‘Het voelt heel eenzaam en ook oneerlijk’

Vorig jaar werd hij verkozen tot Agrarisch Ondernemer 2020. Nu vecht Rob Baan (65) voor het voortbestaan van zijn veelgeprezen Koppert Cress. Een ondernemer in de buitencategorie,’ volgens de jury. Met ook een bedrijf in de buitencategorie. En daar zit nu juist het grootste probleem bij het overleven in coronatijd. Generieke regelingen werken niet voor unieke bedrijven.   

 Door Hans Oerlemans

Koppert Cress had vóór corona een verwachte omzet van 40 miljoen euro, 300 medewerkers en wereldwijd 70.000 restaurants als klant. Net als het assortiment microgroenten was ook het bedrijf kerngezond met een sterk managementteam en een innovatieve R&D-afdeling. Rob Baan zou het  rustiger aan gaan doen.

Nu draait het bedrijf amper een kwart van de ‘normale’ omzet. Met pijn in het hart werd afscheid genomen van 150 flexwerkers en vaste krachten van wie sommigen al jaren in dienst waren. Om de zaak overeind te houden, is hard gesneden in wat het bedrijf zo uniek maakte. “We zijn uitsluitend nog een productiebedrijf. Zelfs onze duurzame ambities hebben we gedeeltelijk moeten opgeven. Investeren in gasloos verwarmen en ledverlichting is nu simpelweg veel te duur.”

EHEC-crisis
Rob Baan herinnert eraan hoe premier Rutte begin maart 2020 verklaarde dat het kabinet alle bedrijven die toen gezond waren, uit de crisis zou financieren. Vijftien maanden later staat Koppert Cress vooral dankzij rigoureus inkrimpen en privévermogen nog overeind. Regelingen als de NOW hebben het bedrijf zeker geholpen, maar de steun was en is volstrekt onvoldoende.

 “Generieke maatregelen werken goed voor bedrijven die keurig binnen de kaders passen. Wij vallen daarbuiten en dat los je alleen op met maatwerk, maar daar is geen ruimte voor. Bij elk loket waar we aankloppen met ons verhaal, wordt ‘nee’ verkocht of er komen idiote voorwaarden waaraan niet te voldoen valt. Banken stellen extra zware eisen voor aanvullend krediet.”

Zelfs een ‘ondernemer van de buitencategorie’ kan geen crisis overwinnen waarbij van staatswege de complete afzetmarkt wordt gesloten. Dit is geen normaal ondernemersrisico. “De EHEC-crisis (E.colibacteriën – red.) in 2011 was voor ons een wake-up call. We zijn sindsdien voorbereid op allerlei soorten verstoringen van de markt. Maar op dit scenario valt niet te anticiperen.”

Producten weggooien  
Rob Baan noemt voorbeelden van de mismatch tussen de corona-regelingen en de praktijk van Koppert Cress. “We hebben in 2020 voor vijf miljoen aan producten moeten weggooien. Onze plantjes stoppen niet met groeien als de markt inzakt. De overheid heeft een noodfonds ingesteld om bedrijven in de tuinbouw te compenseren voor verliezen bij het doordraaien van producten. Het was vooral bedoeld voor de sierteeltsector, maar die wist de afzet snel te herstellen. Ook wij hebben een beroep op het fonds gedaan. Uiteindelijk kregen we na allerlei berekeningen een compensatie van 700.000 euro bij een schade van vijf miljoen.”

Dat is nog niet alles.  Het fonds kon in 2020 tot 600 miljoen uitkeren. Daar is maar 150 miljoen van benut. “Ik heb gevraagd nog een keer een beroep op het fonds te mogen doen. Mijn schade loopt veel langer door dan bij de siertelers. Het antwoord was nee, het fonds is en blijft gesloten.”

Een ander voorbeeld is de tegemoetkoming vaste lasten (TVL). Koppert Cress kreeg in Q4 van 2020 een bedrag van 90.000 euro uitgekeerd, terwijl de vaste lasten twee tot drie miljoen bedroegen bij nul omzet. “Ik ben lang niet de enige die met de rug tegen de muur staat. Geloof me, het is een bloedbad. Je hoort ondernemers nauwelijks nog klagen, maar dat is juist een slecht teken. Dan gaat alle energie zitten in overleven, tot het doek valt.”   

