VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam doet dringende oproep: verleng de Noord/Zuidlijn!

 

Een unieke coalitie van bedrijfsleven, hospitality, culturele sector, zorg- en onderwijsinstellingen doet een dringende oproep aan het volgend kabinet en de Tweede Kamer om door te pakken met de Noord/Zuidlijn. Het is bemoedigend om te zien dat het hoofdlijnenakkoord van de nieuwe coalitie de uitbreiding van de Noord/Zuidlijn als topprioriteit heeft aangewezen. Nu is het zaak om door te pakken. De coalitie vindt het belangrijk dat een volgend kabinet afspraken nakomt en een stabiel en voorspelbaar overheidsbeleid toont. Cruciaal voor het vestigingsklimaat!

Daarom doet VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam samen met diverse partners een dringende oproep aan het volgende kabinet. De volledige oproep en de ondertekenaars van het manifest zijn te vinden op deze pagina.

Verschillende media hebben het ook opgepakt. Zo gaf Floris-Jan Blok, belangenbehartiger Noord-Holland bij VNO-NCW West, een toelichting in het Parool en op BNR Nieuwsradio.

Dit artikel komt uit de laatste editie van ons magazine. Bekijk hier de volledige uitgave!

VNO-NCW West is een partner van het Platform Veilig Ondernemen (PVO), dat als doel heeft om ondernemers weerbaar te maken tegen criminaliteit. Het PVO werkt samen met alle relevante partners in de regio en in het veiligheidsdomein. Dit platform is binnen Noord- en Zuid-Holland verdeeld in de regio’s Rotterdam, Den Haag, Amsterdam-Amstelland en Noord-Holland. Het PVO is een publiek-private samenwerking dat zowel gemeenten, ondernemersorganisaties als veiligheidspartners (zoals de Politie) verbindt.

Tjapko Poppens (53) is sinds 2019 burgemeester van de gemeente Amstelveen. Vanuit die functie is hij ook vicevoorzitter van het Platform Veilig Ondernemen (PVO) in de regio Amsterdam-Amstelland. “Het verbinden van het bedrijfsleven met de overheid heb ik altijd mooi gevonden. Daarom doe ik dat nu ook waar mogelijk bij het PVO Amsterdam-Amstelland”, vertelt hij. “Het PVO kan ondernemers op verschillende manieren helpen op het gebied van veiligheid. Bijvoorbeeld door nazorg te veflenen, preventiemaatregelen te bedenken of weerbaarheidstrainingen te organiseren. Het kabinet heeft structureel middelen beschikbaar gesteld voor de PVO’s, zodat zij geld hebben voor werkbudget en medewerkers. Deze medewerkers kunnen ondernemers ondersteunen met raad en daad.”

Korte lijntjes

Als vicevoorzitter van het PVO Amsterdam-Amstelland zit Poppens overleggen voor waarin bijvoorbeeld verzoeken om financiële steun voor veiligheidsprojecten worden besproken. “Dat kan het voorkomen van overvallen in een winkelcentrum betreffen, of cursussen over digitale veiligheid”, licht Poppens toe. “Met name kleinere bedrijven hebben vaak te weinig tijd en aandacht voor dit onderwerp. Het PVO kan daarin helpen. Mijn rol is zichtbaar te zijn richting ondernemersorganisaties, maar ook regie te houden op de plannen die het PVO ontwikkelt.”

“Het PVO levert expertise en zorgt voor korte lijntjes”, vertelt Poppens als hij wordt gevraagd naar de toegevoegde waarde van het PVO. “Alle gemeenten in onze regio zijn aangesloten. Het PVO zorgt ervoor dat kennis, ervaringen en ‘best practices’ worden gedeeld. Ook worden veiligheidsproblemen snel gesignaleerd om vervolgens – in gezamenlijkheid – daar effectief tegen op te treden. Soms kan de gemeente ook financieel bijdragen als plannen voldoen aan lokale doelstellingen. Daarnaast is het PVO een schakel richting ondernemers”, vervolgt hij. “Door de korte en persoonlijke lijntjes kunnen tijd en geld zo goed mogelijk worden ingezet.”

Digitale crisis

“Tegenwoordig geldt voor veel ondernemers dat de kans op een digitale inbraak groter is dan een fysieke inbraak”, weet Poppens. “Door een digitale inbraak worden je systemen platgelegd of raak je geld kwijt. Niet iedereen realiseert zich hoe groot dat risico is. Digitale veiligheid is echt een prioriteit van het PVO. Er is daar nog veel winst te behalen”, denkt de burgemeester. “Zelf zijn we daar als gemeenten ook mee bezig. Er wordt van ons verwacht dat we onze digitale veiligheid op orde hebben. Daarom trainen we onze medewerkers in bewustwording hierover en zorgen we dat onze systemen goed en up-to-date beveiligd zijn. Dat betekent dat je ook een back-up moet hebben, zodat je altijd je cruciale werkzaamheden kunt verrichten.”

Volgens Poppens is het dus belangrijk om een organisatie of bedrijf niet alleen voor te bereiden op een fysieke crisis, maar ook op een digitale crisis. “Onze gemeente is ook een keer digitaal aangevallen, maar gelukkig zijn criminelen niet ‘doorgebroken’. Het is belangrijk om te waarschuwen voor dat gevaar, maar ook om het signaal af te geven dat er niets te halen is.” Desalniettemin benadrukt Poppens dat ondermijning en gerichte vermogenscriminaliteit als overvallen en inbraken ook aandacht blijven vragen van het PVO.

