Provincies aan zet: borg ruimte voor ondernemers in de uitvoering van de Nota Ruimte

De rijksoverheid zet een belangrijke stap om de schaarse ruimte voor bedrijven beter te beschermen. In de nieuwe Nota Ruimte wordt vastgelegd dat er op nationale schaal geen netto-afname van ruimte voor bedrijvigheid mag plaatsvinden. Wanneer bedrijventerreinen plaatsmaken voor andere functies, zoals woningbouw, moet deze ruimte lokaal of regionaal worden gecompenseerd.

VNO-NCW West verwelkomt deze keuze. Het borgen van ruimte voor economie is iets waar wij ons al jaren voor inzetten. Zo sprak belangenbehartiger Trudie van ’t Hull-Bettink onlangs in bij de Provinciale Staten in Noord-Holland. Voldoende ruimte voor ondernemers is een essentiële randvoorwaarde voor een sterk vestigingsklimaat, economische groei en het realiseren van maatschappelijke opgaven zoals de energietransitie, circulaire economie en woningbouw.

Van nationale ambitie naar regionale uitvoering

Hoewel de nationale borging een belangrijke stap is, ligt de daadwerkelijke uitvoering voor een groot deel bij provincies. Zij spelen een cruciale rol in de ruimtelijke ordening van Nederland. Provincies bepalen mede waar woningen, bedrijventerreinen, natuurgebieden en infrastructuur kunnen worden ontwikkeld, beoordelen gemeentelijke plannen en leggen hun keuzes vast in provinciale omgevingsvisies.

Juist daarom roept VNO-NCW West provincies op om de regie te nemen en het belang van voldoende ruimte voor economie zwaar mee te laten wegen in hun ruimtelijke afwegingen.

Bescherm bestaande bedrijventerreinen

In veel gemeenten staat de ruimte voor bedrijven onder druk. Bedrijventerreinen worden regelmatig gezien als mogelijke locaties voor woningbouw of andere functies. Hoewel de woningbouwopgave groot is, mag dit niet leiden tot een verdere afname van ruimte voor ondernemers.

Bedrijventerreinen zijn immers de plekken waar bedrijven produceren, innoveren, verduurzamen en werkgelegenheid creëren. Ze vormen de basis voor sectoren als maakindustrie, logistiek, circulaire bedrijvigheid en watergebonden economie.

VNO-NCW West vraagt provincies daarom om bestaande bedrijventerreinen beter te beschermen, ruimte te bieden voor uitbreiding waar dat nodig is en in te zetten op slimmer en intensiever gebruik van bestaande werklocaties.

Compenseer verlies van bedrijfsruimte

Waar transformatie van bedrijventerreinen toch noodzakelijk is, moet volgens VNO-NCW West altijd sprake zijn van adequate compensatie. Nieuwe ruimte voor bedrijven moet tijdig beschikbaar komen, zodat ondernemers niet tussen wal en schip raken en economische activiteiten niet uit regio’s verdwijnen.

De afspraak in de Nota Ruimte dat verlies van bedrijfsruimte lokaal of regionaal moet worden gecompenseerd, biedt hiervoor een belangrijk uitgangspunt. Nu komt het aan op een zorgvuldige uitwerking door provincies en gemeenten.

Ruimte voor de economie van morgen

Ruimte voor economie gaat over meer dan alleen hectares grond. Het gaat over ruimte voor innovatie, verduurzaming, circulaire productie, energie-infrastructuur en de banen van de toekomst. Het gaat over het versterken van het Nederlandse verdienvermogen én het mogelijk maken van de grote transities waar Nederland voor staat.

De nationale borging van ruimte voor bedrijven is daarom een belangrijke stap vooruit. Nu is het aan provincies om deze ambitie om te zetten in concrete keuzes en ervoor te zorgen dat ondernemers ook in de toekomst kunnen blijven groeien, investeren en vernieuwen.

Van 25 tot en met 28 mei reisden DGA-leden van VNO-NCW West naar Finland. Tijdens een programma vol bedrijfsbezoeken, ontmoetingen met ondernemers en experts en goede gesprekken met elkaar gingen we op zoek naar antwoorden op één centrale vraag: wat kunnen Nederlandse ondernemers leren van Finland?

 

Dag 1 – Weerbaarheid als onderdeel van de samenleving

Na aankomst in Helsinki stond direct het eerste bedrijfsbezoek op het programma: de Confederation of Finnish Industries (EK), het Finse equivalent van VNO-NCW.

