Amsterdams Miljoenenontbijt: economische koplopers met kopzorgen 

De ochtend na Prinsjesdag kwamen tijdens vijf Miljoenenontbijten van VNO-NCW West in Den Haag, Rotterdam, Amsterdam, Oostland en Noordwest-Holland in totaal zo’n 1.300 ondernemers, politici en bestuurders bijeen. In Amsterdam zat de zaal bij de Postcode Loterij tot de laatste stoel vol. Daar bekeken ondernemers en bestuurders de Miljoenennota door een ondernemersbril en spraken zij over de toekomst van de Metropoolregio Amsterdam. 

Voorzitter van VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam Haico Spijkerboer opende het Amsterdams Miljoenenontbijt samen met gastheer Jonne Arnoldussen van de Postcode Loterij. Spijkerboer begon de ochtend met een serieuze oproep. In een wereld die snel verandert, moeten ondernemers, overheden en bestuurders over hun eigen schaduw heen durven stappen. Niet alleen het eigen belang of persoonlijk gewin moet centraal staan; ook de maatschappelijke waarde van keuzes telt. Juist nu is het nodig om verantwoordelijkheid te nemen voor het gezamenlijke belang en de samenwerking op te zoeken. 

Stabiliteit en ruimte voor ondernemers 

Onder leiding van dagvoorzitter Martijn de Greve werd minister van Defensie Dilan Yeşilgöz-Zegerius geïnterviewd over de Miljoenennota, de politieke actualiteit en de positie van ondernemers. Zij benadrukte het belang van een stabiele overheid en voorspelbaar beleid. Alleen dan hebben ondernemers voldoende vertrouwen om te investeren en te bouwen aan de toekomst van Nederland. 

Ondernemers zijn volgens Yeşilgöz de drijvende kracht achter de economie en moeten niet worden beschouwd als een ‘wandelende portemonnee’. Eric van der Burg ondersteunde die oproep. De stijgende overheidsuitgaven mogen niet steeds op ondernemers worden afgewenteld. Tegelijkertijd moet de regeldruk omlaag, zodat ondernemers meer tijd en ruimte krijgen om daadwerkelijk te ondernemen. 

Koplopers, maar ook kopzorgen 

Otto Raspe, hoofdeconoom van RaboResearch, plaatste de Miljoenennota in een breder economisch perspectief. Amsterdam behoort samen met onder meer Brainport Eindhoven en Utrecht tot de economische koplopers van Nederland. De economie groeit nog steeds en veel cijfers geven op het eerste gezicht reden voor optimisme. 

Onder die sterke bovenlaag zijn echter ontwikkelingen zichtbaar die tot zorgen stemmen. De internationale concurrentie neemt toe en de sterke positie van Nederland en de Metropoolregio Amsterdam is niet vanzelfsprekend. Raspe omschreef het als de top van een ijsberg: wie alleen naar de zichtbare economische cijfers kijkt, mist de onderstromen die bepalend zijn voor onze toekomstige welvaart. 

Een belangrijk aandachtspunt is de arbeidsproductiviteit. Die groeit in Nederland nauwelijks, terwijl meer uren werken steeds minder een oplossing biedt voor de krapte op de arbeidsmarkt. De huidige economische groei van circa 1,1 procent is volgens de gedeelde inzichten onvoldoende. Om de publieke voorzieningen en toekomstige brede welvaart te kunnen blijven betalen, is een groei van 1,5 tot 2 procent nodig. Dat vraagt om forse investeringen in innovatie en productiviteit. 

Juist daar ligt een kwetsbaarheid. Bedrijven investeren relatief weinig, mede door onzekerheid over het overheidsbeleid. De economische groei wordt momenteel vooral gedragen door consumentenbestedingen en overheidsuitgaven, en veel minder door bedrijfsinvesteringen. Terwijl juist die investeringen nodig zijn voor innovatie, verduurzaming en toekomstige productiviteitsgroei. 

Economische groei is niet hetzelfde als brede welvaart 

Raspe vroeg daarnaast aandacht voor de brede welvaart. Economische groei leidt niet automatisch tot meer welzijn. Sinds de coronaperiode staan onder meer geluk, woontevredenheid en sociale contacten onder druk. Ook in Amsterdam gaat economische groei niet vanzelfsprekend samen met een hogere ervaren kwaliteit van leven. 

Die ontwikkeling is ook zichtbaar bij jongvolwassenen. Zij hechten veel waarde aan persoonlijke ontwikkeling, duurzaamheid en een goede balans tussen werk en privé. Tegelijkertijd is hun ervaren baanzekerheid met 7,7 procent gedaald, tegenover gemiddeld 2,5 procent. Ook hun gevoel van veiligheid nam sterker af dan gemiddeld. Sinds 2002 is bovendien 14 procent van de werkgelegenheid voor jongeren tot circa 25 jaar verdwenen, mede als gevolg van technologische ontwikkelingen en de opkomst van AI. 

Voor werkgevers ligt hier een belangrijke opgave. Jong talent aantrekken en behouden vraagt niet alleen om een goed salaris, maar ook om perspectief, zekerheid en ontwikkelmogelijkheden. Een aantrekkelijke werkgever biedt ruimte aan verschillende achtergronden en manieren van denken. Een inclusieve bedrijfscultuur helpt om nieuwe ideeën, perspectieven en talent daadwerkelijk tot hun recht te laten komen. 

De rode draad: toekomstige groei vraagt om investeringen in mensen, innovatie en aantrekkelijk werkgeverschap. 

Ondernemen in Amsterdam 

In het afsluitende panel gingen Sonja Boelhouwer van Albert Heijn, wethouder Economie Melanie van der Horst en Maurits Schönfeld van Uber met Martijn de Greve en de aanwezigen in gesprek. Daarbij kwamen de knelpunten aan bod die grote bedrijven in Amsterdam ervaren, maar werd vooral vooruitgekeken: hoe kunnen overheid en bedrijfsleven beter samenwerken aan een sterk ondernemings- en vestigingsklimaat? 

