Eerst investeren, dan prioriteren: infrastructuur vraagt om keuzes én middelen

Vandaag, op 23 juni, debatteert de Tweede Kamer over de toekomst van de Nederlandse infrastructuur. Daarbij staat een lastige vraag centraal: welke projecten kunnen nog worden uitgevoerd nu onderhoudsachterstanden oplopen en de druk op het Mobiliteitsfonds steeds groter wordt? 

Voor VNO-NCW West is de volgorde helder. Voordat er wordt gesproken over welke projecten prioriteit krijgen, moeten eerst voldoende middelen worden vrijgemaakt voor infrastructuur. Nederland kan de bestaande achterstanden niet wegwerken én de bereikbaarheid van de toekomst veiligstellen met de huidige budgetten. 

Infrastructuur is geen kostenpost 

De discussie over infrastructuur gaat vaak over schaarste. Welke projecten kunnen doorgaan en welke niet? Maar daarmee dreigt een belangrijker vraagstuk uit beeld te verdwijnen: Nederland investeert al jaren te weinig in zijn infrastructuur. 

Volgens de Algemene Rekenkamer is jaarlijks ongeveer 2 miljard euro extra nodig om alleen al de bestaande onderhoudsachterstanden weg te werken. De gevolgen zijn steeds vaker zichtbaar. Bruggen, wegen, spoorverbindingen en vaarwegen krijgen te maken met beperkingen, terwijl ondernemers worden geconfronteerd met vertragingen, omrijdkosten en een minder betrouwbaar vervoerssysteem. 

Dat raakt niet alleen bedrijven, maar de hele samenleving. Infrastructuur is immers geen kostenpost. Het is een investering in bereikbaarheid, woningbouw, economische groei, veiligheid en weerbaarheid. Onderzoek van het Economisch Instituut voor de Bouw laat zien dat iedere euro die wordt geïnvesteerd in infrastructuur meer oplevert dan hij kost. 

Eerst de basis op orde 

VNO-NCW West begrijpt dat keuzes nodig zijn wanneer middelen schaars zijn. Maar prioriteren mag geen excuus worden om structurele tekorten te accepteren. De eerste prioriteit moet liggen bij het op orde brengen van de bestaande infrastructuur. Achterstallig onderhoud zorgt steeds vaker voor beperkingen. In delen van Nederland zijn de gevolgen daarvan nu al merkbaar. Wegen worden beperkt toegankelijk voor zwaar verkeer en noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden worden uitgesteld omdat budgetten ontbreken.  

Dat leidt niet alleen tot economische schade, maar roept ook vragen op over de veiligheid en betrouwbaarheid van het netwerk op de lange termijn. Zeker in de huidige geopolitieke tijd. 

Onderhoud én uitbreiding zijn geen tegenstelling 

Tegelijkertijd mag de oplossing niet zijn dat Nederland zich uitsluitend richt op onderhoud. De komende decennia groeit Nederland verder. Er moeten honderdduizenden woningen worden gebouwd, bedrijven blijven investeren en de mobiliteitsvraag neemt toe. Dat vraagt om extra capaciteit op de weg en het spoor . 

Wanneer nieuwe infrastructuurprojecten opnieuw worden uitgesteld, ontstaan de bereikbaarheidsproblemen van morgen. Dat is wat er de afgelopen jaren is gebeurd. Juist daarom moeten strategische langetermijnprojecten doorgaan. Niet ondanks de onderhoudsopgave, maar juist omdat Nederland anders nog verder vastloopt. Het openbaar vervoer zal een steeds grotere rol moeten spelen in het opvangen van toekomstige vervoersstromen. Zonder de uitbreiding van de bestaande en aanleg van nieuwe verbindingen wordt dat onmogelijk. 

Economische kernregio’s verdienen aandacht 

Voor Noord-Holland blijft de verlenging van de Noord/Zuidlijn naar Schiphol en Hoofddorp daarom van groot belang. Deze verbinding verbetert niet alleen de bereikbaarheid van Schiphol, de Zuidas en nieuwe woningbouwlocaties, maar zorgt ook voor extra capaciteit op een vervoerssysteem dat steeds verder onder druk komt te staan. Hierover sprak Haico Spijkerboer met de Telegraaf in dit artikel. 

Voor Zuid-Holland geldt hetzelfde voor de Oude Lijn tussen Leiden en Dordrecht. Verdere investeringen in stations, knooppunten en de ontwikkeling rondom deze corridor zijn essentieel voor de bereikbaarheid van de provincie en de verdere ontwikkeling van woningbouwlocaties, campussen en economische clusters. 

Beide projecten leveren aantoonbaar economische en maatschappelijke meerwaarde op en zijn cruciaal voor de concurrentiekracht van Nederland.  

Daarnaast blijven investeringen in de verbindingen van en naar de Rotterdamse haven noodzakelijk. Deze corridor vormt een van de belangrijkste economische en weerbaarheidsslagaders van Nederland en Europa. 

Bereikbaarheid is ook een kwestie van weerbaarheid 

De geopolitieke ontwikkelingen van de afgelopen jaren maken duidelijk dat een robuuste infrastructuur ook van strategisch belang is. De Rotterdamse haven speelt een cruciale rol in de logistieke bevoorrading van Nederland, Europa en de NAVO. Via Rotterdam komen goederen, grondstoffen en in toenemende mate ook militaire transporten het land binnen. 

