Ondernemersmanifesten voor Westland en Midden-Delfland overhandigd aan politiek

In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen heeft VNO-NCW Westland-Delfland de ondernemersmanifesten voor zowel Westland als Midden-Delfland overhandigd aan de lokale politiek. Met deze manifesten vragen ondernemers aandacht voor de belangrijkste randvoorwaarden voor een sterke en toekomstbestendige lokale economie, zodat deze een plek krijgen in de komende coalitieakkoorden.

“Traditioneel bieden belangenverenigingen hun speerpunten aan in de aanloop naar verkiezingen, maar wij hebben ervoor gekozen om ons juist te richten op de periode daarna,” zegt Roland van Gulik, voorzitter van VNO-NCW Westland-Delfland. “De politieke fracties spreken we al regelmatig, zij weten waar onze ondernemers voor staan en veel daarvan zie je terug in de verkiezingsprogramma’s. Na de verkiezingen beginnen de collegeonderhandelingen. Met deze manifesten geven we het nieuwe college concrete handvatten om de economie van Westland en Midden-Delfland sterk te houden.”

De manifesten zijn opgesteld op basis van input van ondernemers uit beide gemeenten en bundelen de belangrijkste economische thema’s voor de komende bestuursperiode.

Heldere ruimtelijke visie

Een belangrijk aandachtspunt voor ondernemers is een duidelijke visie op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeenten.

“Onze belangrijkste vraag aan het nieuwe college is eigenlijk heel simpel: zorg voor een heldere visie op de ruimte,” zegt Jerry Moerman, verenigingsmanager van VNO-NCW West. “Ruimtelijke ordening moet op niveau worden aangepakt en niet alleen op postzegelniveau. Dat betekent dat soms gebieden moeten worden geherstructureerd en dat er ruimte moet zijn voor zowel nieuwe bedrijvigheid als uitbreiding van bestaande bedrijven. Alleen zo houden we de lokale economie in beweging.”

Ook in Midden-Delfland vragen ondernemers om actuele ruimtelijke visies en voorspelbare procedures. “Ondernemers willen vooruit,” zegt Stanley Klop van de Vereniging Maaslandse Ondernemers. “Door parallel te plannen en procedures voorspelbaar te maken kunnen doorlooptijden korter. Dat versterkt het vestigingsklimaat en helpt bedrijven groeien.”

Goede bereikbaarheid en samenwerking

Bereikbaarheid blijft een randvoorwaarde voor ondernemers in beide gemeenten. Roland van Gulik: “Er moet goed worden geïnvesteerd in onderhoud en verbetering van de infrastructuur. Als er knelpunten zijn, moeten gemeenten samen optrekken met buurgemeenten, de Metropoolregio en het Rijk. Bedrijven moeten bereikbaar zijn per auto, fiets én openbaar vervoer.”

Daarnaast benadrukken ondernemers het belang van goed en regelmatig overleg met de gemeente. “Als ondernemers willen wij ook bereikbaar zijn voor de gemeente,” zegt Marcus Post, voorzitter van Ondernemersvereniging Schipluiden. “Om goed samen te werken is het belangrijk dat we elkaar vaker spreken en elkaar blijven opzoeken.”

Arbeidsmarkt en leefbaarheid

In Westland vragen ondernemers aandacht voor een arbeidsmarkt die goed aansluit op de behoefte van het bedrijfsleven. Volgens Eric Bom, vicevoorzitter van VNO-NCW Westland-Delfland, is het essentieel dat cruciale mbo-opleidingen behouden blijven of terugkeren in de regio en dat er kansen zijn om ook op hbo-niveau samen te werken met onderwijsinstellingen.

In Midden-Delfland speelt daarnaast de leefbaarheid van de dorpen een belangrijke rol. “Leefbaarheid hangt ook samen met economische vitaliteit,” zegt ondernemer Robert van Leeuwen van Ondernemersvereniging Den Hoorn. “Met voldoende woningen blijven winkels, horeca en voorzieningen bestaan. Dat is essentieel voor een sterke dorpskern.”

De ondernemers in Westland en Midden-Delfland werken steeds nauwer samen binnen de koepel VNO-NCW Westland-Delfland. Die bundeling van krachten zorgt ervoor dat ondernemers met één stem spreken richting overheid.

“Alleen door samen op te trekken kunnen we zorgen dat de lokale economie blijft bloeien,” besluit Van Gulik. “Ondernemers vormen de ruggengraat van de brede welvaart in onze samenleving. Ondernemerschap verbindt opgaven en versnelt de uitvoering. Wij kijken ernaar uit om samen met de nieuwe colleges aan de slag te gaan.”

Bekijk het manifest voor Midden-Delfland hier: Belangen ondernemers Midden-Delfland

Bekijk het manifest voor Westland hier: Belangen ondernemers Westland

Donderdag reisden we met een deel van de communicatieafdeling van VNO-NCW en de redactie van opinieblad Forum af naar Noordwest-Holland om twee van onze leden te bezoeken: Rolan Robotics en Bejo Zaden. Een inspirerende dag waarin innovatie, ondernemerschap en vakmanschap samenkwamen.

Juist door dit soort bedrijfsbezoeken blijven we als organisatie en redactie dicht bij de praktijk van ondernemers en de innovaties die in Nederland plaatsvinden.

Bij Rolan Robotics kregen we een inkijkje in hoe het bedrijf robotarmen programmeert die productieprocessen bij klanten optimaliseren. Door robotisering gaan processen sneller, wordt zwaar en repeterend werk overgenomen en verbetert de veiligheid en ergonomie op de werkvloer.

Na een introductie volgde een boeiende presentatie over de rijke geschiedenis van het bedrijf. De wortels van Rolan Robotics gaan terug tot Morelisse uit Edam (1917). Via verschillende ontwikkelingen ontstond in 1992 Morotech in Hoorn, waaruit in 2002 Rolan Robotics voortkwam. Sinds 2024 maakt het bedrijf deel uit van het Japanse Daihen, het merk robots dat zij al jarenlang produceren en verkopen. Inmiddels is Rolan Robotics internationaal actief met zusterbedrijven in Duitsland en Slovenië en zelfs hofleverancier van de Japanse overheid, terwijl het bedrijf ook trots blijft op zijn sterke regionale klantenbasis.

Tijdens de rondleiding door de productiehal zagen we verschillende toepassingen: van geavanceerde lasrobots voor de suikerindustrie tot een robot die pallets markeert en stapelt. Wat overal duidelijk werd: bij Rolan Robotics draait het om maatwerk voor de klant.

