VNO-NCW West steunt komst Eli Lilly naar Katwijk

De geplande productiefaciliteit van Eli Lilly biedt kansen voor werkgelegenheid, het regionale mkb en het life sciences ecosysteem rond Leiden. Daarom heeft VNO-NCW West in de Katwijkse raadscommissie steun uitgesproken voor de komst van het bedrijf. De gemeenteraad bespreekt het plan op donderdag 1 oktober.

Lilly wil in Zijlhoek-De Woerd een farmaceutische productiefaciliteit bouwen. Volgens het bedrijf gaat het om een investering van € 2,6 miljard. De plannen voorzien in circa 500 banen bij Lilly en werkgelegenheid tijdens de bouw. Ook daarna liggen er kansen voor regionale bedrijven, bijvoorbeeld als toeleverancier en bij onderhoud en dienstverlening.

“De komst van Lilly is goed nieuws voor het lokale mkb in Katwijk en de hele regio”, zei Rogier Krabbendam, directeur Public Affairs van VNO-NCW West, tijdens de raadscommissie op 17 september. “Een sterke regionale economie heeft naast een breed mkb ook grote innovatieve productiebedrijven nodig. Juist die combinatie maakt ons toekomstbestendig en weerbaar.”

De vestiging kan bovendien het ecosysteem rond het Leiden Bio Science Park versterken. Onderzoek, ontwikkeling, opschaling en hoogwaardige productie horen in de life sciences bij elkaar. Een bedrijf als Lilly brengt kennis, gespecialiseerde banen en mogelijkheden voor samenwerking met onderwijs, onderzoekers en ondernemers in de regio. VNO-NCW Rijnland werkt binnen Key Region Leiden mee aan de MKB-Actieagenda, die kennisclusters en ondernemers beter met elkaar moet verbinden.

VNO-NCW West begrijpt dat de gemeente zorgvuldig moet kijken naar de gevolgen voor de omgeving en de voorwaarden voor de vestiging. Tegelijkertijd vraagt de ondernemersvereniging de raad de economische en maatschappelijke kansen voor Katwijk en de regio zwaar mee te wegen en, wanneer het voorstel in stemming komt, een positief bindend advies te geven.

De raad beslist op 1 oktober eerst of een verzoek om een referendum over het ontwerpbesluit verder kan gaan. Als dat gebeurt, wordt het besluit over het definitief bindend advies uitgesteld. Na een positief bindend advies is het aan het college om over de omgevingsvergunning te besluiten.

Hét Miljoenenontbijt Rotterdam is elk jaar weer een drukbezochte traditie. De plek waar zo’n 300 ondernemers de dag na Prinsjesdag in alle vroegte samenkomen om te praten over de impact van de kabinetsplannen. Wat betekent de Miljoenennota voor ondernemers en de regio? Met het motto ‘Rotterdam groeit doorrr’ deelt een deskundig gastenpanel hun inzichten. 

Mai Elmar, voorzitter VNO-NCD Rotterdam en Regio: 

“Er zijn zes Miljoenenontbijten met zo’n 2.500 deelnemers. De stem uit de praktijk is belangrijk. We hebben een minderheidskabinet volgens Deens model: een bewezen cultuur van pragmatische samenwerking met beleidsakkoorden per thema. Geen zwakte, maar nuttig. Het zorgt voor een open debat en vraagt verantwoordelijkheid van de oppositie voor grote hervormingen. Het succes staat of valt met het sluiten van compromissen in het landsbelang. Betrek het bedrijfsleven daarbij als partner. We hebben elkaar nodig. Het aantijgen, klagen, verwijten of erger dient te stoppen. Er heerst somberheid, ook bij ondernemers. Betrouwbaarheid en stabiliteit van politiek en bestuur is noodzakelijk om te investeren. Dossiers als stikstof, belasting, regeldruk, lange termijnvisie zijn knelpunten. De urgentie van achterstallig onderhoud van de infrastructuur en de nijpende bereikbaarheid heeft directe economische gevolgen. Wij roepen op tot afstemming en samenwerking met alle partijen om te komen tot vernuftig plan. VNO-NCW staat klaar. We kunnen ons geen onrust of nieuwe verkiezingen veroorloven. We moeten door, met elkaar. Dat zijn we verschuldigd aan onze huidige samenleving, jonge mensen, kinderen en komende generaties.” 

Barbara Baarsma, chief economist bij PwC: 

“Draaide de economische motor van Nederland 20 tot 30 jaar gelden in belangrijke mate op de grote steden langs de A4-corridor, nu concentreert de groei zich steeds meer langs de A2-as van Amsterdam via Utrecht naar Brainport. Groot-Rijnmond groeit structureel minder hard dan deze koplopers. Toch is het nog steeds een van de grootste economieën van Nederland en ligt het niveau van de arbeidsproductiviteit boven het landelijk gemiddelde. Maar de productiviteitsgroei en dus ook de toekomstige economische groei blijft achter. De regio benut haar agglomeratievoordelen onvoldoende en zet de mogelijkheden onvoldoende om in nieuw verdienvermogen. De regio beschikt over de grootste haven van Europa, een sterke industriële basis, een strategische geografische ligging, een omvangrijke arbeidsmarkt, de Erasmus Universiteit Rotterdam, hogescholen en roc’s. Vlakbij ligt het sterkste innovatie-ecosysteem van Nederland: rond TU Delft met kennis van robotica, kunstmatige intelligentie, energietechnologie en quantum. De uitdaging is om die kennis beter te verbinden met de economie van Groot-Rijnmond, de haven, de energietransitie, de industrie en nieuwe groeibedrijven. Rotterdam heeft alles in huis om opnieuw een van de economische groeimotoren van Nederland te worden. Wat ontbreekt, is niet potentieel, maar een gezamenlijke visie die dat potentieel omzet in nieuw verdienvermogen. Dat vraagt om scherpe keuzes van de regio zelf, om ondernemers die durven te investeren en om een Rijk dat nationale blokkades wegneemt op het gebied van vergunningen, ruimte, energie-infrastructuur en bereikbaarheid. Nederland kan zich niet permitteren dat Groot-Rijnmond onder zijn potentieel presteert.” 

Coen van Oostrum, voorzitter VNO-NCW: 

“Het kabinet beweegt de goede kant op, maar moet sneller. Den Haag heeft de creativiteit van het bedrijfsleven hard nodig voor grote bouw- en herstelopgaven. Door knelpunten als stikstof, netcongestie en ETS zien ondernemers geen perspectief meer: grote bedrijven vertrekken, kleine bedrijven investeren niet meer. Dat is zonde, want dit is de beste plek in Europa voor industrie, waar veel mkb’s van afhankelijk zijn. Om dat te behouden moeten we de koppen bij elkaar steken. Bij Prinsjesdag heeft het kabinet de route bepaalt hoe zaken als energietransitie, weerbaarheid en verdienvermogen in beweging kunnen komen. Die toon is positief. Meer geld is welkom, maar het is een stap in de juiste richting. We moeten met ideeën komen die de overheid helpen. Ik ben van nature een optimist en ben blij dat het kabinet tempo gaat maken. Als we nu doorpakken, hoeven we niet somber te zijn. Als problemen als netcongestie en stikstof worden opgelost, schiet er in Nederland een prop los. Dan komt de woningbouw en veel andere investeringen weer op gang. Er is veel gaande in de wereld. We kunnen het ons niet veroorloven dat we een groot stikstofproblemen jarenlang laten liggen, dat we de netcongestie laten oplopen en dat we de sociale zekerheid laten bestaan zoals het jaren geleden bedacht is. We moeten inspelen op een snel draaiende wereld. Het is niet meer zo stabiel als het vroeger was. Daar vergt veel van de samenwerking tussen de overheid en het bedrijfsleven.” 

