Uit ons magazine: Afscheidsinterview burgemeester Aboutaleb “Er waren zo veel grootse momenten”

Na 15 jaar neemt Ahmed Aboutaleb afscheid als burgemeester van Rotterdam. In een exclusief afscheidsinterview blikt hij nog éénmaal terug op deze lange periode. “Ik vond de tijd rijp om plaats te maken voor mijn opvolger.”

Dit is een artikel uit ons magazine. Bekijk hier de volledige uitgave!

Foto: Marc Nolte

U bent driemaal aangewezen als burgemeester van Rotterdam. In 2021 werd u zelfs gekozen tot ‘beste burgemeester van de wereld’. Dat is niet veel mensen gegeven. Waarom heeft u de laatste termijn toch niet afgemaakt?
Omdat ik de tijd rijp vond om plaats te maken voor mijn opvolger. Overigens heb ik er nooit een geheim van gemaakt dat ik mijn derde termijn niet zou volmaken. Het was een puur persoonlijke beslissing, die ik in goed overleg met mijn dierbaren heb genomen.

Wat is het absolute hoogtepunt in de afgelopen 15 jaar, en wat is het dieptepunt?
Tja, dat waren er zo veel. Absoluut dieptepunt waren de strandrellen in augustus 2009, “de hel van Hoek van Holland” volgens de politiemensen die erbij waren. Zij werden door honderden relschoppers zo in het nauw gedreven dat ze genoodzaakt waren hun wapen te trekken. Daarbij vielen een dode en meerdere gewonden. Ontzettend heftig, zoals alle momenten waarbij je kunt spreken van buitensporig geweld. Denk aan de Coolsingel- en avondklokrellen in coronatijd. En eind vorig jaar nog, de dag dat Marlous, Romy en huisarts Jurgen om het leven werden gebracht door Fouad L. Ingrijpende gebeurtenissen die het leven van velen voorgoed hebben veranderd.
Koningsdag vorig jaar was een absoluut hoogtepunt.  We hebben er met elkaar een fantastische dag van gemaakt voor het koningshuis. De start van de tour in 2010, het Eurovisiesongfestival in Ahoy… Ach, er zijn zo veel grootse momenten geweest. Maar ik heb ook mooie herinneringen aan bijzondere ontmoetingen met bewoners en ondernemers. Aan mensen die er met z’n allen het beste van proberen te maken in hun buurt. Hun inzet en toewijding raken me telkens weer.

Drie jaar geleden zei u in dit magazine dat het bedrijfsleven een rol kan spelen in het tegendringen van armoede, bijvoorbeeld op Zuid, door perspectief op stage en een baan te bieden. In hoeverre zijn bedrijven daar volgens u in geslaagd?
Er zijn ongetwijfeld bedrijven die hun stinkende best doen. Tegelijkertijd constateerde de Onderwijsinspectie begin dit jaar dat studenten met een niet-westerse achternaam nauwelijks een stage kunnen krijgen. En als dat wel lukt, krijgen ze te maken met discriminatie op de stagewerkvloer. Voor gemotiveerde, goed opgeleide jongeren is dat natuurlijk een domper van jewelste. En voor een succesvol personeelsbeleid is het funest. Het personeelsbestand van bedrijven die opereren in een internationale havenstad, zou een afspiegeling moeten zijn van de studentenpopulatie die in de startblokken staan om de arbeidsmarkt te betreden. Dat zou een mooi streven zijn.

Op welke manier heeft het bedrijfsleven u verder kunnen helpen in het bereiken van beleidsdoelen? En wat heeft u andersom voor ondernemers kunnen betekenen?
Een burgemeester heeft geen economische beleidsdoelen, dat heeft het college van burgemeester en wethouders als geheel wel. Samen werken we aan een goed ondernemersklimaat, en ik leidde regelmatig buitenlandse handelsmissies waar Rotterdamse ondernemers deel van uitmaakten.