Dat vraagt om een infrastructuur die bestand is tegen de eisen van deze tijd. Wegen, spoorverbindingen, bruggen en vaarwegen moeten niet alleen voldoende capaciteit bieden voor economische activiteiten, maar ook bijdragen aan de nationale weerbaarheid. 

Een land dat zwaar materieel, hulpdiensten of militaire transporten niet snel kan verplaatsen, loopt niet alleen economisch risico, maar ook strategisch. Dit raakt onze collectieve veiligheid en weerbaarheid.   

Eerst investeren, daarna prioriteren 

Wanneer er vervolgens keuzes moeten worden gemaakt, moet gekeken worden naar projecten die de grootste bijdrage leveren aan het functioneren van het economische netwerk van Nederland. Daarbij horen investeringen in belangrijke economische corridors, internationale verbindingen en projecten met aantoonbare maatschappelijke en economische baten. 

Maar die discussie kan pas serieus worden gevoerd wanneer eerst voldoende middelen beschikbaar zijn. 

De boodschap van VNO-NCW West aan politiek Den Haag is daarom helder: maak structureel meer geld vrij voor infrastructuur. Investeer in het wegwerken van achterstallig onderhoud én zorg dat strategische projecten voor de lange termijn doorgang kunnen vinden. Pas daarna kan worden bepaald welke projecten als eerste worden uitgevoerd. 

Want zonder extra investeringen dreigt Nederland niet alleen vast te lopen op de weg en het spoor, maar ook in zijn economische ontwikkeling, woningbouwopgave en weerbaarheid. 

Het Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland bepaalt hoe de schaarse ruimte in de provincie wordt verdeeld en ontwikkeld voor onder meer wonen, werken, infrastructuur, natuur en energie, zodat economische ontwikkeling, leefbaarheid en duurzaamheid in balans blijven. De leden van Provinciale Staten in Zuid-Holland hebben op 10 juni ingestemd met de Herziening Omgevingsbeleid 2025.  

VNO-NCW West is positief over de grotere aandacht voor het beschermen en beter benutten van bedrijventerreinen in het Omgevingsbeleid 2025. Het is goed dat de provincie inzet op herontwikkeling van bestaande werklocaties en oog heeft voor de balans tussen wonen en werken. Tegelijkertijd zijn er zorgen over het ontbreken van harde garanties voor voldoende bedrijfsruimte op de lange termijn en het schrappen van de zoekgebieden voor windenergie uit de Omgevingsvisie. Juist voldoende ruimte voor bedrijven én toegang tot betrouwbare en betaalbare energie zijn randvoorwaarden voor een sterke economie en verdere verduurzaming. 

Schaarse ruimte voor bedrijven en ruimte op het elektriciteitsnet  

De provincie heeft een belangrijke rol op het gebied van de ruimtelijke ordening. En dat is ook voor ondernemers van groot belang, want de ruimte voor bedrijven is schaars en staat onder druk door woningbouw en functiemenging. Terwijl tegelijkertijd ook de opwek van duurzame energie ruimte op en toegang tot het elektriciteitsnet vraagt. Ondernemers kunnen niet of nauwelijks uitbreiden en staan achteraan in de rij wanneer ze hun aansluiting op het elektriciteitsnet willen uitbreiden om te kunnen verduurzamen. Zeker met de aanpassing van het prioriteringskader vanaf 1 juli. 

Beschermen van bestaande bedrijventerreinen 

Met ‘een bedrijfje erbij’ wil de provincie Zuid-Holland dat er binnen woongebieden en gemengde gebieden meer ruimte wordt geboden voor kleinschalige bedrijfsactiviteiten, zoals een kantoor aan huis, een kleine werkplaats, een buurtgerichte dienstverlener of een ambachtelijk bedrijf. Het idee is om wonen en werken dichter bij elkaar te brengen en zo de lokale economie te versterken. Dit vinden wij een mooie aanvulling op het bestaande beleid, maar structureel is er meer nodig.  

Het beter benutten van bestaande bedrijventerreinen is een belangrijke opgave. Het is goed dat er wordt gewerkt aan een provinciale ruimtelijke ontwikkelingsmaatschappij om de herontwikkeling van bedrijventerreinen aan te jagen. Dit kan niet zonder beschermen van bestaande bedrijventerreinen voor activiteiten die niet gemengd kunnen worden, waarbij terreinen met een hoge milieucategorie en watergebonden locaties extra bescherming verdienen. Wij zien dit terug in het Omgevingsbeleid en zijn hier tevreden over. Want uiteindelijk gaat het om een goede balans tussen de ruimte voor wonen en werk.  

VNO-NCW West ziet ook graag op provinciaal niveau een doorvertaling van wat er in de Nota Ruimte zal worden vastgelegd, namelijk dat er geen netto-afname van ruimte voor bedrijven toegestaan is. En dat bij transformatie van bedrijventerreinen ruimte moet worden gecompenseerd op lokaal of regionaal niveau. We zullen hierover het gesprek aangaan met Gedeputeerde Staten bij de uitwerking en uitvoering van het Omgevingsbeleid. De provincie moet hierin de regie nemen.  