Die samenwerking is nodig om bedrijven in de regio te laten investeren, vernieuwen en groeien. Daarbij gaat het niet alleen om het oplossen van concrete knelpunten, maar ook om het opbouwen van wederzijds vertrouwen. Ondernemers hebben behoefte aan duidelijkheid en uitvoerbaar beleid; de overheid heeft de kennis, investeringskracht en creativiteit van ondernemers nodig om maatschappelijke opgaven aan te pakken. 

Volle zaal en waardevolle ontmoetingen 

Het Amsterdams Miljoenenontbijt was niet alleen inhoudelijk sterk, maar ook een bijzonder netwerkmoment. De opkomst overtrof de verwachtingen: er werden extra stoelen bijgeplaatst. Ondernemers, politici en bestuurders spraken bestaande relaties, legden nieuwe contacten en trapten samen het nieuwe politieke en economische jaar af. 

VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam dankt alle sprekers en aanwezigen en in het bijzonder partners Rabobank Amsterdam en de Postcode Loterij voor hun bijdrage aan deze geslaagde ochtend. 

De foto’s van het Amsterdams Miljoenenontbijt zijn te bekijken in de exclusieve ledenapp. 

Bijna de helft van de ondernemers verwacht het komend jaar investeringen in het eigen bedrijf uit te stellen. Wisselend overheidsbeleid is daarvan de belangrijkste reden. Dat raakt bedrijfsinvesteringen in Noord- en Zuid-Holland in belangrijke zaken als innovatie, verduurzaming en medewerkers, en daarmee de economische groei die Nederland nodig heeft om de stijgende overheidsuitgaven te kunnen blijven betalen. Dit blijkt uit de jaarlijkse PrinsjesdagPeiling van VNO-NCW en MKB-Nederland.  

Ondernemers in Noord- en Zuid-Holland zijn somberder over de ontwikkeling van onze economie en maken zich in meerderheid zorgen over gevolgen van de internationale spanningen voor hun eigen bedrijf. De grootste reden voor het uitstellen van investeringen is de onzekerheid over de koers van de overheid. Ondernemers weten onvoldoende welke regels, lasten en voorwaarden de komende jaren gaan gelden. Ook zijn ze iets negatiever over de economie dan vorig jaar. Bijna drie op de tien beoordeelt deze als (zeer) slecht en ruim de helft is (zeer) somber over de ontwikkeling van de economie de komende 12 maanden. 

Knelpunten voor ondernemers 

Regeldruk is het belangrijkste knelpunt voor ondernemers. Op nummer twee en drie staan lagere werkgeverslasten en een beter werkend stelsel rond ziekte en arbeidsongeschiktheid, waarbij loondoorbetaling bij ziekte en bijbehorende re-integratieverplichtingen het meest concrete punt is. Over de betrouwbaarheid van politiek en bestuur zijn ondernemers iets minder negatief dan een jaar geleden, al is nog steeds acht op de tien daar ontevreden over. Na het aantreden van kabinet-Jetten is de totale ontevredenheid iets afgenomen en is de groep die positief oordeelt licht gegroeid.   

Onbetaalbare stijgende overheidskosten 

Uitblijvende investeringen vormen een probleem voor heel Nederland. Investeringen zijn noodzakelijk om de productiviteit en het verdienvermogen van Nederland te versterken. De huidige economische groei is te laag om in de toekomst de stijgende overheidsuitgaven aan onder andere zorg, sociale zekerheid en veiligheid te kunnen blijven betalen.  

VNO-NCW West roept de politiek op om een gezamenlijke investerings- en groeikoers neer te zetten. Daarbij moeten de belangrijkste belemmeringen snel worden aangepakt zodat bedrijven in Nederland kunnen investeren. Dat zijn onder andere de hoge lastendruk, regeldruk, netcongestie, trage vergunningverlening en achterstallige investeringen in infrastructuur. Belangrijk is verder dat de agenda van Wennink wordt uitgevoerd.  

Over de PrinsjesdagPeiling 

De PrinsjesdagPeiling 2026 is uitgevoerd door Kieskompas in opdracht van VNO-NCW en MKB-Nederland. De online vragenlijst is ingevuld tussen 23 juli en 25 augustus 2026 door 3.473 ondernemers en bestuurders van bedrijven. De resultaten zijn representatief gemaakt voor provincie en branche. 

In het recente artikel over de Economische Verkenningen werd betwijfeld of we Tata Steel, de datacenters van Microsoft en Schiphol in hun huidige omvang willen behouden. Henri de Groot, een van de wetenschappers, vraagt zich in dat artikel onder meer af of Nederland een vlieghub van de huidige omvang nodig heeft, met Heathrow en Frankfurt in de buurt.

Dat vind ik een opmerkelijke vraag op juist dit moment.

We constateren immers dat onze internationale concurrentiepositie onder druk staat, dat de productiviteitsgroei omhoog moet en dat investeringen, innovatie en vernieuwing noodzakelijk zijn. Dan moeten we oppassen dat we de economische kracht die we al hébben niet vooral gaan beschouwen als een probleem dat ruimte inneemt.

Grote bedrijven, industrie en internationale verbindingen staan niet op zichzelf. Ze maken deel uit van economische ecosystemen waarin bedrijven, kennisinstellingen, werknemers, toeleveranciers en innovatieve ondernemingen elkaar versterken. Juist in een kennisintensieve regio als de MRA is die samenhang van groot belang.

Dat betekent niet dat alles moet blijven zoals het is. Integendeel. Ook Schiphol, industrie en digitale infrastructuur zullen moeten vernieuwen en verduurzamen. En ja, in een regio waarin ruimte, energie en arbeid schaars zijn, zullen keuzes gemaakt moeten worden.

Laten we die keuzes dan maken op basis van hun volledige economische én maatschappelijke betekenis. Niet alleen op basis van hoeveel ruimte of energie een activiteit vandaag gebruikt, maar ook op basis van de bijdrage aan innovatie, productiviteit, internationale connectiviteit, strategische autonomie en het toekomstige verdienvermogen van onze regio.

