Reactie VNO-NCW regio Den Haag op uitslag Gemeenteraadsverkiezingen

De uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen in Den Haag is duidelijk: partijen zijn samen aan zet. Nu is het tijd om verantwoordelijkheid te nemen en snel te komen tot een stabiel college dat keuzes durft te maken voor de toekomst van de stad.

Namens VNO-NCW regio Den Haag reageert voorzitter Robert Medenblik: “𝘋𝘦𝘯 𝘏𝘢𝘢𝘨 𝘴𝘵𝘢𝘢𝘵 𝘷𝘰𝘰𝘳 𝘨𝘳𝘰𝘵𝘦 𝘰𝘱𝘨𝘢𝘷𝘦𝘯 𝘦𝘯 𝘩𝘦𝘦𝘧𝘵 𝘦𝘦𝘯 𝘴𝘵𝘢𝘣𝘪𝘦𝘭 𝘣𝘦𝘴𝘵𝘶𝘶𝘳 𝘯𝘰𝘥𝘪𝘨 𝘥𝘢𝘵 𝘷𝘰𝘰𝘳𝘶𝘪𝘵𝘬𝘪𝘫𝘬𝘵 𝘦𝘯 𝘴𝘢𝘮𝘦𝘯𝘸𝘦𝘳𝘬𝘵. 𝘋𝘢𝘢𝘳𝘣𝘪𝘫 𝘩𝘦𝘣𝘣𝘦𝘯 𝘰𝘯𝘥𝘦𝘳𝘯𝘦𝘮𝘦𝘳𝘴 𝘢𝘭𝘵𝘪𝘫𝘥 𝘣𝘦𝘩𝘰𝘦𝘧𝘵𝘦 𝘢𝘢𝘯 𝘥𝘶𝘪𝘥𝘦𝘭𝘪𝘫𝘬𝘩𝘦𝘪𝘥 𝘦𝘯 𝘷𝘰𝘰𝘳𝘴𝘱𝘦𝘭𝘣𝘢𝘢𝘳 𝘣𝘦𝘭𝘦𝘪𝘥 𝘥𝘦 𝘬𝘰𝘮𝘦𝘯𝘥𝘦 𝘱𝘦𝘳𝘪𝘰𝘥𝘦, 𝘮𝘢𝘢𝘳 𝘰𝘰𝘬 𝘢𝘭𝘴 𝘷𝘦𝘳𝘷𝘰𝘭𝘨 𝘰𝘱 𝘥𝘦 𝘢𝘧𝘨𝘦𝘭𝘰𝘱𝘦𝘯 𝘫𝘢𝘳𝘦𝘯.”

Een van de meest urgente punten is de bereikbaarheid van de stad: “𝘈𝘭𝘴 𝘧𝘪𝘭𝘦𝘩𝘰𝘰𝘧𝘥𝘴𝘵𝘢𝘥 𝘷𝘢𝘯 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥 𝘻𝘪𝘦𝘯 𝘸𝘦 𝘥𝘢𝘨𝘦𝘭𝘪𝘫𝘬𝘴 𝘸𝘢𝘵 𝘴𝘭𝘦𝘤𝘩𝘵𝘦 𝘣𝘦𝘳𝘦𝘪𝘬𝘣𝘢𝘢𝘳𝘩𝘦𝘪𝘥 𝘣𝘦𝘵𝘦𝘬𝘦𝘯𝘵 𝘷𝘰𝘰𝘳 𝘰𝘯𝘥𝘦𝘳𝘯𝘦𝘮𝘦𝘳𝘴, 𝘸𝘦𝘳𝘬𝘯𝘦𝘮𝘦𝘳𝘴 𝘦𝘯 𝘬𝘭𝘢𝘯𝘵𝘦𝘯. 𝘎𝘰𝘦𝘥𝘦 𝘣𝘦𝘳𝘦𝘪𝘬𝘣𝘢𝘢𝘳𝘩𝘦𝘪𝘥, 𝘷𝘰𝘰𝘳 𝘻𝘰𝘸𝘦𝘭 𝘥𝘦 𝘢𝘶𝘵𝘰, 𝘣𝘦𝘥𝘳𝘪𝘫𝘧𝘴𝘷𝘰𝘦𝘳𝘵𝘶𝘪𝘨𝘦𝘯 𝘢𝘭𝘴 𝘱𝘦𝘳 𝘧𝘪𝘦𝘵𝘴 𝘰𝘧 𝘰𝘱𝘦𝘯𝘣𝘢𝘢𝘳 𝘷𝘦𝘳𝘷𝘰𝘦𝘳, 𝘪𝘴 𝘦𝘤𝘩𝘵 𝘦𝘦𝘯 𝘳𝘢𝘯𝘥𝘷𝘰𝘰𝘳𝘸𝘢𝘢𝘳𝘥𝘦 𝘷𝘰𝘰𝘳 𝘦𝘦𝘯 𝘨𝘰𝘦𝘥 𝘰𝘯𝘥𝘦𝘳𝘯𝘦𝘮𝘦𝘳𝘴𝘬𝘭𝘪𝘮𝘢𝘢𝘵.”
Daarnaast blijft ruimte voor bedrijven essentieel: “𝘋𝘦 𝘴𝘵𝘢𝘥 𝘨𝘳𝘰𝘦𝘪𝘵, 𝘮𝘢𝘢𝘳 𝘣𝘦𝘥𝘳𝘪𝘫𝘷𝘪𝘨𝘩𝘦𝘪𝘥 𝘮𝘰𝘦𝘵 𝘥𝘢𝘢𝘳𝘪𝘯 𝘮𝘦𝘦 𝘬𝘶𝘯𝘯𝘦𝘯 𝘨𝘳𝘰𝘦𝘪𝘦𝘯. Een goed vestigingsklimaat voor ondernemers is belangrijk voor de hele stad: “𝘞𝘢𝘢𝘳 𝘣𝘦𝘥𝘳𝘪𝘫𝘷𝘦𝘯 𝘬𝘶𝘯𝘯𝘦𝘯 𝘨𝘳𝘰𝘦𝘪𝘦𝘯, 𝘰𝘯𝘵𝘴𝘵𝘢𝘢𝘯 𝘣𝘢𝘯𝘦𝘯, 𝘪𝘯𝘯𝘰𝘷𝘢𝘵𝘪𝘦 𝘦𝘯 𝘮𝘢𝘢𝘵𝘴𝘤𝘩𝘢𝘱𝘱𝘦𝘭𝘪𝘫𝘬𝘦 𝘷𝘰𝘰𝘳𝘶𝘪𝘵𝘨𝘢𝘯𝘨. 𝘌𝘦𝘯 𝘴𝘵𝘦𝘳𝘬𝘦 𝘦𝘤𝘰𝘯𝘰𝘮𝘪𝘦 𝘪𝘴 𝘥𝘦 𝘣𝘢𝘴𝘪𝘴 𝘸𝘢𝘢𝘳𝘰𝘱 𝘰𝘯𝘻𝘦 𝘴𝘢𝘮𝘦𝘯𝘭𝘦𝘷𝘪𝘯𝘨 𝘥𝘳𝘪𝘫𝘧𝘵”.