Daarna reden we, in de bus van ons lid Brouwer Tours, door naar Bejo Zaden, midden in een regio die wereldwijd bekendstaat als Seed Valley. In dit cluster in Noord-Holland werken tientallen bedrijven dagelijks aan de ontwikkeling van nieuwe groente- en bloemenrassen. Wat Silicon Valley is voor IT en software, is Seed Valley voor plantenveredeling en zaadtechnologie.

Bejo is een internationaal familiebedrijf en wereldwijd toonaangevend in de veredeling, productie en verkoop van groentezaden, met vestigingen in meer dan 30 landen en ruim 2.300 medewerkers. Samen met telers, dealers en partners in de keten werkt het bedrijf continu aan nieuwe rassen die hogere opbrengsten geven, resistent zijn tegen ziektes en bijdragen aan een duurzame voedselproductie.

Tijdens de rondleiding kregen we een kijkje in de hallen waar zaden worden veredeld en opgeslagen, met voorraden die jaren vooruit kunnen. Indrukwekkend om te zien hoe hier dagelijks wordt gewerkt aan de groenterassen van de toekomst. Niet voor niets komt meer dan de helft van alle groenten wereldwijd oorspronkelijk voort uit dit Seed Valley-ecosysteem.

Al met al een inspirerende en gezellige dag waarin opnieuw duidelijk werd hoeveel innovatiekracht er bij onze ondernemers zit en hoe belangrijk Noordwest-Holland is voor innovatie en de voedselproductie van morgen.

Tijdens het Lijstrekkersdebat ‘De ondernemende stad’ brachten VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam, MKB Metropool Amsterdam en ORAM, politiek en bedrijfsleven samen rond één centrale vraag: hoe houden we Amsterdam economisch sterk in een tijd van toenemende druk en internationale concurrentie? 

Voorzitter van VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam Haico Spijkerboer opende het debat met een heldere boodschap namens de werkgevers in de regio: “De internationale positie van Amsterdam is niet vanzelfsprekend. Als we onze welvaart, werkgelegenheid en innovatiekracht willen behouden, moeten we actief blijven investeren in de economie van onze stad.” 

Hij benadrukte dat de samenwerking tussen ondernemersorganisaties en politiek in Amsterdam de afgelopen jaren is versterkt en dat die samenwerking cruciaal is voor de toekomst. Tegelijkertijd deed hij een duidelijke oproep: blijf de economische motor van de stad serieus nemen. 

 

Internationale positie: kiezen we voor ambitie? 

De eerste stelling luidde: “De gemeente Amsterdam moet veel actiever internationale bedrijven aantrekken en faciliteren om economisch concurrerend te blijven.” 

Deze vraag legde direct de verschillen tussen de partijen bloot. VVD en Volt pleitten nadrukkelijk voor een aantrekkelijker vestigingsklimaat en minder regeldruk. Volgens de VVD straalt het huidige beleid uit dat ondernemers niet welkom zijn, wat internationaal negatieve signalen afgeeft. Volt benadrukte dat een goed vestigingsklimaat begint bij waardering voor sectoren en het versimpelen van regels. 

De PvdA pleitte voor gerichte acquisitie: niet méér bedrijven, maar de juiste bedrijven, bijvoorbeeld in strategische sectoren zoals technologie. GroenLinks en de Partij voor de Dieren legden juist de nadruk op het versterken van bestaande ondernemers en waarschuwden voor extra druk op energie, ruimte en woningmarkt. 

De onderliggende vraag bleef hangen: hoe positioneert Amsterdam zich in de wereldeconomie? En durven we daar actief op te sturen? 

 

Arbeidsmarkt: top én praktisch talent 

De tweede stelling luidde: “Amsterdam heeft zowel expats, hoogopgeleiden als praktisch geschoolde mensen nodig. De gemeente moet proactief beleid voeren om deze diversiteit aan talent aan te trekken en te behouden.” 

Hier was brede erkenning dat een sterke economie vraagt om een diverse arbeidsmarkt. D66 benadrukte dat internationale topwetenschappers en kenniswerkers essentieel zijn voor sectoren zoals health en AI. Volgens hen creëert toptalent ook kansen en banen voor anderen in de stad. 

CDA wees op de verschuiving van een vraaggestuurde naar een aanbodgestuurde economie en benadrukte dat onderwijs beter moet aansluiten op de behoeften van bedrijven. JA21 onderstreepte het belang van arbeidsmigratie, maar riep ook op tot zorgvuldigheid vanwege de druk op voorzieningen en woningmarkt. 

De Partij voor de Dieren plaatste daar een ander perspectief tegenover: economische ontwikkeling moet volgens hen binnen de ecologische grenzen van de stad blijven, met meer aandacht voor betaalbare woningen en praktisch geschoolde arbeid. 

 

Ruimte voor bedrijvigheid en maakindustrie 

Het debat werd scherper bij de derde stelling: “Elke vierkante meter bedrijfsruimte die verdwijnt door transformatie van bedrijventerreinen moet verplicht elders worden gecompenseerd.” 

CDA gaf aan dat bij gebiedsontwikkeling te vaak bedrijven verdwijnen zonder dat daar nieuwe ruimte voor terugkomt. VVD noemde concrete voorbeelden waarin volgens hen woningbouw ten koste ging van maakindustrie. 

D66 en PvdA benadrukten dat het besturen van een groeiende stad vraagt om balans tussen wonen, werken, groen en voorzieningen. Volgens hen is een één-op-één compensatieplicht niet altijd realistisch. 

 

Industriebeleid en maakindustrie 

De vierde stelling luidde: “De gemeente moet zich actiever inzetten voor industriebeleid en het behoud van maakindustrie in stad en regio.” 

Veel partijen erkenden het belang van de maakindustrie, maar verschilden in de manier waarop die toekomst vorm moet krijgen. JA21 stelde dat de huidige gemeentelijke houding niet altijd strookt met de uitgesproken steun voor industrie. 

GroenLinks benadrukte het belang van duidelijke regels en het ondersteunen van bedrijven bij de duurzame transitie. Volt wees op het structurele ruimtegebrek en de noodzaak om actief beleid te voeren als bedrijven moeten verplaatsen. 

De Partij voor de Dieren stelde dat sommige vormen van industrie niet langer passen in de stad en dat een transitie naar andere economische activiteiten noodzakelijk is. 

 

Haven, Schiphol en vergunningverlening 

Ook de vijfde stelling leidde tot duidelijke verschillen: “De haven van Amsterdam en Schiphol moeten kunnen blijven groeien voor een sterke economie.” 

VVD en JA21 benadrukten het economische belang van beide mainports voor internationale bereikbaarheid, handel en werkgelegenheid. Volt maakte onderscheid tussen beide: krimp voor Schiphol, maar verduurzaming en ontwikkeling van de haven. 