We kunnen ons alleen de luxe veroorloven om een brede interpretatie van brede welvaart mee te nemen in de economische verkenningen, als de positie die het verdienvermogen die die brede welvaart voor elkaar moet krijgen niet zo onder druk staat. Bijvoorbeeld door een verslechterd investeringsklimaat, een kantelende concurrentiepositie en de geopolitieke situatie. We moeten daarom voorkomen dat brede welvaart een afwegingskader wordt waarin het economische fundament steeds verder naar de achtergrond verdwijnt.

De vraag is daarom wat mij betreft niet óf we moeten kiezen tussen economische groei en brede welvaart.

De veel belangrijkere vraag is: hoe zorgen we ervoor dat de Metropoolregio Amsterdam over tien of twintig jaar nog voldoende verdienvermogen heeft om die brede welvaart te dragen?

Vernieuwen moeten we zeker. Maar laten we daarbij koesteren waar we sterk in zijn en van daaruit bouwen aan de economie van morgen.

Trudie van ’t Hull-Bettink
Belangenbehartiger VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam

De Provincie Noord-Holland heeft op 15 juni 2026 de ontwerp-omgevingsvisie gepubliceerd. Voor ondernemers is dit een belangrijk document: de visie bepaalt in belangrijke mate waar ruimte komt voor economische activiteiten, bedrijvigheid, energie-infrastructuur en toekomstige ontwikkelingen. VNO-NCW West ziet dat de provincie het belang van een sterke economie nadrukkelijk erkent, maar dat deze ambitie nog onvoldoende wordt vertaald naar de ruimte, infrastructuur en ontwikkelmogelijkheden die daarvoor nodig zijn.

VNO-NCW West heeft input opgehaald bij leden en vervolgens samen met branche- en ondernemersverenigingen een zienswijze opgesteld. Positief is dat de economie in de ontwerp-omgevingsvisie een duidelijkere plaats krijgt en dat de provincie het belang onderkent van strategische economische clusters, vitale bedrijventerreinen en een sterke regionale economie. Dit is belangrijk, want juist een sterke economie is een randvoorwaarde voor het realiseren van maatschappelijke opgaven zoals woningbouw, de energietransitie, bereikbaarheid en brede welvaart.

Om deze ambitie waar te maken, moet de omgevingsvisie de economische koers ook vertalen naar de ruimtelijke keuzes en randvoorwaarden die daarvoor nodig zijn. Wij constateren dat deze vertaling in de ontwerp-omgevingsvisie onvoldoende plaatsvindt. Op verschillende onderdelen wordt de ontwikkelruimte voor economie, woningbouw en innovatie beperkt door een stapeling van voorwaarden, afzonderlijke afwegingsprincipes en een terughoudende benadering van ruimtelijke ontwikkeling.

Ontwikkelen en beschermen

De rode draad van deze zienswijze is dat economische ontwikkeling, woningbouw, bereikbaarheid, energie, water en leefomgeving niet als afzonderlijke belangen moeten worden benaderd, maar in onderlinge samenhang moeten worden afgewogen. Wanneer ieder belang afzonderlijk wordt beoordeeld, bestaat het risico dat de stapeling van voorwaarden en afwegingsprincipes ontwikkelingen onnodig belemmert, terwijl deze juist aan meerdere provinciale ambities kunnen bijdragen. De omgevingsvisie kan daarin sterker richting geven door niet alleen te beschermen en te begrenzen, maar ook expliciet ruimte te bieden voor ontwikkeling.

Concreet vragen wij de provincie om voldoende ontwikkelruimte voor bedrijven en strategische economische clusters, een integrale afweging van provinciale belangen, een toekomstbestendige energie- en bereikbaarheidsinfrastructuur en voldoende ruimte om ook toekomstige economische ontwikkelingen mogelijk te maken.

In de zienswijze roepen wij de provincie op om:

  • de economische ambitie te vertalen naar ruimtelijke keuzes
    De omgevingsvisie erkent het belang van een sterke economie. Zorg ervoor dat deze ambitie ook zichtbaar terugkomt in de ruimtelijke keuzes, afwegingsprincipes en gebiedsgerichte uitwerkingen.
  • te kiezen voor ontwikkelen én beschermen van ruimte voor bedrijven: intensiveren waar mogelijk, uitbreiden waar nodig
    Noord-Holland heeft zowel intensivering van bestaande bedrijventerreinen als gerichte uitbreiding nodig. Het is geen of-of maar en-en. Bied ruimte aan beide waar dat ruimtelijk en economisch wenselijk is. Stimuleer daarnaast clustering van bedrijvigheid, zodat de schaarse ruimte efficiënter wordt benut en ruimte behouden blijft voor natuur, recreatie en landbouw.
  • ruimte te geven aan economische clusters
    Bescherming alleen is niet voldoende. Geef strategische economische clusters, zoals het Noordzeekanaalgebied, Schiphol, Seed Valley, Energy & Health Campus Petten, Agriport en Boekelermeer, ook de ontwikkelruimte die nodig is voor innovatie, verduurzaming, strategische autonomie en een concurrerende economie. Veranker deze keuzes expliciet in de omgevingsvisie.
  • extra vestigingsvoorwaarden te vervangen door investeringen in economische ecosystemen
    De omgevingsvisie introduceert zes aanvullende vestigingsvoorwaarden voor nieuwe bedrijvigheid. Daarmee verschuift de aandacht van het mogelijk maken van economische ontwikkeling naar het toevoegen van nieuwe voorwaarden. Wij pleiten ervoor deze te schrappen en in plaats daarvan te investeren in sterke economische ecosystemen met de randvoorwaarden die economische ontwikkeling mogelijk maken: voldoende fysieke en milieuruimte, bereikbaarheid, energie-infrastructuur en een voorspelbaar vestigingsklimaat.
  • te investeren in een toekomstbestendige energie-infrastructuur
    Netcongestie vormt een directe belemmering voor economische ontwikkeling, woningbouw en de energietransitie. Positioneer energie-infrastructuur daarom nadrukkelijk als ruimtelijke randvoorwaarde voor ontwikkeling, maak expliciete keuzes om de capaciteit van het energiesysteem uit te breiden en houd de omgevingsvisie technologieneutraal, zodat ook toekomstige energie-innovaties de ruimte krijgen.
  • te investeren in een toekomstbestendige bereikbaarheid
    Een goede bereikbaarheid van de provincie is cruciaal zodat inwoners goed kunnen wonen en werken. Bereikbaarheid is geen afzonderlijk mobiliteitsvraagstuk, maar een ruimtelijke randvoorwaarde voor economische ontwikkeling, woningbouw en brede welvaart. Een duidelijke langetermijnambitie hierover ontbreekt nu nog. Formuleer daarom in de omgevingsvisie een duidelijke langetermijnvisie op de bereikbaarheid van Noord-Holland en leg vast welke infrastructuur nodig is om de economische clusters, woningbouwlocaties en internationale verbindingen richting 2050 te ondersteunen.
  • wonen en werken in samenhang te ontwikkelen
    Voldoende en passende woningbouw is niet alleen een maatschappelijke opgave, maar ook een economische randvoorwaarde. Tegelijkertijd mogen woningbouw en andere functies niet ten koste gaan van de ruimte die bedrijven nodig hebben. Weeg wonen, werken, bereikbaarheid en leefomgeving daarom in samenhang af en voorkom dat ontwikkelingen op voorhand worden uitgesloten.
  • ruimte te houden in de omgevingsvisie voor de economie van morgen
    Een omgevingsvisie met een horizon tot 2050 moet ruimte bieden aan nieuwe technologieën, innovatieve bedrijvigheid en economische ontwikkelingen die nu nog niet volledig zijn te voorzien. Voorkom dat de optelsom van voorwaarden en beperkingen toekomstige ontwikkelingen op voorhand uitsluit.

Lees hier de volledige zienswijze, waarin we onze voorstellen verder onderbouwen met concrete voorbeelden uit Noord-Holland en verwijzingen naar de ontwerp-omgevingsvisie.

Nederland dreigt vast te lopen door groeiende tekorten voor onderhoud, vervanging en uitbreiding van de infrastructuur. Daarom roepen overheden, het bedrijfsleven en organisaties uit de mobiliteits-, logistieke en bouwsector het kabinet gezamenlijk op om structureel meer middelen vrij te maken en de begrotingssystematiek aan te passen. VNO-NCW West ondersteunt deze boodschap en sluit zich aan bij de oproep. 

Voor ons is de volgorde helder: eerst moet het kabinet voldoende middelen beschikbaar stellen om de infrastructuur op orde te brengen en toekomstbestendig te maken. Hier hebben wij in juni ook al aandacht voor gevraagd. Pas daarna kan serieus worden bepaald welke projecten als eerste worden uitgevoerd. Prioriteren binnen een structureel te klein budget biedt geen oplossing. 

Infrastructuur raakt het hele kabinet 

Goede infrastructuur is veel meer dan een mobiliteitsvraagstuk. Wegen, spoorlijnen, vaarwegen, bruggen en tunnels vormen de basis voor woningbouw, economische groei, veiligheid en nationale weerbaarheid. Bedrijven zijn ervan afhankelijk voor het vervoer van personeel en goederen. 

De kosten van infrastructuur drukken nu vooral op de begroting van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, terwijl de opbrengsten bij vrijwel alle beleidsterreinen terechtkomen. Investeringen in bereikbaarheid dragen immers ook bij aan wonen, economie, defensie en brede welvaart. De infrastructuuropgave vraagt daarom om verantwoordelijkheid van het kabinet als geheel. 

Tekorten lopen op tot tientallen miljarden 

De financiële opgave is groot. Volgens cijfers van het kabinet en de Algemene Rekenkamer bedraagt het tekort voor exploitatie, onderhoud en vernieuwing van de netwerken van Rijkswaterstaat tot en met 2038 circa € 34,5 miljard. Voor het spoor loopt het tekort op tot ongeveer € 20 miljard. Voor ontwikkelprojecten, waaronder de herstart van eerder gepauzeerde projecten, is naar schatting nog eens € 30 miljard nodig. 

De gevolgen zijn steeds zichtbaarder. Ongeveer tachtig bruggen en sluizen hebben inmiddels gewichts- of doorvaartbeperkingen. Meer dan honderd andere objecten staan onder verhoogd toezicht vanwege veiligheidsrisico’s. Ook ProRail ziet zich genoodzaakt over te schakelen op een minimumscenario voor onderhoud. 

Achterstallig onderhoud leidt tot vertragingen, omrijdkosten en onzekerheid voor reizigers en goederenvervoer. Noodmaatregelen en uitstel maken het uiteindelijke herstel bovendien duurder. Ook provincies en gemeenten, die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor ongeveer 80 procent van de Nederlandse infrastructuur, beschikken niet over voldoende financiële middelen voor alle noodzakelijke onderhouds- en vervangingsopgaven. 

Onderhoud én uitbreiding zijn nodig 

De bestaande infrastructuur moet zo snel mogelijk op orde worden gebracht. Tegelijkertijd kan Nederland zich niet beperken tot onderhoud en vervanging. De komende jaren moeten honderdduizenden woningen worden gebouwd, blijven bedrijven investeren en nemen vervoersstromen toe. Dat vraagt ook om nieuwe infrastructuur en extra capaciteit. 

Voor Noord-Holland blijven onder meer het Zuidasdok en de verlenging van de Noord/Zuidlijn naar Schiphol en Hoofddorp van groot belang. Deze projecten verbeteren de bereikbaarheid van Schiphol en de Zuidas, ondersteunen woningbouw en creëren extra capaciteit in een gebied waar het vervoerssysteem steeds verder onder druk staat. 