Provinciale regie en lokale uitvoeringskracht  

Dit raakt namelijk ook aan de belangrijke rol van de gemeenten in de praktische uitvoering van beleid. Uiteindelijk moet de ruimte voor bedrijven door hen lokaal worden gerealiseerd. VNO-NCW vraagt op alle niveaus aandacht voor de uitvoering van beleid en het daadwerkelijk realiseren van ruimte. Zodat we sturen op het juiste bedrijf op de juiste plek, en dat we de aanwezige milieugebruiksruimte zo veel mogelijk gebruiken voor bedrijven die deze ook echt nodig hebben.  

In de omgevingsverordening zijn vernieuwde regels opgenomen gericht op de maximale benutting van de milieugebruiksruimte op bestaande bedrijventerreinen. Wat VNO-NCW West betreft moet er inderdaad meer worden gestuurd op het functioneel optimaal benutten van terreinen. De provincie zou gemeenten moeten ondersteunen met kennis en kunde en de juiste (juridisch bindende) planologische sturingsmogelijkheden om zo te sturen op verandering naar het gewenste gebruik.  

Gemiste kans  

VNO-NCW West ziet het als een gemiste kans dat Provinciale Staten heeft besloten om de primaire en secundaire zoekgebieden voor windenergie uit de Omgevingsvisie te halen. Wij hebben hierover ingesproken en gesprekken gevoerd met Statenfracties en zullen aan blijven dringen bij de provincie om zo snel mogelijk duidelijkheid te verschaffen aan omwonenden, ondernemers en initiatiefnemers over waar we wel duurzame energie op kunnen gaan wekken in Zuid-Holland. Want zonder toegang tot betaalbare en betrouwbare energie kunnen ondernemers niet uitbreiden en komen investeringen niet van de grond. Windenergie is een onmisbaar onderdeel van de totale energiemix. We vragen om meer politieke urgentie en lef bij de opwek van duurzame energie en de aanpak van netcongestie.  

Lees hier een korte terugblik op de Statenvergaderingen van 3 en 10 juni op de website van de provincie:  

Omgevingsbeleid 2025: Provincie Zuid-Holland maakt scherpe keuzes voor de toekomst | Provincie Zuid-Holland 

Op dinsdag 23 juni bespreekt de Tweede Kamer de herprioritering voor alle opgaven en (nieuwe) ambities op het gebied van infrastructuur en hoe deze te bekostigen en uit te voeren. De keuze om vooral in te zetten op onderhoud van infrastructuur delen wij niet.

Veel partijen deden al een oproep aan de Tweede Kamer in de aanloop naar het debat van de 23e. En de recente kamerbrief, met daarin het afweegkader voor de herprioritering, maakt het debat extra urgent.

Op maandag 15 juni deelden wij met een groep van vertegenwoordigers namens het bedrijfsleven onze zorgen met de Zuid-Hollandse gedeputeerde mobiliteit Jeroen van Dijken. De haven, logistiek, wegenbouw, landbouwverkeer en het personenvervoer waren vertegenwoordigd. Onze zorgen hadden wij ook al d.m.v. een brief met de gedeputeerde gedeeld. Tijdens het gesprek hebben we vastgesteld dat we een gezamenlijke opgave hebben en aan hetzelfde eind van het touw trekken richting het Rijk.

Wat VNO-NCW West en de andere aanwezigen betreft zijn de tekorten bij het onderhoud van infrastructuur onacceptabel. Zuid-Holland loopt verder vast zolang het kabinet geen extra geld vrijmaakt voor infrastructuur. De tekorten bij onderhoud en aanleg zijn geen papieren probleem meer: ondernemers voelen nu al de schade door storingen, beperkingen, vertragingen en omrijdkosten. Daarom moet het kabinet eerst zorgen voor voldoende investeringsruimte. Structureel is minimaal 2 miljard euro extra per jaar nodig om te voorkomen dat de achterstanden op beheer, onderhoud en vervanging verder oplopen.

Pas daarna kan zinvol worden gekeken naar prioritering. Uitstel van economisch waardevolle projecten snijdt niet alleen in de bereikbaarheid van vandaag, maar ook in de groei van morgen. Wie eerst prioriteert, verdeelt de schade. Wie investeert, voorkomt dat Nederland verder vastloopt.

Ook het bedrijfsleven in de Rotterdamse haven riep de Tweede Kamer op tot actie omdat de Mainport Rotterdam vast dreigt te lopen. Dit terwijl er veel aanknopingspunten zijn voor beter infrastructuurbeleid, zo bleek uit een recent verschenen onderzoek door EIB. Zij hebben voor de Logistieke Alliantie exact in kaart gebracht waar de grootste knelpunten zitten als het gaat om het goederenvervoer dat onze samenleving draaiend houdt. Op het wegennet gaat het o.a. om zware congestie op belangrijke (economische) corridors, zoals rond Rotterdam (A15, A4, A16). EIB adviseert daarom om projecten te prioriteren met de hoogste maatschappelijke en economische opbrengst (MKBA) en de grootste knelpunten aan te pakken (o.a. Rotterdam-corridors, spoorcapaciteit, sluizen).