Hier maakten we kennis met een onderwerp dat als een rode draad door de hele reis zou lopen: weerbaarheid. Finland leeft al decennialang met de realiteit van een grens van ruim 1.300 kilometer met Rusland en heeft zijn samenleving daarop ingericht. Tijdens presentaties over het nationale veiligheidsmodel, de National Defence Courses en het National Emergency Supply Agency werd duidelijk hoe nauw overheid, bedrijfsleven en burgers samenwerken.

Een uitspraak die veel indruk maakte was: “If society falls, there is nothing to defend.” Veiligheid begint volgens de Finnen niet bij defensie, maar bij een sterke samenleving en een sterke economie.

Na het inhoudelijke programma volgde een wandeling door Helsinki. Onderweg zagen we onder meer de beroemde kathedraal en ondergrondse voorzieningen die in tijden van nood dienst kunnen doen als schuilkelders. We sloten de eerste dag af met een diner bij restaurant Sunn en de eerste goede gesprekken tussen ondernemers uit verschillende regio’s en sectoren.

 

 

Dag 2 – Innovatie, industrie en de energietransitie

De tweede dag begon bij KONE, een van de grootste lift- en roltrapproducenten ter wereld. Het familiebedrijf bestaat al meer dan honderd jaar en laat zien hoe innovatie en schaalgrootte hand in hand kunnen gaan. Tijdens een rondleiding door de fabriek kregen we inzicht in de modulaire productiemethode, het belang van onderhoud als verdienmodel en de manier waarop KONE voortdurend investeert in technologische vernieuwing.

Daarna volgde een bezoek aan Neste, wereldleider op het gebied van duurzame vliegtuigbrandstof (SAF) en hernieuwbare diesel. Hier ontstond een interessante discussie over de energietransitie, investeringen en overheidsbeleid. De boodschap was helder: verduurzaming vraagt om langetermijninvesteringen en dus ook om voorspelbaar beleid. Zonder zekerheid over regelgeving en marktomstandigheden wordt investeren steeds moeilijker.

Na twee inhoudelijk stevige bedrijfsbezoeken volgde een typisch Finse ervaring: een schietworkshop in hartje Helsinki. In Finland is verantwoord wapenbezit diep verweven met de cultuur en de nationale weerbaarheid. Onder begeleiding leerden we de basisprincipes van het schieten met een pistool. Voor sommigen bleek een verborgen talent aan het licht te komen, voor anderen was het vooral een leerzame ervaring.

De dag werd afgesloten met een gezamenlijk diner en voor een deel van de groep zelfs een avondje karaoke.

 

Dag 3 – Cybersecurity, familiebedrijven en voedselzekerheid

Op de derde dag stonden drie totaal verschillende bedrijven op het programma, die samen een verrassend compleet beeld gaven van de Finse economie.

De ochtend begon bij cybersecuritybedrijf WithSecure. Samen met de CEO, een onderzoeker en een lid van het Europees Parlement spraken we over digitale veiligheid, geopolitieke ontwikkelingen en de uitdagingen van Europese regelgeving. De belangrijkste les: cybersecurity is allang geen technisch vraagstuk meer. Het vraagt om bewustwording in de hele organisatie. Zeker nu AI cyberaanvallen sneller en toegankelijker maakt dan ooit.

Vervolgens bezochten we Vaisala, een familiebedrijf dat wereldwijd toonaangevend is in meetapparatuur voor weer, klimaat en industriële processen. Hun technologie wordt gebruikt op aarde, op zee én zelfs op de maan. Indrukwekkend was niet alleen de technologie, maar ook de bedrijfscultuur. Medewerkers blijven er gemiddeld zeer lang werken en jaarlijks wordt ongeveer twaalf procent van de omzet geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling.

Het laatste bedrijfsbezoek bracht ons naar Fazer, een van de bekendste bedrijven van Finland. Wat ooit begon als een chocolademerk is uitgegroeid tot een concern met tientallen merken in voeding en bakkerijproducten. Tijdens gesprekken over de oorlog in Oekraïne en de terugtrekking uit Rusland kregen we een inkijkje in de dilemma’s waar internationale bedrijven mee te maken krijgen. Tegelijkertijd werd duidelijk hoe belangrijk voedselzekerheid voor Finland is. Ook Fazer speelt daarin een rol als strategische partner van de overheid.

De dag eindigde op een bijzondere locatie: NJK Summer Island, een eiland net buiten Helsinki.