In Zuid-Holland zijn investeringen in de Oude Lijn tussen Leiden en Dordrecht essentieel voor de bereikbaarheid van woningbouwlocaties, campussen en economische clusters. Ook moeten de verbindingen van en naar de Rotterdamse haven op peil blijven. Deze corridor is niet alleen een economische slagader, maar speelt ook een cruciale rol in de bevoorrading en weerbaarheid van Nederland en Europa. 

De koek moet groter 

VNO-NCW West begrijpt dat bij de uitvoering keuzes nodig zijn. Maar een afwegingskader binnen een structureel te klein budget bepaalt uiteindelijk alleen welke projecten, regio’s of sectoren als eerste vastlopen. De beschikbare middelen moeten daarom omhoog. 

De gezamenlijke coalitie roept het kabinet op om: 

  1. De infrastructuuropgave een centrale plaats te geven in de rijksbegroting en structureel meer geld beschikbaar te stellen voor beheer, onderhoud, vervanging, renovatie en uitbreiding. 
  2. Samen met de betrokken partijen een langjarig nationaal investerings- en financieringsplan te ontwikkelen.
  3. De begrotings- en financieringssystematiek zo aan te passen dat investeringen in infrastructuur worden gestimuleerd.
  4. Vast te houden aan eerder gemaakte MIRT-afspraken en ruimte te creëren voor nieuwe aanleg- en uitbreidingsprojecten. 

Investeer structureel in het wegwerken van achterstallig onderhoud én zorg dat strategische projecten voor de lange termijn doorgang kunnen vinden. Pas daarna kan worden bepaald welke projecten als eerste worden uitgevoerd. 

Want zonder extra investeringen loopt Nederland niet alleen vast op de weg, het spoor en het water, maar ook in zijn woningbouw, economische ontwikkeling en weerbaarheid.

De aanhoudende droogte deze zomer is zorgelijk. Verschillende sectoren, waaronder de land- en (glas)tuinbouw, industrie, logistiek en recreatie, ondervinden hinder en schade. Ook andere bedrijven worden (indirect) geraakt. Door de lage waterstanden kunnen binnenvaartschepen minder vracht vervoeren, waardoor transportkosten oplopen. In de land- en (glas)tuinbouw zetten droogte en hitte de gewasopbrengsten onder druk, met gevolgen voor de verschillende schakels van de agrofoodketen. In de recreatiesector leidt de droogte tot meerdere problemen. Naast voor de watersportbedrijven heeft het gevolgen voor de gehele economische keten – jachthavens, verhuur, horeca, campings en retail. Ook leidt een verhoogd risico op natuurbranden tot extra maatregelen en onzekerheid, bijvoorbeeld voor campings en recreatieondernemers in natuurgebieden. Als de droogte aanhoudt, zullen steeds meer sectoren direct of indirect met de gevolgen te maken krijgen. VNO-NCW en MKB-Nederland staan hierover in nauw contact met hun leden en met de betrokken ministeries en overheden.

Ook in Noord- en Zuid-Holland zijn de gevolgen duidelijk merkbaar. In het Westland en Delfland vormt de beperkte beschikbaarheid van water een directe bedreiging voor de glastuinbouw. Zonder voldoende water komt de productie stil te liggen, waarbij vooral grondgebonden teelten zwaar worden getroffen. In de Rotterdamse haven en de binnenvaart leidt de lage waterstand eveneens tot grote problemen. Binnenvaartschepen kunnen minder vracht vervoeren, waardoor niet alleen vervoerders, maar ook nationale en internationale bedrijven die afhankelijk zijn van de aan- en afvoer van goederen worden geraakt. Het sluiten van sluizen vanwege de extreme droogte onderstreept bovendien de noodzaak om overheden, havenpartijen, de binnenvaart en het bedrijfsleven beter te laten samenwerken aan toekomstige noodscenario’s en samen aan structurele oplossingen te werken.

Door klimaatverandering nemen de frequentie en intensiteit van weerextremen, zoals droogte, hitte en extreme neerslag, toe. Structurele maatregelen zijn noodzakelijk om Nederland weerbaarder te maken tegen de gevolgen van klimaatverandering. We moeten veel meer water vasthouden: lokaal, bijvoorbeeld in wadi’s, én regionaal in grotere waterbergingsgebieden. Zulke projecten kunnen meerdere doelen dienen door waterberging te combineren met natuur, recreatie en een koelere leefomgeving tijdens hete perioden. Ook zijn aanvullende investeringen in infrastructuur nodig om rivieren en kanalen ook tijdens droge zomers zo goed mogelijk bevaarbaar te houden en de beschikbaarheid van water op peil te houden.

De urgentie vraagt om tempo van de overheid. De OESO wijst erop dat Nederland weliswaar internationaal vooroploopt op het gebied van waterveiligheid, maar dat de aanpak van droogte, hitte en andere klimaatadaptatie-opgaven kan worden versneld. Ondernemers kunnen en willen investeren in hun weerbaarheid, maar zijn daarbij afhankelijk van tijdige en samenhangende publieke investeringen en overheidsbeleid dat voortvarend wordt uitgevoerd. Daarbij zien we dat de effecten van droogte nu reeds voelbaar zijn. Zo kostte de droogte van 2018 de Nederlandse en Duitse economie samen zo’n €2,8 miljard volgens een studie van de Erasmus universiteit.

Om de effecten van de huidige droogte op te vangen, is het van belang dat we allemaal spaarzaam omgaan met water. Veel bedrijven investeren al in maatregelen die hen gereed maken voor een veranderend klimaat. VNO-NCW en MKB-Nederland steunen het Nationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing en werken samen met bedrijven, drinkwaterbedrijven en de overheid aan slimmer watergebruik, waterbesparing en hergebruik van water. Aanvullende adviezen vanuit de Rijksoverheid over hoe ondernemers zich het beste kunnen aanpassen aan klimaatverandering zijn daarbij wenselijk.