Gedeputeerde Jeroen van Dijken pleitte tijdens ons gesprek voor een Toekomstperspectief, een lange termijn visie op onze infrastructuur en hoe we deze financieren. Dit was ook de strekking van de inbreng van het IPO samen met de MRDH en MRA t.b.v. het commissiedebat strategische keuzes bereikbaarheid van 23 juni a.s. Hierin wordt ook gepleit voor een perspectief op de bereikbaarheid van Nederland op korte en lange termijn.

Infrastructuur is wat het bedrijfsleven betreft geen sluitpost, maar een productieve investering in bereikbaarheid, woningbouw, veiligheid, weerbaarheid en economische groei. Hier zet VNO-NCW West zich dagelijks voor in namens ondernemers.

Achtergrondinformatie:

Tekorten bij onderhoud infrastructuur onacceptabel (VNO-NCW en regioverenigingen)

Mainport Rotterdam dreigt vast te lopen: bedrijfsleven roept op tot actie in aanloop naar debat in Tweede Kamer (Deltalinqs, TLN en RAI)

Baanbrekend EIB onderzoek: veel aanknopingspunten voor beter infrastructuurbeleid – Logistieke Alliantie (Logistieke Alliantie)

 

De rijksoverheid zet een belangrijke stap om de schaarse ruimte voor bedrijven beter te beschermen. In de nieuwe Nota Ruimte wordt vastgelegd dat er op nationale schaal geen netto-afname van ruimte voor bedrijvigheid mag plaatsvinden. Wanneer bedrijventerreinen plaatsmaken voor andere functies, zoals woningbouw, moet deze ruimte lokaal of regionaal worden gecompenseerd.

VNO-NCW West verwelkomt deze keuze. Het borgen van ruimte voor economie is iets waar wij ons al jaren voor inzetten. Zo sprak belangenbehartiger Trudie van ’t Hull-Bettink onlangs in bij de Provinciale Staten in Noord-Holland. Voldoende ruimte voor ondernemers is een essentiële randvoorwaarde voor een sterk vestigingsklimaat, economische groei en het realiseren van maatschappelijke opgaven zoals de energietransitie, circulaire economie en woningbouw.

Van nationale ambitie naar regionale uitvoering

Hoewel de nationale borging een belangrijke stap is, ligt de daadwerkelijke uitvoering voor een groot deel bij provincies. Zij spelen een cruciale rol in de ruimtelijke ordening van Nederland. Provincies bepalen mede waar woningen, bedrijventerreinen, natuurgebieden en infrastructuur kunnen worden ontwikkeld, beoordelen gemeentelijke plannen en leggen hun keuzes vast in provinciale omgevingsvisies.

Juist daarom roept VNO-NCW West provincies op om de regie te nemen en het belang van voldoende ruimte voor economie zwaar mee te laten wegen in hun ruimtelijke afwegingen.

Bescherm bestaande bedrijventerreinen

In veel gemeenten staat de ruimte voor bedrijven onder druk. Bedrijventerreinen worden regelmatig gezien als mogelijke locaties voor woningbouw of andere functies. Hoewel de woningbouwopgave groot is, mag dit niet leiden tot een verdere afname van ruimte voor ondernemers.

Bedrijventerreinen zijn immers de plekken waar bedrijven produceren, innoveren, verduurzamen en werkgelegenheid creëren. Ze vormen de basis voor sectoren als maakindustrie, logistiek, circulaire bedrijvigheid en watergebonden economie.

VNO-NCW West vraagt provincies daarom om bestaande bedrijventerreinen beter te beschermen, ruimte te bieden voor uitbreiding waar dat nodig is en in te zetten op slimmer en intensiever gebruik van bestaande werklocaties.

Compenseer verlies van bedrijfsruimte

Waar transformatie van bedrijventerreinen toch noodzakelijk is, moet volgens VNO-NCW West altijd sprake zijn van adequate compensatie. Nieuwe ruimte voor bedrijven moet tijdig beschikbaar komen, zodat ondernemers niet tussen wal en schip raken en economische activiteiten niet uit regio’s verdwijnen.

De afspraak in de Nota Ruimte dat verlies van bedrijfsruimte lokaal of regionaal moet worden gecompenseerd, biedt hiervoor een belangrijk uitgangspunt. Nu komt het aan op een zorgvuldige uitwerking door provincies en gemeenten.

Ruimte voor de economie van morgen

Ruimte voor economie gaat over meer dan alleen hectares grond. Het gaat over ruimte voor innovatie, verduurzaming, circulaire productie, energie-infrastructuur en de banen van de toekomst. Het gaat over het versterken van het Nederlandse verdienvermogen én het mogelijk maken van de grote transities waar Nederland voor staat.

De nationale borging van ruimte voor bedrijven is daarom een belangrijke stap vooruit. Nu is het aan provincies om deze ambitie om te zetten in concrete keuzes en ervoor te zorgen dat ondernemers ook in de toekomst kunnen blijven groeien, investeren en vernieuwen.

Van 25 tot en met 28 mei reisden DGA-leden van VNO-NCW West naar Finland. Tijdens een programma vol bedrijfsbezoeken, ontmoetingen met ondernemers en experts en goede gesprekken met elkaar gingen we op zoek naar antwoorden op één centrale vraag: wat kunnen Nederlandse ondernemers leren van Finland?