GroenLinks en de Partij voor de Dieren legden meer nadruk op leefbaarheid, klimaat en duurzaamheid als randvoorwaarden voor economische ontwikkeling. Daarbij werd onderscheid gemaakt tussen Schiphol als vlieg-hub en Schiphol als internationaal treinknooppunt.  

Tot slot werd gesproken over vergunningprocedures met de stelling:  “Als de gemeente te laat beslist over een vergunning, moet deze automatisch worden verleend.” 

Partijen waren het erover eens dat procedures sneller en voorspelbaarder moeten. CDA wees erop dat ook de overheid zich aan termijnen moet houden. Tegelijkertijd vonden onder meer D66 en GroenLinks dat automatische vergunningverlening te ver kan gaan vanwege veiligheid en belangen van omwonenden. De conclusie was duidelijk: aan dit probleem moet zeker iets gebeuren en de bal ligt bij de politiek.  

 

Conclusie 

Het debat maakte één ding duidelijk: de economie van Amsterdam staat op een kruispunt. Internationale concurrentie, ruimtegebrek, netcongestie en arbeidsmarktkrapte vormen samen een complexe opgave. 

Zoals Haico Spijkerboer het in zijn opening verwoordde: economische kracht is geen vanzelfsprekendheid, maar een keuze. Een keuze om te investeren in productieve sectoren, in mbo en talent, in internationale positie én in ruimte voor ondernemerschap. 

Over 2 weken zal meer duidelijk worden over de koers van Amsterdam. Maar eerst allemaal naar de stembus.  

In de Burgerzaal van het Stadhuis van Rotterdam klonk woensdagochtend 21 januari een duidelijke waarschuwing van burgemeester Carola Schouten en havenmeester René de Vries. Meer dan tweehonderd ondernemers hoorde tijdens het volledig volgeboekte Rotterdams Ondernemersontbijt over maatschappelijke weerbaarheid, tegen de achtergrond van een stad die weet wat ontwrichting betekent.

Burgemeester Carola Schouten sprak de zaal toe met woorden die weinig ruimte lieten voor vrijblijvendheid. “De wereld is fundamenteel veranderd,” stelde zij. Dagelijks nieuws over oorlogen, sabotage, cyberdreiging en maatschappelijke spanningen laat volgens haar zien dat oude zekerheden niet langer vanzelfsprekend zijn. “Ik herken het gevoel dat je soms denkt: ik weet het even niet meer”.

Bekijk hier de aftermovie door op de foto te klikken

 

Havenmeester René de Vries sloot daarbij aan met een stevige analyse van actuele dreigingen. Hij benadrukte dat spanningen rond Europa zich allang binnen de landsgrenzen manifesteren, onder meer via sabotage van infrastructuur, verdachte situaties in havengebied en maatschappelijke ontwrichting door desinformatie. Volgens De Vries is Nederland onvoldoende voorbereid op langdurige uitval van vitale voorzieningen, terwijl de risico’s reëel zijn.

Na de woorden van de burgemeester en havenmeester volgde een interactieve sessie met Deloitte. Tijdens de interactieve sessie van Danny Tinga (Deloitte) gingen ondernemers aan de slag met weerbaarheid aan de hand van de drie P’s: Prioritise, Protect en Pressure. Het toepassen van de drie P’s kan organisaties helpen om gestructureerd na te denken over maatschappelijke en organisatorische weerbaarheid en biedt een kader voor het ontwikkelen van een robuuste resilience-strategie. Met behulp van een fictieve casus werden deelnemers tijdens de interactieve sessie uitgenodigd om te verkennen wat tijdens een verstoring belangrijk én tijdskritiek is, en welke afhankelijkheden daarbij een rol spelen.

• Prioritise: het rangschikken van de meest kritieke diensten die minimaal geleverd moeten kunnen worden om de continuïteit van de organisatie te waarborgen. Welke diensten moet ik minimaal kunnen leveren?
• Protect: strategieën en maatregelen om deze kritieke diensten en belangen te beschermen. Wat heb ik daarvoor nodig aan personen, informatie, objecten, goederen, materiaal en informatiesystemen?
• Pressure: hoe organisaties opereren onder druk tijdens crisis. Hoe blijf ik functioneren als de druk toeneemt en zekerheden wegvallen?

"/

Het Rotterdams Ondernemersontbijt bevestigde opnieuw zijn rol als plek waar realiteit wordt benoemd en waren ondernemers én bestuurders worden geïnspireerd. Zodra de datum van het volgende ontbijt bekend is wordt dat hier op de website of onze socials bekend gemaakt.

Foto’s: Mirjam Lems

Als directeur van VNO-NCW West kijk ik positief naar het coalitieakkoord. Tegelijkertijd zie ik ruimte voor verbetering, meer ambitie én vooral: een kans voor een nieuwe impuls aan het poldermodel. Dit kabinet heeft onder leiding van minister-president Jetten, met minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid minister Aartsen van Werk en Participatie een gouden kans om samen met de polder een nieuw sociaal akkoord te sluiten; wellicht zelfs een nieuw Akkoord van Wassenaar.

Dat historische akkoord uit 1982 liet zien wat mogelijk is als sociale partners bereid zijn tot compromissen. Loonmatiging in ruil voor arbeidstijdverkorting herstelde destijds de winstgevendheid en hielp de werkloosheid terug te dringen. Het werd een schoolvoorbeeld van succesvol polderoverleg.

Ook nu is zo’n gezamenlijke aanpak nodig. Het coalitieakkoord legt sterk de nadruk op financiële discipline en hervormingen in WW, WIA, pensioenen en zorg. Hervormen is noodzakelijk om de verzorgingsstaat en de AOW houdbaar te houden. Maar de vormgeving en randvoorwaarden vragen om overleg met vakbonden en werkgevers, de polder. Zonder draagvlak geen duurzame oplossingen. Bovendien sluiten delen van de plannen niet aan bij het eerder gesloten pensioenakkoord.

Niet alleen de oppositie, maar ook de polder ziet het akkoord daarom als een uitnodiging. Zoek niet alleen meerderheden in de Haagse stolp, maar bouw aan maatschappelijk draagvlak via het middenveld. Dat is geen omweg, maar de kortste route naar stabiel beleid.

Er is nog een belangrijke factor die de komende tijd van invloed zal zijn op de verhoudingen tussen de politiek en de polder. Want naast het nieuwe minderheidskabinet dat op 23 februari het bordes van Paleis Huis ten Bosch betreedt, verandert ook samenstelling van de polder. Er zullen de komende maanden veel nieuwe voorzitters namens werkgevers en werknemers aan de overlegtafel schuiven. Zij bouwen voort op de traditie van het poldermodel, maar brengen ook een frisse blik en nieuwe energie met zich mee. Dat biedt kansen.