Carola Schouten, burgemeester van Rotterdam:  

“Rotterdam en de Rotterdamse ondernemers hebben goede randvoorwaarden van het rijk nodig, zoals betaalbare energie, duidelijke fiscaliteit, minder regeldruk en de mogelijkheid om te investeren. Dat is nodig om te innoveren, jongeren goed op te leiden en te zorgen dat onze ondernemers kunnen ondernemen. In die wisselwerking ligt de kracht. Het geld dat wordt uitgegeven, moet ook worden verdiend. Dat kan alleen als ondernemers kunnen ondernemen en een bijdrage kunnen leveren aan de welvaart en de innovatiekracht van ons land. De afgelopen periode kwamen sommige bedrijven rondom de haven in de knel door de hoge energieprijzen en de concurrentie vanuit andere werelddelen. De haven en alle activiteiten daaromheen hebben zo’n strategische ligging. Als we niet goed nadenken hoe we daarmee moeten omgaan, verliezen we een stukje van onze eigen strategische autonomie die we nodig hebben.” 

Jaimi van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur:  

“Ik kijk op een positieve manier terug op mijn eerste Prinsjesdag. Onze stikstofaanpak is erop gericht om het land economisch verder te brengen. We weten allemaal dat we in een slot zitten, dat we woningen willen bouwen, wegen willen aanleggen en dat we in de haven vooruit willen. Er zijn veel bedrijven die een grote bijdrage leveren aan de economie van dit land. We moeten met elkaar de innovatie en de kracht van ondernemers benutten voor de plannen in de Miljoenennota. Het is heel belangrijk dat we de economie van morgen vormgeven. Daarvoor moeten de randvoorwaarden, de vergunningen, op orde zijn. Het gaat in mijn portefeuille veel over platteland en agrarische bedrijven; ook voor de boer is het belangrijk om te kunnen vernieuwen en zijn bedrijf te kunnen doorgeven. Maar het gaat ook om al die banen en gezinnen die afhankelijk zijn van grote economische clusters in regio Rotterdam. Dat is mijn opgave. Daarom ben ik blij om bij dit Miljoenenontbijt te zijn. Weer eens iets anders dan een agrarisch erf! In de Miljoenennota staat een half miljard voor economische clusters, zoals Eindhoven en Rotterdam en een half miljard voor natuurherstel wat nodig is om uit de crisis te komen. Ondernemers moeten het perspectief hebben dat vergunningen verleend gaan worden. We moeten in de dynamiek van vandaag koersvast blijven.” 

Carola Schouten, burgemeester van Rotterdam: 

“Ik doe een appel op ondernemers: Wees goed voor uw mensen en zoek elkaar op. We moeten kennis en ondernemerschap met elkaar verbinden. We zijn mbo-hoofdstad van Nederland. Geef jongeren een kans. Eenmaal binnen worden ze vaak heel enthousiast over het bedrijf. En daarmee is het win-win: je geeft jongeren een kans en jij hebt er een goede arbeidskracht voor terug.” 

 Alle foto’s, gemaakt door Mirjam Lems, zijn te bekijken in de exclusieve VNO-NCW West ledenapp.

De ochtend na Prinsjesdag kwamen tijdens vijf Miljoenenontbijten van VNO-NCW West in Den Haag, Rotterdam, Amsterdam, Oostland en Noordwest-Holland in totaal zo’n 1.300 ondernemers, politici en bestuurders bijeen. In de Nieuwe Kerk in Den Haag vertaalden ondernemers, bewindspersonen en bestuurders de plannen uit de Miljoenennota naar de praktijk. Wat is nodig om ondernemers weer met vertrouwen te laten investeren, innoveren en groeien? 

Het Miljoenenontbijt Den Haag werd georganiseerd door VNO-NCW regio Den Haag, MKB Den Haag en de gemeente Den Haag. Onder leiding van dagvoorzitter Bas Jorissen ontstond een open gesprek over economische groei, regeldruk, investeringen en de kansen van Den Haag als internationale stad van vrede, recht en veiligheid. 

Gericht investeren in toekomstige groei 

Minister van Economische Zaken Heleen Herbert ging in op de keuzes die Nederland moet maken om zijn economie toekomstbestendig te houden. Ons land staat voor grote maatschappelijke opgaven en kan niet alles tegelijkertijd doen. Daarom moeten we durven kiezen en gericht investeren in de sectoren en kwaliteiten die Nederland sterk maken. Alleen zo kunnen we productiever en weerbaarder worden. 

De minister lichtte verschillende investeringen uit de Miljoenennota toe. Zo wordt 500 miljoen euro beschikbaar gesteld voor agentschap NADI en gaat 375 miljoen euro uit het Nationaal Groeifonds naar belangrijke sectoren binnen het industriebeleid, om innovatie aan te moedigen. Daarnaast komt er een kapitaalinleg van 3,3 miljard euro in een investeringsinstelling. Daarmee moet een veelvoud aan privaat geld worden aangetrokken voor investeringen in de Nederlandse economie. 

Die investeringen moeten bijdragen aan een structurele economische groei van 1,5 procent. Dat groeipercentage is nodig om ook in de toekomst onze brede welvaart en publieke voorzieningen te kunnen blijven betalen. 

Geld alleen is echter niet voldoende. Ondernemers moeten weten waar zij op langere termijn aan toe zijn. Voorspelbaar beleid en stabiele randvoorwaarden zijn noodzakelijk om investeringsbeslissingen te kunnen nemen. Herbert benadrukte dat ondernemers erop moeten kunnen rekenen dat het ministerie zich daarvoor inzet. 

Tegelijkertijd moeten overheid en bedrijfsleven samen concrete problemen aanpakken. Ruimtegebrek, netcongestie en het tekort aan talent beperken nu al de groeimogelijkheden van bedrijven. De vraag is daarom niet alleen welke visie we voor de lange termijn hebben, maar ook welk probleem we morgen gezamenlijk gaan oplossen. Stabiliteit is belangrijk, maar mag geen reden zijn om noodzakelijke besluiten uit te stellen. 

Als het mkb niet groeit, groeit de economie niet 

Marijke Vuik, voorzitter van MKB-Nederland, constateerde dat Nederland er macro-economisch goed voorstaat. Toch neemt het vertrouwen onder ondernemers af. Lastenverzwaringen, regeldruk en onzekerheid over toekomstige maatregelen zorgen ervoor dat bedrijven investeringen uitstellen. 

Haar boodschap was duidelijk: als het mkb niet groeit, groeit de Nederlandse economie evenmin. Investeringen in technologie en innovatie zijn belangrijk, maar Nederland moet ook blijven investeren in de ondernemers die deze vernieuwing in de praktijk brengen. 

