindigde op een bijzondere locatie: NJK Summer Island, een eiland net buiten Helsinki.

 

 

Dag 4 – Ondernemerschap en innovatie in de praktijk

Voordat we terugkeerden naar Nederland brachten we nog een bezoek aan Marioff, wereldleider op het gebied van watermist-brandbeveiliging.

Het bedrijf ontwikkelde een innovatieve technologie die branden sneller bestrijdt met veel minder water dan traditionele sprinklersystemen. Inmiddels wordt de techniek toegepast in onder andere cruiseschepen, datacenters, monumentale gebouwen en grote infrastructuurprojecten. Van de Notre Dame in Parijs tot het Teylers Museum in Haarlem.

Het verhaal van Marioff liet opnieuw zien hoe Finse bedrijven uitblinken in het ontwikkelen van specialistische oplossingen voor mondiale uitdagingen. Ook hier kwamen langetermijndenken, innovatie en ondernemerschap samen.

Na het bezoek volgde de terugvlucht naar Amsterdam. Vier dagen vol nieuwe inzichten, interessante ontmoetingen en gezelligheid kwamen daarmee ten einde.

 

Wat nemen we mee naar huis?

De reis maakte duidelijk dat Finland op veel terreinen verder kijkt dan de waan van de dag. Weerbaarheid, innovatie, cybersecurity, voedselzekerheid en duurzaamheid worden er benaderd als gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid, ondernemers en samenleving.

Voor de deelnemende DGA’s leverde dat niet alleen nieuwe inzichten op, maar ook waardevolle gesprekken met gelijkgestemde ondernemers. Juist die combinatie van inhoud, inspiratie en onderlinge verbinding maakt de DGA-reizen van VNO-NCW West zo bijzonder.

Nog voordat de eerste ondernemers hun koffie hadden ingeschonken, leek de hoofdgast van de ochtend uitgeschakeld. Humanoid robot Eva, meegenomen door trendwatcher Vincent Everts, had een lege batterij. Na een snelle ‘reanimatie’ stond ze alsnog op en liep ze even later vol energie door de zaal. Handjes gevend, zwaaiend en vooral: verwondering oproepend.

Daarmee was direct de toon gezet voor een bijzondere editie van het Rotterdams Ondernemersontbijt in RDM Next – Innovation Dock. Op een locatie waar innovatie dagelijks zichtbaar is, kwamen ondernemers, bestuurders en vernieuwers samen om te praten over een onderwerp dat steeds actueler wordt: humanoids, kunstmatige intelligentie (AI) en robotisering in het bedrijfsleven.

Ondernemers in Rotterdam kijken vooruit naar AI en robotisering
De belangstelling voor het evenement was groot. De zaal zat goed gevuld met ondernemers uit uiteenlopende sectoren. Tijdens het ontbijt werd niet alleen genetwerkt, maar vooral vooruitgekeken naar de impact van technologie en kunstmatige intelligentie op de manier waarop we werken.

Personeelstekorten, digitalisering en automatisering kwamen uitgebreid aan bod. Hoe bereiden bedrijven zich voor op een toekomst waarin mens en technologie steeds intensiever samenwerken?

Vincent Everts: “De toekomst is dichterbij dan ondernemers denken”
Trendwatcher Vincent Everts nam de aanwezigen mee langs de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van robotisering en AI uit onder meer China en de Verenigde Staten.

Robots leren steeds zelfstandiger, werken samen met mensen en voeren taken uit die jarenlang als exclusief menselijk werden beschouwd.

“Veel ondernemers denken nog dat humanoids iets voor later zijn,” stelde Everts. “Maar later is sneller dan we denken. De vraag is niet óf robots onderdeel worden van ons dagelijks leven, maar wanneer.”

Dat werd direct zichtbaar toen robot Eva zich tussen de aanwezigen begaf. Waar technologie vaak abstract blijft, werd deze ochtend tastbaar hoe menselijk een humanoid robot inmiddels kan overkomen. Ondernemers verzamelden zich rondom Eva, maakten foto’s, stelden vragen en gingen letterlijk met de toekomst op de foto.

Robotisering in het bedrijfsleven is geen toekomstmuziek meer
Ook ondernemer Floris Vervat van Jeeves liet zien dat robotisering niet langer toekomstmuziek is.

“Twintig jaar geleden verklaarden mensen ons voor gek toen we hospitality op een andere manier organiseerden,” vertelde hij. “Nu krijgen we dezelfde reacties als we over robots praten. Over een paar jaar kijkt niemand daar meer van op.”

Volgens Vervat draait robotisering niet om het vervangen van mensen, maar juist om ondersteuning. “De kracht zit in de samenwerking tussen mens en technologie.” Juist in sectoren waar personeelstekorten toenemen, kunnen robots een belangrijke rol gaan spelen.

Rotterdam ziet kansen voor regionale robotica-industrie
Dat ook Rotterdam serieus kijkt naar de kansen van robotisering bleek uit de bijdrage van Rob Schmidt van de gemeente Rotterdam. Hij presenteerde onderzoek naar de mogelijkheden voor een regionale robotica-industrie.

“Rotterdam heeft alles in huis om een belangrijke rol te spelen,” aldus Schmidt. “Van maakindustrie en haven tot onderwijs en innovatie. De vraag is niet alleen hoe we deze technologie ontwikkelen, maar ook hoe we dat verantwoord doen.”

Zijn boodschap sloot aan bij een belangrijk thema van de ochtend: innovatie is geen doel op zich, maar een middel om economische groei, productiviteit en maatschappelijke uitdagingen aan te pakken.

Technologie én ontmoeting tijdens Rotterdams Ondernemersontbijt
Juist de combinatie van technologie en menselijke ontmoeting maakte deze editie bijzonder. Tussen de presentaties door ontstonden gesprekken over AI, digitalisering, personeelstekorten en de kansen die nieuwe technologie biedt voor Rotterdamse ondernemers.

Wie aanwezig was, kreeg een inkijkje in een toekomst die sneller dichterbij komt dan velen denken. Wie er niet bij was, heeft een editie gemist waarin technologie niet alleen werd besproken, maar letterlijk door de zaal liep. En misschien was dat wel de belangrijkste les van deze ochtend:

Innovatie begint niet morgen. Soms staat innovatie ineens naast je, geeft ze je een hand en stelt ze zichzelf voor als Eva.

Presentatie Vincent Everts

Foto’s door Mirjam Lems

In de politieke discussie rondom de uitplaatsing van het afvalcluster van de Binckhorst naar het bedrijventerrein Westvlietweg heeft VNO-NCW regio Den Haag haar steun uitgesproken voor de uitbreiding van het bedrijventerrein Westvlietweg en een brief gestuurd aan de leden van de Haagse gemeenteraad.

Op donderdag 23 april 2026 sprak de gemeenteraad namelijk over de afdoening van de motie inzake ‘Geen onomkeerbare stappen in de Vlietzoom’. Wij maken ons al jaren sterk voor het belang van voldoende ruimte voor economie in Den Haag. Er is dringend behoefte aan compensatie van ruimte die verloren gaat door transformatie naar woningbouw en voor de groei van bedrijven die graag in Den Haag willen uitbreiden.

Daarom heeft VNO-NCW regio Den Haag haar steun uitgesproken voor de uitbreiding van bedrijventerrein Westvlietweg zoals vastgelegd in het collegebesluit Voorkeursvariant voor de verplaatsing en transformatie van het afvalcluster Binckhorst.

Lees hier de volledige brief aan de Haagse gemeenteraad: 20260422 brief VNO-NCW regio Den Haag aan gemeenteraad Den Haag inzake Westvlietweg