De agenda voor brede welvaart van voorzitter van VNO-NCW Ingrid Thijssen en het pleidooi voor een leven lang ontwikkelen en een sterke verbinding tussen onderwijs en arbeidsmarkt van Jacco Vonhof als voorzitter van MKB-Nederland laten zien waar de sleutel ligt: investeren in kennis, innovatie en duurzame inzetbaarheid. Dat klinkt mij als muziek in de oren.

De vakbonden wisselen ook van voorzitter. Hans van den Heuvel start per 1 april 2026 als nieuwe voorzitter van het CNV. Voor FNV is dit dé kans om de rijen te sluiten, het interne gedoe achter zich te laten en zich vol in te zetten voor het belang van de werknemers. Anders raakt de polder uit balans. Als je de WW, WIA en de AOW aan wilt pakken en toekomstbestendig maken, dan moet dit echt samen met de sociale partners.

Een leven lang leren, van werk naar werk begeleiden en het sociaal vangnet beschermen voor wie dat nodig heeft, zijn daarbij essentieel. Een weerbare samenleving vraagt om een sterke economie én om gedeelde brede welvaart. Precies daar ligt de opdracht – en de kans – voor een nieuw sociaal akkoord.

Rogier Krabbendam
Directeur Public Affairs VNO-NCW West

Wat als de stroom uitvalt, internet wegvalt of er een andere crisissituatie ontstaat? Om ondernemers en brancheorganisaties te helpen zich hierop voor te bereiden, hebben VNO-NCW en MKB-Nederland de 𝗵𝗮𝗻𝗱𝗿𝗲𝗶𝗸𝗶𝗻𝗴 𝘄𝗲𝗲𝗿𝗯𝗮𝗮𝗿𝗵𝗲𝗶𝗱 opgesteld.

De handreiking biedt een praktische aanpak voor drie scenario’s: langdurige uitval van elektriciteit, uitval van internet en telefonie en een situatie waarin Nederland betrokken raakt bij een militair conflict. Met concrete stappen en voorbeelden laat de handreiking zien hoe bedrijven zich kunnen voorbereiden: van veiligheid van medewerkers en continuïteit van cruciale processen tot communicatie, ICT en toeleveringsketens.

Namens VNO-NCW West waren Tessa Langerijs en Trudie van ’t Hull-Bettink aanwezig bij de uitreiking.

In 2026 blijft VNO-NCW West dit thema agenderen met meerdere bijeenkomsten over weerbaarheid. Na de bijeenkomst 𝘝𝘢𝘯 𝘥𝘳𝘦𝘪𝘨𝘪𝘯𝘨 𝘯𝘢𝘢𝘳 𝘥𝘢𝘢𝘥𝘬𝘳𝘢𝘤𝘩𝘵 in Alkmaar op 30 januari volgt op 18 juni een vervolg in de regio Rijnland.

Lees de handreiking hier: Handreiking_Weerbaarheid

VNO-NCW West verwelkomt het coalitieakkoord 2026–2030. Het is positief dat het kabinet duidelijke keuzes wil maken om Nederland veilig, weerbaar en economisch sterk te houden. Ondernemers spelen daarin een sleutelrol. Zij zorgen voor banen, innovatie, investeringen en internationale verbindingen. Juist in Noord- en Zuid-Holland, waar veel economische en maatschappelijke opgaven samenkomen.

Voor ondernemers in onze regio is het nu vooral van belang dat de ambities uit het coalitieakkoord snel worden geconcretiseerd en uitvoerbaar worden gemaakt. Daarbij is een stabiel en voorspelbaar beleid essentieel, net als een gelijk speelveld binnen Europa. Ondernemers kunnen alleen blijven investeren in innovatie en verduurzaming als zij niet structureel op achterstand worden gezet door nationale koppen op Europees beleid of ongelijke kostenstructuren.

Het coalitieakkoord erkent het belang van ondernemerschap en spreekt waardering uit voor investeren, samenwerken in de polder en de rol van regio’s. Dat is een goed vertrekpunt.

 

Randvoorwaarden op orde: opvolging van Wennink noodzakelijk

Het rapport-Wennink is helder: wie de economie wil versterken, moet eerst de randvoorwaarden op orde brengen. Dat betekent concreet: ruimte, energie, infrastructuur en juridische zekerheid.

Op dit punt zien wij in het coalitieakkoord positieve intenties, maar ook duidelijke tekortkomingen.

  • Wij zijn blij dat het kabinet prioriteit geeft aan de aanpak van netcongestie en inzet op een crisiswet om de file op het elektriciteitsnet terug te dringen. Dat is hard nodig. Voor ondernemers in onze regio is netcongestie inmiddels één van de grootste belemmeringen om te groeien, te verduurzamen of überhaupt te starten. Nu is het zaak dat woorden snel worden omgezet in uitvoeringskracht.
  • Stikstof blijft een bepalende factor voor de uitvoerbaarheid van plannen. De voortzetting van de gebiedsgerichte aanpak, zoals in de Rotterdamse haven, is positief. Tegelijkertijd missen wij een concrete (juridische) borging van emissiereductie zodat vergunningen weer loskomen en ondernemers weer zekerheid krijgen. Projecten lopen nu dagelijks vast, met directe gevolgen voor woningbouw, infrastructuur en economische ontwikkeling.
  • Infrastructuur krijgt extra middelen, maar deze zijn onvoldoende. Noord- en Zuid-Holland vormen een knooppunt van woon-werkverkeer, logistiek en internationale stromen. Knelpunten op weg en spoor werken direct door in reistijden, leveringszekerheid en productiviteit. Voor VNO-NCW West is het essentieel dat wordt doorgepakt op de ruggengraat van Nederland: de verbindingen tussen havens, Schiphol en grote woon- en werklocaties, waaronder projecten als de Oude Lijn, de Noord/Zuidlijn en andere knelpunten op het spoor en hoofdwegennet.
  • Ruimte voor economie en industrie verdient een volwaardige plek. Het coalitieakkoord benoemt bedrijventerreinen en industrieclusters, maar concrete keuzes en uitvoering blijven nodig. Economische ruimte mag geen restpost zijn.
  • Internationale connectiviteit en een gelijk speelveld binnen Europa zijn daarbij eveneens cruciale randvoorwaarden. De internationale bereikbaarheid via Schiphol is van groot belang voor het vestigingsklimaat, investeringen en werkgelegenheid. Bedrijven vestigen zich hier en blijven hier vanwege directe verbindingen met economische centra wereldwijd. Tegelijkertijd vraagt dit om een Europees gelijk speelveld. Als de randvoorwaarden voor Nederlandse bedrijven en luchthavens structureel anders uitpakken dan bij concurrenten in het buitenland, raakt dat direct de concurrentiepositie van onze regio. Duidelijkheid en voorspelbaarheid zijn daarom essentieel, zodat bedrijven kunnen investeren in innovatie, verduurzaming en internationale groei. Dit geldt niet alleen voor de luchtvaart gevestigd in onze regio, maar ook voor energie-intensieve industrie en andere internationaal concurrerende sectoren in onze regio.
  • Er zijn goede voornemens om de regeldruk blijvend te verlagen.