Vuik ziet dat de samenwerking met het kabinet goed verloopt en dat er een gezamenlijke wil is om de regeldruk te verminderen. Tegelijkertijd bestaat er een lastig dilemma. Ondernemers hebben grote behoefte aan zekerheid, maar willen ook minder regels. Nieuwe zekerheid wordt in de praktijk vaak georganiseerd met nieuwe voorschriften, terwijl juist de stapeling daarvan het ondernemen ingewikkelder maakt. 

Ook de arbeidsmarkt kwam aan bod. Bijna een miljoen mensen staan langs de kant en de instroom in de WIA is te groot. Dat is niet alleen een sociaal probleem, maar ook een economische opgave in een tijd waarin veel ondernemers moeite hebben om voldoende medewerkers te vinden. Overheid, werkgevers en werknemers moeten daar gezamenlijk mee aan de slag. Volgens Vuik is het daarom van groot belang om in de polder tot een sociaal akkoord te komen. 

Zij sprak bovendien haar waardering uit voor ondernemers die steeds opnieuw moeten inspelen op externe omstandigheden waarop zij nauwelijks invloed hebben, zoals droogte en hoge dieselprijzen. Ook bij de koopkrachtplaatjes moet volgens haar meer aandacht zijn voor de positie van ondernemers. 

Vuik was naar eigen zeggen vooral blij met wat er níét in de Miljoenennota stond. Of dat de komende weken zo blijft, zal tijdens de politieke behandeling van de plannen moeten blijken. 

Den Haag als hoofdstad van de veiligheid 

Wethouder Economie Richard de Mos richtte zich op de economische ambities van Den Haag. De stad is wereldwijd bekend als internationale stad van vrede en recht, maar moet zich volgens hem nadrukkelijker ontwikkelen tot hoofdstad van de veiligheid. 

Den Haag heeft daarvoor een goede uitgangspositie. De aanwezigheid van internationale organisaties biedt kansen voor cybersecurity, defensietechnologie, innovatie, congressen en nieuwe bedrijvigheid. De Mos wil daarom meer nationale en internationale veiligheidsorganisaties aan de stad verbinden, investeren in het World Forum en grote evenementen naar Den Haag halen. 

Ook investeert de gemeente in bedrijventerreinen en infrastructuur om ruimte te bieden aan ondernemers die willen starten, groeien en vernieuwen. Om alle economische kansen te benutten, is samenwerking met het Rijk essentieel. Den Haag wil daarom nadrukkelijk worden betrokken bij landelijke initiatieven op het gebied van innovatie en veiligheid. 

De wethouder benadrukte daarnaast het belang van politieke stabiliteit. Ondernemers hebben behoefte aan een kabinet dat de rit uitzit en beleid dat niet voortdurend verandert. Hoewel de Algemene Politieke Beschouwingen scherp kunnen verlopen, moeten tijdens de daaropvolgende begrotingsbehandelingen compromissen worden gesloten. 

Ook van het nieuwe Haagse college wordt veel verwacht. De Mos erkende dat die verwachtingen moeten worden waargemaakt: het college moet leveren, samenwerken en bereid zijn elkaar iets te gunnen. 

Fiscale gevolgen concreet gemaakt 

Rogier van Soest van Moore DRV maakte de financiële maatregelen uit de Miljoenennota vervolgens concreet voor de ondernemers in de zaal. In zijn Prinsjesdag-update lichtte hij de belangrijkste onderdelen van het Belastingplan 2027 toe en liet hij zien wat de fiscale wijzigingen in de praktijk voor bedrijven kunnen betekenen. 

Die praktische vertaalslag is een belangrijk onderdeel van het Miljoenenontbijt. De Miljoenennota bevat veel cijfers, maatregelen en beleidsvoornemens, maar ondernemers willen vooral weten welke gevolgen deze hebben voor hun investeringen, medewerkers en dagelijkse bedrijfsvoering. 

Ontmoeting als basis voor samenwerking 

De rode draad van de ochtend was helder: Nederland beschikt over sterke sectoren, innovatiekracht en ondernemerschap, maar die kracht kan alleen worden benut als ondernemers voldoende vertrouwen en ruimte krijgen. Dat vraagt om stabiel en voorspelbaar beleid, minder onnodige regeldruk en gerichte investeringen in innovatie, talent en bereikbaarheid. 

Het Miljoenenontbijt liet opnieuw zien hoe belangrijk het is dat ondernemers, politiek en bestuur elkaar persoonlijk ontmoeten. Niet alleen om standpunten uit te wisselen, maar ook om samen te bepalen welke problemen als eerste moeten worden aangepakt. Tijdens het ontbijt en het napraten was er dan ook volop gelegenheid om bestaande relaties te spreken, nieuwe contacten te leggen en ervaringen uit verschillende bedrijven en sectoren te delen. 

VNO-NCW regio Den Haag dankt minister Heleen Herbert, Marijke Vuik, Richard de Mos, Rogier van Soest en dagvoorzitter Bas Jorissen voor hun bijdragen. Ook veel dank aan MKB Den Haag, de gemeente Den Haag, Moore DRV en alle aanwezigen voor de betrokkenheid en de waardevolle gesprekken. 

 Alle foto’s zijn te bekijken in de exclusieve VNO-NCW West ledenapp.

Ruim een week na Prinsjesdag kwamen ondernemers, bestuurders en politiek bijeen in Corpus in Oegstgeest om de balans op te maken. Welke politieke en economische keuzes tekenen zich af? Wat betekenen de plannen uit de Miljoenennota voor ondernemers? En wat moet er gebeuren om het verdienvermogen en de brede welvaart van Nederland voor volgende generaties te behouden? 

Het Miljoenenontbijt werd georganiseerd door VNO-NCW Rijnland, Key Region Leiden en Rabobank. Onder leiding van dagvoorzitter Alex de Vries ontstond een inhoudelijk gesprek over economische groei, innovatie, arbeidsmarkt, ondernemerschap en de kracht van de regio Rijnland. 

Samenwerking binnen de regio 

De ochtend begon met een gesprek tussen Wietske Veltman, voorzitter Key Region Leiden, en Tino Meijn, voorzitter VNO-NCW Rijnland, over het belang van integrale samenwerking tussen overheid, ondernemers en onderwijs. De grote economische en maatschappelijke opgaven kunnen niet door één partij afzonderlijk worden opgelost. Juist door kennis, ondernemerschap en publieke slagkracht te verbinden, kan Rijnland zijn economische positie versterken. 

De ijsberg onder onze welvaart 

Otto Raspe, hoofdeconoom van RaboResearch, plaatste de Nederlandse economie en brede welvaart in perspectief. Nederland scoort op veel terreinen nog altijd goed. We beschikken over een hoog welvaartsniveau, sterke kennisinstellingen en internationaal concurrerende bedrijven. Dat is het zichtbare deel van de ijsberg. 

Onder de waterlijn spelen echter ontwikkelingen die minder direct zichtbaar zijn, maar grote gevolgen kunnen hebben voor onze toekomstige welvaart. Raspe wees onder meer op de afnemende productiviteitsgroei, de krapte op de arbeidsmarkt, de vergrijzing, klimaatverandering en het achterblijven van investeringen en innovatie. 