Up-to-date en alert blijven

Poppens adviseert ondernemers om te investeren in digitale bewustwording. Zo verwijst hij naar de vijf basisprincipes van veilig digitaal ondernemen, die het Digital Trust Center (onderdeel van het ministerie van EZK) heeft opgesteld. “Daarnaast is het zo dat grote bedrijven vaak wel capaciteit hebben om aan de slag te gaan met digitale veiligheid, maar kleinere bedrijven hebben hier niet altijd tijd en de middelen voor.” Uitbesteden is dan essentieel, meent Poppens. “Het kost weliswaar geld, maar slachtoffer worden van cybercriminaliteit kost nog veel meer. Veel ondernemers hebben hun systemen op orde, maar dat betekent niet automatisch dat de beveiliging van die systemen ook op orde is. Beveiliging is een vak apart, waar je aandacht aan moet besteden.”

“Het is cruciaal voor je bedrijfsvoering om up-to-date en alert te blijven”, vindt de burgemeester. Hij benadrukt dat het PVO ondernemers kan helpen om hun kennis bij te spijkeren. “Er zijn allerlei trainingen en diensten waar ondernemers makkelijk en kosteloos gebruik van kunnen maken. Daarnaast is het belangrijk om je goed te organiseren, bijvoorbeeld via een werkgeversorganisatie. Samen sta je sterker!”

Janine Oudeman, manager van het PVO Amsterdam-Amstelland, vertelt meer over hun werkzaamheden. “Wat we concreet voor ondernemers doen loopt zeer uiteen – mede omdat veiligheid vaak maatwerk is. Een voorbeeld is het coördineren van publiek-private samenwerkingsverbanden in winkelgebieden, op bedrijventerreinen en ook in buitengebieden”, vertelt Oudeman. “We signaleren de lokale problemen en realiseren een maatwerk aanpak in samenwerking met de partners. Daarnaast bieden we trainingen aan voor ondernemers en hun medewerkers en organiseren we congressen. Dit kan gaan om een cybersecurity-congres, maar ook om trainingen over agressie waarbij we werken met trainingsacteurs. Ook bezoeken we ondernemers nadat een overval heeft plaatsgevonden en geven we advies over verbeteringen in en om de zaak, om toekomstige overvallen te voorkomen.”

Meer informatie over de producten en diensten van het PVO vind je hier.

 

VOORBEELD GALLERIJ

 

 

 

Het college van B&W van Rotterdam heeft het Verkeersbesluit zero-emissiezone Rotterdam 2025 definitief vastgesteld, waarmee Rotterdam de eerste gemeente binnen regio West is die deze stap zet. Dit betekent niet dat vanaf 1 januari 2025 geen busjes en vrachtauto’s die uitstoten de zone meer in mogen, er zijn diverse uitzonderingen en overgangsregelingen.

Rotterdam bevindt zich hiermee in de voorhoede van Nederlandse gemeenten die zich inzetten voor uitstootvrije mobiliteit. De zero-emissiezone zal alleen toegankelijk zijn voor uitstootvrije bestel- en vrachtauto’s. Dit geldt voor alle zakelijke voertuigen van aannemers.

Naar aanleiding van reacties van ondernemers en organisaties zijn enkele aanpassingen doorgevoerd in het definitieve verkeersbesluit, waaronder een verlengde toegangsperiode voor bepaalde vrachtauto’s emissieklasse 6 tot 1 januari 2028. Ook zijn er enkele wijzigingen aangebracht in de omtrek van de zero-emissiezone.

Het ontheffingenbeleid van Rotterdam biedt mogelijkheden voor ontheffingen voor voertuigen die niet op tijd aan de toegangseisen van de ZE-zone kunnen voldoen. Deze ontheffingen kunnen naar verwachting vanaf juli 2024 worden aangevraagd bij het Centraal Loket.

De invoering van de ZE-zone per 1 januari 2025 is onderdeel van de bredere Aanpak Nul Emissie Mobiliteit, gericht op het verminderen van CO2-uitstoot en het verbeteren van de luchtkwaliteit in de stad. Het is een belangrijke stap in het streven naar een duurzame en aantrekkelijke stad.

VNO-NCW West pleit voor een evenwichtige aanpak bij de invoering van zero-emissiezones, waarbij milieuambities samengaan met de belangen van ondernemers. Wij benadrukken het belang van tijdige aankondiging van de zones, voldoende communicatie naar ondernemers en de beschikbaarheid van betaalbare emissievrije voertuigen en laadinfrastructuur. Als convenantpartner is VNO-NCW West actief betrokken bij het ondersteunen van ondernemers in de regio om de overstap naar duurzame stadslogistiek te maken.

Doe snel en gemakkelijk de kentekencheck op logistiek010.nl om te kijken wat dit voor jouw voertuig betekent! Voor meer informatie en het bekijken van het definitieve verkeersbesluit kun je terecht op de website van de gemeente Rotterdam of mailen naar yska@vno-ncwwest.nl.

 

Aanstaande woensdag, op 15 mei, zal er een rondetafelgesprek worden gevoerd over de invoering van de zero-emissiezones in de Tweede Kamer. Kamerleden van PVV, GroenLinks-PvdA, VVD, NSC, en BBB zullen in gesprek gaan met vertegenwoordigers van belangenorganisaties onder wie Leendert-Jan Visser, directeur van MKB-Nederland, en Elisabeth Post, voorzitter van Transport en Logistiek Nederland. VNO-NCW West schaart zich volledig achter de oproep die MKB-Nederland in haar position paper heeft gedaan.

VNO-NCW West werkt op meerdere thema’s intensief samen met MKB-Nederland en landelijk VNO-NCW, en ook op het thema van de zero-emissiezones, ofwel ZE-zones. En dat is logisch, want maar liefst 12 van de 30 geplande zero-emissiezones zijn binnen ons werkgebied (zie voor een overzicht onze website).

In de position paper van MKB-Nederland wordt gepleit voor een tijdige opening van het centraal loket voor aanvragen van ontheffingen, het verlengen van het stimuleringsbeleid om het aantrekkelijk en mogelijk te maken om over te stappen op zero-emissievoertuigen, het verlengen van de gedoogregeling voor het C-rijbewijs, en een dekkend netwerk van laadinfrastructuur.