Om de economie een echte impuls te geven, moet de basis op orde zijn.

 

Kennis en innovatie: kansen benutten in de regio

VNO-NCW West is positief over de aandacht voor kennis en innovatie. De keuze om 10% van het defensiebudget te investeren in kennis en innovatie biedt grote kansen, juist voor het innovatieve mkb via dual-use toepassingen. Ook de introductie van een DARPA-achtig model kan innovatie in Nederland versnellen. Daarnaast zijn de intenties over het halen van de 3% norm voor research & development positief.

Het is goed dat er veel aandacht is voor start-ups en scale-ups, de innovatiemotoren in onze regio. Zij hebben echter ook betaalbare bedrijfsruimte nodig om te kunnen groeien, waar de ontbrekende ruimte voor bedrijven terugkomt.

Daarnaast is het goed dat het mbo en hbo worden erkend als het kloppend hart van de regionale economie. De inzet op campussen en samenwerking tussen mbo, hbo en wo sluit goed aan bij regionale ecosystemen, zoals binnen de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Hier liggen kansen om onderwijs, innovatie en bedrijfsleven structureel te verbinden.

 

Weerbaarheid, defensie, digitalisering en cyber

De geopolitieke realiteit vraagt om een weerbare samenleving en economie. Bedrijven spelen daarin een cruciale rol. Wij missen echter een stevige inzet op publiek-private samenwerking, bijvoorbeeld via bestaande structuren zoals de PVO’s.

Cyberdreiging vormt een groeiend risico, niet alleen voor vitale bedrijven maar ook voor het brede mkb. Het coalitieakkoord erkent dit risico, maar concrete maatregelen om ondernemers cyberweerbaarder te maken blijven beperkt.

Daarnaast is het een gemiste kans dat de 1,5% NAVO-norm wordt ingevuld met bestaande uitgaven. Juist hier had extra kunnen worden geïnvesteerd in vitale infrastructuur, digitale veiligheid en cyberweerbaarheid. Samenredzaamheid vraagt om samenwerking met het bedrijfsleven en investeringen, niet om het verhangen van de bordjes.

 

Wonen, ruimte en infrastructuur in samenhang

De extra investeringen in woningbouw zijn noodzakelijk en welkom. Voor ondernemers is wonen onlosmakelijk verbonden met werken. Zonder woningen geen personeel, zonder bereikbaarheid geen bedrijvigheid.

De ambitie om wonen, werken, bereikbaarheid, groen en voorzieningen in samenhang te ontwikkelen is een belangrijke stap. De uitdaging zit nu in de uitvoering: keuzes maken, procedures versnellen en ruimte bieden aan zowel wonen als economie en zorgen voor een robuuste infrastructuur.

 

Arbeidsmarkt: uitvoering en zorgen blijven

Het coalitieakkoord verwijst terecht naar Wennink en Draghi als het gaat om de structurele uitdagingen op de arbeidsmarkt. De aandacht voor regionale werkcentra biedt kansen om werkgevers, onderwijs en overheid beter te verbinden. In onze regio zijn wij hier al sinds september actief mee bezig en nemen wij verantwoordelijkheid.

Tegelijkertijd blijven er zorgen. De focus op ‘van werk naar werk’ is noodzakelijk, maar de loondoorbetaling bij ziekte blijft een knelpunt voor werkgevers, met name in het mkb. Dit vraagt om structurele oplossingen en blijft voor ons een belangrijk aandachtspunt.

 

Het coalitieakkoord bevat belangrijke aanknopingspunten voor ondernemers, maar laat op cruciale randvoorwaarden kansen liggen. Wie ondernemerschap serieus neemt, moet zorgen voor ruimte, energie, bereikbaarheid, weerbaarheid en een werkende arbeidsmarkt.

VNO-NCW West blijft zich inzetten voor een sterk vestigingsklimaat in de regio, samen met ondernemers en overheden. Ondernemerschap verdient niet alleen waardering, maar vooral beleid dat werkt. Of zoals de coalitie zelf zegt: Aan de slag!

Wat betekent weerbaarheid in een tijd waarin geopolitieke spanningen, digitale dreiging en maatschappelijke afhankelijkheden steeds zichtbaarder worden? Welke kansen biedt dit voor ondernemers? Tijdens de bijeenkomst Van dreiging naar daadkracht – Ondernemerskansen voor een weerbare regio op vrijdag 30 januari kwamen ondernemers, bestuurders en experts samen om die vraag niet alleen te analyseren, maar vooral te vertalen naar de praktijk van ondernemen en regionale samenwerking. 

In zijn opening maakte Hans Huibers, voorzitter van VNO-NCW Noordwest-Holland en lid van het dagelijks bestuur VNO-NCW, direct duidelijk dat weerbaarheid geen geïsoleerd veiligheidsvraagstuk is. Het raakt aan economische structuur, infrastructuur, energie en wonen en juist die samenhang bepaalt of een regio sterk staat. “Als je veiligheid los ziet van strategische investeringen en economische ontwikkeling, mis je de kern,” stelde Huibers. Noord-Holland Noord is daarbij een regio waar die thema’s letterlijk samenkomen, van maritieme infrastructuur tot energie, kennis en defensie.  

VNO-NCW Noordwest-Holland speelde bij deze bijeenkomst nadrukkelijk een verbindende rol door landelijke vraagstukken en beleidsontwikkelingen te koppelen aan de kracht en praktijk van de regio. Door ondernemers, branches en overheden samen te brengen, wordt zichtbaar hoe nationale thema’s als weerbaarheid, veiligheid en strategische autonomie lokaal vorm krijgen en hoe regionale samenwerking kan bijdragen aan oplossingen met landelijke impact. 

Ugur Pekdemir van de Rabobank benadrukte die samenhang vanuit haar coöperatieve achtergrond. Samenwerken om sterker te worden is geen nieuw principe, maar krijgt in deze tijd een nieuwe lading. “Onze wortels liggen bij samen weerbaarder worden,” klonk het. “Als het goed gaat met ondernemers, gaat het ook goed met de samenleving.” 