Tegelijkertijd verandert de wereld om ons heen snel. Geopolitieke spanningen, handelsconflicten en een internationale investeringswedloop rond AI, energie, defensie en circulariteit zetten de Nederlandse concurrentiepositie onder druk. Dat Nederland er vandaag relatief goed voorstaat, betekent dus niet dat dit ook in de toekomst vanzelfsprekend blijft. 

Raspe verwees naar het rapport De route naar toekomstige welvaart van Peter Wennink. De centrale boodschap daarvan is dat Nederland belangrijke keuzes moet maken om ook op langere termijn welvarend en concurrerend te blijven. Volgens de gepresenteerde inzichten zijn daarvoor jaarlijks structurele investeringen van circa 20 miljard euro nodig. 

Die investeringen moeten niet alleen naar nieuwe technologie gaan. Minstens zo belangrijk is dat innovaties daadwerkelijk terechtkomen bij ondernemers en worden toegepast binnen bedrijven.  

Iedereen moet kunnen bijdragen 

Minister van Werk en Participatie Thierry Aartsen ging vervolgens in op de hervormingen die nodig zijn op de arbeidsmarkt. Werk is niet alleen belangrijk voor economische groei, maar ook voor bestaanszekerheid, persoonlijke ontwikkeling en deelname aan de samenleving. 

Nederland kan het zich door de aanhoudende arbeidsmarktkrapte niet veroorloven om talent onbenut te laten. De inzet moet daarom zijn dat meer mensen duurzaam kunnen meedoen, met aandacht voor wat zij wél kunnen en welke ondersteuning nodig is. Dat vraagt om samenwerking tussen overheid, werkgevers, onderwijs en werknemers. 

Ook ondernemers hebben hierin een belangrijke rol. Zij kunnen mensen kansen bieden, investeren in ontwikkeling en werk zo organiseren dat meer mensen inzetbaar blijven. Daar moeten wel passende randvoorwaarden tegenover staan. Werken moet lonen, regels moeten uitvoerbaar zijn en werkgevers moeten voldoende ruimte krijgen om maatwerk te bieden. 

De uitdagingen op de arbeidsmarkt vragen volgens Aartsen om duidelijke keuzes en de bereidheid om daadwerkelijk in beweging te komen. Alleen met hervormingen en samenwerking kan Nederland voldoende mensen betrekken bij de economie en tegelijkertijd de sociale samenhang versterken. 

Airbus Nederland: groot bedrijf met herkenbare mkb-vragen 

Rob Postma, CEO van Airbus Nederland, liet zien hoe de grote economische thema’s in de dagelijkse bedrijfspraktijk uitwerken. Airbus is wereldwijd een groot concern, maar de Nederlandse organisatie telt circa tweehonderd medewerkers. Daardoor zijn veel van de uitdagingen herkenbaar voor het Nederlandse mkb. 

Ook Airbus Nederland moet voldoende technisch talent aantrekken en behouden, blijven investeren in innovatie en concurreren in een internationale markt. De beschikbaarheid van gekwalificeerde medewerkers, investeringsruimte en een aantrekkelijk vestigingsklimaat zijn daarbij bepalend. 

Postma sprak over de voor- en nadelen van het vestigen en ondernemen in Nederland en over de kansen die Rijnland biedt. De regio beschikt over sterke kennisinstellingen, innovatieve bedrijven en gespecialiseerde medewerkers. Een aansprekend voorbeeld zijn de in Leiden ontwikkelde zonnepanelen voor de ruimtevaart. 

Tegelijkertijd moet Nederland voorkomen dat bureaucratie, netcongestie, stikstofproblematiek en onzeker beleid investeringen vertragen. Of het nu gaat om een lokale mkb-ondernemer of een onderdeel van een internationaal concern: de behoefte aan talent, duidelijkheid en ruimte om te ondernemen is grotendeels hetzelfde. 

Kijken naar wat onder water gebeurt 

Het Miljoenenontbijt Rijnland maakte duidelijk dat brede welvaart geen vanzelfsprekendheid is. Wie alleen kijkt naar de huidige economische cijfers, ziet een land dat er op veel fronten goed voorstaat. Maar onder de oppervlakte ontwikkelen zich risico’s die om actie vragen. 

Willen we onze kwaliteit van leven en ons verdienvermogen behouden, dan moeten we nu investeren in arbeidsproductiviteit, innovatie, mensen en sterke regionale ecosystemen. Dat vraagt om minder bureaucratie, meer ruimte voor ondernemers en nauwe samenwerking tussen bedrijfsleven, overheid en onderwijs. 

Naast de inhoudelijke bijdragen was er volop gelegenheid om ervaringen uit te wisselen en nieuwe contacten te leggen. Daarmee vormde het Rijnlandse Miljoenenontbijt opnieuw een inhoudelijke én verbindende start van het nieuwe ondernemersjaar. 

VNO-NCW Rijnland dankt Otto Raspe, minister Thierry Aartsen, Rob Postma en dagvoorzitter Alex de Vries voor hun bijdragen. Ook veel dank aan partners Key Region Leiden en Rabobank, gastlocatie CORPUS en alle aanwezigen voor deze inspirerende ochtend. 

Alle foto’s zijn te bekijken in onze exclusieve ledenapp.

Voor de zomer riep VNO-NCW West het kabinet op om netcongestie per direct als crisis te behandelen. Wij deden dit samen met de andere regioverenigingen van VNO-NCW. Netcongestie is niet alleen een groot energieprobleem maar een acute bedreiging voor onze economie, woningbouw en verduurzaming. 

Ondernemers lopen nu al vast door een overvol stroomnet. Bedrijven kunnen niet uitbreiden, investeringen worden uitgesteld en verduurzaming loopt vast doordat uitbreiding van het elektriciteitsnet achterblijft terwijl Nederland juist sneller wil elektrificeren. Deze situatie verslechterd snel.

Daarom stuurde VNO-NCW West het kabinet deze brandbrief. Niet alleen wij deden deze oproep, ook de provincie Noord-Holland heeft het Rijk vorige maand nog opgeroepen om netcongestie als nationale crisis te behandelen.

De brandbrieven en oproepen hebben effect gehad, want het kabinet zet nieuwe crisiswetgeving in om een vol stroomnet aan te pakken. Het kabinet komt met een pakket wetswijzigingen, vergelijkbaar met de voormalige Crisis- en herstelwet. Daarmee wil het kabinet de doorlooptijd voor nieuwe stroomverbindingen halveren.

Dit is een belangrijke stap, zeker voor de langere termijn. Maar er is meer nodig om ook op korte termijn de netcongestieproblemen aan te pakken. Want netcongestie kost jaarlijks tientallen miljarden.

Ondernemers kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de verduurzaming van Nederland en de aanpak van netcongestie. Dan moet het elektriciteitsnet wel sneller worden uitgebreid en beter worden benut. Met daarbij snellere en gemakkelijkere vergunningprocedures wordt het dan mogelijk om zelf energie op te wekken, te delen en op te slaan.

De ochtend na Prinsjesdag kwamen tijdens vijf Miljoenenontbijten van VNO-NCW West in Den Haag, Rotterdam, Amsterdam, Oostland en Noordwest-Holland in totaal zo’n 1.300 ondernemers, politici en bestuurders bijeen. In Poppodium Victorie in Alkmaar verzamelden zich circa 250 deelnemers voor het Miljoenenontbijt Noord-Holland-Noord. 