 

Dag 1 – Weerbaarheid als onderdeel van de samenleving

Na aankomst in Helsinki stond direct het eerste bedrijfsbezoek op het programma: de Confederation of Finnish Industries (EK), het Finse equivalent van VNO-NCW.

Hier maakten we kennis met een onderwerp dat als een rode draad door de hele reis zou lopen: weerbaarheid. Finland leeft al decennialang met de realiteit van een grens van ruim 1.300 kilometer met Rusland en heeft zijn samenleving daarop ingericht. Tijdens presentaties over het nationale veiligheidsmodel, de National Defence Courses en het National Emergency Supply Agency werd duidelijk hoe nauw overheid, bedrijfsleven en burgers samenwerken.

Een uitspraak die veel indruk maakte was: “If society falls, there is nothing to defend.” Veiligheid begint volgens de Finnen niet bij defensie, maar bij een sterke samenleving en een sterke economie.

Na het inhoudelijke programma volgde een wandeling door Helsinki. Onderweg zagen we onder meer de beroemde kathedraal en ondergrondse voorzieningen die in tijden van nood dienst kunnen doen als schuilkelders. We sloten de eerste dag af met een diner bij restaurant Sunn en de eerste goede gesprekken tussen ondernemers uit verschillende regio’s en sectoren.

 

 

Dag 2 – Innovatie, industrie en de energietransitie

De tweede dag begon bij KONE, een van de grootste lift- en roltrapproducenten ter wereld. Het familiebedrijf bestaat al meer dan honderd jaar en laat zien hoe innovatie en schaalgrootte hand in hand kunnen gaan. Tijdens een rondleiding door de fabriek kregen we inzicht in de modulaire productiemethode, het belang van onderhoud als verdienmodel en de manier waarop KONE voortdurend investeert in technologische vernieuwing.

Daarna volgde een bezoek aan Neste, wereldleider op het gebied van duurzame vliegtuigbrandstof (SAF) en hernieuwbare diesel. Hier ontstond een interessante discussie over de energietransitie, investeringen en overheidsbeleid. De boodschap was helder: verduurzaming vraagt om langetermijninvesteringen en dus ook om voorspelbaar beleid. Zonder zekerheid over regelgeving en marktomstandigheden wordt investeren steeds moeilijker.

Na twee inhoudelijk stevige bedrijfsbezoeken volgde een typisch Finse ervaring: een schietworkshop in hartje Helsinki. In Finland is verantwoord wapenbezit diep verweven met de cultuur en de nationale weerbaarheid. Onder begeleiding leerden we de basisprincipes van het schieten met een pistool. Voor sommigen bleek een verborgen talent aan het licht te komen, voor anderen was het vooral een leerzame ervaring.

De dag werd afgesloten met een gezamenlijk diner en voor een deel van de groep zelfs een avondje karaoke.

 

Dag 3 – Cybersecurity, familiebedrijven en voedselzekerheid

Op de derde dag stonden drie totaal verschillende bedrijven op het programma, die samen een verrassend compleet beeld gaven van de Finse economie.

De ochtend begon bij cybersecuritybedrijf WithSecure. Samen met de CEO, een onderzoeker en een lid van het Europees Parlement spraken we over digitale veiligheid, geopolitieke ontwikkelingen en de uitdagingen van Europese regelgeving. De belangrijkste les: cybersecurity is allang geen technisch vraagstuk meer. Het vraagt om bewustwording in de hele organisatie. Zeker nu AI cyberaanvallen sneller en toegankelijker maakt dan ooit.

Vervolgens bezochten we Vaisala, een familiebedrijf dat wereldwijd toonaangevend is in meetapparatuur voor weer, klimaat en industriële processen. Hun technologie wordt gebruikt op aarde, op zee én zelfs op de maan. Indrukwekkend was niet alleen de technologie, maar ook de bedrijfscultuur. Medewerkers blijven er gemiddeld zeer lang werken en jaarlijks wordt ongeveer twaalf procent van de omzet geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling.

Het laatste bedrijfsbezoek bracht ons naar Fazer, een van de bekendste bedrijven van Finland. Wat ooit begon als een chocolademerk is uitgegroeid tot een concern met tientallen merken in voeding en bakkerijproducten. Tijdens gesprekken over de oorlog in Oekraïne en de terugtrekking uit Rusland kregen we een inkijkje in de dilemma’s waar internationale bedrijven mee te maken krijgen. Tegelijkertijd werd duidelijk hoe belangrijk voedselzekerheid voor Finland is. Ook Fazer speelt daarin een rol als strategische partner van de overheid.

De dag eindigde op een bijzondere locatie: NJK Summer Island, een eiland net buiten Helsinki.

 

 

Dag 4 – Ondernemerschap en innovatie in de praktijk

Voordat we terugkeerden naar Nederland brachten we nog een bezoek aan Marioff, wereldleider op het gebied van watermist-brandbeveiliging.

Het bedrijf ontwikkelde een innovatieve technologie die branden sneller bestrijdt met veel minder water dan traditionele sprinklersystemen. Inmiddels wordt de techniek toegepast in onder andere cruiseschepen, datacenters, monumentale gebouwen en grote infrastructuurprojecten. Van de Notre Dame in Parijs tot het Teylers Museum in Haarlem.