Verder komt uniformiteit in regelgeving aan bod. Door zoveel mogelijk uniforme regelgeving te hanteren, wordt voorkomen dat er een lappendeken aan regelgeving ontstaat tussen verschillende gemeenten. Op dit moment zien wij op regionaal niveau nog grote verschillen in de benadering van de ZE-zones tussen diverse gemeenten. Er zijn fysieke verschillen tussen de diverse gemeenten. De grootste verschillen zien wij echter in de benadering van communicatie richting ondernemers. In bepaalde gemeenten werd ruim van tevoren tijd geïnvesteerd in het vormen van convenanten waar VNO-NCW West en de brancheorganisaties actief bij zijn betrokken om vraaggericht te kunnen sturen met de communicatie over wat ondernemers echt nodig hebben.

Wij zien dat gemeenten waar dit niet is gebeurd nu een grote inhaalslag moet worden gemaakt, of dat er zelfs voor wordt gekozen om de zone helemaal uit te stellen. Als VNO-NCW West zorgen wij er in alle gemeenten waar wij aan tafel zitten op constructieve wijze voor dat ondernemers zoveel mogelijk duidelijkheid krijgen door de spelregels niet halverwege de wedstrijd te veranderen.

Ook wordt gepleit voor het voorbeeldgedrag van overheden. Het is essentieel om de voorlopers gemotiveerd te houden en ervoor te zorgen dat de ondernemers die nu koplopers zijn, dat ook blijven. Dit kan alleen als de gemeentes zich opstellen als betrouwbare partners waarmee zaken kunnen worden gedaan. Wanneer gemeenten zelf de uiterste grenzen van zelfgemaakte regelgeving gaan opzoeken, laat dit zien hoeveel er van ondernemers wordt gevraagd die dezelfde verduurzamingsslag moeten maken. Gemeenten zullen moeten laten zien wat wél kan, en voorbeeldgedrag moeten tonen.

Voor meer informatie over zero-emissiezones kun je terecht bij Roel Yska via yska@vno-ncwwest.nl.

 

In het AD Haagsche Courant van zaterdag 4 mei bepleiten de voorzitters van VNO-NCW regio Den Haag en VNO-NCW Westland-Delfland om als ondernemers samen met overheden de toekomst van de glastuinbouw vorm te geven. Lees hieronder onze volledige opinie!

Het Haagse gemeentebestuur is van mening dat ondernemers in het Westland geen verantwoordelijkheid nemen voor de huisvesting van arbeidsmigranten die in de glastuinbouwsector werken, maar wel profiteren van deze arbeidskrachten. Wat VNO-NCW in de regio’s Den Haag en Westland-Delfland betreft, werken we  samen aan oplossingen om arbeidsmigranten goede huisvesting te kunnen bieden, de problemen in bepaalde Haagse wijken te verminderen en uitwassen stevig aan te pakken.

Het Westland telt circa 2.500 hectare aan glastuinbouw. De tuinbouwsector is onmisbaar in de voedselvoorziening en levert een grote bijdrage aan de regionale en nationale economie. Feit is ook dat er, afhankelijk van het seizoen, 12.000 tot 16.000 gastarbeiders in de gemeente Westland werken, waarvan 4.600 in het Westland zelf wonen. Dat werkgevers geen verantwoordelijkheid nemen voor de huisvesting van deze werknemers, is wat ons betreft niet juist.

Door de grote vraag naar praktisch opgeleide werknemers en krapte op de arbeidsmarkt ontstaat arbeidsmigratie. Dat het een uitdaging is om deze migranten allemaal geschikte woonruimte aan te bieden, mag geen verrassing heten: in heel Nederland hebben we een volkshuivestingsprobleem. In een stad als Den Haag is er daarnaast ook nog eens sprake van segregatie: het gemiddelde inkomen verschilt enorm tussen wijken die soms direct naast elkaar liggen, en praktisch opgeleide arbeidsmigranten komen vaak in de wijken met een lager inkomen terecht. Het huisvestingsprobleem van arbeidsmigranten is dus een onderdeel van een bredere maatschappelijke problematiek.

Dat er zich bij de huisvesting van arbeidsmigranten problemen voordoen staat vast. Uitwassen moeten gezamenlijk worden bestreden door de Haagse en Westlandse gemeentebesturen in samenwerking met ondernemers en andere partijen die een bijdrage kunnen leveren. Ook moeten er betere afspraken gemaakt worden over huisvesting van arbeidsmigranten bij het einde van hun tijdelijke arbeidsovereenkomst. Tegelijkertijd moet men ruimte bieden voor oplossingen die ondernemers nu al aandragen. Ook van de lokale politiek verwachten wij moed om goede initiatieven te steunen. Desalniettemin moet de discussie over een gehele sector niet gedomineerd worden door specifieke lokale problemen. Dit doet geen recht aan de bredere opgaven die de sector kent en helpt ons niet bij het vinden van oplossingen.

Bedrijven en overheden moeten gezamenlijk de toekomst van de sector vormgeven en daarbij antwoorden formuleren op de vragen die de komende jaren op ons af zullen komen. De regio moet investeren in een goed ondernemingsklimaat, waar ook de bereikbaarheid en de huisvesting op orde zijn. Laten we samen lange termijnbeleid maken voor een toekomstbestendige sector op het gebied van zowel de arbeidsmarkt, de ruimtelijke ordening, energietransitie, waterkwaliteit als klimaatbeleid. VNO-NCW in de regio’s Den Haag en Westland-Delfland pleiten er dan ook voor om op regionaal niveau overheden, ondernemers en overige organisaties bijeen te brengen om gezamenlijk tot oplossingen te komen. Dit is een eerste oproep daartoe!