De ochtend begon met livemuziek van Emily Wareing en een video waarin de economische veelzijdigheid van de regio centraal stond. De boodschap was direct duidelijk: Noord-Holland-Noord heeft alles in huis om zich te positioneren als de meest veelzijdige groeiregio van Nederland. Een regio die niet alleen groeit, maar met haar agribusiness, energie- en gezondheidscluster, maakindustrie, maritieme sector en woningbouw ook bijdraagt aan grote nationale opgaven. 

Onder leiding van dagvoorzitter Marije Deutekom, lid van het College van Bestuur van Hogeschool Inholland, openden Ugur Pekdemir coöperatief directeur Noord-Holland-Noord van Rabobank en Hans Huibers, voorzitter van VNO-NCW Noordwest-Holland, het inhoudelijke programma. Zij benadrukten hoe belangrijk het is dat de regio gezamenlijk optrekt en met één verhaal naar Den Haag gaat. 

Economische groei vraagt om keuzes 

Menno Middeldorp, Global Head of RaboResearch, plaatste de Miljoenennota en de economische vooruitzichten in perspectief. Nederland bevindt zich steeds meer in een tekorteconomie. Niet alleen geld, maar ook ruimte, energie, infrastructuur en personeel zijn schaars. Dat betekent dat niet alles tegelijkertijd kan en dat scherpe keuzes nodig zijn. 

Voor Noord-Holland-Noord is het belangrijk dat investeringen in woningbouw, bereikbaarheid en economische ontwikkeling in samenhang worden bekeken. De regio heeft de ruimte en potentie om verder te groeien, maar die groei kan alleen plaatsvinden als de noodzakelijke infrastructuur tijdig wordt aangelegd en bedrijven toegang houden tot energie en talent. 

Middeldorp benadrukte daarnaast het belang van samenwerking tussen publieke en private partijen. Wanneer de beschikbare rijksmiddelen beperkt zijn, moet worden bekeken hoe overheden, financiers en ondernemers gezamenlijk investeringen mogelijk kunnen maken. 

Ondernemers betrokken bij oplossingen voor de Houtribdijk 

Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Annet Bertram ging met de zaal in gesprek over de bereikbaarheid van Noord-Holland-Noord. De zorgen over de Houtribdijk namen daarbij een belangrijke plaats in. 

Hans-Peter Baars, voorzitter van de Westfriese Bedrijvengroep, maakte duidelijk welke gevolgen de gewichtsbeperking op de Houtribdijk heeft voor ondernemers. Vrachtverkeer moet grote afstanden omrijden, met extra kosten, reistijd en drukte op andere wegen tot gevolg. Bovendien heeft de maatregel niet alleen gevolgen voor West-Friesland, maar voor de bereikbaarheid en economie van de hele regio. 

De staatssecretaris deed daarop een concrete toezegging: “We gaan ervoor zorgen dat de ondernemers in deze regio betrokken worden bij alternatieve oplossingen voor de Houtribdijk.” 

Daarbij wordt onder meer gekeken naar mogelijkheden om het zware verkeer op een andere manier tussen Enkhuizen en Lelystad te laten oversteken, zodat de bruggen minder vaak hoeven te worden geopend. Voor de aanwezige ondernemers was vooral van belang dat hun praktijkkennis wordt betrokken bij het zoeken naar een werkbare oplossing. 

Door de zorgen vanuit de regio rechtstreeks bij de staatssecretaris neer te leggen, kon zij niet alleen horen wat er speelt, maar ook direct aangeven wat ondernemers vanuit Den Haag mogen verwachten. Dit laat mooi zien hoe waardevol het is om een bewindspersoon op het vernieuwde Miljoenenontbijt te verwelkomen. 

Woningbouw kan niet zonder bereikbaarheid 

De regio heeft grote woningbouwambities. Langs het Alkmaars Kanaal moeten de komende jaren duizenden woningen worden gebouwd. Wethouder Gijsbert van Iterson Scholten benadrukte dat deze nieuwe woongebieden alleen kunnen functioneren wanneer ook de bereikbaarheid op orde is. 

Daarvoor is een rijksbijdrage van 130 miljoen euro nodig. De infrastructurele projecten rond Alkmaar staan echter nog niet hoog genoeg op de landelijke prioriteitenlijst. De oproep vanuit de regio is daarom om woningbouw en infrastructuur niet los van elkaar te beoordelen. Nieuwe woningen bouwen zonder gelijktijdig te investeren in wegen en openbaar vervoer leidt onvermijdelijk tot nieuwe knelpunten. 

Burgemeester Anja Schouten onderstreepte dat de ‘draaischijf rond Alkmaar’ van belang is voor heel Noord-Holland-Noord. Wanneer die vastloopt, heeft de hele regio daar last van. Zij riep de aanwezigen op om voortaan met overtuiging te spreken over “de meest veelzijdige groeiregio van Nederland: een regio die levert aan de nationale opgaven van het land”. 

Netcongestie remt groei en woningbouw 

Ook netcongestie kwam nadrukkelijk aan bod. Gedeputeerde Esther Rommel maakte duidelijk dat de provincie volop werkt aan oplossingen, maar daarbij ook het Rijk en de creativiteit van ondernemers nodig heeft. 

“We hebben elkaar nodig. Ik kom zelf een heel eind, maar bij ondernemers zit de creativiteit voor de oplossing. De oplossing is vaak niet alleen maar meer geld en zit hem juist in die samenwerking.” 

Het volle elektriciteitsnet raakt inmiddels vrijwel iedere economische ontwikkeling. Bedrijven kunnen niet uitbreiden of verduurzamen en ook woningbouwprojecten lopen tegen beperkingen aan. Rommel benadrukte dat stikstofproblematiek en netcongestie ervoor zorgen dat plannen vertragen, terwijl de behoefte aan woningen en economische ontwikkelruimte juist groot is. 

Noord-Holland-Noord heeft zich volgens haar de afgelopen drie à vier jaar goed op de kaart gezet in Den Haag. Nu is het zaak om door te pakken. 

“Laat het maar saai worden in Den Haag” 

Danielle de Nijs, directeur van De Nijs Bouw en Ontwikkeling, bracht het perspectief van het familiebedrijf en de bouwsector in. Ondernemers worden voortdurend geconfronteerd met omstandigheden die zij zelf nauwelijks kunnen beïnvloeden. Toch moeten zij vooruit blijven kijken en handelen. 

“We kunnen beter rennen door de ellende dan kruipen”, aldus De Nijs. Stilzitten is geen optie: ondernemers moeten blijven zoeken naar kansen en oplossingen. 

Tegelijkertijd deed zij een duidelijke oproep aan de landelijke politiek: “Laat het maar saai worden in Den Haag, dan kunnen we hier lekker ondernemen.” Daarmee doelde zij op de behoefte aan een stabiel kabinet, consequent beleid en voorspelbare regels. Ondernemers nemen beslissingen voor de lange termijn en moeten erop kunnen vertrouwen dat de voorwaarden niet voortdurend veranderen. 

Minder regels en meer ruimte voor ondernemerschap 

Er was ook aandacht voor het terugdringen van regelgeving. De staatssecretaris gaf aan dat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat wil bekijken waar procedures eenvoudiger kunnen en waar regels ontwikkelingen onnodig vertragen. 