Het verhaal van Marioff liet opnieuw zien hoe Finse bedrijven uitblinken in het ontwikkelen van specialistische oplossingen voor mondiale uitdagingen. Ook hier kwamen langetermijndenken, innovatie en ondernemerschap samen.

Na het bezoek volgde de terugvlucht naar Amsterdam. Vier dagen vol nieuwe inzichten, interessante ontmoetingen en gezelligheid kwamen daarmee ten einde.

 

Wat nemen we mee naar huis?

De reis maakte duidelijk dat Finland op veel terreinen verder kijkt dan de waan van de dag. Weerbaarheid, innovatie, cybersecurity, voedselzekerheid en duurzaamheid worden er benaderd als gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid, ondernemers en samenleving.

Voor de deelnemende DGA’s leverde dat niet alleen nieuwe inzichten op, maar ook waardevolle gesprekken met gelijkgestemde ondernemers. Juist die combinatie van inhoud, inspiratie en onderlinge verbinding maakt de DGA-reizen van VNO-NCW West zo bijzonder.

In de politieke discussie rondom de uitplaatsing van het afvalcluster van de Binckhorst naar het bedrijventerrein Westvlietweg heeft VNO-NCW regio Den Haag haar steun uitgesproken voor de uitbreiding van het bedrijventerrein Westvlietweg en een brief gestuurd aan de leden van de Haagse gemeenteraad.

Op donderdag 23 april 2026 sprak de gemeenteraad namelijk over de afdoening van de motie inzake ‘Geen onomkeerbare stappen in de Vlietzoom’. Wij maken ons al jaren sterk voor het belang van voldoende ruimte voor economie in Den Haag. Er is dringend behoefte aan compensatie van ruimte die verloren gaat door transformatie naar woningbouw en voor de groei van bedrijven die graag in Den Haag willen uitbreiden.

Daarom heeft VNO-NCW regio Den Haag haar steun uitgesproken voor de uitbreiding van bedrijventerrein Westvlietweg zoals vastgelegd in het collegebesluit Voorkeursvariant voor de verplaatsing en transformatie van het afvalcluster Binckhorst.

Lees hier de volledige brief aan de Haagse gemeenteraad: 20260422 brief VNO-NCW regio Den Haag aan gemeenteraad Den Haag inzake Westvlietweg

Namens ondernemers in Zuid-Holland sprak Rogier Krabbendam, directeur Public Affairs van VNO-NCW West, gisteren in bij de Provincie Zuid-Holland over het belang van betaalbare energie voor ondernemers en de aanpak van netcongestie. Zijn boodschap: lokale opwek en gebruik van duurzame energie zijn cruciaal om ondernemers weer ruimte te geven om te groeien en verduurzamen.

Ondernemers lopen steeds vaker vast door een overvol elektriciteitsnet. Juist daarom moeten bedrijven meer mogelijkheden krijgen om zelf duurzame energie op te wekken, lokaal te gebruiken en onderling te delen. Volgens VNO-NCW West kunnen oplossingen zoals zonne-energie, geothermie en windenergie het net juist ontlasten én zorgen voor meer leveringszekerheid en betaalbare energie.

Daarom riep Rogier de provincie op om regie te nemen en duurzame energie ruimtelijk mogelijk te maken. Sluit wind op land daarbij niet uit, want een sterke energiemix is noodzakelijk om netcongestie aan te pakken en de economie draaiende te houden.

Lees de volledige inspreektekst hier: Inspreektekst VNO-NCW West Statencommissie Economie en Energie 20 mei 2026

Netcongestie is allang geen energieprobleem meer. Het vormt inmiddels een acute bedreiging voor onze economie, woningbouw en verduurzaming. Ondernemers lopen steeds vaker vast doordat het stroomnet vol zit.

Bedrijven kunnen niet uitbreiden, investeringen worden uitgesteld en verduurzamingsplannen komen stil te liggen. Ook woningbouwprojecten lopen vertraging op. Dat raakt niet alleen individuele ondernemers, maar het verdienvermogen van heel Nederland.

Utrecht laat al zien hoe ernstig het probleem is. Vanaf 1 juli gaat een groot deel van het stroomnet daar op slot. Nieuwe aansluitingen zijn dan niet meer mogelijk. Dat scenario willen we – en moéten we – in andere economische regio’s koste wat kost voorkomen. Ook in Noord- en Zuid-Holland verslechtert de situatie.

Daarom hebben wij samen met de andere regionale ondernemersverenigingen van VNO-NCW een brandbrief opgesteld. Deze brandbrief is overhandigd aan staatssecretaris Jo-Annes de Bat tijdens zijn bezoek op 18 mei aan het Nationaal Expertisecentrum Netcongestie.

Lees de brief hieronder:

//

Geachte staatssecretaris,

Netcongestie is niet langer alleen een energieprobleem, maar een acute bedreiging voor onze economie, woningbouw en verduurzaming. Daarom roepen VNO-NCW Brabant Zeeland en VNO-NCW Midden samen met andere regionale ondernemersverenigingen en de gemeente Eindhoven het kabinet op tot een nationale crisisaanpak.

Ondernemers lopen nu al vast door een overvol stroomnet. Bedrijven kunnen niet uitbreiden, investeringen worden uitgesteld en verduurzaming loopt vast doordat uitbreiding van het elektriciteitsnet achterblijft, terwijl Nederland juist sneller wil elektrificeren. Maar de situatie verslechtert ondertussen snel.