Een aantal jaren geleden op het miljoenenontbijt van VNO-NCW regio Rotterdam noemde u uzelf ook ‘ooit een gelukszoeker’. En op ons miljoenenontbijt van vorig jaar pleitte u voor ‘ongelijke behandeling’, om ongelijke kansen tegen te gaan. Wat moet er nou concreet gebeuren om iedereen een eerlijke kans te geven?
Gelukszoeker is tegenwoordig een scheldwoord, geluk is een schaars goed geworden waar kennelijk niet iedereen recht op heeft. Maar het is toch een diep menselijke behoefte om je best te doen voor je eigen welzijn en dat van je gezin? Wat ik bedoel met ongelijke behandeling is dit: soms zit ’t iemand van jongs af aan ongelofelijk tegen. Een kind waarvan iedereen denkt: wat moet er van hem of haar terechtkomen. Dan denk ik: laten we om zo’n kind, zo’n gezin, heen gaan staan. Als buren, familie, leerkrachten en werkgevers, als dat kind later een stageplek zoekt. Wat aandacht, een duwtje in de rug. Veel meer is er niet nodig voor zo’n ongelijke behandeling. Maar het maakt een wereld van verschil.

U heeft meermaals de oorlog verklaard aan drugsmaffia en ondermijnende praktijken. In Forum, het opinieblad van VNO-NCW, zei u twee jaar geleden dat zowel de overheid als bedrijven meer verantwoordelijkheid moeten nemen. Doen bedrijven dat inmiddels voldoende, volgens u?
De Rotterdamse haven vormt samen met Antwerpen het belangrijkste Europese knooppunt voor de in- en doorvoer van cocaïne. Deze handel gaat gepaard met ronselpraktijken, excessief geweld en witwaspraktijken. Rotterdam vervult een voortrekkersrol in de aanpak van georganiseerde drugscriminaliteit, waarin publieke en private partners samen optrekken.  Is dat voldoende? Nee. Er is ook samenwerking nodig met bron- en transitlanden, en andere Europese havens. Want je wilt natuurlijk geen waterbedeffect, of aantasting van je concurrentiepositie.

U zei toen ook dat u zich ‘terug zou trekken’ als u de hogere overheid niet wist te overtuigen om actie te ondernemen. Is dat u niet gelukt?
Er worden helaas nog steeds ladingen cocaïne onderschept, uithalers opgepakt en kinderen geronseld door criminelen. Maar er is duidelijk een beweging in gang gezet om op diverse politieke niveaus de georganiseerde drugscriminaliteit onder de aandacht te brengen. Lokaal via ons samenwerkingsverband met publieke en private partners, nationaal met de mainportaanpak en Europees samen met Antwerpen en Hamburg. Hoe het nieuwe kabinet aankijkt tegen de bestrijding van internationale drugscriminaliteit, is nog niet helemaal duidelijk. Maar ik ben ervan overtuigd dat de inzet en aandacht –  nationaal en internationaal – die we nu voor dit dossier hebben, onverminderd hoog zal blijven.

Tenslotte: wat is er de komende jaren nodig om Rotterdam verder te ontwikkelen, van zowel de overheid als ondernemers?
Het zou me een lief ding zijn als malafide huisjesmelkers en uitzendbureaus zouden verdwijnen. Dat zijn geen ondernemers, maar profiteurs van andermans ellende. Dat geldt ook voor ondernemers die criminelen ondersteunen in hun ondermijnende werk, met huurauto’s bijvoorbeeld. Ruimte voor jonge, innovatieve ondernemers die hart hebben voor de stad, waarde toevoegen aan de stad, dat is wat mij betreft de toekomst. Jongeren die, met of zonder “vreemde” achternaam, inspiratie hebben opgedaan tijdens hun stage.

De grote maatschappelijke uitdagingen van het moment vragen om een grote hoeveelheid vakmensen. En hoewel de arbeidsmarkt nu iets minder krap wordt, blijft de vraag naar mbo-studenten nog steeds hoog. We moeten daarom blijvend stimuleren dat leerlingen kiezen voor het mbo. Dat kan door opleidingen te laten aansluiten bij de arbeidsmarkt, maar ook wat betreft voortijdige schoolverlaters en het stageaanbod.  

Dit is een artikel uit ons magazine. Bekijk hier de volledige uitgave!

Het belang van het mbo wordt inmiddels breed gezien en genoemd. Het mbo biedt relevante opleidingen en een stevige basis voor de loopbanen. Ook kiezen steeds vaker ongediplomeerde havisten voor het mbo. 9% van de havo-4 leerlingen maakte deze overstap in 2023, een verdubbeling ten opzichte van een jaar daarvoor. Maar de verwachting is wel dat de komende jaren het mbo-studentenaantal zal dalen. Hiermee verliezen we langzaam de ruggengraat van onze arbeidsmarkt.