 

 

Dag 4 – Ondernemerschap en innovatie in de praktijk

Voordat we terugkeerden naar Nederland brachten we nog een bezoek aan Marioff, wereldleider op het gebied van watermist-brandbeveiliging.

Het bedrijf ontwikkelde een innovatieve technologie die branden sneller bestrijdt met veel minder water dan traditionele sprinklersystemen. Inmiddels wordt de techniek toegepast in onder andere cruiseschepen, datacenters, monumentale gebouwen en grote infrastructuurprojecten. Van de Notre Dame in Parijs tot het Teylers Museum in Haarlem.

Het verhaal van Marioff liet opnieuw zien hoe Finse bedrijven uitblinken in het ontwikkelen van specialistische oplossingen voor mondiale uitdagingen. Ook hier kwamen langetermijndenken, innovatie en ondernemerschap samen.

Na het bezoek volgde de terugvlucht naar Amsterdam. Vier dagen vol nieuwe inzichten, interessante ontmoetingen en gezelligheid kwamen daarmee ten einde.

 

Wat nemen we mee naar huis?

De reis maakte duidelijk dat Finland op veel terreinen verder kijkt dan de waan van de dag. Weerbaarheid, innovatie, cybersecurity, voedselzekerheid en duurzaamheid worden er benaderd als gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid, ondernemers en samenleving.

Voor de deelnemende DGA’s leverde dat niet alleen nieuwe inzichten op, maar ook waardevolle gesprekken met gelijkgestemde ondernemers. Juist die combinatie van inhoud, inspiratie en onderlinge verbinding maakt de DGA-reizen van VNO-NCW West zo bijzonder.

In de politieke discussie rondom de uitplaatsing van het afvalcluster van de Binckhorst naar het bedrijventerrein Westvlietweg heeft VNO-NCW regio Den Haag haar steun uitgesproken voor de uitbreiding van het bedrijventerrein Westvlietweg en een brief gestuurd aan de leden van de Haagse gemeenteraad.

Op donderdag 23 april 2026 sprak de gemeenteraad namelijk over de afdoening van de motie inzake ‘Geen onomkeerbare stappen in de Vlietzoom’. Wij maken ons al jaren sterk voor het belang van voldoende ruimte voor economie in Den Haag. Er is dringend behoefte aan compensatie van ruimte die verloren gaat door transformatie naar woningbouw en voor de groei van bedrijven die graag in Den Haag willen uitbreiden.

Daarom heeft VNO-NCW regio Den Haag haar steun uitgesproken voor de uitbreiding van bedrijventerrein Westvlietweg zoals vastgelegd in het collegebesluit Voorkeursvariant voor de verplaatsing en transformatie van het afvalcluster Binckhorst.

Lees hier de volledige brief aan de Haagse gemeenteraad: 20260422 brief VNO-NCW regio Den Haag aan gemeenteraad Den Haag inzake Westvlietweg

Namens ondernemers in Zuid-Holland sprak Rogier Krabbendam, directeur Public Affairs van VNO-NCW West, gisteren in bij de Provincie Zuid-Holland over het belang van betaalbare energie voor ondernemers en de aanpak van netcongestie. Zijn boodschap: lokale opwek en gebruik van duurzame energie zijn cruciaal om ondernemers weer ruimte te geven om te groeien en verduurzamen.

Ondernemers lopen steeds vaker vast door een overvol elektriciteitsnet. Juist daarom moeten bedrijven meer mogelijkheden krijgen om zelf duurzame energie op te wekken, lokaal te gebruiken en onderling te delen. Volgens VNO-NCW West kunnen oplossingen zoals zonne-energie, geothermie en windenergie het net juist ontlasten én zorgen voor meer leveringszekerheid en betaalbare energie.

Daarom riep Rogier de provincie op om regie te nemen en duurzame energie ruimtelijk mogelijk te maken. Sluit wind op land daarbij niet uit, want een sterke energiemix is noodzakelijk om netcongestie aan te pakken en de economie draaiende te houden.

Lees de volledige inspreektekst hier: Inspreektekst VNO-NCW West Statencommissie Economie en Energie 20 mei 2026

Netcongestie is allang geen energieprobleem meer. Het vormt inmiddels een acute bedreiging voor onze economie, woningbouw en verduurzaming. Ondernemers lopen steeds vaker vast doordat het stroomnet vol zit.