In aanloop naar de verkiezingen presenteerden we ons manifest ‘Ondernemen voor Brede Welvaart’ met concrete voorstellen voor een sterk en aantrekkelijk Den Haag. “𝘞𝘦 𝘩𝘰𝘱𝘦𝘯 𝘥𝘢𝘵 𝘥𝘦 𝘯𝘪𝘦𝘶𝘸𝘦 𝘤𝘰𝘢𝘭𝘪𝘵𝘪𝘦 𝘥𝘦𝘻𝘦 𝘱𝘶𝘯𝘵𝘦𝘯 𝘮𝘦𝘦𝘯𝘦𝘦𝘮𝘵 𝘪𝘯 𝘩𝘦𝘵 𝘤𝘰𝘢𝘭𝘪𝘵𝘪𝘦𝘢𝘬𝘬𝘰𝘰𝘳𝘥. 𝘖𝘯𝘥𝘦𝘳𝘯𝘦𝘮𝘦𝘳𝘴 𝘻𝘪𝘫𝘯 𝘦𝘦𝘯 𝘣𝘦𝘭𝘢𝘯𝘨𝘳𝘪𝘫𝘬𝘦 𝘮𝘰𝘵𝘰𝘳 𝘷𝘢𝘯 𝘥𝘦 𝘴𝘵𝘢𝘥 𝘦𝘯 𝘥𝘳𝘢𝘨𝘦𝘯 𝘣𝘪𝘫 𝘢𝘢𝘯 𝘸𝘦𝘳𝘬𝘨𝘦𝘭𝘦𝘨𝘦𝘯𝘩𝘦𝘪𝘥, 𝘪𝘯𝘯𝘰𝘷𝘢𝘵𝘪𝘦 𝘦𝘯 𝘭𝘦𝘦𝘧𝘣𝘢𝘢𝘳𝘩𝘦𝘪𝘥. 𝘋𝘦 𝘦𝘦𝘳𝘴𝘵𝘦 𝘨𝘦𝘴𝘱𝘳𝘦𝘬𝘬𝘦𝘯 𝘮𝘦𝘵 𝘥𝘦 𝘭𝘪𝘫𝘴𝘵𝘵𝘳𝘦𝘬𝘬𝘦𝘳𝘴 𝘸𝘰𝘳𝘥𝘦𝘯 𝘨𝘦𝘱𝘭𝘢𝘯𝘥, 𝘥𝘢𝘢𝘳 𝘻𝘶𝘭𝘭𝘦𝘯 𝘸𝘪𝘫 𝘥𝘢𝘵 𝘣𝘭𝘪𝘫𝘷𝘦𝘯 𝘣𝘦𝘯𝘰𝘦𝘮𝘦𝘯.” We kijken uit naar een constructieve samenwerking met het nieuwe college en de gemeenteraad.