Aanpak bij de onderwijsaanbieder

Het onderwijs moet daarom zo georganiseerd blijven dat opleidingen regionaal beschikbaar blijven en dat studenten niet te ver hoeven te reizen naar opleiding en stageplek. Wanneer technische bedrijven moeten verhuizen naar locaties buiten de binnenstad, zullen de studenten die een deel van hun opleiding bij deze ondernemers genieten mee moeten reizen.

De afgelopen jaren vonden meerdere fusies in Nederland plaats, eerst voornamelijk onder de agrarische opleidingscentra (aoc) en nu ook bij de regionale opleidingscentra (roc). De vraag is hierbij of er genoeg keuzevrijheid voor studenten overblijft en of het onderwijsaanbod wel voldoende aansluit op de vraag op de arbeidsmarkt in de regio. Het is wel zo logisch als een havenoperatie-opleiding dicht bij de haven gegeven wordt.

De jarenlange terugloop van de taal-, reken- en burgerschapsvaardigheden moet ook meer aandacht krijgen in de opleidingscentra. Dat is niet alleen broodnodig om mee te kunnen doen aan de maatschappij, maar ook om later tijdens een loopbaan je te blijven ontwikkelen. Om in Nederland de taal- en rekenvaardigheden van leerlingen en studenten te verbeteren is het essentieel dat hier gericht wordt geïnvesteerd in de vaardigheid van leraren en schoolleiders. Zij bepalen immers de kwaliteit van het onderwijs.

VNO-NCW West blijft het belang van het aanbod en kwaliteit aankaarten, maar is natuurlijk geen  onderwijsinstelling of overheidsorganisatie. Wel blijven wij onze verantwoordelijkheid pakken en actief onze bijdrage en input leveren op andere punten, zoals de voortijdig schoolverlaters en de stagebegeleiding.

Voortijdig schoolverlaters

Het aantal voortijdig schoolverlaters is in het mbo weer toegenomen sinds corona. Voortijdig schoolverlaters zijn jongeren die het onderwijs verlaten zonder startkwalificatie: een diploma op havo-, vwo- of mbo-niveau 2. Jongeren die zonder startkwalificatie gaan werken hebben een grotere kans hun baan te verliezen dan een medewerker met een diploma. En ze hebben vaker flexibele banen, waardoor ze ook als volwassene later weinig inkomen hebben.

Het voortijdig schoolverlaten hangt natuurlijk ook samen met de krapte op de arbeidsmarkt in de afgelopen jaren. Voortijdig schoolverlaters lijken hierdoor meer kansen te hebben op de arbeidsmarkt.

Maar zorg, ICT en techniek hebben al jaren te maken met krapte. Personeel in deze sectoren is schaars, of het nu wel of niet economisch goed gaat met Nederland. Zelfs tijdens de coronacrisis, toen Nederland grotendeels op slot ging, bestonden er personeelstekorten in deze sectoren. Andere sectoren zijn meer afhankelijk van de economie, zoals de zakelijke dienstverlening, detailhandel of horeca. Binnen die sectoren is er ook sprake van minder vraag naar diploma’s. Kortom, hoewel het nu niet ernstig lijkt voor deze voortijdig schoolverlaters qua baankans is het bij economisch slechtere tijden wel een probleem.

De aanpak van voortijdig schoolverlaten richt zich op het begeleiden van de voortijdig schoolverlaters naar school of naar werk. Er kan ook gedacht worden aan het enthousiasmeren van deze personen voor de kraptesectoren en hen daar bijvoorbeeld te laten leren op het werk.

Stagepacten

Maar als je personeelsbezetting al heel krap is, dan is het juist fijn om personeel te hebben dat direct effectief kan worden ingezet. Dat vergroot juist de vraag naar ervaren mbo’ers. Ook mbo-studenten hebben echter voldoende kansen nodig. Goede begeleiding is hiervoor essentieel en helaas is die ondersteuning er nu vaak niet bij alle werkgevers.

De inzet van VNO-NCW West in de regionale arbeidsmarktregio-overleggen richt zich op dat punt. Ook als een werkgever in de regio niet de capaciteit heeft in zijn of haar bedrijf om begeleiding te geven, kan het regionaal werkcentrum of -platform hem of haar hierin ondersteunen of ontlasten.