Bedrijven kunnen niet uitbreiden, investeringen worden uitgesteld en verduurzamingsplannen komen stil te liggen. Ook woningbouwprojecten lopen vertraging op. Dat raakt niet alleen individuele ondernemers, maar het verdienvermogen van heel Nederland.

Utrecht laat al zien hoe ernstig het probleem is. Vanaf 1 juli gaat een groot deel van het stroomnet daar op slot. Nieuwe aansluitingen zijn dan niet meer mogelijk. Dat scenario willen we – en moéten we – in andere economische regio’s koste wat kost voorkomen. Ook in Noord- en Zuid-Holland verslechtert de situatie.

Daarom hebben wij samen met de andere regionale ondernemersverenigingen van VNO-NCW een brandbrief opgesteld. Deze brandbrief is overhandigd aan staatssecretaris Jo-Annes de Bat tijdens zijn bezoek op 18 mei aan het Nationaal Expertisecentrum Netcongestie.

Lees de brief hieronder:

//

Geachte staatssecretaris,

Netcongestie is niet langer alleen een energieprobleem, maar een acute bedreiging voor onze economie, woningbouw en verduurzaming. Daarom roepen VNO-NCW Brabant Zeeland en VNO-NCW Midden samen met andere regionale ondernemersverenigingen en de gemeente Eindhoven het kabinet op tot een nationale crisisaanpak.

Ondernemers lopen nu al vast door een overvol stroomnet. Bedrijven kunnen niet uitbreiden, investeringen worden uitgesteld en verduurzaming loopt vast doordat uitbreiding van het elektriciteitsnet achterblijft, terwijl Nederland juist sneller wil elektrificeren. Maar de situatie verslechtert ondertussen snel.

Utrecht laat zien hoe ernstig het probleem is. Vanaf 1 juli gaat een groot deel van het stroomnet daar op slot. Nieuwe aansluitingen zijn dan niet meer mogelijk. Niet alleen voor grote bedrijven, maar ook voor woningen, winkels en kleine ondernemers.

Dat scenario willen we – en moéten we – in andere economische regio’s koste wat kost voorkomen. Want als regio’s zoals Brainport Eindhoven vastlopen, raakt dat het hart van de Nederlandse hightech- en maakindustrie, waar de machines voor de wereldwijde chipindustrie worden gemaakt. Tegelijkertijd werken chemie- en energiebedrijven in Brabant en Zeeland aan
de verduurzaming van de industrie en draait hier een groot deel van de logistiek waarop Nederland economisch leunt.

Ook in andere regio’s lopen bedrijven, bedrijventerreinen en woningbouwprojecten steeds vaker vast door gebrek aan netcapaciteit.

Toch is de ernst van de situatie nog altijd onvoldoende doorgedrongen in Den Haag. Wij roepen het kabinet daarom op om netcongestie per direct als crisis te behandelen. Niet na nieuwe onderzoeken of extra overlegtafels. Maar nu.

Daarvoor doen we de volgende voorstellen:

  1. Gebruik het stroomnet slimmer
    1. Differentieer stroomtarieven voor burgers en bedrijven om het gebruik zo snel mogelijk beter te spreiden.
    2. Creëer randvoorwaarden die een sluitende businesscase voor slim energiegebruik mogelijk maken
    3. Stimuleer de inzet van batterijen bij burgers en bedrijven
  2. Creëer sneller meer ruimte op het stroomnet
    1. Ga actief op zoek naar ruimte bij grootverbruikers.
    2. Voer met onmiddellijke ingang een crisiswet in om het stroomnet sneller te kunnen uitbreiden.
  3. Geef bedrijven inzicht en ruimte om samen te werken
    1. Stimuleer aanleg van netwerken ‘achter de meter’ op bedrijventerreinen en maak het juridisch eenvoudiger voor bedrijven om lokaal energie op te slaan, uit te wisselen en te delen.
    2. Dwing netbeheerders om de feiten en cijfers te delen van de daadwerkelijk beschikbare transportcapaciteit en vermogens op de stations, zodat bedrijven en gemeenten gericht kunnen investeren in maatregelen die voor hun situatie relevant zijn.

Met vriendelijke groet,

Ellen Kroese, Directeur VNO-NCW Brabant Zeeland
Rijn Platteel, Interim-directeur VNO-NCW Midden

Mede namens:

Addy Lutgenau (directeur LWV), Tessa Langerijs (directeur VNO-NCW West), Jellie Tiemersma

Tijdens het succesvolle ‘Tech voor Brede Welvaart’-diner in de loft van de A’DAM Toren kwamen ondernemers, kennisinstellingen, overheden en financiële partners samen om te spreken over één belangrijke vraag: hoe zorgen we dat Nederland ook in de toekomst economisch sterk, innovatief en weerbaar blijft?