Lees ons verkiezingsmanifest via deze link.

VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam heeft de krachten gebundeld en in samenwerking met de ondernemers- en brancheverenigingen uit de regio een verkiezingsmanifest opgesteld.  We roepen de lokale politiek op om samen te werken aan stabiele colleges die duidelijke keuzes durven maken voor de toekomst van de regio. 

De economische positie van de Metropoolregio Amsterdam staat onder druk door internationale concurrentie, geopolitieke ontwikkelingen en structurele knelpunten voor ondernemers. Dat vraagt om samenwerking tussen politiek, ondernemers en kennisinstellingen. Haico Spijkerboer, voorzitter van VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam, benadrukte dit zijn reactie op de uitslag van de Gemeenteraadsverkiezingen in de Telegraaf.

Als georganiseerd bedrijfsleven hebben wij in aanloop naar de verkiezingen de belangrijkste prioriteiten voor gemeenten in de Metropoolregio Amsterdam op een rij gezet.

Na 18 maart starten de coalitieonderhandelingen. Wij vragen onder meer aandacht voor:

  • Voldoende ruimte voor bedrijvigheid
  • Versterk de internationale aantrekkelijkheid en het vestigingsklimaat
  • Versterking van weerbaarheid van bedrijven
  • Een gezonde arbeidsmarkt
  • Pak netcongestie aan en versnel de energietransitie
  • Bereikbaarheid voor mensen en goederen
  • Ondernemersvriendelijkheid

De Metropoolregio Amsterdam is een van de belangrijkste economische regio’s van Nederland en Europa, met sterke clusters in onder meer logistiek, industrie, digitale infrastructuur, kennis en innovatie. Om die positie te behouden en te versterken, moeten de randvoorwaarden op orde zijn.

Samen bouwen we aan een sterke economie, een concurrerende regio en brede welvaart voor iedereen.

Lees het manifest hier: VNO-NCW MRA – Manifest Metropool Amsterdam_def

Ondernemers in zowel Noord-Holland als Zuid-Holland zijn kritisch over het ondernemersklimaat in hun provincie. 41% van de ondernemers in Noord-Holland en 36% van de ondernemers in Zuid-Holland beoordeelt het ondernemersklimaat in de eigen provincie als (zeer) slecht. Dat blijkt uit de Nationale Peiling Ondernemingsklimaat 2026, uitgevoerd door Kieskompas in opdracht van VNO-NCW en MKB-Nederland.

Hoewel het oordeel over het regionale ondernemersklimaat minder negatief is dan over het landelijke, overheerst in beide provincies het beeld dat het ondernemersklimaat onder druk staat. Ondernemers noemen onder meer bereikbaarheid, regeldruk, vergunningverlening en lokale belastingen als belangrijke knelpunten.

Noord-Holland: bereikbaarheid, ruimte en vergunningen grootste zorgen

In Noord-Holland geven ondernemers relatief vaak aan last te hebben van slechte bereikbaarheid en parkeermogelijkheden, hoge lokale belastingen en de beschikbaarheid en betaalbaarheid van bedrijfsruimte. Ook de snelheid en voorspelbaarheid van gemeentelijke vergunningverlening wordt regelmatig als knelpunt genoemd.

Daarnaast noemen ondernemers leefbaarheid in de directe omgeving van bedrijven, zoals uitstraling van gebieden en overlast, vaker als aandachtspunt dan ondernemers in andere provincies. Volgens ondernemers is voor een beter ondernemersklimaat in Noord-Holland vooral behoefte aan betere bereikbaarheid, minder regels, lagere kosten en stabiel beleid vanuit de overheid.

Zuid-Holland: behoefte aan stabiliteit, bereikbaarheid en minder regels

Ook in Zuid-Holland ervaren ondernemers dat het ondernemersklimaat onder druk staat. Ondernemers noemen vooral lokale belastingen, bereikbaarheid en vergunningverlening als belangrijke knelpunten voor ondernemen in de provincie.

Voor een sterker ondernemersklimaat in Zuid-Holland is volgens ondernemers vooral behoefte aan stabiel en voorspelbaar beleid, betere bereikbaarheid, minder regels en een aantrekkelijke en leefbare omgeving voor bedrijven. Extra stimuleringsregelingen of nieuwe faciliteiten worden minder vaak genoemd als prioriteit. Het algemene beeld onder ondernemers in de provincie is dat het ondernemersklimaat stagneert, met op sommige onderdelen verdere verslechtering.

Landelijk beeld nog negatiever

Het oordeel van ondernemers over het landelijke ondernemingsklimaat is nog kritischer dan over het regionale klimaat. Meer dan de helft van de ondernemers beoordeelt het ondernemingsklimaat in Nederland als (zeer) slecht en drie op de vier vinden dat het de afgelopen vijf jaar is verslechterd.