Daarbovenop maakt VNO-NCW West zich, net zoals VNO-NCW landelijk , hard in de regio voor stagepacten. Want leren in de praktijk is een onmisbaar onderdeel van alle mbo-opleidingen. Daarom zijn we ook mede-ondertekenaar in de regio Den Haag van het Haags Manifest Gelijke stagekansen en in de gemeente Amsterdam van het Stagepact.  Beiden vragen aandacht voor voldoende stageplekken, goede begeleiding, een passende vergoeding en het tegengaan van discriminatie. Zo spannen we ons samen in om te zorgen voor voldoende goede stageplaatsen en leerwerkbanen.

Om al deze uitdagingen in het mbo aan te pakken, is het van belang dat we met alle betrokken partijen blijven samenwerken. Het waarborgen van toegankelijk, kwalitatief onderwijs is essentieel. We moeten blijven investeren in de kwaliteit van docenten, regionale samenwerkingsverbanden en stageplekken.

Zo kunnen we ervoor zorgen dat mbo-studenten niet alleen hun opleiding succesvol afronden, maar ook aan de slag gaan in de sectoren waar ze het hardst nodig zijn. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de aantrekkingskracht en het belang van het mbo blijvend te versterken.

 

 

 

 

Na ruim drie jaar als voorzitter neemt Henk Markerink afscheid van VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam. Per 1 september heeft hij het stokje doorgegeven aan Haico Spijkerboer, partner bij Boer & Croon. Samen kijken ze naar de uitdagingen van de afgelopen periode en de komende jaren. “Wij kunnen juist bruggen slaan tussen verschillende sectoren, perspectieven en organisaties.”

Dit is een artikel uit ons magazine. Bekijk hier de volledige uitgave!

Foto: Richard Rood

Henk is jarenlang directeur van de Johan Cruijff Arena geweest en was afgelopen jaren voorzitter van VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam. “We begonnen nog in de coronaperiode, waarin we enkel digitaal vergaderden. In die eerste periode lag de focus vooral op het helpen van bedrijven door deze moeilijke periode heen. Toen de zaken weer op gang kwamen, hebben we ook tijd gehad om de organisatie van VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam verder te versterken. Bij VNO-NCW West staat sinds anderhalf jaar een vernieuwde organisatie waarmee we richting de toekomst kunnen werken aan oplossingen voor belangrijke thema’s”, stelt Henk tevreden vast.

Essentiële banen

Eén van die thema’s is de arbeidsmarkt. “De vraag vanuit werkgevers en het aanbod vanuit het onderwijs is niet altijd even goed op elkaar afgestemd”, vindt Haico. “Er worden veel jonge mensen theoretisch geschoold op het gebied van techniek, digitalisering et cetera, en daar is natuurlijk ook vraag naar gezien de grote uitdagingen op het gebied van energietransitie en de arbeidsproductiviteit die afneemt. Maar we moeten jongeren ook blijven aanmoedigen om een praktisch vak te leren. Er zijn heel veel mooie beroepen waar ook enorme personeelstekorten zijn. We hebben dit jaar daarom ook het stagepact ondertekend, zodat per jaar 40.000 mbo-studenten in de praktijk een vak kunnen leren en daar een eerlijke vergoeding voor krijgen. Daar werken bedrijven graag aan mee. En ook met het regionaal werkcentrum wordt het makkelijker voor bedrijven om mogelijke werknemers te vinden.” Toch ziet hij ook een rol voor de overheid. “Er zijn de komende jaren een hoop uitdagingen die de brede welvaart in onze regio bedreigen. De vergrijzing is een feit in Nederland, maar ook politieke keuzes als bezuinigingen op onderwijs en innovatie hebben een negatief effect op duurzame economische groei. Investeringen in onderwijs zijn dan ook echt hard nodig”, meent Haico.

“We hebben iedereen nodig om alle vacatures in te vullen, want alleen zo kunnen we de samenleving draaiende houden”, vult Henk aan. “We kunnen nou eenmaal niet alles automatiseren. Steeds meer werknemers zijn theoretisch opgeleid, maar er zijn gewoon een hoop essentiële banen waar we praktisch opgeleide werknemers voor nodig hebben. Dat betekent dat we ook arbeidsmigratie nodig hebben.” Ook Haico vindt dat VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam “een rol kan spelen om partijen bij elkaar te brengen op dit gebied. De overheid moet samen met bedrijven willen werken.” Dat onderschrijft Henk van harte. “Het gemeentebestuur heeft soms een vertekend beeld van het bedrijfsleven. Daarom moeten we ook zelf oplossingen aandragen richting de lokale politiek.”