Marck Hagen is voorzitter van VNO-NCW Westland-Delfland en Robert Medenblik is voorzitter van VNO-NCW regio Den Haag.

 

Dit artikel komt uit de laatste editie van ons magazine. Bekijk hier de volledige uitgave!

Op donderdag 6 juni gaan we naar de stembus om de Nederlandse vertegenwoordigers in het Europees Parlement te kiezen. Wij spraken met drie kandidaten voor deze verkiezingen. Wat kunnen zij in Brussel voor ondernemers gaan betekenen?

“Europa is geen ver-van-je-bed-show”

Jeannette Baljeu (56) is gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland met onder meer luchtvaart en de transitie van haven en industrie in haar portefeuille. Eerder was zij wethouder van Rotterdam en binnenkort misschien wel Europarlementariër: ze staat op plaats 3 van de kandidatenlijst van de VVD voor de Europese verkiezingen. “Ik wist op jongere leeftijd al dat ik eens naar ‘Brussel’ wilde, maar de ervaring die ik de afgelopen jaren in de lokale en provinciale politiek heb opgebouwd maakt het mogelijk om daar van waarde te zijn. Ik heb ook in die rollen veel met Europa te makken gehad, bijvoorbeeld rondom het industriebeleid waar ik namens de regio’s als rapporteur optrad, en waterstof. Ik ben dan ook blij dat ik al die ervaring nu mee kan nemen richting het Europees Parlement. De komende jaren blijf ik zoveel mogelijk hier in de regio op pad gaan: om te horen wat er hier speelt, en om uit te leggen wat er in Brussel gebeurt.”

Op dit moment is Jeannette natuurlijk wel nog gedeputeerde. “Mijn werk gaat tijdens de campagne gewoon door. Daarin kom ik al veel effecten vanuit Europese regelgeving tegen, dus daar communiceer ik tijdens de campagne nog een beetje extra over.” Ze is op alle sociale media te volgen, “behalve TikTok”, en laat daar graag zien wat de invloed van Europese regelgeving is op ons dagelijks leven en op bedrijven. “Die regelgeving kan soms positief of negatief uitwerken. Wat mij betreft is het belangrijk dat alle landen op dezelfde manier Europese regelgeving interpreteren en uitleggen. In een interne markt moeten de spelregels hetzelfde zijn, zodat je oneerlijke interne concurrentie voorkomt. De Europese Unie moet dus zorgen voor maximale harmonisatie, bijvoorbeeld via standaardisering van groene brandstof.”

Ook voor ondernemers in Noord- en Zuid-Holland is Europese samenwerkign van groot belang, meent Jeannette. “Zeker voor het MKB als motor van de Europese economie. Het biedt een grote consumentenmarkt die vrij bereikbaar is en helpt om ons welvaarts- en welzijnsniveau op peil te houden. Juist vanuit de innovatiekracht van onze ondernemers kan ons bedrijfsleven een voortrekkersrol op zich nemen, bijvoorbeeld in de energietransitie.” Jeannette vindt bijvoorbeeld dat het veel te lang duurt om sommige afvalmaterialen als grondstof te benoemen om biobrandstof te ontwikkelen. “Dat moet eigenlijk in één keer voor de gehele Unie. Dan is het wel belangrijk dat we ook een gelijk speelveld hanteren voor producten van buiten Europa: regels die voor Europese producten opstellen, moeten we ook toetsen bij producten van buitenaf. Als we eisen stellen aan onze eigen bedrijven, zoals milieu-eisen, moeten we ook kritisch kijken naar wat er hier binnenkomt.”

Jeannettes oproep aan ondernemers is glashelder. “Europa is geen ver-van-je-bed-show! In de glastuinbouw hebben ze bijvoorbeeld te maken met uitdagingen rondom waterkwaliteit en pesticiden. Maar ook regelgeving over energiebesparingseisen zijn vertaald vanuit Europese richtlijnen. Als het gaat om digitalisering en AI zullen er de komende jaren nog meer regels vanuit Brussel naar hier worden vertaald. Natuurlijk is er veel innovatiekracht, maar we moeten ook goed kijken naar de veiligheidsaspecten en consumentenbescherming. Zonder veiligheid is er geen welvarend Europa, dus dat is echt heel belangrijk.”

“Het wordt soms te moeilijk gemaakt om internationaal te ondernemen”

Roel Yska (25) werkt als verenigingscoördinator bij VNO-NCW West en staat op plek 13 van de kieslijst van Volt. Hij maakt zich sterk voor de positie van jongeren. “Er wordt veel te weinig naar de belangen van jongeren gekeken in Europees beleid. Slechts 3 procent van de Europarlementariërs is jonger dan 35 jaar. Dat is niet representatief: jongeren moeten een grotere rol spelen!” Ondanks zijn leeftijd brengt hij economische expertise met zich mee. “Ik heb al veel ervaring met het vertegenwoordigen van belangen op een relatief hoog niveau.”

Europees beleid is volgens Roel dan ook van groot belang voor ondernemers. “Europese wetgeving kan beter worden geharmoniseerd. Er zijn te veel handelsbarrières die we kunnen overbruggen of wegnemen. Daarnaast kan Europees beleid meer duidelijkheid aan ondernemers bieden doordat het vaak stabieler en meer op de lange termijn gericht is”, meent Roel. Tegelijkertijd is hij ook kritisch op beleid uit Brussel: “Er is nog te veel Europese bureaucratie. Als we dat afbouwen, is het ook makkelijker om ondernemers een duidelijk toekomstperspectief te geven.”