 

Niet langer vrijblijvend 

Het nationale perspectief werd geschetst door Marco Zannoni, directeur Nationale Crisisbeheersing (NCTV). Zijn boodschap was nuchter en confronterend: de dreigingen waar Nederland mee te maken heeft zijn niet nieuw, maar ze stapelen zich op en zijn niet langer vrijblijvend. Cyberaanvallen, langdurige stroomuitval, klimaatrisico’s en geopolitieke spanningen vragen om een andere manier van kijken en handelen. 

“We moeten af van het idee dat de overheid dit alleen kan,” zei Zannoni. “We hebben de hele samenleving nodig: burgers, bedrijven en overheden samen.” Daarbij benadrukte hij dat mensen veerkrachtiger zijn dan vaak wordt gedacht, mits ze eerlijk worden geïnformeerd. “In elke crisis zie je dat mensen elkaar helpen. Maar dan moet je wel vooraf duidelijk zijn over wat de overheid kan, en wat niet.” 

Het veelbesproken 72-uurscenario kwam daarbij terug als realistisch uitgangspunt. Niet als geruststelling, maar als oproep tot voorbereiding. “Die 72 uur zijn de tijd die de overheid nodig heeft om zichzelf te organiseren. Wie zich daarop voorbereidt, helpt niet alleen zichzelf, maar ook anderen.” 

 

Weerbaarheid begint dichtbij 

Dat landelijke beeld kreeg een concrete vertaling naar de regio in het verhaal van Anja Schouten, burgemeester van Alkmaar en voorzitter van de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord. Zij benadrukte dat weerbaarheid in de praktijk niet begint in systemen, maar in mensen en netwerken. 

“Als het echt misgaat, maken we het verschil niet alleen vanuit het gemeentehuis,” stelde Schouten. “Dan draait het om buurten, ondernemers en mensen die elkaar kennen.” Gemeenten voeren daarom bewust gesprekken in wijken en met ondernemers, vaak met simpele vragen: wat doe je als de stroom uitvalt? Wie heeft de sleutel van het gebouw? Waar kun je samenkomen? “Wacht niet op elkaar met dat soort dingen uitzoeken, kijk wat je zelf nu al kunt doen.” 

Volgens Schouten zit de kracht vooral in wat er al is. “We moeten niet alles willen structureren of dichtregelen. Er is ongelooflijk veel veerkracht in de samenleving. Onze rol is luisteren en daarop aansluiten.” 

 

Ondernemers tussen risico en kans 

Vanuit ondernemersperspectief werd duidelijk dat weerbaarheid niet alleen gaat over risico’s beperken, maar ook over kansen benutten. Hans Huibers verwees naar voorbeelden uit de regio, zoals Den Helder, waar civiele en militaire infrastructuur, energie en innovatie samenkomen. “Dit is niet alleen een veiligheidsverhaal. Dit is ook een economisch verhaal, met enorme kansen voor bedrijven.” 

Vincent Maagdenberg, Chief Risk Officer bij Rabobank, sloot daarbij aan. Hij wees op het verschil tussen bedrijven die zich actief voorbereiden en bedrijven die dat niet doen. “We zien dat bedrijven die nadenken over weerbaarheid innovatiever zijn en uiteindelijk sterker staan,” zei hij. “Het is geen vinklijstje, maar een manier van kijken naar je onderneming.” 

 

Praktijkervaringen uit de regio 

De vertaalslag naar de praktijk werd verder gemaakt door Rob Niele, directeur van Ondernemend Alkmaar. Hij pleitte voor een andere taal rondom het thema. “Als we het hebben over verstoring in plaats van dreiging, wordt het concreter en minder abstract,” stelde hij. Volgens Niele ligt een belangrijke sleutel bij bedrijventerreinen en ondernemersverenigingen, waar het gesprek nog te weinig wordt gevoerd. 

Martin van Wilgenburg, crisismanager bij Alliander, gaf inzicht in hoe netbeheerders omgaan met grootschalige storingen. Hij benadrukte dat er intensief wordt geoefend, maar dat samenwerking cruciaal blijft. “Ook wij zijn afhankelijk van goede afstemming met veiligheidsregio’s en ondernemers. Dat moet je vooraf organiseren.” 

Demi Grandiek, eigenaar van Adviesjurist, zoomde in op cyberweerbaarheid en Europese wetgeving. Veel ondernemers worstelen volgens haar met de vraag waar te beginnen. “Begin klein,” adviseerde ze. “Zorg dat je basis op orde is: wie doet wat bij uitval, hoe beveilig je je systemen, hoe zit je keten in elkaar.” Daarbij wees ze erop dat weerbaarheid steeds vaker een gezamenlijke verantwoordelijkheid in de keten wordt. 

 

Regionale kracht en innovatie 

Fotigui Camara, wethouder Maritiem van de gemeente Den Helder, plaatste weerbaarheid in een bredere ontwikkeling: na jaren van focus op efficiëntie en duurzaamheid verschuift het denken nu naar weerbaarheid. Regio’s als Noord-Holland Noord kunnen daarin vooroplopen. Volgens Camara beschikt de regio over unieke bouwstenen om nationale opgaven te verbinden aan economische groei, met Den Helder als knooppunt van zeehaven, luchthaven en kennishaven. Die combinatie versterkt de samenwerking tussen Defensie, ondernemers en kennisinstellingen. Camara riep ondernemers op hun rol te pakken in dit ecosysteem: “ondernemers zijn de planten in de tuin, de overheid is de imker die kruisbestuiving faciliteert.” De boodschap: benut de kansen, investeer samen en bouw aan een weerbare regio van nationaal belang. 

Paul Verbruggen, directeur van METIP, liet zien hoe die opgaven in de praktijk vorm krijgen. Van maritieme technologie en energie tot dual-use innovaties: “Dit is geen toekomstmuziek. Dit gebeurt nu.” De samenwerking met Defensie ziet hij daarbij niet als belemmering, maar als katalysator. “Het trekt innovatie aan en verbindt startups, bedrijfsleven en overheid.” 

 

Samen verder 

Ook vanuit Defensie werd de beweging richting regionale samenwerking bevestigd. Freek Marchal, luitenant ter zee & innovatiemanager MINDBase Noord-Holland, en Rard Metz, beleidssecretaris defensie bij Koninklijke Metaalunie, gaven aan dat Defensie nadrukkelijker de regio’s opzoekt en wil aansluiten bij bestaande netwerken. “We willen niet regisseren, maar verbinden,” klonk het vanuit MINDBase. Tegelijk werd open gesproken over bureaucratie en de noodzaak om sneller te handelen, een gesprek dat door ondernemers in de zaal scherp werd gevoerd. 