Regionaal verbinden

Haico noemt mobiliteit als tweede prioriteit. “We blijven ons natuurlijk inzetten voor het doortrekken van de Noord/Zuidlijn. Lokaal waren daar de handen al voor op elkaar, hopelijk gaat het Rijk ook definitief overstag, al laat de begroting dat nog niet duidelijk zien. Het creëert meer lucht voor treinen rondom Schiphol, wat ook het aantal korte afstandsvluchten kan verminderen. Daarmee blijft Amsterdam ook goed bereikbaar, net als de verdere regio.”

“Daar is het ons tenslotte om te doen. Wij zijn als VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam de enige partij die de gehele regio verbindt: wij kijken over gemeentegrenzen heen en willen mensen echt verbinden”, vult Henk aan.

Haico: “Schiphol heeft een grote regionale economische functie. Ook als het gaat om het vestigingsklimaat is Schiphol belangrijk, maar we moeten wel keuzes maken. De leefomgeving moet ook gewaarborgd blijven. Dat kan betekenen dat je een belangrijke functie als hub behoudt, maar pijnlijke keuzes moet maken die bijvoorbeeld de almaar groeiende stroom toeristen gaan raken.”

Henk: “Dit is natuurlijk een gevoelig thema, en wat je steeds meer ziet is enorme polarisatie in de samenleving op tal van terreinen. Dat zorgt ervoor dat het steeds moeilijker is om genuanceerd discussies te voeren. Terwijl het juist nodig is om feitelijk en genuanceerd te blijven, zodat we samen kunnen kijken wat werkt binnen de gehele vervoerssector, ook als het gaat om havens en treinen.”

Haico: “Ik wil integraal maar ook per sector kijken wat er nodig is. Dat geldt voor veel thema’s. De zero-emissie stadslogistiek is bijvoorbeeld onvermijdelijk, maar de gemeente moet goed kijken naar wat haalbaar is en duidelijk communiceren over wie waarmee aan de slag moet. Het beleid moet stabiel en betrouwbaar zijn om oneerlijke concurrentie te voorkomen en ook de faciliteiten moeten op orde zijn, zoals sterke kades in Amsterdam en voldoende laadpalen. Sowieso staat de bereikbaarheid van de binnensteden onder druk: gemeentebesturen moeten ruimte blijven bieden aan ondernemers om hun werk te doen.”

Gevecht om de ruimte

In die binnensteden is hoe dan ook een gevecht om de ruimte gaande, meent Haico. “Er is een enorme vraag naar de ontwikkeling van woningen op plekken waar bedrijven gevestigd zijn. Wij vinden dat iedere vierkante meter die wordt ingepikt, gecompenseerd moet worden. Bedrijven hebben het vaak moeilijk om uit te breiden of zich op een andere plek te vestigen. Maar ook op het stroomnet vindt een gevecht om de ruimte plaats. Netcongestie is echt een enorm probleem. De capaciteitsproblemen zullen niet op korte termijn opgelost zijn, dus we moeten met elkaar kijken hoe we via lokale samenwerking en slimme energietoepassingen toch kunnen voorzien in de behoefte. Mooie voorbeelden zijn er al. Wij kunnen dan ook een rol spelen als smeerolie om bedrijventerreinen met elkaar te verbinden en beter te organiseren, en kijken hoe nieuwe toepassingen kunnen bijdragen en door kennis en ervaringen uit te wisselen. Zo creëren we duurzame en toekomstbestendige bedrijventerreinen.”

Henk: “Ook de rest van onze economie moet toekomstbestendig zijn. Denk aan het Amsterdam Science Park, waar nieuwe grote bedrijven kunnen opkomen. Dat moet je ook faciliteren. Een goed vestigingsklimaat geeft een enorme impuls aan de economie van de regio, dus daar moeten we in blijven investeren. Maar dat er voldoende woningen moeten zijn voor werknemers, is natuurlijk ook evident.”

Haico: “En met innovatie, bijvoorbeeld in de zorg, moeten we ook onze arbeidsproductiviteit op peil houden. Onderwijs is daar natuurlijk onmisbaar voor. Maar innovatieve bedrijven die hard groeien, moeten we koesteren en faciliteren.”