Utrecht laat zien hoe ernstig het probleem is. Vanaf 1 juli gaat een groot deel van het stroomnet daar op slot. Nieuwe aansluitingen zijn dan niet meer mogelijk. Niet alleen voor grote bedrijven, maar ook voor woningen, winkels en kleine ondernemers.

Dat scenario willen we – en moéten we – in andere economische regio’s koste wat kost voorkomen. Want als regio’s zoals Brainport Eindhoven vastlopen, raakt dat het hart van de Nederlandse hightech- en maakindustrie, waar de machines voor de wereldwijde chipindustrie worden gemaakt. Tegelijkertijd werken chemie- en energiebedrijven in Brabant en Zeeland aan
de verduurzaming van de industrie en draait hier een groot deel van de logistiek waarop Nederland economisch leunt.

Ook in andere regio’s lopen bedrijven, bedrijventerreinen en woningbouwprojecten steeds vaker vast door gebrek aan netcapaciteit.

Toch is de ernst van de situatie nog altijd onvoldoende doorgedrongen in Den Haag. Wij roepen het kabinet daarom op om netcongestie per direct als crisis te behandelen. Niet na nieuwe onderzoeken of extra overlegtafels. Maar nu.

Daarvoor doen we de volgende voorstellen:

  1. Gebruik het stroomnet slimmer
    1. Differentieer stroomtarieven voor burgers en bedrijven om het gebruik zo snel mogelijk beter te spreiden.
    2. Creëer randvoorwaarden die een sluitende businesscase voor slim energiegebruik mogelijk maken
    3. Stimuleer de inzet van batterijen bij burgers en bedrijven
  2. Creëer sneller meer ruimte op het stroomnet
    1. Ga actief op zoek naar ruimte bij grootverbruikers.
    2. Voer met onmiddellijke ingang een crisiswet in om het stroomnet sneller te kunnen uitbreiden.
  3. Geef bedrijven inzicht en ruimte om samen te werken
    1. Stimuleer aanleg van netwerken ‘achter de meter’ op bedrijventerreinen en maak het juridisch eenvoudiger voor bedrijven om lokaal energie op te slaan, uit te wisselen en te delen.
    2. Dwing netbeheerders om de feiten en cijfers te delen van de daadwerkelijk beschikbare transportcapaciteit en vermogens op de stations, zodat bedrijven en gemeenten gericht kunnen investeren in maatregelen die voor hun situatie relevant zijn.

Met vriendelijke groet,

Ellen Kroese, Directeur VNO-NCW Brabant Zeeland
Rijn Platteel, Interim-directeur VNO-NCW Midden

Mede namens:

Addy Lutgenau (directeur LWV), Tessa Langerijs (directeur VNO-NCW West), Jellie Tiemersma

Tijdens het succesvolle ‘Tech voor Brede Welvaart’-diner in de loft van de A’DAM Toren kwamen ondernemers, kennisinstellingen, overheden en financiële partners samen om te spreken over één belangrijke vraag: hoe zorgen we dat Nederland ook in de toekomst economisch sterk, innovatief en weerbaar blijft?

Aanleiding van de avond waren twee nieuwe onderzoeken van de Vrije Universiteit Amsterdam en RaboResearch. De conclusie is duidelijk: de Metropoolregio Amsterdam en Brainport Eindhoven behoren afzonderlijk al tot de Europese top, samen vormen zij een powerhouse met internationale potentie.

Amsterdam excelleert in AI, data en digitale toepassingen. Brainport Eindhoven is wereldwijd sterk in hightech, chips en maakindustrie. Juist die combinatie biedt enorme kansen. Uit de onderzoeken blijkt dat vergelijkbare Europese topregio’s, zoals München en Kopenhagen, succesvol zijn doordat zij als één samenhangend ecosysteem opereren met sterke verbindingen tussen bedrijven, kennisinstellingen, infrastructuur en overheid.

De urgentie en gedeelde ambitie waren tijdens het diner voelbaar. Zo benadrukten zowel vertegenwoordigers van Brainport als burgemeester Femke Halsema het belang van nauwere samenwerking tussen de regio’s. Vervolgafspraken werden gemaakt, een krachtig signaal dat de wil om samen op te trekken breed wordt gedragen.

Namens VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam benadrukte Haico Spijkerboer het belang van samenwerking tussen regio’s én langdurige investeringen in innovatie en productiviteit: “De kracht van Nederland zit niet in concurrentie tussen regio’s, maar juist in het benutten van elkaars unieke kwaliteiten. Alleen door structureel te investeren in innovatie, talent en samenwerking behouden we ons toekomstig verdienvermogen.”

Focco Vijselaar sprak namens VNO-NCW over de noodzaak om nu keuzes te maken voor een sterke technologische en economische positie van Nederland in Europa. Minder versnippering, meer focus en een gezamenlijke langetermijnstrategie zijn essentieel om internationaal relevant te blijven.

Voor VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam ligt hier een belangrijke rol: ondernemers, overheid, kennisinstellingen en investeerders verbinden. Dank aan Amsterdam Economic Board, Rabobank, Vrije Universiteit Amsterdam en alle aanwezigen voor de inspirerende gesprekken en gedeelde ambitie.