Friso de Zeeuw, voorzitter van het Economisch Forum Holland boven Amsterdam, reageerde daarop: “Het is nieuw dat ze bij Infrastructuur en Waterstaat hiermee aan de slag willen. Bij STOER, het programma om regelgeving op woongebied terug te dringen, is er tot nu toe vooral vertraagd of ‘meegestribbeld’.” 

De boodschap vanuit het bedrijfsleven is helder: stel duidelijke doelen, maar geef ondernemers vervolgens voldoende ruimte om met praktische oplossingen te komen. 

Inhoud, cultuur en ontmoeting 

Spoken-wordartiest Luan Buleshkaj gaf de inhoudelijke boodschappen van de ochtend op geheel eigen wijze extra kracht. Na het plenaire programma konden deelnemers verder praten tijdens verschillende afterparty’s over fiscaliteit, jong ondernemerschap en lokale politiek, weerbaarheid op bedrijventerreinen en regionale samenwerking. 

Daarmee was het Miljoenenontbijt niet alleen een moment om de Miljoenennota te duiden, maar ook om ondernemers, politiek, onderwijs en bestuur met elkaar te verbinden. Juist de gesprekken aan tafel en tijdens het napraten maken zichtbaar hoeveel kennis, ondernemerschap en betrokkenheid in Noord-Holland-Noord aanwezig zijn. 

VNO-NCW Noordwest-Holland en Rabobank Noord-Holland-Noord danken alle sprekers, partners en circa 250 aanwezigen voor hun bijdrage. Ook veel dank aan DOSS Event Support voor de strakke organisatie van deze inspirerende ochtend. 

Alle foto’s zijn te bekijken in de exclusieve VNO-NCW West ledenapp.

De ochtend na Prinsjesdag kwamen tijdens vijf Miljoenenontbijten van VNO-NCW West in Den Haag, Rotterdam, Amsterdam, Oostland en Noordwest-Holland in totaal zo’n 1.300 ondernemers, politici en bestuurders bijeen. In Amsterdam zat de zaal bij de Postcode Loterij tot de laatste stoel vol. Daar bekeken ondernemers en bestuurders de Miljoenennota door een ondernemersbril en spraken zij over de toekomst van de Metropoolregio Amsterdam. 

Voorzitter van VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam Haico Spijkerboer opende het Amsterdams Miljoenenontbijt samen met gastheer Jonne Arnoldussen van de Postcode Loterij. Spijkerboer begon de ochtend met een serieuze oproep. In een wereld die snel verandert, moeten ondernemers, overheden en bestuurders over hun eigen schaduw heen durven stappen. Niet alleen het eigen belang of persoonlijk gewin moet centraal staan; ook de maatschappelijke waarde van keuzes telt. Juist nu is het nodig om verantwoordelijkheid te nemen voor het gezamenlijke belang en de samenwerking op te zoeken. 

Stabiliteit en ruimte voor ondernemers 

Onder leiding van dagvoorzitter Martijn de Greve werd minister van Defensie Dilan Yeşilgöz-Zegerius geïnterviewd over de Miljoenennota, de politieke actualiteit en de positie van ondernemers. Zij benadrukte het belang van een stabiele overheid en voorspelbaar beleid. Alleen dan hebben ondernemers voldoende vertrouwen om te investeren en te bouwen aan de toekomst van Nederland. 

Ondernemers zijn volgens Yeşilgöz de drijvende kracht achter de economie en moeten niet worden beschouwd als een ‘wandelende portemonnee’. Eric van der Burg ondersteunde die oproep. De stijgende overheidsuitgaven mogen niet steeds op ondernemers worden afgewenteld. Tegelijkertijd moet de regeldruk omlaag, zodat ondernemers meer tijd en ruimte krijgen om daadwerkelijk te ondernemen. 

Koplopers, maar ook kopzorgen 

Otto Raspe, hoofdeconoom van RaboResearch, plaatste de Miljoenennota in een breder economisch perspectief. Amsterdam behoort samen met onder meer Brainport Eindhoven en Utrecht tot de economische koplopers van Nederland. De economie groeit nog steeds en veel cijfers geven op het eerste gezicht reden voor optimisme. 

Onder die sterke bovenlaag zijn echter ontwikkelingen zichtbaar die tot zorgen stemmen. De internationale concurrentie neemt toe en de sterke positie van Nederland en de Metropoolregio Amsterdam is niet vanzelfsprekend. Raspe omschreef het als de top van een ijsberg: wie alleen naar de zichtbare economische cijfers kijkt, mist de onderstromen die bepalend zijn voor onze toekomstige welvaart. 

Een belangrijk aandachtspunt is de arbeidsproductiviteit. Die groeit in Nederland nauwelijks, terwijl meer uren werken steeds minder een oplossing biedt voor de krapte op de arbeidsmarkt. De huidige economische groei van circa 1,1 procent is volgens de gedeelde inzichten onvoldoende. Om de publieke voorzieningen en toekomstige brede welvaart te kunnen blijven betalen, is een groei van 1,5 tot 2 procent nodig. Dat vraagt om forse investeringen in innovatie en productiviteit. 

Juist daar ligt een kwetsbaarheid. Bedrijven investeren relatief weinig, mede door onzekerheid over het overheidsbeleid. De economische groei wordt momenteel vooral gedragen door consumentenbestedingen en overheidsuitgaven, en veel minder door bedrijfsinvesteringen. Terwijl juist die investeringen nodig zijn voor innovatie, verduurzaming en toekomstige productiviteitsgroei. 

Economische groei is niet hetzelfde als brede welvaart 

Raspe vroeg daarnaast aandacht voor de brede welvaart. Economische groei leidt niet automatisch tot meer welzijn. Sinds de coronaperiode staan onder meer geluk, woontevredenheid en sociale contacten onder druk. Ook in Amsterdam gaat economische groei niet vanzelfsprekend samen met een hogere ervaren kwaliteit van leven. 

Die ontwikkeling is ook zichtbaar bij jongvolwassenen. Zij hechten veel waarde aan persoonlijke ontwikkeling, duurzaamheid en een goede balans tussen werk en privé. Tegelijkertijd is hun ervaren baanzekerheid met 7,7 procent gedaald, tegenover gemiddeld 2,5 procent. Ook hun gevoel van veiligheid nam sterker af dan gemiddeld. Sinds 2002 is bovendien 14 procent van de werkgelegenheid voor jongeren tot circa 25 jaar verdwenen, mede als gevolg van technologische ontwikkelingen en de opkomst van AI. 

Voor werkgevers ligt hier een belangrijke opgave. Jong talent aantrekken en behouden vraagt niet alleen om een goed salaris, maar ook om perspectief, zekerheid en ontwikkelmogelijkheden. Een aantrekkelijke werkgever biedt ruimte aan verschillende achtergronden en manieren van denken. Een inclusieve bedrijfscultuur helpt om nieuwe ideeën, perspectieven en talent daadwerkelijk tot hun recht te laten komen. 

De rode draad: toekomstige groei vraagt om investeringen in mensen, innovatie en aantrekkelijk werkgeverschap. 