Bruggen slaan

“Na de covidproblematiek kwamen weer allerlei nieuwe problemen op waar we het hoofd aan moesten bieden. Maar je merkte dat er na de coronacrisis veel polarisatie ontstond op verschillende gebieden”, stelt Henk vast. “Ik denk dat onze vereniging juist bruggen kan slaan tussen verschillende sectoren, perspectieven en organisaties.” Haico is het daar tot besluit mee eens. “Ik denk dat wij een rol hebben om niet alleen de belangen van bedrijven te behartigen, maar ook om partners bij elkaar te brengen en samen naar oplossingen te zoeken op de belangrijke thema’s. Het inspireert mij als voorzitter en geeft ons als team energie om zo met elkaar lastige dilemma’s in de regio aan te pakken.”

Op Prinsjesdag mocht Robert Medenblik, voorzitter van VNO-NCW regio Den Haag, meteen reageren op de kabinetsplannen bij Den Haag FM. Bekijk hier de uitzending!

VNO-NCW West is in grote lijnen tevreden over de plannen die het kabinet deze week presenteert. In het regeerprogramma spreekt het kabinet over het verbeteren van het ondernemingsklimaat, het terugdringen van de regeldruk en het creëren van ruimte voor bedrijven. Daarnaast kan het bedrijfsleven rekenen op een lastenverlichting en wil het kabinet de arbeidsmarktkrapte aanpakken, onder meer door in te zetten op de werkcentra in de arbeidsmarktregio’s en een betere aansluiting van het onderwijs. Dit zijn allemaal positieve voornemens, maar het succes ervan valt of staat met een goede uitwerking en samenwerking met het bedrijfsleven.

De voorgenomen bezuinigingen op onderwijs en innovatie zijn zorgelijk. Ook oplossingen voor grote problemen rondom stikstof, netcongestie en vergunningverlening zijn nog weinig concreet, terwijl ook het resultaat van de veranderde Nederlandse opstelling richting Brussel nog onzeker is. Juist nu is het belangrijk dat we investeren in onderwijs en innovatie om de economie van de toekomst veilig te stellen, zeker in Europees verband. We onderschrijven daarom de oproep van het recente rapport-Draghi voor meer eigen Europese financiële middelen voor industrie- en innovatiebeleid. Investeringen in digitalisering en technologische innovatie zijn ook essentieel om het ondernemingsklimaat in de regio te versterken.

Er is veel voor nodig om ons vestigingsklimaat te verbeteren. Dat het Groeifonds wordt beëindigd, is daarom zeer teleurstellend. Investeringen in onderzoek en innovatie zijn onmisbaar om Nederland een competitieve en concurrerende economie te laten zijn. Ook de expatregeling is van groot belang om hoogopgeleide kenniswerkers aan te trekken. Het is goed dat deze toch behouden blijft. Ook andere arbeidsmigranten zijn vooralsnog onmisbaar in bijvoorbeeld de glastuinbouw, logistiek en zorg. Uiteraard is goede huisvesting hier ook een belangrijk aandachtspunt, maar arbeidsmigratie is vooralsnog hard nodig. Aanpak van de krapte op de arbeidsmarkt moet dan ook een grote prioriteit zijn van het kabinet. Dat (meer) werken meer gaat lonen, zoals blijkt uit de Miljoenennota voor 2025, is dan ook positief. Om de btw-verhoging op logies, sport en cultuur maken we ons wel zorgen.

Op het gebied van mobiliteit zien we verschillende aanknopingspunten. Zo wil het kabinet Schiphol een duurzame groei laten doormaken en liet de coalitie eerder weten geld vrij te willen maken voor het doortrekken van de Noord/Zuidlijn, wat ook Schiphol ten goede komt. Echter sprak de coalitie eerder ook over het uitstellen van de invoering van zero-emissie zones, terwijl het van belang is dat deze invoering stabiel en helder wordt doorgezet. Het veranderen van de regelgeving vlak voor de ingang van de zones zal niet bijdragen aan eenduidig en stabiel beleid en het draagvlak bij ondernemers die zich al verder in de transitie begeven. Waar de landelijke overheid zich als betrouwbare partner op moet stellen, is de invoering uiteindelijk gemeentelijk beleid. Gemeenten hebben dus ook de verantwoordelijkheid om zich als betrouwbare partner op te stellen en te zorgen voor uniforme regelgeving en goede randvoorwaarden. Tenslotte zijn we blij dat het kabinet aan de slag wil met een integrale aanpak voor toekomstbestendige en betaalbare bedrijventerreinen. Voldoende ruimte voor bedrijven is essentieel voor onze economie. VNO-NCW West maakt zich blijvend hard voor bedrijventerreinen van de toekomst en zet zich in de regio in om deze plannen namens het bedrijfsleven uit te werken.