Vooral regeldruk, de stabiliteit en voorspelbaarheid van overheidsbeleid, loonkosten, belastingen en energiekosten worden als grootste knelpunten genoemd. Volgens (ruim) driekwart van de ondernemers is de situatie op deze punten de afgelopen jaren verslechterd. Tegelijkertijd staat ook de aantrekkelijkheid van Nederland als vestigingsland onder druk: steeds meer ondernemers overwegen hun bedrijf te verplaatsen of minder in Nederland te investeren.

Vertrouwen in eigen bedrijf blijft

Ondanks de kritische blik op het ondernemersklimaat houden veel ondernemers vertrouwen in hun eigen onderneming. Tegelijkertijd geven zij aan dat de randvoorwaarden om te ondernemen verslechteren, zowel landelijk als regionaal. Politieke stabiliteit en voorspelbaarheid spelen daarbij een steeds grotere rol; inmiddels zegt negen op de tien ondernemers ontevreden te zijn over de betrouwbaarheid en stabiliteit van politiek en bestuur.

De Nationale Peiling Ondernemingsklimaat wordt sinds 2023 jaarlijks uitgevoerd onder ondernemers en bestuurders. Door de jaarlijkse meting ontstaat inzicht in hoe het ondernemersklimaat zich ontwikkelt. Over meerdere meetmomenten (2023–2026) laat het onderzoek een structurele verslechtering van het ondernemingsklimaat zien. In 2026 is op enkele punten sprake van een voorzichtig herstel ten opzichte van 2025, maar het vertrouwen in het bredere ondernemingsklimaat en in de politiek blijft laag.

Over de peiling

De Nationale Peiling Ondernemingsklimaat wordt sinds 2023 jaarlijks uitgevoerd onder ondernemers en bestuurders, dit jaar onder een representatieve groep van bijna 3650 ondernemers. Door de jaarlijkse meting ontstaat inzicht in hoe het ondernemersklimaat zich door de tijd ontwikkelt. Over meerdere meetmomenten (2023–2026) laat het onderzoek een structurele verslechtering van het ondernemingsklimaat zien, met in 2026 op enkele punten een voorzichtig herstel ten opzichte van 2025. De enquête is gehouden vóór het aantreden van het kabinet Jetten en de presentatie van het coalitieakkoord en vóór het uitbreken van de oorlog in en met Iran en de stijging van de energieprijzen.

VNO-NCW Noordwest-Holland heeft de krachten gebundeld met het Economisch Forum en in samenwerking met de ondernemers- en brancheverenigingen uit de regio een verkiezingsmanifest opgesteld. De opgaven waar deze regio voor staat zijn te groot om alleen lokaal op te lossen. Daarom roepen wij gemeenten op om intensief samen te werken. Met elkaar, met de provincie en met het bedrijfsleven.

Als georganiseerd bedrijfsleven hebben wij de belangrijkste prioriteiten voor deze regio op een rij gezet. Na 18 maart starten de coalitie onderhandelingen daarbij vragen wij onder meer aandacht voor:

  • regionale samenwerking
  • voldoende ruimte voor bedrijvigheid
  • versterking van de weerbaarheid van bedrijven
  • een gezonde arbeidsmarkt
  • betere bereikbaarheid
  • een ondernemersvriendelijke overheid

Noord-Holland boven het Noordzeekanaal heeft grote potentie om een belangrijke economische groeiregio van Nederland te zijn [met o.a. sterke maakindustrie en clusters in maritiem, Energy & Health, ICT & digitalisering en Greenport & Seedvalley. Dan moeten de randvoorwaarden op orde zijn.

Lees het manifest hier VNO-NCW NWH – Manifest Holland boven_def

Op maandag 9 maart kwamen Delftse ondernemers samen in Theater De Veste voor het politiek Ondernemersdebat 2026. In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart organiseerden VNO-NCW Delft en Dot• deze bijeenkomst om ondernemers en politiek met elkaar in gesprek te brengen over het ondernemersklimaat in de stad.

Onder leiding van Frederique de Jong (Follow the Money) gingen de politieke partijen met elkaar in debat aan de hand van drie actuele thema’s: een ondernemersvriendelijke gemeente, ruimte voor innovatieve maakindustrie en een aantrekkelijke bezoekersstad. Met video’s waarin ondernemers aan het woord waren en vragen uit het publiek reageerden de politici op kwesties die voor het Delftse bedrijfsleven van belang zijn.

Frederique de Jong vroeg de politici eerst terug te blikken op de afgelopen vier jaar: wat is er bereikt en waar zijn zij trots op? Genoemd werden onder meer de verbeterde toegankelijkheid van de gemeente, het stimuleren van lokaal inkopen en investeringen in betaalbare bedrijfsruimte.

Ook actuele vraagstukken kwamen uitgebreid aan bod. Zo ging het over ruimte voor groei – niet alleen voor scale-ups, maar ook voor ondernemers in de binnenstad. Daarnaast werden bereikbaarheid en parkeerbeleid, netcongestie en de wens om sterker in te zetten op duurzame bedrijfstakken besproken.