Voor de korte termijn blijven VNO-NCW en MKB-Nederland nauw in contact met hun leden en regionale verenigingen om de gevolgen van de droogte voor ondernemers en sectoren in beeld te houden. Zo kunnen we signalen tijdig ophalen en hierover in gesprek gaan met de betrokken ministeries. Daarbij zetten we ons ervoor in dat alle economische belangen zorgvuldig worden meegewogen, noodzakelijke maatregelen uitvoerbaar zijn voor ondernemers en de impact op bedrijven zoveel mogelijk beperken. Goede en tijdige communicatie is hierbij essentieel.

We roepen ondernemers daarom op hun ervaringen en concrete voorbeelden van de gevolgen van de droogte met ons te delen. Daarbij horen we ook graag welke maatregelen zij zelf nemen en tegen welke knelpunten zij aanlopen. Deze praktijkvoorbeelden helpen ons om de urgentie richting overheid en politiek te onderbouwen en te pleiten voor passende maatregelen. Dit kan via vanthullbettink@vno-ncwwest.nl.

Noord- en Zuid-Holland behoren tot de economische motoren van Nederland. Ondernemers in beide provincies zorgen voor werkgelegenheid, innovatie en verduurzaming en leveren daarmee een belangrijke bijdrage aan het Nederlandse verdienvermogen en onze brede welvaart. Om die positie te behouden, moeten bedrijven kunnen rekenen op een aantrekkelijk en toekomstbestendig ondernemingsklimaat.

Dat vraagt om de juiste randvoorwaarden. Ondernemers moeten tijdig een aansluiting op het elektriciteitsnet kunnen krijgen, bereikbaar blijven – ook tijdens noodzakelijk onderhoud aan wegen en infrastructuur – en toegang hebben tot voldoende goed opgeleid personeel. Daarnaast is fysieke ruimte nodig om te kunnen groeien, verduurzamen en vernieuwen.

Provincies hebben veel invloed op deze voorwaarden. Zij maken keuzes over onder meer ruimte voor bedrijven, energie-infrastructuur, bereikbaarheid, woningbouw, arbeidsmarkt en regionale economische ontwikkeling. VNO-NCW West brengt daarom voortdurend de belangen en knelpunten van ondernemers onder de aandacht van provinciale politici en bestuurders.

Ondernemersgeluid richting de Provinciale Statenverkiezingen

Op 17 maart 2027 kiezen de inwoners van Noord- en Zuid-Holland nieuwe Provinciale Staten. In aanloop naar deze verkiezingen wil VNO-NCW West ervoor zorgen dat het ondernemersgeluid duidelijk doorklinkt in de verkiezingsprogramma’s, het politieke debat en uiteindelijk in het beleid van de nieuwe provinciebesturen.

Daarom hebben we voor zowel Noord-Holland als Zuid-Holland een ondernemersmanifest opgesteld. Hierin staat wat ondernemers nodig hebben om te kunnen blijven investeren, groeien en verduurzamen. De manifesten zijn bedoeld voor politieke partijen, kandidaat-Statenleden en toekomstige gedeputeerden, maar laten ook ondernemers zien voor welke onderwerpen VNO-NCW West zich namens hen inzet.

Onze boodschap is helder: geef ondernemers de ruimte en voorwaarden om te ondernemen. Alleen dan kunnen zij banen blijven creëren, investeren in innovatie en verduurzaming en bijdragen aan een sterke economie en brede welvaart in Noord- en Zuid-Holland.

Download de ondernemersmanifesten

Mooi om te zien hoeveel ondernemers, kennisinstellingen, Defensiepartners en overheden gisteren samenkwamen bij Unmanned Valley voor Zakendoen met Defensie: Sterk, slim en samen, georganiseerd door VNO-NCW Rijnland, Rabobank en Key Region Leiden.

De regio Rijnland heeft alles in huis om een sleutelrol te spelen in de defensie- en veiligheidssector. Met toonaangevende kennisinstellingen, innovatieve bedrijven, een sterke ruimtevaart- en hightechsector én initiatieven als Unmanned Valley komt hier innovatiekracht samen met maatschappelijke urgentie. Juist daarom was het waardevol om tijdens deze bijeenkomst te verkennen hoe ondernemers kunnen inspelen op de groeiende investeringen in veiligheid, weerbaarheid en strategische autonomie.

Tijdens de middag werd duidelijk dat de samenwerking tussen Defensie, bedrijfsleven en kennisinstellingen niet langer een optie is, maar een noodzaak. Tegelijkertijd biedt deze ontwikkeling ondernemers volop kansen om met innovaties en nieuwe samenwerkingen bij te dragen aan een sterker Nederland én een sterkere economie.

Dank aan onze sprekers voor hun inspirerende bijdragen en open inkijk in de kansen en uitdagingen die voor ons liggen:
🔹 Hugo Leyte (Ministerie van Defensie)
🔹 Christine Foekens (Ministerie van Defensie)
🔹 Siete Hamminga (Robin Radar Systems)
🔹 Yorick Cramer (Rabobank)

Ook veel dank aan de sprekers van de break-outsessies over cyberweerbaarheid, dual-use innovaties en reservistenbeleid voor hun waardevolle praktijkinzichten:
🔹 Harm Teunis en Jamil Sosa (ESET)
🔹 Jos Maccabiani (InnovationQuarter & Defensie Regioteam Zuid-Holland)
🔹Renée Uiterwijk en Martijn van Galen (AReS)

Een speciaal woord van dank aan Unmanned Valley voor de gastvrijheid en aan dagvoorzitter Alex de Vries voor het begeleiden van een inspirerende middag.

📸 De foto’s en aftermovie van de dag, gemaakt door QuickWorks Video & Multimedia Productions, zijn beschikbaar in onze exclusieve ledenapp.