In het slot van de bijeenkomst klonk een duidelijke gezamenlijke oproep van Hans Huibers en Ugur Pekdemir: wacht niet af, maar kom in beweging. De urgentie is groot en terecht, maar minstens zo belangrijk is dat de bereidheid om samen te handelen nadrukkelijk aanwezig is. Dáár ontstaat perspectief. Weerbaarheid vraagt om zichtbaarheid — in de regio én richting Den Haag — en om bewustzijn dat verder reikt dan de waan van de dag. Daarbij is het betrekken van jongeren essentieel. Niet als doelgroep voor later, maar als volwaardige partners van nu: de jeugd is niet de toekomst, de jeugd ís het heden. 

De bijeenkomst liet zien dat samenredzaamheid de sleutel is. Ondernemers, overheden en kennisinstellingen kunnen elkaar versterken door risico’s niet alleen te benoemen, maar om te zetten in kansen. Van cyberweerbaarheid en energiezekerheid tot innovatie en regionale samenwerking: de bouwstenen zijn aanwezig om Noordwest-Holland schokbestendig te maken én economisch te versterken. Door krachten te bundelen, zichtbaar te maken wat hier gebeurt en gezamenlijk op te trekken richting het Rijk, bouwen we aan een regio die niet alleen bestand is tegen de dreigingen van vandaag, maar klaar is voor de kansen van morgen. 

 

Wat deze bijeenkomst vooral liet zien, is dat weerbaarheid niet alleen vraagt om voorbereiding, maar ook om durf en samenwerking. Juist in Noord-Holland Noord liggen kansen om economische ontwikkeling, innovatie en veiligheid met elkaar te verbinden.  

Voor ondernemers betekent dit dat weerbaarheid meer is dan een verplicht nummer of een risico dat moet worden afgedekt. Het biedt ook ruimte om te innoveren, nieuwe markten te verkennen en samenwerkingen aan te gaan die bijdragen aan zowel bedrijfscontinuïteit als regionale kracht. Door kennis te delen, scenario’s te bespreken en de samenwerking op te zoeken, binnen sectoren én over sectorgrenzen heen, ontstaat een fundament waarop verder gebouwd kan worden. 

De opgave is groot, maar de uitgangspositie van de regio is sterk. Door gezamenlijk op te trekken, kan Noord-Holland Noord zich niet alleen voorbereiden op verstoringen, maar zich ook profileren als een regio waar ondernemerschap, innovatie en maatschappelijke verantwoordelijkheid hand in hand gaan.  

Al met al kijken we terug op een geslaagde eerste brede bijeenkomst over weerbaarheid. Zoals Fotigui Camara benoemde: “Deze bijeenkomst kan wel eens het moment zijn waar later op wordt teruggekeken als het startpunt van een bredere beweging rond weerbaarheid in Noord-Holland Noord: een omslag van praten naar gezamenlijk richting geven en handelen.” 

Deze bijeenkomst is samen met de Rabobank georganiseerd is mede mogelijk gemaakt door een sterke coalitie van regionale partners: Koninklijke Bouwend Nederland, Economisch Forum Holland boven Amsterdam, FME, Jong Management Kring Noord-Holland Noord, Koninklijke Metaalunie, Ondernemend Alkmaar.

De foto’s, gemaakt door Studio kr8 photography, zijn hier te bekijken en downloaden:

Op 23 januari bracht Ingrid Thijssen, voorzitter van VNO-NCW, een werkbezoek aan het Maritiem cluster Den Helder. Een regio waar veiligheid, energie en innovatie niet naast elkaar bestaan, maar elkaar versterken en waar nationale opgaven dagelijkse praktijk zijn.

Het bezoek begon bij Den Helder Airport en Vliegkamp De Kooy, waar Conny van den Hoff vertelde hoe civiele en militaire luchtvaart samenkomen in de ondersteuning van offshore-energie en maritieme veiligheid. Aansluitend volgde een rondrit door de zeehaven, begeleid door Niels Kleingeld, Paul Meijer (Koninklijke Marine, CSZK) en Katja Naber – van der Aa (Port of Den Helder The Netherlands) langs zowel de marinehaven als de civiele haven. Hier werd zichtbaar hoe Den Helder zich ontwikkelt als thuishaven van de Koninklijke Marine én als operationele hub voor offshore-logistiek en toezicht op de Noordzee.

De combinatie van luchthaven en zeehaven maakt Den Helder tot een strategisch knooppunt. Vanuit de haven worden offshore windparken onderhouden en nieuwe energieketens voorbereid. Verdere investeringen in infrastructuur zijn essentieel om deze groei mogelijk te maken en de energietransitie uitvoerbaar te houden.

Het werkbezoek werd afgesloten bij innovatiecentrum METIP, waar Defensie, bedrijven en kennisinstellingen samenwerken aan toepassingen zoals drones, virtuele trainingsomgevingen en 3D-printing. Een krachtig voorbeeld van hoe innovatie bijdraagt aan weerbaarheid, vakmanschap en ondernemerschap.

Ingrid Thijssen: “De nieuwe geopolitieke realiteit maakt duidelijk dat we fors meer moeten investeren in onze veiligheid. Den Helder laat zien hoe weerbaarheid, de energietransitie en economische ontwikkeling elkaar kunnen versterken. Dat versterkt onze nationale veiligheid én stimuleert economische groei en innovatie.”

Wethouder Fotigui Camara: “Het is waardevol dat we met dit werkbezoek hebben laten zien hoe Den Helder, als strategisch maritiem knooppunt, al decennialang bijdraagt aan veiligheid, energievoorziening en innovatie op nationale schaal. De combinatie van defensie, infrastructuur en ondernemerschap maakt onze stad tot een belangrijke schakel voor een veilig en toekomstbestendig Nederland.”

VNO-NCW Noordwest-Holland speelde bij dit werkbezoek een verbindende rol door landelijke thema’s en besluitvorming te koppelen aan de kracht en praktijk van de regio. Juist door deze verbinding tussen nationaal beleid en regionale samenwerking wordt zichtbaar hoe ondernemers, overheid en Defensie in Den Helder samen bijdragen aan oplossingen met landelijke impact.

Zie hier een uitgebreid verslag met video van het werkbezoek: https://noordkop247.nl/nieuws/video-voorzitter-vno-ncw-op-werkbezoek-in-den-helder/

Benieuwd wat we nog meer doen in de regio Noordwest-Holland? Kijk dan hier.

Nergens in Nederland staan automobilisten zo vaak vast als in Den Haag, blijkt uit nieuw onderzoek van TomTom. Een weinig eervolle titel, maar voor ondernemers helaas geen verrassing. Eerder deze week wees onze voorzitter Robert Medenblik in het AD al op de structurele problemen rond de bereikbaarheid van de stad.