Den Haag luistert. Maar dan moet je je wel laten horen. Volgens Hans Huibers gebeurt dat nog te weinig vanuit de regio. Als nieuwe voorzitter van VNO-NCW West wil hij daar verandering in brengen. Per 1 mei neemt hij het voorzitterschap over van Mai Elmar. Huibers kent de organisatie van binnenuit als voorzitter van VNO-NCW Noordwest-Holland en lid van het dagelijks bestuur van VNO-NCW. Zijn ambitie is duidelijk: de kracht van de regio beter benutten en vertalen naar invloed.

Ervaren verbinder tussen bedrijfsleven, onderwijs en overheid

Huibers brengt een unieke combinatie van ervaring mee. Hij werkte in het bedrijfsleven, was actief in het beroepsonderwijs en diende als Tweede Kamerlid en partijvoorzitter van het CDA. Die combinatie, ook wel de ‘triple helix’ van bedrijfsleven, onderwijs en overheid, vormt de basis van zijn visie: “Ik ken die werelden van binnenuit en weet hoe belangrijk het is dat ze samenwerken. Juist in die driehoek kun je echt verschil maken.”

Voortbouwen op een sterke basis

Huibers spreekt met waardering over zijn voorganger Mai Elmar en het werk dat de afgelopen jaren is verricht binnen VNO-NCW West. “Er heeft een enorme vernieuwingsslag plaatsgevonden.” Volgens Huibers is VNO-NCW West daarmee in een nieuwe fase beland: “De randvoorwaarden zijn gecreëerd. Nu kunnen we de vruchten gaan plukken.”

Mai Elmar blik terug op haar voorzitterschap: “Ik dank een ieder voor het in mij gestelde vertrouwen en verlaat met het volste vertrouwen mijn post als voorzitter VNO-NCW West. Graag geef ik mee dat we moeten blijven werken aan een inhoudelijke, structurele samenwerking. Tijdig aan tafel met elkaar geeft praktische en haalbare oplossingen en besluiten, iets waar we allen bij gebaat zijn. Want samenwerken is een werkwoord.”

Met de voorzitterswissel krijgt het algemeen bestuur van VNO-NCW West ook een nieuwe vice-voorzitter. Tino Meijn, voorzitter van VNO-NCW Rijnland, zal deze rol gaan vervullen.

De regio als sleutel tot invloed

Volgens Huibers is het denken over regio’s fundamenteel aan het veranderen: “Er is een enorme drive om Nederland weer van onderop op te bouwen en te organiseren, vanuit de regio’s,” stelt hij. Voor Huibers ligt daar een duidelijke opdracht. Hij wil de positie van de regio versterken en de verbinding met Den Haag en Brussel beter benutten. “Veel ondernemers realiseren zich niet hoe sterk VNO-NCW daar vertegenwoordigd is. Als wij als regio die lijnen beter gebruiken, kunnen we veel meer bereiken. Wij zijn de gateway van de regio naar de Malietoren en daarmee naar Den Haag en Brussel.”

Diversiteit als kracht

De diversiteit binnen het gebied van VNO-NCW West, Noord- en Zuid-Holland, ziet Huibers als een van de grootste krachten. Van de Rotterdamse haven tot het Westland en van de Metropoolregio Amsterdam tot Noord-Holland Noord: elke regio heeft zijn eigen economische structuur en uitdagingen. “De maakindustrie in Noord-Holland Noord is totaal anders dan de diensteneconomie in Amsterdam of de dynamiek van Rotterdam. De kunst is om die verschillen te begrijpen en te verbinden.”

Van klagen naar bieden en verleiden

Wat Huibers meeneemt uit zijn ervaring in Noordwest-Holland, is het belang van zichtbaarheid en een proactieve houding richting overheid en politiek. “Niet klagen en vragen, maar bieden en verleiden. Dan krijg je de wind mee.” Volgens hem vraagt dat om een sterke en herkenbare positie van VNO-NCW in de regio. “Als je niet zichtbaar bent, mis je invloed. En daar hebben ondernemers last van.”

Ondernemers hebben ruimte en vertrouwen nodig

Gevraagd naar wat ondernemers nu het meest nodig hebben van de overheid, is Huibers duidelijk: “Ruimte om te ondernemen in alle zinnen van het woord.” Volgens hem is Nederland te veel dichtgeregeld en gebaseerd op wantrouwen: “We hebben ons land in een keurslijf gegoten. Terwijl 99,9% van de ondernemers het goede wil doen voor hun bedrijf, hun medewerkers en de samenleving.” Hij pleit daarom voor een overheid die meer faciliteert en ondersteunt. “Niet tegenwerken, maar mogelijk maken. Dat is wat ondernemers nodig hebben.”

Samen werken aan een sterker Nederland

Voor Huibers gaat het voorzitterschap verder dan alleen economische belangen. Het raakt ook aan een bredere maatschappelijke verantwoordelijkheid. “Je kunt aan de kant staan en klagen, of je steekt je handen uit de mouwen en levert een bijdrage. Ik hou van die laatste categorie.”  Met die houding wil hij zich de komende jaren inzetten voor een sterker vestigingsklimaat en een krachtige positie van ondernemers in Noord- en Zuid-Holland.