Aanleiding van de avond waren twee nieuwe onderzoeken van de Vrije Universiteit Amsterdam en RaboResearch. De conclusie is duidelijk: de Metropoolregio Amsterdam en Brainport Eindhoven behoren afzonderlijk al tot de Europese top, samen vormen zij een powerhouse met internationale potentie.

Amsterdam excelleert in AI, data en digitale toepassingen. Brainport Eindhoven is wereldwijd sterk in hightech, chips en maakindustrie. Juist die combinatie biedt enorme kansen. Uit de onderzoeken blijkt dat vergelijkbare Europese topregio’s, zoals München en Kopenhagen, succesvol zijn doordat zij als één samenhangend ecosysteem opereren met sterke verbindingen tussen bedrijven, kennisinstellingen, infrastructuur en overheid.

De urgentie en gedeelde ambitie waren tijdens het diner voelbaar. Zo benadrukten zowel vertegenwoordigers van Brainport als burgemeester Femke Halsema het belang van nauwere samenwerking tussen de regio’s. Vervolgafspraken werden gemaakt, een krachtig signaal dat de wil om samen op te trekken breed wordt gedragen.

Namens VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam benadrukte Haico Spijkerboer het belang van samenwerking tussen regio’s én langdurige investeringen in innovatie en productiviteit: “De kracht van Nederland zit niet in concurrentie tussen regio’s, maar juist in het benutten van elkaars unieke kwaliteiten. Alleen door structureel te investeren in innovatie, talent en samenwerking behouden we ons toekomstig verdienvermogen.”

Focco Vijselaar sprak namens VNO-NCW over de noodzaak om nu keuzes te maken voor een sterke technologische en economische positie van Nederland in Europa. Minder versnippering, meer focus en een gezamenlijke langetermijnstrategie zijn essentieel om internationaal relevant te blijven.

Voor VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam ligt hier een belangrijke rol: ondernemers, overheid, kennisinstellingen en investeerders verbinden. Dank aan Amsterdam Economic Board, Rabobank, Vrije Universiteit Amsterdam en alle aanwezigen voor de inspirerende gesprekken en gedeelde ambitie.

Den Haag luistert. Maar dan moet je je wel laten horen. Volgens Hans Huibers gebeurt dat nog te weinig vanuit de regio. Als nieuwe voorzitter van VNO-NCW West wil hij daar verandering in brengen. Per 1 mei neemt hij het voorzitterschap over van Mai Elmar. Huibers kent de organisatie van binnenuit als voorzitter van VNO-NCW Noordwest-Holland en lid van het dagelijks bestuur van VNO-NCW. Zijn ambitie is duidelijk: de kracht van de regio beter benutten en vertalen naar invloed.

Ervaren verbinder tussen bedrijfsleven, onderwijs en overheid

Huibers brengt een unieke combinatie van ervaring mee. Hij werkte in het bedrijfsleven, was actief in het beroepsonderwijs en diende als Tweede Kamerlid en partijvoorzitter van het CDA. Die combinatie, ook wel de ‘triple helix’ van bedrijfsleven, onderwijs en overheid, vormt de basis van zijn visie: “Ik ken die werelden van binnenuit en weet hoe belangrijk het is dat ze samenwerken. Juist in die driehoek kun je echt verschil maken.”

Voortbouwen op een sterke basis

Huibers spreekt met waardering over zijn voorganger Mai Elmar en het werk dat de afgelopen jaren is verricht binnen VNO-NCW West. “Er heeft een enorme vernieuwingsslag plaatsgevonden.” Volgens Huibers is VNO-NCW West daarmee in een nieuwe fase beland: “De randvoorwaarden zijn gecreëerd. Nu kunnen we de vruchten gaan plukken.”

Mai Elmar blik terug op haar voorzitterschap: “Ik dank een ieder voor het in mij gestelde vertrouwen en verlaat met het volste vertrouwen mijn post als voorzitter VNO-NCW West. Graag geef ik mee dat we moeten blijven werken aan een inhoudelijke, structurele samenwerking. Tijdig aan tafel met elkaar geeft praktische en haalbare oplossingen en besluiten, iets waar we allen bij gebaat zijn. Want samenwerken is een werkwoord.”