Het nieuwe kabinet moet nog bewijzen dat het zo ondernemersvriendelijk is als het zelf zegt. Bijna de helft van de ondernemers heeft wel het gevoel dat het kabinet zich voor hen inzet, maar er is niet heel veel optimisme dat Schoof hun grootste problemen zal verhelpen. Over de coalitie hebben de meeste ondernemers nog geen uitgesproken mening. Ongeveer de helft is neutraal en kijkt de kat de boom. Ook heeft iets meer dan de helft van de ondernemers in Noord- en Zuid-Holland (heel) weinig vertrouwen in de landelijke overheid. Dat en meer blijkt uit de Prinsjesdag Peiling van VNO-NCW en MKB-Nederland, die door heel Nederland is uitgevoerd maar ook specifieke resultaten voor Noord- en Zuid-Holland bevat.

45% van de ondervraagde ondernemers in Noord- en Zuid-Holland heeft op basis van het hoofdlijnenakkoord het gevoel dat het kabinet zich voor ondernemers in het algemeen zal inzetten. Minder ondernemers zijn er echter van overtuigd dat Schoof dat specifiek voor hun eigen sector zal doen. In de cultuur, sport en recreatie voelen ondernemers de steun het minst, wat vooral het gevolg zal zijn van de aangekondigde btw-verhoging voor deze sectoren. Ongeveer een derde van alle ondernemers verwacht een positieve impact van het hoofdlijnenakkoord op het eigen bedrijf, maar een groter deel verwacht juist een negatieve impact.

Regeldruk grootste knelpunt
Bedrijven van klein tot groot hebben er vooralsnog weinig vertrouwen in dat het kabinet hun voornaamste problemen zal verhelpen. Veruit het grootste knelpunt is de regeldruk, wat door 46% van de ondernemers in Noord- en Zuid-Holland als een groot knelpunt wordt ervaren. Ook de hoge loonkosten, het tekort aan personeel, de hoge kosten voor elektriciteit en gas en problemen met vergunningverlening worden veel genoemd. Voor 13 procent is toegang tot het elektriciteitsnet een grote belemmering voor hun bedrijf.

Weinig veranderen
De meeste ondernemers denken dat de kabinetsplannen hier op korte termijn weinig aan zullen veranderen. Tegelijk zijn er op elk knelpunt meer ondernemers die verwachten dat het slechter wordt dan beter. De helft van de ondervraagden in Noord- en Zuid-Holland denkt dat het tekort aan personeel een nog groter probleem wordt als gevolg van de kabinetsplannen. Datzelfde geldt voor de loonkosten en voor verduurzaming.

Meer vertrouwen in lokale dan landelijke overheid
De peiling laat zien dat ongeveer de helft van de ondernemers in Noord- en Zuid-Holland hun oordeel over de coalitie nog in het midden laten. Ruim een derde is (heel) ontevreden, terwijl slechts een op zes (heel) tevreden is. Het vertrouwen in de overheid is niet erg hoog: zo’n 23% heeft (veel) vertrouwen in de landelijke overheid, ruim de helft juist niet. Provinciale en gemeentelijke overheden doen het op dit punt beter.

Zorgen over economische vooruitzichten
Vier op de tien ondernemers beoordelen de huidige Nederlandse economie als goed. Zorgen zijn er echter over de vooruitzichten voor de komende twaalf maanden. Minder dan een derde is daar optimistisch over, 30% is pessimistisch. Over hun eigen bedrijf zijn ondernemers positiever gestemd: tweederde noemt hun situatie goed. Een minderheid (12%) is somber of onzeker over hun eigen toekomst.

Over de peiling
De Prinsjesdag Peiling van VNO-NCW en MKB-Nederland is uitgevoerd door Kieskompas onder een qua bedrijfsgrootte, sectoren en regio’s representatieve groep van bijna 4.000 ondernemers, waarvan bijna een derde in Noord- en Zuid-Holland. Het onderzoek is gehouden na de presentatie van het hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet, maar nog voor het regeerprogramma.