Roels richt zich, mede vanwege zijn werkzaamheden bij VNO-NCW West, op logistiek beleid en transport. “Ook op dat vlak wordt het soms te moeilijk gemaakt om internationaal te ondernemen. Denk aan duurzaamheidseisen die aan voertuigen worden gesteld door landen, terwijl die regels over de grens helemaal niet gelden”, stelt hij. Zeker in Noord- en Zuid-Holland is transport een belangrijk thema. “Denk aan Schiphol, maar ook aan de Rotterdamse haven. Ik wil de toekomst van onze logistiek veiligstellen door met de blik vooruit verduurzaming te faciliteren. In de scheepvaart denk ik op korte termijn bijvoorbeeld aan voldoende synthetische brandstoffen, maar op lange termijn aan nucleaire voortstuwing.”

Ook de digitale en technologische ontwikkelingen moeten we volgens Roel op een ethisch verantwoorde manier omarmen. “Europa moet balans bieden door grenzen te stellen, en tegelijkertijd ondernemers te helpen. Bijvoorbeeld door ondernemers te onderwijzen in het laten overnemen van administratieve lasten door AI, of via technologie werknemers vrij te spelen die routinematige klussen doen”, zo schetst Roel. En toch: “Europa is dan wel koploper op dit gebied, maar er is echt een gecentraliseerde strategie nodig om ondernemers te helpen. De regionale en lokale toepassing van wetgeving op digitaal vlak loopt namelijk erg achter. We moeten wel competitief blijven: ondernemen stopt niet bij de landsgrenzen, digitaal ondernemen zeker niet.”

“Ik wil dat Europees beleid een positieve impact op de regio heeft”

Brigitte van den Berg (34) is wethouder in Beverwijk en de nummer 3 op de kandidatenlijst van D66 voor de Europese verkiezingen. “Als wethouder in de bedrijvige regio IJmond ervaar ik dagelijks hoe groot de invloed van Europees beleid is op de regio. Bijvoorbeeld in de zeehavens, bij Tata Steel en bij het aanleggen van windmolenparken hier voor de kust. Ik zie hier veel ambitieuze ondernemers die met Europees geld stappen maken voor de groene economie.” Tegelijkertijd ziet Brigitte hoe ingewikkeld Europese regels kunnen zijn en hoeveel administratieve rompslomp EU-subsidies vragen. “Daarom wil ik me graag inzetten in het Europees Parlement. Vanuit mijn lokale ervaring hoop ik in Brussel ervoor te kunnen zorgen dat Europees beleid een positieve impact op onze regio heeft.”

Juist nu is Europa cruciaal, meent Brigitte. “De kans is groot dat Trump weer president van de Verenigde Staten wordt. Europa is dan echt op zichzelf aangewezen. De vraag is dan: voelen we ons genoeg met elkaar verbonden om de uitdaging aan te gaan? We moeten echt met elkaar veiligheid garanderen, maar ook de klimaatdoelen halen. Als het er echt op aankomt, telt het of je een gedeeld gevoel hebt als Europeanen. Dat gevoel ontstaat via ontmoeting, dus dat vind ik essentieel.”

Dat is dan ook waar Brigitte als eerste mee aan de slag zou willen in Brussel, vertelt ze. “Ik vind dat iedere jongere voor zijn twintigste op uitwisseling in Europa moet kunnen, ongeacht welke opleiding je doet. Als jongeren op vroegere leeftijd in aanraking komen met Europa, wissel je kennis uit, voel je jezelf meer Europeaan en zie je beter wat de meerwaarde is van Europese samenwerking.” Brigitte merkt op dat het voor universitaire studenten al goed mogelijk is om zo’n uitwisseling te regelen via het Erasmusprogramma. “Voor MBO-studenten is dat veel minder vanzelfsprekend: er zijn minder regelingen, ze zijn vaak wat jonger en hebben dus andere behoeftes. Daarom zou ik graag middelbare en MBO-scholen willen betrekken in het Erasmusprogramma.”

Ook voor ondernemers is de Europese Unie van groot belang, aldus Brigitte. “De interne markt is natuurlijk een grote meerwaarde voor ondernemers, omdat het voor een grotere afzetmarkt zorgt. Het is belangrijk dat we daarin een eerlijk speelveld organiseren: zo moeten CO2-eisen in de gehele Unie gelden, maar die eisen moeten we ook durven stellen aan bedrijven van buiten de Europese Unie. De komende jaren staan in teken van het tegengaan van klimaatverandering, maar daarin moeten we iedereen mee kunnen”, vindt ze. “Europa moet een aantrekkelijke plek blijven om te ondernemen. Er zijn gelukkig al genoeg bedrijven die laten zien hoe je juist hier groen kan ondernemen.”

Er is in Brussel veel dat beter moet worden geregeld voor ondernemers, vindt Brigitte. “Beschikbare fondsen voor bijvoorbeeld innovatie moeten beter aansluiten bij ondernemers. Vaak zijn deze fondsen nog niet toegankelijk genoeg voor met name het MKB. Daarnaast hebben veel bedrijven te maken met personeelstekort.” Ook daarbij noemt ze de MBO-studenten. “We moeten regelgeving maken die MBO-diploma’s gelijktrekt met diploma’s uit het hoger onderwijs. Nu loop je namelijk met MBO-diploma’s nog tegen te veel barrières aan. Als we dat makkelijker maken, kunnen bedrijven en vakmensen door heel Europa beter aan elkaar gelinkt worden.”

 

Dit artikel komt uit de laatste editie van ons magazine. Bekijk hier de volledige uitgave!

Chantal Roest is bestuurslid van VNO-NCW regio Den Haag met de portefeuille cybersecurity & digitalisering en werkt bij KPN als Vice President Markstrategie & Marktdevelopment. Zij richting zich als System Integrator op 4 specifieke verticals: Public, Public Critical, Finance & Insurance en Mainports & Logistics.