Met de voorzitterswissel krijgt het algemeen bestuur van VNO-NCW West ook een nieuwe vice-voorzitter. Tino Meijn, voorzitter van VNO-NCW Rijnland, zal deze rol gaan vervullen.

De regio als sleutel tot invloed

Volgens Huibers is het denken over regio’s fundamenteel aan het veranderen: “Er is een enorme drive om Nederland weer van onderop op te bouwen en te organiseren, vanuit de regio’s,” stelt hij. Voor Huibers ligt daar een duidelijke opdracht. Hij wil de positie van de regio versterken en de verbinding met Den Haag en Brussel beter benutten. “Veel ondernemers realiseren zich niet hoe sterk VNO-NCW daar vertegenwoordigd is. Als wij als regio die lijnen beter gebruiken, kunnen we veel meer bereiken. Wij zijn de gateway van de regio naar de Malietoren en daarmee naar Den Haag en Brussel.”

Diversiteit als kracht

De diversiteit binnen het gebied van VNO-NCW West, Noord- en Zuid-Holland, ziet Huibers als een van de grootste krachten. Van de Rotterdamse haven tot het Westland en van de Metropoolregio Amsterdam tot Noord-Holland Noord: elke regio heeft zijn eigen economische structuur en uitdagingen. “De maakindustrie in Noord-Holland Noord is totaal anders dan de diensteneconomie in Amsterdam of de dynamiek van Rotterdam. De kunst is om die verschillen te begrijpen en te verbinden.”

Van klagen naar bieden en verleiden

Wat Huibers meeneemt uit zijn ervaring in Noordwest-Holland, is het belang van zichtbaarheid en een proactieve houding richting overheid en politiek. “Niet klagen en vragen, maar bieden en verleiden. Dan krijg je de wind mee.” Volgens hem vraagt dat om een sterke en herkenbare positie van VNO-NCW in de regio. “Als je niet zichtbaar bent, mis je invloed. En daar hebben ondernemers last van.”

Ondernemers hebben ruimte en vertrouwen nodig

Gevraagd naar wat ondernemers nu het meest nodig hebben van de overheid, is Huibers duidelijk: “Ruimte om te ondernemen in alle zinnen van het woord.” Volgens hem is Nederland te veel dichtgeregeld en gebaseerd op wantrouwen: “We hebben ons land in een keurslijf gegoten. Terwijl 99,9% van de ondernemers het goede wil doen voor hun bedrijf, hun medewerkers en de samenleving.” Hij pleit daarom voor een overheid die meer faciliteert en ondersteunt. “Niet tegenwerken, maar mogelijk maken. Dat is wat ondernemers nodig hebben.”

Samen werken aan een sterker Nederland

Voor Huibers gaat het voorzitterschap verder dan alleen economische belangen. Het raakt ook aan een bredere maatschappelijke verantwoordelijkheid. “Je kunt aan de kant staan en klagen, of je steekt je handen uit de mouwen en levert een bijdrage. Ik hou van die laatste categorie.”  Met die houding wil hij zich de komende jaren inzetten voor een sterker vestigingsklimaat en een krachtige positie van ondernemers in Noord- en Zuid-Holland.

Met brede steun in de Tweede Kamer is op 7 april een belangrijke motie aangenomen die Noord-Holland Noord een ambitieus groeiscenario toekent in de Nota Ruimte. Daarmee is een duidelijke koerswijziging ingezet: waar eerder werd gestuurd op het afremmen van groei, kiest Den Haag nu voor ontwikkeling en perspectief. Dat is goed nieuws voor onze regio en voor het ondernemersklimaat. Noord-Holland Noord krijgt hiermee de aandacht en ruimte die het verdient.

𝗦𝗮𝗺𝗲𝗻 𝘀𝘁𝗲𝗿𝗸 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗱𝗲 𝗿𝗲𝗴𝗶𝗼
Deze stap is niet uit de lucht komen vallen. Vanuit VNO-NCW Noordwest-Holland hebben wij ons hier, samen met het Economisch Forum Holland boven Amsterdam, de afgelopen periode hard voor gemaakt. Met gerichte inzet richting Den Haag en nauwe samenwerking met partners in de regio is het gelukt om dit onderwerp nadrukkelijk op de politieke agenda te krijgen.

De erkenning van Noord-Holland Noord als volwaardige groeiregio sluit aan bij wat ondernemers al langer zien: een regio met enorme potentie. Denk aan sterke economische clusters zoals het maritieme en energiecluster in Den Helder, de blijvende bijdrage aan de woningbouwopgave en de ambitie om werkgelegenheid en inwonersaantallen in balans te laten groeien.