Vanaf 1 juli 2026 verandert de manier waarop schaarse ruimte op het elektriciteitsnet wordt verdeeld. In gebieden waar het stroomnet vol zit, komen ook kleinverbruikers op de wachtlijst voor een nieuwe of zwaardere aansluiting. Voor veel ondernemers betekent dit dat uitbreiding, verduurzaming en elektrificatie minder vanzelfsprekend worden. 

Tegelijkertijd biedt de nieuwe situatie ook aanleiding om slimmer met energie om te gaan en samen te werken aan oplossingen. 

Het stroomnet raakt steeds voller 

Nederland gebruikt steeds meer elektriciteit. Bedrijven verduurzamen hun processen, stappen over van gas naar elektriciteit, investeren in laadinfra en elektrificeren hun wagenpark. Ook huishoudens gebruiken steeds meer stroom door warmtepompen, elektrische auto’s en inductie koken. 

Op steeds meer plekken ontstaat daardoor netcongestie: er is tijdelijk of structureel onvoldoende capaciteit beschikbaar om alle gevraagde stroom te transporteren. 

De impact hiervan is inmiddels groot. Op dit moment staan al ongeveer 15.000 grootverbruikers op een wachtlijst voor een nieuwe of zwaardere aansluiting. Vanaf 1 juli 2026 worden ook kleinverbruikers onderdeel van dit systeem. 

Waarom verandert dit? 

Tot nu toe reserveerden netbeheerders capaciteit voor kleinverbruikers (aansluitingen tot 3 x 80 ampère). Daardoor konden veel kleinere bedrijven, winkels, horecazaken en huishoudens ook in congestiegebieden relatief snel een nieuwe of zwaardere aansluiting krijgen. 

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft besloten dat dit voordeel vervalt. Volgens de ACM moeten klein- en grootverbruikers gelijk worden behandeld. Daarom komen vanaf 1 juli 2026 ook kleinverbruikers op dezelfde wachtlijst terecht. 

De ACM wil daarmee zorgen voor een eerlijkere verdeling van de schaarse netcapaciteit. 

Wie krijgt voorrang? 

In principe worden aanvragen behandeld op volgorde van binnenkomst. Voor een aantal maatschappelijke functies geldt echter een uitzondering. Deze krijgen voorrang via het zogenoemde prioriteringskader. 

  1. Congestieverzachters

Dit zijn partijen die helpen om ruimte vrij te maken op het elektriciteitsnet, bijvoorbeeld door energieopslag of flexibel energiegebruik. Deze categorie geldt alleen voor aansluitingen groter dan 3 x 80 ampère. 

  1. Veiligheid en acute zorg

Hieronder vallen onder meer politie, brandweer, defensie en acute gezondheidszorg. Deze organisaties krijgen voorrang bij zowel kleine als grote aansluitingen. 

  1. Basisbehoeften

Organisaties die voorzien in maatschappelijke basisvoorzieningen, zoals woningbouw, onderwijs, openbaar vervoer en warmtevoorzieningen, krijgen eveneens voorrang. 

Belangrijk om te benadrukken: voorrang betekent niet dat een aansluiting direct beschikbaar is. Ook deze partijen moeten wachten totdat er daadwerkelijk capaciteit vrijkomt. 

Wat gebeurt er tussen 1 juli 2026 en 1 januari 2027? 

Er geldt een overgangsperiode. 

De capaciteit die voorheen voor kleinverbruikers werd gereserveerd, wordt eerst ingezet voor congestieverzachters en organisaties die zorgen voor veiligheid en acute zorg. Vervolgens komen projecten die voorzien in basisbehoeften, zoals woningbouw, scholen en warmtevoorzieningen, aan bod. 

Vanaf 1 januari 2027 wordt de resterende capaciteit toegevoegd aan de gezamenlijke wachtlijst. Pas daarna kunnen ook aanvragen zonder maatschappelijke prioriteit worden behandeld, mits er ruimte beschikbaar is. 

Wat betekent dit voor ondernemers? 

Voor ondernemers is vooral belangrijk dat een nieuwe of zwaardere aansluiting minder vanzelfsprekend wordt. Dat geldt niet alleen voor grote bedrijven, maar ook voor kleinere ondernemers met een kleinverbruikaansluiting. 

Dat kan gevolgen hebben wanneer je: 

  • je bedrijf wil uitbreiden; 
  • een pand wil verduurzamen; 
  • overstapt van gas naar elektriciteit; 
  • elektrische voertuigen wil laden; 
  • machines wil elektrificeren; 
  • laadpalen, zonnepanelen of batterijen wil plaatsen; 
  • een nieuw bedrijfspand wil ontwikkelen of betrekken. 

Heb je al een aansluiting en blijf je binnen je huidige gecontracteerde vermogen? Dan verandert er niets aan je bestaande elektriciteitsvoorziening. De nieuwe regels hebben vooral gevolgen voor ondernemers die een nieuwe aansluiting aanvragen of hun bestaande aansluiting willen verzwaren. 

Wie extra capaciteit nodig heeft, doet er verstandig aan om dit zo vroeg mogelijk mee te nemen in investerings- en uitbreidingsplannen. 

Wat kun je als ondernemer wél doen? 

Hoewel uitbreiding van het elektriciteitsnet noodzakelijk blijft, zijn er ook mogelijkheden om binnen de bestaande capaciteit meer te realiseren. 

  • Breng je energieverbruik in kaart 

Veel bedrijven benutten hun gecontracteerde vermogen niet optimaal. Analyseer wanneer en waarvoor je stroom gebruikt. Mogelijk kun je pieken verminderen of beter spreiden over de dag. 

  • Onderzoek flexibiliteit 

Kunnen processen op andere tijdstippen draaien? Kun je elektrische voertuigen buiten piekuren laden? Is energieopslag interessant? Door slimmer om te gaan met energie ontstaat soms ruimte zonder dat een zwaardere aansluiting nodig is. 

  • Denk vooruit 

Neem netcapaciteit vanaf het begin mee bij investerings- en uitbreidingsplannen. Wacht niet tot een verbouwing of verduurzamingsproject al in uitvoering is. 