“Voor veel organisaties zijn IT-systemen de aorta van hun bedrijfsvoering. Steeds meer organisaties zijn voor hun IT afhankelijk van meerdere IT partners oftewel service providers. De uitdaging is de diensten van de service providers op elkaar te laten aansluiten en samenwerken. Dit vraagt om een integrale aanpak. Als System Integrator helpen wij onze klanten controle te krijgen, zijn we strategisch sparringpartner en tegelijkertijd denken we proactief mee over het gehele IT-landschap. We zijn een partner op zowel operationeel, tactisch als strategisch niveau.”

“We doen veel met cybersecurity. Dat was al belangrijk, maar dat wordt alleen nog maar belangrijker. De mate van digitale weerbaarheid varieert echter sterk tussen bedrijven. Terwijl grote ondernemingen vaak over de middelen en expertise beschikken om te investeren in cybersecurity, kunnen MKB-bedrijven kwetsbaarder zijn vanwege beperkte middelen. Ook worden de risico’s nog wel eens onderschat door MKB-bedrijven. Ook als het jou niet direct overkomt, word je er indirect wel door geraakt. Bedrijven zijn namelijk onderdeel van een grotere keten, een soort ecosysteem. Als jouw leverancier of jouw klanten worden geraakt door cybercriminaliteit, ondervind jij daar ook de gevolgen van.”

“De overheid en grote bedrijven zijn vaak al met dit onderwerp bezig, maar bij het MKB is nog veel te winnen. Een eerste stap is om eens een evaluatie van je cybersecurity te maken. Dat is een investering, maar slachtoffer worden van cybercriminaliteit kost je nog veel meer. Ten tweede, ga met je medewerkers in gesprek over hoe je de organisatie veilig houdt. En als derde, zorg minimaal voor een back-up en herstelplan. Zorg dat je de kritieke data die je iedere dag kan gebruiken, structureel beschermt.”

“Door grote bedrijven wordt al heel veel met AI gedaan. Veel MKB-bedrijven zijn zich nog niet bewust van de manier waarop AI data kan verwerken. Deze technologische ontwikkeling gaat zo snel, dat het veel winst kan opleveren. Tegelijkertijd moet je je ook bewust zijn van je eigen relevantie als bedrijf. AI-toepassingen kunnen er echt voor gaan zorgen dat je je bedrijfsvoering anders moet gaan inrichten, omdat je anders niet meer onderscheidend of relevant bent vergeleken met online toepassingen.”

“Grote bedrijven zijn vaak heel veerkrachtig, maar niet zo wendbaar. Zij hebben wel de financiële slagkracht om te investeren in het ontwikkelen van skills voor medewerkers. Dat is ook nodig, want je hebt geen garantie dat je de komende tien jaar hetzelfde werk kan blijven doen zonder je te blijven ontwikkelen. MKB-bedrijven zijn veel wendbaarder, maar minder veerkrachtig. Zij moeten zich daarom ook blijven aanpassen aan nieuwe situaties en nieuwe technologieën.”

“Als KPN vinden wij kennisdeling op het gebied van cybersecurity, maar ook bewustwording online erg belangrijk is. Bijvoorbeeld onze campagne ‘Stukje van mij’, in samenwerking met zangeres MEAU, waarmee we ouders en kinderen bewust willen maken van de gevaren online. Als je kijkt naar cybersecurity in het zakelijke werkveld zien we een kloof op dit gebied tussen de echt grote organisaties aan de ene kant, en kleine organisaties aan de andere kant. Wij zetten daarom ook in op educatie en bewustwording, bijvoorbeeld via het evenement NLSecureNL[ID], dat we ieder jaar organiseren. Hiermee brengen we de Nederlandse securitycommunity, bedrijfsleven en de overheid samen en stimuleren we kennisdeling.”

 

Dit artikel komt uit de laatste editie van ons magazine. Foto door Mike van Bemmelen. Bekijk hier de volledige uitgave!

Martijn van Pelt (46) is voorzitter van VNO-NCW Rijnland, vicevoorzitter van VNO-NCW West en directeur-eigenaar van Interpulse Automatisering, een IT-bedrijf met een kantoor in Leiden. “We helpen bedrijven en ondernemers met digitalisering in de breedste zin van het woord. Dat doen we enerzijds door digitale werkomgevingen in te richten waar medewerkers veilig en makkelijk kunnen samenwerken, en anderzijds door de ontwikkeling van innovatieve digitale platformen. Dat varieert van websites, portalen en apps tot koppelingsapplicaties en slimme toepassingen van AI en data.”

“Cybersecurity wordt alleen nog maar belangrijker. Als het gaat om bijvoorbeeld ransomware, onderschatten bedrijven vaak nog hoe makkelijk ze een doelwit kunnen worden. Het is eerder de vraag wanneer je iets overkomt, dan of je iets overkomt. Het gaat erom: wat doe je in zo’n situatie? Organisaties moeten voorbereid zijn, zodat de impact beperkt is bij een eventuele hack. Cyberweerbaarheid dus, daar zou de focus moeten liggen. Daarnaast denk ik dat AI en data de komende jaren veel impact gaan hebben. Tegenwoordig is generatieve AI, zoals ChatGPT, openbaar toegankelijk. Dat biedt veel kansen, maar er zijn ook risico’s. Het is niet de bedoeling dat algoritmes die op data werken, ongewenst hele databases openbaar maken. De data waar AI dus gebruik van maakt, moet je goed inregelen en toepassen. Dat vraagt om kennis en regie.”

“De overheid pakt deels al haar verantwoordelijkheid als het gaat om regelgeving rond digitale veiligheid, denk aan de GDPR en nu ook de NIS2 richtlijn. Als je gehackt wordt en er komen gegevens op straat te liggen, ben je zelf verantwoordelijk voor het feit dat je gehackt bent. Bovendien kunnen belanghebbenden je aansprakelijk stellen voor schade. Daar moeten ondernemers zich bewust van zijn; ze moeten aan de slag met bestaande wetgeving. Ik vond het ook opvallend hoe snel de AI Act op Europees niveau werd aangenomen. Men had dus toch wel door dat er kaders nodig waren.”