𝗗𝗶𝘁 𝗶𝘀 𝗵𝗲𝘁 𝗺𝗼𝗺𝗲𝗻𝘁 𝗼𝗺 𝗱𝗼𝗼𝗿 𝘁𝗲 𝗽𝗮𝗸𝗸𝗲𝗻
Deze ontwikkeling is een wake-up call én een kans. Noord-Holland Noord heeft alles in huis om door te groeien naar een sterke, toekomstbestendige regio. Maar dat vraagt om:
• structurele zichtbaarheid in Den Haag
• vroegtijdige betrokkenheid bij beleidsontwikkelingen
• een gezamenlijke lobby van overheden én bedrijfsleven

Eerdere ervaringen hebben laten zien wat er gebeurt als die inzet ontbreekt. Deze motie bewijst juist wat er mogelijk is als we wél samen optrekken.

Lees hier verder over wat we nog meer voor ondernemers in Noordwest-Holland kunnen betekenen.

Vandaag, maandag 20 april, heeft het kabinet fase 1 van het Landelijk Crisisplan Olie in werking gesteld. Dit is het gevolg van de afsluiting van de Straat van Hormuz en de hierdoor ernstig verstoorde toevoer van olie. Dit beïnvloedt zowel de hoeveelheid olie als de prijs op de wereldmarkt voor olie. In 2023 heeft het kabinet het Landelijk Crisisplan Olie vastgesteld in reactie op de Russische inval in Oekraïne en de onzekere toevoer van olie en gas. Het is de eerste keer dat dit plan in werking treedt.

Ondernemers hebben nu al te maken met hogere olieprijzen. Met name in de transportsector wordt de pijn gevoeld door de sterk stijgende diesel- en benzineprijzen. Ook in sectoren als industrie, bouw, retail en landbouw lopen kosten snel op en raken ketens verstoord. Van verlaging van de accijnzen op brandstof is echter nog geen sprake. Ook een maximumprijs aan de pomp behoort nog niet tot de maatregelen. Het kabinet kiest vooralsnog voor een aantal gerichte maatregelen, zoals een lagere wegentaks voor bestelbusjes en vrachtauto’s.

Het Landelijk Crisisplan Olie bevat zowel maatregelen om het algemeen verbruik terug te dringen als maatregelen gericht op het beperken van transportbewegingen. Er kunnen ook nog aanvullende maatregelen worden toegevoegd. VNO-NCW West houdt de ontwikkelingen nauwgezet in de gaten en brengt signalen vanuit onze leden actief onder de aandacht in Den Haag, samen met VNO-NCW en MKB-Nederland. Ook nemen wij deel aan de landelijke Taskforce Midden-Oosten.

VNO-NCW en MKB-Nederland zien dat het kabinet stappen zet om bedrijven en burgers te ondersteunen, bijvoorbeeld via lagere motorrijtuigenbelasting, maatregelen voor de luchtvaart en verruiming van garantstellingsregelingen. Tegelijkertijd constateren zij dat aanvullende maatregelen nodig zijn, met name voor bedrijven die zwaar worden geraakt en kosten niet kunnen doorberekenen. Ook maken zij zich zorgen over de gekozen dekking, waarbij structurele regelingen voor ondernemers worden versoberd om tijdelijke maatregelen te financieren.

Gevolgen voor werkgevers en werknemers

Werkgevers krijgen ook te maken met de gevolgen van de hogere olieprijzen. Het kabinet komt vandaag met een pakket aan maatregelen om de impact van de oorlog in Iran te verzachten. Daarin zit onder andere een verhoging van de onbelaste kilometervergoeding van 23 naar 25 eurocent per kilometer, een maatregel waar VNO-NCW eerder voor heeft gepleit. Ook wordt gekeken naar aanvullende opties, zoals (gedeeltelijk) thuiswerken.

Daarnaast zien wij dat liquiditeitsproblemen bij bedrijven kunnen toenemen. Het kabinet verruimt hiervoor bestaande garantieregelingen, maar verdere stappen – zoals de mogelijkheid tot belastinguitstel bij aanhoudende crisis – blijven nodig. Ook voor energie-intensieve bedrijven is extra ondersteuning van belang, bijvoorbeeld door versnelling van bestaande verduurzamingsmaatregelen.