  • Zoek samenwerking 

Op bedrijventerreinen ontstaan steeds meer gezamenlijke oplossingen, zoals energiehubs, collectieve batterijen, slim laden en het delen van beschikbare capaciteit. Samenwerking met andere ondernemers wordt steeds belangrijker. 

  • Schakel expertise in 

Een energieadviseur of installateur kan helpen om inzicht te krijgen in het energieprofiel van je bedrijf en de meest kansrijke oplossingen te verkennen. 

  • Bekijk de situatie in jouw regio 

De gevolgen van netcongestie verschillen sterk per regio. In sommige gebieden zijn nog beperkte mogelijkheden beschikbaar, terwijl in andere gebieden wachtlijsten al langer bestaan. 

Via de Capaciteitskaart van Netbeheer Nederland kun je zien wat de situatie is in jouw regio en welke beperkingen er gelden voor nieuwe of zwaardere aansluitingen. Ook de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) biedt praktische informatie over de gevolgen van netcongestie en mogelijke oplossingsrichtingen voor ondernemers. 

Prioriteren verdeelt de schaarste, maar lost haar niet op 

Het nieuwe prioriteringskader zorgt voor een andere verdeling van de schaarste, maar creëert geen extra netcapaciteit. Zonder versnelling van netuitbreidingen, meer ruimte voor energiehubs, opslag en flexibel gebruik zullen wachttijden blijven oplopen. 

Daarom blijft een structurele aanpak van netcongestie noodzakelijk. Het bedrijfsleven, de overheid en netbeheerders hebben elkaar nodig om zowel economische ontwikkeling als verduurzaming mogelijk te houden. 

VNO-NCW West blijft zich inzetten voor oplossingen 

Voor VNO-NCW West staat vast dat ondernemers moeten kunnen blijven investeren, verduurzamen en groeien. Daarom blijven wij ons inzetten voor een versnelde uitbreiding van het elektriciteitsnet, meer ruimte voor lokale energieoplossingen en regelgeving die ondernemers helpt om zelf oplossingen te ontwikkelen. 

Daarnaast blijven wij de knelpunten die ondernemers ervaren onder de aandacht brengen bij netbeheerders, gemeenten, provincies en het Rijk. Want netcongestie raakt niet alleen individuele bedrijven, maar ook woningbouw, bereikbaarheid, verduurzaming, werkgelegenheid en de economische ontwikkeling van onze regio. 

Voor ondernemers is de boodschap helder: neem energie vroegtijdig mee in je plannen, wacht niet tot netcapaciteit een knelpunt wordt en zoek waar mogelijk de samenwerking op. Juist in een vol stroomnet worden slim energiegebruik en gezamenlijke oplossingen steeds belangrijker. 

MKB Netperspectief 

Op 1 januari 2026 is VNO-NCW het programma Netperspectief MKB gestart; MKB-ondernemers praktische hulp bieden om, ondanks netcongestie, te kunnen blijven groeien en verduurzamen. De focus ligt op oplossingen ‘rond de meter’, zoals meer data inzicht, slimme aansturing, opslag en opwek, maar ook gedegen en onafhankelijk advies van gekwalificeerde vakmensen, zoals energieadviseurs en installatiebedrijven. 

Zo krijgen ondernemers meer grip op hun energiegebruik en -kosten en kunnen ze hun weerbaarheid vergroten. 

Kijk voor meer informatie op netperspectiefmkb.nl

Met ruim 160 aanwezigen, een stralende zomeravond en verse Hollandse Nieuwe was de jaarlijkse haringparty Invloed aan de Maas opnieuw een groot succes. Op het prachtige terras van Sociëteit De Maas kwamen ondernemers, bestuurders, onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties bijeen voor gezelligheid, inspiratie en netwerken. De haring smaakte als vanouds uitstekend, terwijl gasten genoten van het uitzicht over de Maas en de skyline van Rotterdam.

De bijeenkomst werd geopend door Mai Elmar, voorzitter VNO-NCW Regio Rotterdam die het belang benadrukte van ontmoeting en samenwerking in een regio die voortdurend in beweging is. Vervolgens nam Europarlementariër Jeannette Baljeu de aanwezigen mee in haar visie op de kansen voor Rotterdam binnen Europa. Zij benadrukte dat grote maatschappelijke en economische vraagstukken alleen kunnen worden opgelost door nauwe samenwerking tussen bedrijfsleven, overheid en onderwijs. Thema’s als innovatie, verduurzaming, energie en concurrentiekracht vragen volgens haar om een gezamenlijke aanpak waarin de Rotterdamse regio een voortrekkersrol kan spelen. Die boodschap sluit aan bij haar bredere pleidooi voor een sterk Europees vestigings- en investeringsklimaat.

Een tweede podiumgesprek stond in het teken van onderwijs en arbeidsmarkt. Daar ging vicevoorzitter Gert-Jan Lammens in gesprek met Jacqueline Prins, voorzitter van het College van Bestuur van Zadkine. Zij schetste de uitdagingen waarvoor het middelbaar beroepsonderwijs staat. Studenten worden vandaag opgeleid voor beroepen die deels nog moeten ontstaan. Technologische ontwikkelingen, waaronder kunstmatige intelligentie, veranderen de arbeidsmarkt in hoog tempo. Dat vraagt volgens Prins om flexibiliteit, een leven lang ontwikkelen en een nauwe samenwerking tussen onderwijs en werkgevers.

De jaarlijkse haringparty heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een vaste waarde binnen het netwerk van VNO-NCW Regio Rotterdam. Niet alleen vanwege de uitstekende haring of de bijzondere locatie, maar vooral omdat het evenement ondernemers, bestuurders en onderwijsinstellingen samenbrengt rond de vraag hoe de regio economisch sterk, innovatief en aantrekkelijk kan blijven.

De foto’s, gemaakt door Mirjam Lems, zijn te bekijken in de exclusieve VNO-NCW West ledenapp.