De meningen liepen uiteen, en daarmee bood het debat de aanwezige ondernemers volop stof tot nadenken en de kans zich verder te verdiepen in de plannen en standpunten van de politieke partijen rond ondernemerschap in Delft.

Na afloop werd er nog volop nagepraat tijdens de borrel in de foyer van Theater De Veste. Een mooie gelegenheid om ervaringen te delen, verder te praten over de thema’s van de avond en nieuwe verbindingen te leggen.

Het politiek Ondernemersdebat laat zien hoe belangrijk het is om met elkaar in gesprek te blijven. Want een sterke stad ontstaat wanneer ondernemers en politiek elkaar weten te vinden.

Bekijk hier de foto’s van Glenn van Haasen

In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen heeft VNO-NCW Westland-Delfland de ondernemersmanifesten voor zowel Westland als Midden-Delfland overhandigd aan de lokale politiek. Met deze manifesten vragen ondernemers aandacht voor de belangrijkste randvoorwaarden voor een sterke en toekomstbestendige lokale economie, zodat deze een plek krijgen in de komende coalitieakkoorden.

“Traditioneel bieden belangenverenigingen hun speerpunten aan in de aanloop naar verkiezingen, maar wij hebben ervoor gekozen om ons juist te richten op de periode daarna,” zegt Roland van Gulik, voorzitter van VNO-NCW Westland-Delfland. “De politieke fracties spreken we al regelmatig, zij weten waar onze ondernemers voor staan en veel daarvan zie je terug in de verkiezingsprogramma’s. Na de verkiezingen beginnen de collegeonderhandelingen. Met deze manifesten geven we het nieuwe college concrete handvatten om de economie van Westland en Midden-Delfland sterk te houden.”

De manifesten zijn opgesteld op basis van input van ondernemers uit beide gemeenten en bundelen de belangrijkste economische thema’s voor de komende bestuursperiode.

Heldere ruimtelijke visie

Een belangrijk aandachtspunt voor ondernemers is een duidelijke visie op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeenten.

“Onze belangrijkste vraag aan het nieuwe college is eigenlijk heel simpel: zorg voor een heldere visie op de ruimte,” zegt Jerry Moerman, verenigingsmanager van VNO-NCW West. “Ruimtelijke ordening moet op niveau worden aangepakt en niet alleen op postzegelniveau. Dat betekent dat soms gebieden moeten worden geherstructureerd en dat er ruimte moet zijn voor zowel nieuwe bedrijvigheid als uitbreiding van bestaande bedrijven. Alleen zo houden we de lokale economie in beweging.”

Ook in Midden-Delfland vragen ondernemers om actuele ruimtelijke visies en voorspelbare procedures. “Ondernemers willen vooruit,” zegt Stanley Klop van de Vereniging Maaslandse Ondernemers. “Door parallel te plannen en procedures voorspelbaar te maken kunnen doorlooptijden korter. Dat versterkt het vestigingsklimaat en helpt bedrijven groeien.”

Goede bereikbaarheid en samenwerking

Bereikbaarheid blijft een randvoorwaarde voor ondernemers in beide gemeenten. Roland van Gulik: “Er moet goed worden geïnvesteerd in onderhoud en verbetering van de infrastructuur. Als er knelpunten zijn, moeten gemeenten samen optrekken met buurgemeenten, de Metropoolregio en het Rijk. Bedrijven moeten bereikbaar zijn per auto, fiets én openbaar vervoer.”

Daarnaast benadrukken ondernemers het belang van goed en regelmatig overleg met de gemeente. “Als ondernemers willen wij ook bereikbaar zijn voor de gemeente,” zegt Marcus Post, voorzitter van Ondernemersvereniging Schipluiden. “Om goed samen te werken is het belangrijk dat we elkaar vaker spreken en elkaar blijven opzoeken.”

Arbeidsmarkt en leefbaarheid

In Westland vragen ondernemers aandacht voor een arbeidsmarkt die goed aansluit op de behoefte van het bedrijfsleven. Volgens Eric Bom, vicevoorzitter van VNO-NCW Westland-Delfland, is het essentieel dat cruciale mbo-opleidingen behouden blijven of terugkeren in de regio en dat er kansen zijn om ook op hbo-niveau samen te werken met onderwijsinstellingen.

In Midden-Delfland speelt daarnaast de leefbaarheid van de dorpen een belangrijke rol. “Leefbaarheid hangt ook samen met economische vitaliteit,” zegt ondernemer Robert van Leeuwen van Ondernemersvereniging Den Hoorn. “Met voldoende woningen blijven winkels, horeca en voorzieningen bestaan. Dat is essentieel voor een sterke dorpskern.”

De ondernemers in Westland en Midden-Delfland werken steeds nauwer samen binnen de koepel VNO-NCW Westland-Delfland. Die bundeling van krachten zorgt ervoor dat ondernemers met één stem spreken richting overheid.