Op maandag 9 september was Haico Spijkerboer, voorzitter van VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam, te gast bij BNR Zakendoen. Hij sprak hier onder meer over belangrijke thema’s als arbeidsmarkt, mobiliteit en het gevecht om de ruimte waar ondernemers mee te maken hebben. Luister terug via de knop hieronder!

Op maandag 9 september was Roel Yska, verenigingscoördinator bij VNO-NCW West, te gast bij Den Haag FM om over de invoering van zero-emissie zones te praten. Hij bepleitte goede communicatie vanuit de gemeenten en een betrouwbare overheid. Bekijk de uitzending hieronder!

Het recente AD-artikel onderstreept precies de zorgen die wij als VNO-NCW West al geruime tijd uiten. Wij benadrukken het belang van duidelijke en consistente communicatie vanuit de overheden over de invoering van zero-emissiezones. Het huidige probleem met tegenstrijdige verkeersborden toont aan dat er nog veel werk te verzetten is om ondernemers goed voor te lichten. Duidelijkheid rondom wat wel en niet mag is een van de basisvoorwaarden voor deze transitie, waarin al veel van ondernemers wordt gevraagd. VNO-NCW West onderschrijft het belang van de zero-emissiezones en zal haar best doen om de invoering hiervan een succes te laten worden. Hierin moeten ondernemers die voorop willen lopen echter niet door landelijke politiek worden beperkt. Ook de gemeenten zijn de dupe.

Wij hebben op lokaal niveau vaker signalen ontvangen dat veel ondernemers nog niet voldoende op de hoogte zijn van de specifieke regels en uitzonderingen binnen deze zones. Dit gebrek aan informatie kan leiden tot onnodige verwarring en zelfs boetes, wat natuurlijk zeer onwenselijk is. In gemeenten waar wél een goede dialoog tussen overheid en bedrijfsleven plaatsvond, zien we dat tijdige en gerichte communicatie waarin voldoende wordt geïnvesteerd vaak tot succes leidt. Nu worden de problemen veroorzaakt door de landelijke politiek, wij roepen de gemeenten dan ook op om samen met ons en andere belanghebbenden richting de landelijke politiek te blijven lobbyen zodat deze situatie zo snel mogelijk duurzaam kan worden opgelost.

Dit is niet de eerste keer dat problemen in de landelijke politiek op lokaal niveau problemen veroorzaken in de transitie naar duurzame logistiek. Eerder dit jaar ervaarden ondernemers ook al onduidelijkheid door twijfel over de verlenging van de gedoogregeling C-rijbewijzen. Toen is de regeling elf dagen voordat deze zou verlopen toch verlengd, iets waar een brede coalitie onder leiding van VNO-NCW West actief voor pleitte.

Wij hopen ook dit keer op een gewillig oor in de Tweede Kamer en dat men gevoelig is voor de signalen van ondernemers en gemeenten die op lokaal niveau nu geconfronteerd worden met de problemen. Het negeren van deze signalen zou slecht zijn. Niemand zit te wachten op een Tweede Kamer met een bord voor z’n kop, vooral niet wanneer deze transitie niet op zich laat wachten en de tijd dringt.

Als VNO-NCW West blijven wij ons inzetten voor een constructieve samenwerking met de lokale overheden om ervoor te zorgen dat ondernemers niet de dupe worden van inconsistent beleid of gebrekkige communicatie. Wij roepen de betrokken gemeenten dan ook op om samen met ons en andere belanghebbenden te zorgen voor een heldere en uniforme aanpak, zodat de invoering van zero-emissiezones soepel en effectief kan verlopen.

Jaarlijks brengen VNO-NCW en MKB-Nederland via de Prinsjesdag Peiling in kaart hoe Nederlandse ondernemers aankijken tegen de plannen van het kabinet, en wat hun verwachtingen en wensen zijn.

Hoe beoordelen ondernemers het Nederlandse ondernemingsklimaat, waar liggen de grootste knelpunten en wat zijn de verwachtingen ten aanzien van de nieuwe kabinetsplannen?

Belangrijk is dat alle sectoren en grootteklassen van bedrijven in de peiling goed vertegenwoordigd zijn. Wij zouden het daarom zeer op prijs stellen als je wilt meedoen en de vragen via deze link zou willen invullen. Dat kost slechts enkele minuten! Je kan tot 10 september de enquête invullen. Rond Prinsjesdag op 17 september zullen wij de resultaten communiceren.