Ondernemen in Amsterdam 

In het afsluitende panel gingen Sonja Boelhouwer van Albert Heijn, wethouder Economie Melanie van der Horst en Maurits Schönfeld van Uber met Martijn de Greve en de aanwezigen in gesprek. Daarbij kwamen de knelpunten aan bod die grote bedrijven in Amsterdam ervaren, maar werd vooral vooruitgekeken: hoe kunnen overheid en bedrijfsleven beter samenwerken aan een sterk ondernemings- en vestigingsklimaat? 

Die samenwerking is nodig om bedrijven in de regio te laten investeren, vernieuwen en groeien. Daarbij gaat het niet alleen om het oplossen van concrete knelpunten, maar ook om het opbouwen van wederzijds vertrouwen. Ondernemers hebben behoefte aan duidelijkheid en uitvoerbaar beleid; de overheid heeft de kennis, investeringskracht en creativiteit van ondernemers nodig om maatschappelijke opgaven aan te pakken. 

Volle zaal en waardevolle ontmoetingen 

Het Amsterdams Miljoenenontbijt was niet alleen inhoudelijk sterk, maar ook een bijzonder netwerkmoment. De opkomst overtrof de verwachtingen: er werden extra stoelen bijgeplaatst. Ondernemers, politici en bestuurders spraken bestaande relaties, legden nieuwe contacten en trapten samen het nieuwe politieke en economische jaar af. 

VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam dankt alle sprekers en aanwezigen en in het bijzonder partners Rabobank Amsterdam en de Postcode Loterij voor hun bijdrage aan deze geslaagde ochtend. 

De foto’s van het Amsterdams Miljoenenontbijt zijn te bekijken in de exclusieve ledenapp. 

Bijna de helft van de ondernemers verwacht het komend jaar investeringen in het eigen bedrijf uit te stellen. Wisselend overheidsbeleid is daarvan de belangrijkste reden. Dat raakt bedrijfsinvesteringen in Noord- en Zuid-Holland in belangrijke zaken als innovatie, verduurzaming en medewerkers, en daarmee de economische groei die Nederland nodig heeft om de stijgende overheidsuitgaven te kunnen blijven betalen. Dit blijkt uit de jaarlijkse PrinsjesdagPeiling van VNO-NCW en MKB-Nederland.  

Ondernemers in Noord- en Zuid-Holland zijn somberder over de ontwikkeling van onze economie en maken zich in meerderheid zorgen over gevolgen van de internationale spanningen voor hun eigen bedrijf. De grootste reden voor het uitstellen van investeringen is de onzekerheid over de koers van de overheid. Ondernemers weten onvoldoende welke regels, lasten en voorwaarden de komende jaren gaan gelden. Ook zijn ze iets negatiever over de economie dan vorig jaar. Bijna drie op de tien beoordeelt deze als (zeer) slecht en ruim de helft is (zeer) somber over de ontwikkeling van de economie de komende 12 maanden. 

Knelpunten voor ondernemers 

Regeldruk is het belangrijkste knelpunt voor ondernemers. Op nummer twee en drie staan lagere werkgeverslasten en een beter werkend stelsel rond ziekte en arbeidsongeschiktheid, waarbij loondoorbetaling bij ziekte en bijbehorende re-integratieverplichtingen het meest concrete punt is. Over de betrouwbaarheid van politiek en bestuur zijn ondernemers iets minder negatief dan een jaar geleden, al is nog steeds acht op de tien daar ontevreden over. Na het aantreden van kabinet-Jetten is de totale ontevredenheid iets afgenomen en is de groep die positief oordeelt licht gegroeid.   

Onbetaalbare stijgende overheidskosten 

Uitblijvende investeringen vormen een probleem voor heel Nederland. Investeringen zijn noodzakelijk om de productiviteit en het verdienvermogen van Nederland te versterken. De huidige economische groei is te laag om in de toekomst de stijgende overheidsuitgaven aan onder andere zorg, sociale zekerheid en veiligheid te kunnen blijven betalen.  

VNO-NCW West roept de politiek op om een gezamenlijke investerings- en groeikoers neer te zetten. Daarbij moeten de belangrijkste belemmeringen snel worden aangepakt zodat bedrijven in Nederland kunnen investeren. Dat zijn onder andere de hoge lastendruk, regeldruk, netcongestie, trage vergunningverlening en achterstallige investeringen in infrastructuur. Belangrijk is verder dat de agenda van Wennink wordt uitgevoerd.  

Over de PrinsjesdagPeiling 

De PrinsjesdagPeiling 2026 is uitgevoerd door Kieskompas in opdracht van VNO-NCW en MKB-Nederland. De online vragenlijst is ingevuld tussen 23 juli en 25 augustus 2026 door 3.473 ondernemers en bestuurders van bedrijven. De resultaten zijn representatief gemaakt voor provincie en branche. 

In het recente artikel over de Economische Verkenningen werd betwijfeld of we Tata Steel, de datacenters van Microsoft en Schiphol in hun huidige omvang willen behouden. Henri de Groot, een van de wetenschappers, vraagt zich in dat artikel onder meer af of Nederland een vlieghub van de huidige omvang nodig heeft, met Heathrow en Frankfurt in de buurt.

Dat vind ik een opmerkelijke vraag op juist dit moment.

We constateren immers dat onze internationale concurrentiepositie onder druk staat, dat de productiviteitsgroei omhoog moet en dat investeringen, innovatie en vernieuwing noodzakelijk zijn. Dan moeten we oppassen dat we de economische kracht die we al hébben niet vooral gaan beschouwen als een probleem dat ruimte inneemt.

Grote bedrijven, industrie en internationale verbindingen staan niet op zichzelf. Ze maken deel uit van economische ecosystemen waarin bedrijven, kennisinstellingen, werknemers, toeleveranciers en innovatieve ondernemingen elkaar versterken. Juist in een kennisintensieve regio als de MRA is die samenhang van groot belang.

Dat betekent niet dat alles moet blijven zoals het is. Integendeel. Ook Schiphol, industrie en digitale infrastructuur zullen moeten vernieuwen en verduurzamen. En ja, in een regio waarin ruimte, energie en arbeid schaars zijn, zullen keuzes gemaakt moeten worden.

Laten we die keuzes dan maken op basis van hun volledige economische én maatschappelijke betekenis. Niet alleen op basis van hoeveel ruimte of energie een activiteit vandaag gebruikt, maar ook op basis van de bijdrage aan innovatie, productiviteit, internationale connectiviteit, strategische autonomie en het toekomstige verdienvermogen van onze regio.

We kunnen ons alleen de luxe veroorloven om een brede interpretatie van brede welvaart mee te nemen in de economische verkenningen, als de positie die het verdienvermogen die die brede welvaart voor elkaar moet krijgen niet zo onder druk staat. Bijvoorbeeld door een verslechterd investeringsklimaat, een kantelende concurrentiepositie en de geopolitieke situatie. We moeten daarom voorkomen dat brede welvaart een afwegingskader wordt waarin het economische fundament steeds verder naar de achtergrond verdwijnt.

De vraag is daarom wat mij betreft niet óf we moeten kiezen tussen economische groei en brede welvaart.

De veel belangrijkere vraag is: hoe zorgen we ervoor dat de Metropoolregio Amsterdam over tien of twintig jaar nog voldoende verdienvermogen heeft om die brede welvaart te dragen?