Goede bereikbaarheid is geen luxe, maar een randvoorwaarde voor een leefbare en economisch sterke stad. “𝘋𝘢𝘵 𝘋𝘦𝘯 𝘏𝘢𝘢𝘨 𝘯𝘶 𝘸𝘰𝘳𝘥𝘵 𝘨𝘦𝘯𝘰𝘦𝘮𝘥 𝘢𝘭𝘴 𝘧𝘪𝘭𝘦𝘩𝘰𝘰𝘧𝘥𝘴𝘵𝘢𝘥 𝘷𝘢𝘯 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥 𝘬𝘰𝘮𝘵 𝘷𝘰𝘰𝘳 𝘰𝘯𝘴 𝘯𝘪𝘦𝘵 𝘢𝘭𝘴 𝘷𝘦𝘳𝘳𝘢𝘴𝘴𝘪𝘯𝘨, 𝘮𝘢𝘢𝘳 𝘭𝘦𝘨𝘵 𝘸𝘦𝘭 𝘥𝘦 𝘷𝘪𝘯𝘨𝘦𝘳 𝘰𝘱 𝘥𝘦 𝘻𝘦𝘳𝘦 𝘱𝘭𝘦𝘬. 𝘋𝘦 𝘴𝘵𝘢𝘥 𝘣𝘭𝘪𝘫𝘧𝘵 𝘨𝘳𝘰𝘦𝘪𝘦𝘯, 𝘦𝘯 𝘥𝘢𝘵 𝘣𝘦𝘵𝘦𝘬𝘦𝘯𝘵 𝘥𝘢𝘵 𝘴𝘵𝘦𝘦𝘥𝘴 𝘮𝘦𝘦𝘳 𝘮𝘦𝘯𝘴𝘦𝘯 𝘻𝘪𝘤𝘩 𝘥𝘢𝘨𝘦𝘭𝘪𝘫𝘬𝘴 𝘮𝘰𝘦𝘵𝘦𝘯 𝘷𝘦𝘳𝘱𝘭𝘢𝘢𝘵𝘴𝘦𝘯 𝘰𝘮 𝘵𝘦 𝘸𝘦𝘳𝘬𝘦𝘯, 𝘵𝘦 𝘰𝘯𝘥𝘦𝘳𝘯𝘦𝘮𝘦𝘯 𝘦𝘯 𝘵𝘦 𝘭𝘦𝘷𝘦𝘯.”, aldus Leonie Scholts, bestuurslid VNO-NCW regio Den Haag en portefeuillehouder mobiliteit en bereikbaarheid.

“𝘑𝘶𝘪𝘴𝘵 𝘥𝘢𝘢𝘳𝘰𝘮 𝘻𝘪𝘫𝘯 𝘴𝘭𝘪𝘮𝘮𝘦 𝘬𝘦𝘶𝘻𝘦𝘴 𝘯𝘰𝘥𝘪𝘨. 𝘔𝘪𝘯𝘥𝘦𝘳 𝘷𝘦𝘳𝘷𝘰𝘦𝘳𝘴𝘣𝘦𝘸𝘦𝘨𝘪𝘯𝘨𝘦𝘯 𝘥𝘰𝘰𝘳 𝘦𝘧𝘧𝘪𝘤𝘪ë𝘯𝘵𝘦 𝘦𝘯 𝘴𝘤𝘩𝘰𝘯𝘦 𝘴𝘵𝘢𝘥𝘴𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘵𝘪𝘦𝘬, 𝘦𝘦𝘯 𝘷𝘦𝘪𝘭𝘪𝘨𝘦 𝘦𝘯 𝘢𝘢𝘯𝘵𝘳𝘦𝘬𝘬𝘦𝘭𝘪𝘫𝘬𝘦 𝘧𝘪𝘦𝘵𝘴𝘪𝘯𝘧𝘳𝘢𝘴𝘵𝘳𝘶𝘤𝘵𝘶𝘶𝘳 é𝘯 𝘣𝘦𝘵𝘢𝘢𝘭𝘣𝘢𝘳𝘦, 𝘣𝘦𝘵𝘳𝘰𝘶𝘸𝘣𝘢𝘳𝘦 𝘢𝘭𝘵𝘦𝘳𝘯𝘢𝘵𝘪𝘦𝘷𝘦𝘯 𝘷𝘰𝘰𝘳 𝘥𝘦 𝘢𝘶𝘵𝘰. 𝘛𝘦𝘨𝘦𝘭𝘪𝘫𝘬𝘦𝘳𝘵𝘪𝘫𝘥 𝘷𝘳𝘢𝘢𝘨𝘵 𝘦𝘦𝘯 𝘪𝘯𝘵𝘦𝘳𝘯𝘢𝘵𝘪𝘰𝘯𝘢𝘭𝘦 𝘴𝘵𝘢𝘥 𝘢𝘭𝘴 𝘋𝘦𝘯 𝘏𝘢𝘢𝘨 𝘰𝘰𝘬 𝘰𝘮 𝘨𝘦𝘳𝘪𝘤𝘩𝘵𝘦 𝘪𝘯𝘷𝘦𝘴𝘵𝘦𝘳𝘪𝘯𝘨𝘦𝘯 𝘪𝘯 𝘩𝘦𝘵 𝘸𝘦𝘨𝘦𝘯𝘯𝘦𝘵. 𝘏𝘦𝘵 𝘪𝘴 𝘨𝘦𝘦𝘯 ó𝘧-ó𝘧, 𝘮𝘢𝘢𝘳 é𝘯-é𝘯: 𝘰𝘱𝘦𝘯𝘣𝘢𝘢𝘳 𝘷𝘦𝘳𝘷𝘰𝘦𝘳 é𝘯 𝘢𝘶𝘵𝘰.”

𝗕𝗲𝗿𝗲𝗶𝗸𝗯𝗮𝗮𝗿𝗵𝗲𝗶𝗱 𝗮𝗹𝘀 𝗽𝗼𝗹𝗶𝘁𝗶𝗲𝗸𝗲 𝗸𝗲𝘂𝘇𝗲
Deze oproep staat niet op zichzelf. In aanloop naar de Gemeenteraadsverkiezingen presenteerden we ons verkiezingsmanifest “Ondernemen voor Brede Welvaart”. Daarin benoemen wij bereikbaarheid expliciet als randvoorwaarde voor een goed ondernemersklimaat, naast thema’s als ruimte voor ondernemerschap, netcongestie, arbeidsmarkt en brede welvaart.

Voor werkgevers die voor hun organisatie willen anticiperen op dit probleem organiseren we op 25 februari een bijeenkomst over bereikbaarheid, hinder en praktische mobiliteitsoplossingen. Klik hier voor meer informatie.