“Alleen door samen op te trekken kunnen we zorgen dat de lokale economie blijft bloeien,” besluit Van Gulik. “Ondernemers vormen de ruggengraat van de brede welvaart in onze samenleving. Ondernemerschap verbindt opgaven en versnelt de uitvoering. Wij kijken ernaar uit om samen met de nieuwe colleges aan de slag te gaan.”

Bekijk het manifest voor Midden-Delfland hier: Belangen ondernemers Midden-Delfland

Bekijk het manifest voor Westland hier: Belangen ondernemers Westland

Donderdag reisden we met een deel van de communicatieafdeling van VNO-NCW en de redactie van opinieblad Forum af naar Noordwest-Holland om twee van onze leden te bezoeken: Rolan Robotics en Bejo Zaden. Een inspirerende dag waarin innovatie, ondernemerschap en vakmanschap samenkwamen.

Juist door dit soort bedrijfsbezoeken blijven we als organisatie en redactie dicht bij de praktijk van ondernemers en de innovaties die in Nederland plaatsvinden.

Bij Rolan Robotics kregen we een inkijkje in hoe het bedrijf robotarmen programmeert die productieprocessen bij klanten optimaliseren. Door robotisering gaan processen sneller, wordt zwaar en repeterend werk overgenomen en verbetert de veiligheid en ergonomie op de werkvloer.

Na een introductie volgde een boeiende presentatie over de rijke geschiedenis van het bedrijf. De wortels van Rolan Robotics gaan terug tot Morelisse uit Edam (1917). Via verschillende ontwikkelingen ontstond in 1992 Morotech in Hoorn, waaruit in 2002 Rolan Robotics voortkwam. Sinds 2024 maakt het bedrijf deel uit van het Japanse Daihen, het merk robots dat zij al jarenlang produceren en verkopen. Inmiddels is Rolan Robotics internationaal actief met zusterbedrijven in Duitsland en Slovenië en zelfs hofleverancier van de Japanse overheid, terwijl het bedrijf ook trots blijft op zijn sterke regionale klantenbasis.

Tijdens de rondleiding door de productiehal zagen we verschillende toepassingen: van geavanceerde lasrobots voor de suikerindustrie tot een robot die pallets markeert en stapelt. Wat overal duidelijk werd: bij Rolan Robotics draait het om maatwerk voor de klant.

Daarna reden we, in de bus van ons lid Brouwer Tours, door naar Bejo Zaden, midden in een regio die wereldwijd bekendstaat als Seed Valley. In dit cluster in Noord-Holland werken tientallen bedrijven dagelijks aan de ontwikkeling van nieuwe groente- en bloemenrassen. Wat Silicon Valley is voor IT en software, is Seed Valley voor plantenveredeling en zaadtechnologie.

Bejo is een internationaal familiebedrijf en wereldwijd toonaangevend in de veredeling, productie en verkoop van groentezaden, met vestigingen in meer dan 30 landen en ruim 2.300 medewerkers. Samen met telers, dealers en partners in de keten werkt het bedrijf continu aan nieuwe rassen die hogere opbrengsten geven, resistent zijn tegen ziektes en bijdragen aan een duurzame voedselproductie.

Tijdens de rondleiding kregen we een kijkje in de hallen waar zaden worden veredeld en opgeslagen, met voorraden die jaren vooruit kunnen. Indrukwekkend om te zien hoe hier dagelijks wordt gewerkt aan de groenterassen van de toekomst. Niet voor niets komt meer dan de helft van alle groenten wereldwijd oorspronkelijk voort uit dit Seed Valley-ecosysteem.

Al met al een inspirerende en gezellige dag waarin opnieuw duidelijk werd hoeveel innovatiekracht er bij onze ondernemers zit en hoe belangrijk Noordwest-Holland is voor innovatie en de voedselproductie van morgen.

Het is bijna 50 jaar geleden dat Koos van Haaster zijn kwekerij begint aan de rand van het bos in Wassenaar. Met de groei van zijn gezin en de kansen in de markt weet hij zijn groene startup samen met zijn zes kinderen uit te bouwen tot een trots familiebedrijf dat inmiddels uit zes winkels en twee groothandels bestaat.

Vooral tijdens de lenteperiode en richting kerst is De Bosrand een vast anker in de agenda voor iedereen die plannen heeft met de tuin, het balkon of het interieur. Het familiebedrijf brengt dan letterlijk mensen samen. Natuurlijk vanwege het assortiment planten, maar steeds meer vanwege de horecavoorzieningen. Voor dat laatste blijkt het handig dat Ruben Hijmans in de familie is getrouwd en zijn schat een horecaervaring meebrengt.

De verdere groei van De Bosrand wordt eenvoudiger als regels versoepelen, meer personeel beschikbaar is en inkoopkosten beheersbaar blijven. Het zijn punten waar het bestuur van VNO-NCW Rijnland zich in herkent en zich sterk voor maakt aan de overlegtafels in de regio, de provincie en op nationaal niveau.

Veel dank aan directeur Kim van Haaster voor de hartelijke ontvangst en het enthousiaste gesprek. We voelen ons nu zowel minder als meer groen.