Vernieuwen moeten we zeker. Maar laten we daarbij koesteren waar we sterk in zijn en van daaruit bouwen aan de economie van morgen.

Trudie van ’t Hull-Bettink
Belangenbehartiger VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam

De Provincie Noord-Holland heeft op 15 juni 2026 de ontwerp-omgevingsvisie gepubliceerd. Voor ondernemers is dit een belangrijk document: de visie bepaalt in belangrijke mate waar ruimte komt voor economische activiteiten, bedrijvigheid, energie-infrastructuur en toekomstige ontwikkelingen. VNO-NCW West ziet dat de provincie het belang van een sterke economie nadrukkelijk erkent, maar dat deze ambitie nog onvoldoende wordt vertaald naar de ruimte, infrastructuur en ontwikkelmogelijkheden die daarvoor nodig zijn.

VNO-NCW West heeft input opgehaald bij leden en vervolgens samen met branche- en ondernemersverenigingen een zienswijze opgesteld. Positief is dat de economie in de ontwerp-omgevingsvisie een duidelijkere plaats krijgt en dat de provincie het belang onderkent van strategische economische clusters, vitale bedrijventerreinen en een sterke regionale economie. Dit is belangrijk, want juist een sterke economie is een randvoorwaarde voor het realiseren van maatschappelijke opgaven zoals woningbouw, de energietransitie, bereikbaarheid en brede welvaart.

Om deze ambitie waar te maken, moet de omgevingsvisie de economische koers ook vertalen naar de ruimtelijke keuzes en randvoorwaarden die daarvoor nodig zijn. Wij constateren dat deze vertaling in de ontwerp-omgevingsvisie onvoldoende plaatsvindt. Op verschillende onderdelen wordt de ontwikkelruimte voor economie, woningbouw en innovatie beperkt door een stapeling van voorwaarden, afzonderlijke afwegingsprincipes en een terughoudende benadering van ruimtelijke ontwikkeling.

Ontwikkelen en beschermen

De rode draad van deze zienswijze is dat economische ontwikkeling, woningbouw, bereikbaarheid, energie, water en leefomgeving niet als afzonderlijke belangen moeten worden benaderd, maar in onderlinge samenhang moeten worden afgewogen. Wanneer ieder belang afzonderlijk wordt beoordeeld, bestaat het risico dat de stapeling van voorwaarden en afwegingsprincipes ontwikkelingen onnodig belemmert, terwijl deze juist aan meerdere provinciale ambities kunnen bijdragen. De omgevingsvisie kan daarin sterker richting geven door niet alleen te beschermen en te begrenzen, maar ook expliciet ruimte te bieden voor ontwikkeling.

Concreet vragen wij de provincie om voldoende ontwikkelruimte voor bedrijven en strategische economische clusters, een integrale afweging van provinciale belangen, een toekomstbestendige energie- en bereikbaarheidsinfrastructuur en voldoende ruimte om ook toekomstige economische ontwikkelingen mogelijk te maken.

In de zienswijze roepen wij de provincie op om:

  • de economische ambitie te vertalen naar ruimtelijke keuzes
    De omgevingsvisie erkent het belang van een sterke economie. Zorg ervoor dat deze ambitie ook zichtbaar terugkomt in de ruimtelijke keuzes, afwegingsprincipes en gebiedsgerichte uitwerkingen.
  • te kiezen voor ontwikkelen én beschermen van ruimte voor bedrijven: intensiveren waar mogelijk, uitbreiden waar nodig
    Noord-Holland heeft zowel intensivering van bestaande bedrijventerreinen als gerichte uitbreiding nodig. Het is geen of-of maar en-en. Bied ruimte aan beide waar dat ruimtelijk en economisch wenselijk is. Stimuleer daarnaast clustering van bedrijvigheid, zodat de schaarse ruimte efficiënter wordt benut en ruimte behouden blijft voor natuur, recreatie en landbouw.
  • ruimte te geven aan economische clusters
    Bescherming alleen is niet voldoende. Geef strategische economische clusters, zoals het Noordzeekanaalgebied, Schiphol, Seed Valley, Energy & Health Campus Petten, Agriport en Boekelermeer, ook de ontwikkelruimte die nodig is voor innovatie, verduurzaming, strategische autonomie en een concurrerende economie. Veranker deze keuzes expliciet in de omgevingsvisie.
  • extra vestigingsvoorwaarden te vervangen door investeringen in economische ecosystemen
    De omgevingsvisie introduceert zes aanvullende vestigingsvoorwaarden voor nieuwe bedrijvigheid. Daarmee verschuift de aandacht van het mogelijk maken van economische ontwikkeling naar het toevoegen van nieuwe voorwaarden. Wij pleiten ervoor deze te schrappen en in plaats daarvan te investeren in sterke economische ecosystemen met de randvoorwaarden die economische ontwikkeling mogelijk maken: voldoende fysieke en milieuruimte, bereikbaarheid, energie-infrastructuur en een voorspelbaar vestigingsklimaat.
  • te investeren in een toekomstbestendige energie-infrastructuur
    Netcongestie vormt een directe belemmering voor economische ontwikkeling, woningbouw en de energietransitie. Positioneer energie-infrastructuur daarom nadrukkelijk als ruimtelijke randvoorwaarde voor ontwikkeling, maak expliciete keuzes om de capaciteit van het energiesysteem uit te breiden en houd de omgevingsvisie technologieneutraal, zodat ook toekomstige energie-innovaties de ruimte krijgen.
  • te investeren in een toekomstbestendige bereikbaarheid
    Een goede bereikbaarheid van de provincie is cruciaal zodat inwoners goed kunnen wonen en werken. Bereikbaarheid is geen afzonderlijk mobiliteitsvraagstuk, maar een ruimtelijke randvoorwaarde voor economische ontwikkeling, woningbouw en brede welvaart. Een duidelijke langetermijnambitie hierover ontbreekt nu nog. Formuleer daarom in de omgevingsvisie een duidelijke langetermijnvisie op de bereikbaarheid van Noord-Holland en leg vast welke infrastructuur nodig is om de economische clusters, woningbouwlocaties en internationale verbindingen richting 2050 te ondersteunen.
  • wonen en werken in samenhang te ontwikkelen
    Voldoende en passende woningbouw is niet alleen een maatschappelijke opgave, maar ook een economische randvoorwaarde. Tegelijkertijd mogen woningbouw en andere functies niet ten koste gaan van de ruimte die bedrijven nodig hebben. Weeg wonen, werken, bereikbaarheid en leefomgeving daarom in samenhang af en voorkom dat ontwikkelingen op voorhand worden uitgesloten.
  • ruimte te houden in de omgevingsvisie voor de economie van morgen
    Een omgevingsvisie met een horizon tot 2050 moet ruimte bieden aan nieuwe technologieën, innovatieve bedrijvigheid en economische ontwikkelingen die nu nog niet volledig zijn te voorzien. Voorkom dat de optelsom van voorwaarden en beperkingen toekomstige ontwikkelingen op voorhand uitsluit.

Lees hier de volledige zienswijze, waarin we onze voorstellen verder onderbouwen met concrete voorbeelden uit Noord-Holland en verwijzingen naar de ontwerp-omgevingsvisie.