“Het is daarom ook goed om je te oriënteren op technologische ontwikkelingen en mogelijke risico’s. Bewustwording speelt daarbij een grote rol. Wij spreken over digitale hygiëne: de basis moet op orde zijn. Op de website van het Nationaal Cybersecurity Centrum, van het ministerie van Justitie & Veiligheid, staan een aantal basismaatregelen om op te volgen. Neem die checklist gewoon door en kijk hoe ver je bent. Soms heb je al best wat zaken goed geregeld, maar je moet de basis echt op orde hebben. Anders kan je nalatigheid worden verweten. Je kan veel uitbesteden, maar neem wel zelf de verantwoordelijkheid op strategisch niveau.”

“Het verschilt hoe goed veel bedrijven al zijn voorbereid. Sommige bedrijven hebben een eigen IT-afdeling, maar veel MKB-bedrijven hebben daar niet de capaciteit voor. IT-bedrijven kunnen dan vaak snel en eenvoudig hulp bieden. Toch zijn er nog veel organisaties waar de beveiliging niet op orde is. Dat kan echt niet meer tegenwoordig. Als je veel met data werkt, zul je dat ook goed moeten beveiligen. Investeer in het bewustzijn en de digitale vaardigheden van je medewerkers, zodat je hen ook actief hierin meeneemt. Zij spelen een belangrijke rol in je informatiebeveiliging en daarmee in je cyberweerbaarheid.”

 

Dit is een artikel uit de laatste editie van ons magazine. Foto door Michel Porro. Bekijk hier de volledige uitgave!

Dave Maasland (33) is CEO voor ESET in Nederland, één van de grootste digitale beveiligingsbedrijven ter wereld. Sinds kort is hij ook bestuurslid van VNO-NCW regio Rotterdam. Als  ‘cybermannetje’ is hij regelmatig te zien op televisie bij Vandaag Inside, maar ook in ons magazine deelt hij graag zijn kennis.

Dave is verantwoordelijk voor de Nederlandse strategie en operatie van ESET. “We zijn een missiegedreven onderneming en beseffen dat ons verdienmodel is gebaseerd op het tegengaan van criminaliteit. Dat geeft een verantwoordelijkheid om wat terug te geven op gebied van kennis en educatie. Daarom ondernemen we ook veel maatschappelijke activiteiten.”

Wat is de grootste digitale bedreiging voor ondernemers?

Dat gaat om cyberrisico’s die een directe bedreiging vormen voor de missie van een onderneming. Dat is dus voor ieder bedrijf anders: een ziekenhuis wil bijvoorbeeld goede zorg verlenen, maar kent een groot risico op verstoring van systemen, bijvoorbeeld door gijzelsoftware. In het ergste geval kan je dan dagenlang geen zorg verlenen. Cyberrisico’s gaan dus niet meer om een computervirus of het verliezen van geld, maar bedreigen de capaciteit van een bedrijf om diens core business te vervullen. Elk bedrijf moet daarom weten wat zijn missie is en wat de risico’s daarbij zijn.

Is de digitale veiligheid van bedrijven al op orde?

Als we spreken over digitale veiligheid, gaat het om het voorkomen van een incident. Daar is de laatste jaren veel aandacht op gevestigd en veel ondernemers hebben al geïnvesteerd in bedrijven die hen daarmee helpen. Het gaat ons echter om digitale weerbaarheid: ieder bedrijf maakt wel eens een foutje, waardoor een gat in je verdediging ontstaat. Dat gat wordt sowieso gevonden door cybercriminelen. Het gaat er dan om: hoe weet je de impact daarvan te minimaliseren en je digitale brandje zo snel mogelijk te blussen? Daar is nog veel winst te behalen. Veel bedrijven zijn goed voorbereid op een fysieke brand, maar hebben niet nagedacht over wat ze moeten doen bij een digitaal brandje.

Hoe zet je daar als ondernemer een eerste stap in?

Elke ondernemer zou moeten starten met het opstellen van verschillende scenario’s: wat doe je als er een incident is waardoor je niet je missie kan volbrengen? Ga je bijvoorbeeld betalen als je data wordt gegijzeld, hoe lang kun je zonder je systemen? Zulke vragen moet je beantwoorden door op papier te zetten welke stappen je zet bij een incident. Het helpt echt als dat vanuit de ondernemer zelf komt.

Welke technologische ontwikkelingen gaan de komende jaren de meeste impact hebben?

Het gaat om snelheid: hoe wendbaar ben je en hoe snel kan je je aanpassen aan een nieuwe situatie? Onderliggende technologie van veranderingen kan een risico zijn. Maar het is cruciaal om de organisatie zodanig in te richten dat je je snel kan aanpassen. AI gaat de komende jaren bijvoorbeeld echt een superkracht worden. Bedreigingen als phishing en neptelefoontjes worden allemaal nog veel beter en persoonlijker gemaakt. Aan de andere kant kun je met AI administratief werk automatiseren, specialisten creëren, sneller je digitale verdediging op orde te hebben. Er zitten dus twee kanten aan. Binnen je organisatie moet je één of meerdere personen verantwoordelijk maken voor de omgang met nieuwe technologieën, waarbij je kijkt naar kansen én risico’s.

Welk advies zou je ondernemers mee willen geven als het gaat om digitale veiligheid?