Tijdens het Lijstrekkersdebat ‘De ondernemende stad’ brachten VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam, MKB Metropool Amsterdam en ORAM, politiek en bedrijfsleven samen rond één centrale vraag: hoe houden we Amsterdam economisch sterk in een tijd van toenemende druk en internationale concurrentie? 

Voorzitter van VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam Haico Spijkerboer opende het debat met een heldere boodschap namens de werkgevers in de regio: “De internationale positie van Amsterdam is niet vanzelfsprekend. Als we onze welvaart, werkgelegenheid en innovatiekracht willen behouden, moeten we actief blijven investeren in de economie van onze stad.” 

Hij benadrukte dat de samenwerking tussen ondernemersorganisaties en politiek in Amsterdam de afgelopen jaren is versterkt en dat die samenwerking cruciaal is voor de toekomst. Tegelijkertijd deed hij een duidelijke oproep: blijf de economische motor van de stad serieus nemen. 

 

Internationale positie: kiezen we voor ambitie? 

De eerste stelling luidde: “De gemeente Amsterdam moet veel actiever internationale bedrijven aantrekken en faciliteren om economisch concurrerend te blijven.” 

Deze vraag legde direct de verschillen tussen de partijen bloot. VVD en Volt pleitten nadrukkelijk voor een aantrekkelijker vestigingsklimaat en minder regeldruk. Volgens de VVD straalt het huidige beleid uit dat ondernemers niet welkom zijn, wat internationaal negatieve signalen afgeeft. Volt benadrukte dat een goed vestigingsklimaat begint bij waardering voor sectoren en het versimpelen van regels. 

De PvdA pleitte voor gerichte acquisitie: niet méér bedrijven, maar de juiste bedrijven, bijvoorbeeld in strategische sectoren zoals technologie. GroenLinks en de Partij voor de Dieren legden juist de nadruk op het versterken van bestaande ondernemers en waarschuwden voor extra druk op energie, ruimte en woningmarkt. 

De onderliggende vraag bleef hangen: hoe positioneert Amsterdam zich in de wereldeconomie? En durven we daar actief op te sturen? 

 

Arbeidsmarkt: top én praktisch talent 

De tweede stelling luidde: “Amsterdam heeft zowel expats, hoogopgeleiden als praktisch geschoolde mensen nodig. De gemeente moet proactief beleid voeren om deze diversiteit aan talent aan te trekken en te behouden.” 

Hier was brede erkenning dat een sterke economie vraagt om een diverse arbeidsmarkt. D66 benadrukte dat internationale topwetenschappers en kenniswerkers essentieel zijn voor sectoren zoals health en AI. Volgens hen creëert toptalent ook kansen en banen voor anderen in de stad. 

CDA wees op de verschuiving van een vraaggestuurde naar een aanbodgestuurde economie en benadrukte dat onderwijs beter moet aansluiten op de behoeften van bedrijven. JA21 onderstreepte het belang van arbeidsmigratie, maar riep ook op tot zorgvuldigheid vanwege de druk op voorzieningen en woningmarkt. 

De Partij voor de Dieren plaatste daar een ander perspectief tegenover: economische ontwikkeling moet volgens hen binnen de ecologische grenzen van de stad blijven, met meer aandacht voor betaalbare woningen en praktisch geschoolde arbeid. 

 

Ruimte voor bedrijvigheid en maakindustrie 

Het debat werd scherper bij de derde stelling: “Elke vierkante meter bedrijfsruimte die verdwijnt door transformatie van bedrijventerreinen moet verplicht elders worden gecompenseerd.” 

CDA gaf aan dat bij gebiedsontwikkeling te vaak bedrijven verdwijnen zonder dat daar nieuwe ruimte voor terugkomt. VVD noemde concrete voorbeelden waarin volgens hen woningbouw ten koste ging van maakindustrie. 

D66 en PvdA benadrukten dat het besturen van een groeiende stad vraagt om balans tussen wonen, werken, groen en voorzieningen. Volgens hen is een één-op-één compensatieplicht niet altijd realistisch. 

 

Industriebeleid en maakindustrie 

De vierde stelling luidde: “De gemeente moet zich actiever inzetten voor industriebeleid en het behoud van maakindustrie in stad en regio.” 

Veel partijen erkenden het belang van de maakindustrie, maar verschilden in de manier waarop die toekomst vorm moet krijgen. JA21 stelde dat de huidige gemeentelijke houding niet altijd strookt met de uitgesproken steun voor industrie. 

GroenLinks benadrukte het belang van duidelijke regels en het ondersteunen van bedrijven bij de duurzame transitie. Volt wees op het structurele ruimtegebrek en de noodzaak om actief beleid te voeren als bedrijven moeten verplaatsen. 

De Partij voor de Dieren stelde dat sommige vormen van industrie niet langer passen in de stad en dat een transitie naar andere economische activiteiten noodzakelijk is. 