Loopt u als ondernemer en/of werkgever tegen problemen aan als gevolg van de hoge olieprijzen of één van de maatregelen uit het Landelijk Crisisplan Olie, dan horen wij dit graag. Wij nemen deze signalen mee in onze gesprekken met kabinet en Kamer. Neem contact op met belangenbehartigers Rogier Krabbendam (krabbendam@vno-ncwwest.nl) of Trudie van ’t Hull-Bettink (vanthullbettink@vno-ncwwest.nl).

Het georganiseerd bedrijfsleven in Noord-Holland heeft met grote verbazing kennisgenomen van de open brief van een groep economen aan de Tweede Kamer. De komende jaren wordt bij Tata Steel een van de grootste verduurzamingsslagen van Nederland gemaakt. Dat is niet alleen belangrijk voor het klimaat en de leefomgeving in de IJmond, maar ook voor duizenden banen, toeleveranciers en de kracht van onze maakindustrie in het hele Noordzeekanaalgebied.

Wij spraken ons hier eerder al over uit en vinden het belangrijk dat in de discussie over de toekomst van Tata Steel ook het economische belang van de regio wordt gehoord. De briefschrijvers maken een grove basisfout door Tata Steel als geïsoleerd productiebedrijf te beschouwen. Daarmee miskennen zij de economische verwevenheid van Tata Steel met de omgeving, in het bijzonder met de honderden bedrijven in de IJmond en het Noordzeekanaalgebied. Het gaat om het totale ‘economische ecosysteem’. Beëindiging van de staalproductie en het afkappen van energietransitie zou ingrijpende negatieve gevolgen voor de regio hebben. De ideeën voor andere economische activiteiten zien wij als naïeve dagdromerij.

Wij vragen de Tweede Kamer en het kabinet om ambitie te tonen bij het maken van de maatwerkafspraken zodat de volgende stappen kunnen worden gezet naar Groen Staal. Om zo te zorgen voor een versnelling van de verduurzaming, banen van de toekomst én een gezondere en schonere leefomgeving. We staan hierin niet alleen. Ook de IJmondgemeenten doen een soortgelijke oproep aan de Tweede Kamer.

Hiervoor moeten nog wel belangrijke stappen worden gezet zodat de gezondheid van omwonenden beter wordt geborgd. De snelste weg naar het verbeteren van de gezondheidssituatie is echter de uitvoering van de maatwerkafspraken.

In het recente Kamerdebat werd die afweging scherp zichtbaar: zorgen over gezondheid en leefomgeving gaan hand in hand met het besef dat werkgelegenheid en strategische industrie behouden moeten blijven. Een meerderheid sprak zich uit voor steun aan verduurzaming, mits er harde afspraken komen. Tegelijkertijd werd benadrukt dat de transitie van Tata Steel een unieke kans biedt om het Noordzeekanaalgebied te ontwikkelen tot een toonaangevende hub voor duurzame industrie. Dat vraagt om een integrale aanpak, waarin overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen gezamenlijk optrekken en de verduurzaming van Tata expliciet wordt benut als vliegwiel voor de bredere transitie van het hele industriële cluster.

De geopolitieke situatie verslechtert nog steeds, fossiele energie wordt steeds duurder en onzekerder en de afhankelijkheid van Europa van landen als China, Rusland en de Verenigde Staten moet snel worden gereduceerd. We zullen dus meer en in onze eigen Europese industrie moeten investeren. De kansen op groen staal zijn elders niet per se beter. Overal loopt men tegen problemen aan, net als in Nederland.

Juist het project bij Tata Steel zou een grote doorbraak zijn en qua omvang echt impact maken. Of zoals dr Pieter Boot (verbonden aan het Clingedael International Energy Programme) het treffend verwoordt; ‘Nederland mag zich in zijn handen knijpen dat een Indiaas bedrijf als Tata Steel vertrouwen heeft in investeringen in Nederland, gezien hoe moeilijk de Europese projecten voor groen staal van de grond komen.’ En ook het pleidooi ‘Groene staalindustrie heeft wel degelijk toekomst in Nederland’ bevat zeer steekhoudende argumenten waarom er juist wel publiek moet worden geïnvesteerd in de verduurzaming van Tata Steel.

Ondertekend door

Haico Spijkerboer namens VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam,

Friso de Zeeuw namens Economisch Forum Holland Boven Amsterdam,

Kees Noorman namens ORAM,

Patrick Swart namens Techport,

Leen Wisker namens OV IJmond