Laat je niet ontmoedigen door alles wat je leest in de media! Het gaat erom dat je de risico’s zo klein mogelijk maakt door verschillende maatregelen te nemen, dat is echt een haalbare kaart. Je moet niet denken vanuit veiligheid, maar vanuit weerbaarheid. Grotere ondernemingen kunnen bestaande frameworks en blauwdrukken gebruiken, zoals een ISO-standaard of NIST-framework. Kleinere ondernemingen moeten in gesprek gaan met hun externe IT-bedrijven, om scenario’s uit te denken en te kijken hoe je de impact daarvan kan minimaliseren.

Snap je dat ondernemers denken: moet ik me hier nou óók al mee bezighouden?

Dat begrijp ik heel goed; cybersecurity is te lang verkocht als iets wat vervelend is, maar er simpelweg bij hoort. Maar het zit eigenlijk zo: als je een snelle auto hebt, is een rem in je auto wel zo handig. Als je rem werkt, kun je met vertrouwen hard rijden. Max Verstappen gaat ook niet zonder rem in zijn auto 300 kilometer per uur rijden. Cybersecurity is als een goede rem die ervoor zorgt dat je bedrijf vol gas kan groeien. Pas als het lukt om er op die manier naar te kijken, gaan ook kleinere ondernemers er graag mee aan de slag.

Hoe brengen we die verandering tot stand?

Het begint met een zaadje planten bij mensen, dat cybersecurity kansen biedt. Er zijn genoeg voorbeelden van bedrijven die innoveren met technologie. Dan zijn er ook klanten of partners die vragen hebben over de veiligheid. Als je met vertrouwen kan zeggen dat de veiligheid op orde is, kan je doorpakken. Anders blijven er twijfels bestaan over de veiligheid of de privacy.

Daar noem je een interessant punt. Wat is de rol van privacy hierin?

Privacy wordt steeds meer een discussie die we vooraf gaan voeren, in plaats van achteraf. Veel bedrijven hebben aan de voorkant al de privacyregels geborgd. Natuurlijk kunnen er incidenten plaatsvinden, maar het gaat erom dat je goed hebt nagedacht over de manier waarop je privacy beschermt. Ik denk dat dat juist nu, in een onzekere tijd, belangrijk is: mensen hechten waarde aan dat waar ze nog wel invloed op hebben, hun eigen identiteit. Privacy moet daarom onderdeel zijn van de basis, net als veiligheid.

Wat is je oproep aan ondernemers?

Blijf ondernemen! Digitaal veilig ondernemen is ook een vorm van duurzaam ondernemen. Als je cybersecurity op orde is, ben je ook op de lange termijn een betrouwbare partner richting andere bedrijven of klanten. Ondernemers zijn geweldig in het zien van kansen, en ik denk dat digitale weerbaarheid ook een kans is.

Dit artikel komt uit de laatste editie van ons magazine. Foto door Marlies Hofstede. Bekijk hier de volledige uitgave!

Wanneer ik deze column schrijf, worden de eerste stappen richting een ‘programkabinet’ gezet. Dat kabinet moet zich ervan bewust zijn dat stabiel en betrouwbaar regeringsbeleid geen luxe, maar een absolute noodzaak is voor het ondernemerschap in ons land. Uit de Nationale Peiling Ondernemersklimaat bleek in februari dat 82 procent van de ondernemers in Noord- en Zuid-Holland ontevreden is over de betrouwbaarheid en stabiliteit van politiek en bestuur in Nederland. Dit is een directe oproep aan Den Haag om wakker te worden en actie te ondernemen.

Uit deze peiling bleek ook dat het ondernemingsklimaat sterk onder druk staat. Bijna de helft van de ondernemers in onze regio vindt Nederland geen aantrekkelijk land om in te ondernemen. Inmiddels overweegt bijna een kwart van de bedrijven een (gedeeltelijk) vertrek uit Nederland. Laat dat een wake-up call zijn! Het is tijd voor de politiek om te bewijzen dat zij het bedrijfsleven serieus neemt, door concrete maatregelen te nemen die niet alleen de huidige uitdagingen aanpakken, maar ook een visie voor de toekomst bieden.

De noodzaak voor een proactieve benadering is duidelijk. De afgelopen periode konden we meerdere keren lezen dat de regering zich sterk maakt voor het behouden van bedrijven in Nederland. Voorbeelden zoals DSM, Shell en Philips, die nu deels in landen als Thailand, Engeland en Zwitserland zijn gevestigd, illustreren een pijnlijk verlies voor onze economie. Daarnaast kiezen steeds meer bedrijven ervoor om buiten Nederland te investeren in innovatie. Dat één op de vier ondernemers in de genoemde peiling aangeeft de komende 12 maanden niet (meer) te zullen investeren in Nederland, is een aanslag op ons collectieve verdienvermogen. Het is de hoogste tijd dat de overheid ruimte schept voor ondernemingen om te investeren, te groeien en bij te dragen aan een duurzame en welvarende toekomst voor Nederland. Dit vereist een daadkrachtige aanpak die verder kijkt dan de dagelijkse politieke strijd en zich richt op de langetermijnbelangen van het land.

Dat de vierde ronde van het Nationaal Groeifonds op losse poten staat, is dan ook zorgelijk. Dit fonds speelt een essentiële rol in het versterken van het innovatie- en vestigingsklimaat in Nederland. Zonder investeringen in innovatie komt de economie van morgen onder druk te staan en komt de energietransitie in gevaar. Mijn oproep aan de politiek is niet alleen dringend, maar ook motiverend: stop met aarzelen en kom in actie. Creëer een klimaat waarin ondernemers de vrijheid en ondersteuning voelen om te innoveren. Ons land verdient een politiek die vooruitkijkt, die barrières slecht en die de weg vrijmaakt voor ondernemers om te doen waar ze het beste in zijn: ondernemen. Dit is niet het moment voor halfslachtige maatregelen. Het is tijd voor vastberaden en doortastend beleid dat onze economische toekomst veiligstelt.

Marck Hagen,
Voorzitter VNO-NCW West