 

Haven, Schiphol en vergunningverlening 

Ook de vijfde stelling leidde tot duidelijke verschillen: “De haven van Amsterdam en Schiphol moeten kunnen blijven groeien voor een sterke economie.” 

VVD en JA21 benadrukten het economische belang van beide mainports voor internationale bereikbaarheid, handel en werkgelegenheid. Volt maakte onderscheid tussen beide: krimp voor Schiphol, maar verduurzaming en ontwikkeling van de haven. 

GroenLinks en de Partij voor de Dieren legden meer nadruk op leefbaarheid, klimaat en duurzaamheid als randvoorwaarden voor economische ontwikkeling. Daarbij werd onderscheid gemaakt tussen Schiphol als vlieg-hub en Schiphol als internationaal treinknooppunt.  

Tot slot werd gesproken over vergunningprocedures met de stelling:  “Als de gemeente te laat beslist over een vergunning, moet deze automatisch worden verleend.” 

Partijen waren het erover eens dat procedures sneller en voorspelbaarder moeten. CDA wees erop dat ook de overheid zich aan termijnen moet houden. Tegelijkertijd vonden onder meer D66 en GroenLinks dat automatische vergunningverlening te ver kan gaan vanwege veiligheid en belangen van omwonenden. De conclusie was duidelijk: aan dit probleem moet zeker iets gebeuren en de bal ligt bij de politiek.  

 

Conclusie 

Het debat maakte één ding duidelijk: de economie van Amsterdam staat op een kruispunt. Internationale concurrentie, ruimtegebrek, netcongestie en arbeidsmarktkrapte vormen samen een complexe opgave. 

Zoals Haico Spijkerboer het in zijn opening verwoordde: economische kracht is geen vanzelfsprekendheid, maar een keuze. Een keuze om te investeren in productieve sectoren, in mbo en talent, in internationale positie én in ruimte voor ondernemerschap. 

Over 2 weken zal meer duidelijk worden over de koers van Amsterdam. Maar eerst allemaal naar de stembus.  

In de Burgerzaal van het Stadhuis van Rotterdam klonk woensdagochtend 21 januari een duidelijke waarschuwing van burgemeester Carola Schouten en havenmeester René de Vries. Meer dan tweehonderd ondernemers hoorde tijdens het volledig volgeboekte Rotterdams Ondernemersontbijt over maatschappelijke weerbaarheid, tegen de achtergrond van een stad die weet wat ontwrichting betekent.

Burgemeester Carola Schouten sprak de zaal toe met woorden die weinig ruimte lieten voor vrijblijvendheid. “De wereld is fundamenteel veranderd,” stelde zij. Dagelijks nieuws over oorlogen, sabotage, cyberdreiging en maatschappelijke spanningen laat volgens haar zien dat oude zekerheden niet langer vanzelfsprekend zijn. “Ik herken het gevoel dat je soms denkt: ik weet het even niet meer”.

Bekijk hier de aftermovie door op de foto te klikken

 

Havenmeester René de Vries sloot daarbij aan met een stevige analyse van actuele dreigingen. Hij benadrukte dat spanningen rond Europa zich allang binnen de landsgrenzen manifesteren, onder meer via sabotage van infrastructuur, verdachte situaties in havengebied en maatschappelijke ontwrichting door desinformatie. Volgens De Vries is Nederland onvoldoende voorbereid op langdurige uitval van vitale voorzieningen, terwijl de risico’s reëel zijn.

Na de woorden van de burgemeester en havenmeester volgde een interactieve sessie met Deloitte. Tijdens de interactieve sessie van Danny Tinga (Deloitte) gingen ondernemers aan de slag met weerbaarheid aan de hand van de drie P’s: Prioritise, Protect en Pressure. Het toepassen van de drie P’s kan organisaties helpen om gestructureerd na te denken over maatschappelijke en organisatorische weerbaarheid en biedt een kader voor het ontwikkelen van een robuuste resilience-strategie. Met behulp van een fictieve casus werden deelnemers tijdens de interactieve sessie uitgenodigd om te verkennen wat tijdens een verstoring belangrijk én tijdskritiek is, en welke afhankelijkheden daarbij een rol spelen.

• Prioritise: het rangschikken van de meest kritieke diensten die minimaal geleverd moeten kunnen worden om de continuïteit van de organisatie te waarborgen. Welke diensten moet ik minimaal kunnen leveren?
• Protect: strategieën en maatregelen om deze kritieke diensten en belangen te beschermen. Wat heb ik daarvoor nodig aan personen, informatie, objecten, goederen, materiaal en informatiesystemen?
• Pressure: hoe organisaties opereren onder druk tijdens crisis. Hoe blijf ik functioneren als de druk toeneemt en zekerheden wegvallen?

"/

Het Rotterdams Ondernemersontbijt bevestigde opnieuw zijn rol als plek waar realiteit wordt benoemd en waren ondernemers én bestuurders worden geïnspireerd. Zodra de datum van het volgende ontbijt bekend is wordt dat hier op de website of onze socials bekend gemaakt.

Foto’s: Mirjam Lems