Intensive care
Koppert Cress is actief in de foodservice voor de gastronomie (hotels, restaurants, catering, cruises). “De beslissers bij de banken en de overheid kennen deze sector niet. Dat merk je aan alles. We krijgen suggesties als: begin een webshop voor particulieren of ga leveren aan supermarkten. Maar Albert Heijn en Jumbo hebben hun handen vol aan de extra corona-omzet. Ze krimpen het assortiment eerder in, dan dat ze uitbreiden.”  

“Wij zijn geen KLM, maar binnen de tuinbouw is Koppert wel net zo’n iconisch bedrijf. Iedereen in de sector kent ons. De minister van Landbouw was hier. Ik leid delegaties rond van over de hele wereld. Maar nu het erop aankomt, geeft niemand thuis. Dat voelt heel eenzaam en ook oneerlijk. De top van Albert Heijn incasseert forse bonussen, terwijl ondernemers in de foodservice zich in de schulden steken en hun huis verkopen om niet failliet te gaan. Sommige sectoren profiteren enorm van de crisis, terwijl andere op de intensive care liggen. We zullen het wel overleven, maar vraag niet hoe.”

Niet van buiten naar binnen, maar van binnen naar buiten. De nieuwe benadering van Evofenedex en het Werkgeversservicepunt Zuid-Holland brengt nauwkeurig in kaart wat werkgevers zoeken in een potentiële medewerker. Met een op maat gesneden opleiding logistieke kunnen mensen direct aan de slag en zijn werkgevers verzekerd van arbeidskrachten die perfect passen binnen het bedrijf. “Dit is een korte weg naar werk, waarvan iedereen profiteert.”

Tekst: Pieter van der Meulen

De vraag van werkgevers naar goede logistieke arbeidskrachten bestaat al jaren en neemt nog altijd toe. Met name in de arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal, bestaande uit het UWV en de gemeenten Zoetermeer, Lansingerland, Pijnacker Nootdorp, Leidschendam, Voorburg, Wassenaar en Voorschoten, staan veel bedrijven te springen om goed personeel. Evofenedex, de ondernemersvereniging voor logistiek en productie, en het Werkgeversservicepunt Zuid-Holland Centraal (WSP ZHC) werken samen om in te spelen op deze vraag. Er zijn namelijk voldoende mensen die graag willen werken maar niet zelfstandig de weg naar de arbeidsmarkt weten te vinden. “Onze kandidaten zijn heel divers, zitten vaak in een uitkeringssituatie en zijn bijzonder gemotiveerd om aan de slag te gaan bij een werkgever die ze nodig heeft,” vertelt Paul van der Burg, senior accountmanager bij het WSP ZHC. “Voorheen leidden we deze mensen vaak op tot bijvoorbeeld heftruck- of reachtruckchauffeur. Logisch, want bestaat veel vraag naar. Toch bleek te vaak dat een opleiding niet per se de weg naar een baan was. We zijn in gesprek gegaan met Evofenedex en verschillende ondernemers in de regio om een methode te zoeken die betere resultaten opleverde.”

‘Het overgrote deel van de deelnemers is momenteel aan het werk’

Nieuwe benadering
“We hebben werkgevers de vraag gesteld wat zij zoeken in nieuwe medewerkers, waaraan moet deze voldoen?” vervolgt Van der Burg. “Ieder bedrijf heeft toch een eigen karakter, waarbij net andere specifieke vaardigheden worden gevraagd. Op basis van de antwoorden van ondernemers hebben we de bestaande opleiding logistiek medewerker bij Evofenedex aangepast, zodat de deelnemers direct door kunnen stromen in een baan in de regio. Onze kandidaten weten precies wat ze kunnen verwachten bij het bedrijf waar ze gaan werken, de werkgevers zijn enthousiast en krijgen met een uitstekend geïnstrueerde en gemotiveerde medewerker te maken.” De resultaten van deze nieuwe benadering laat goed het succes zien: het overgrote deel van de deelnemers is momenteel aan het werk. Ook bedrijfsadviseur Benjamin Beukers van Evofenedex denkt dat de nieuwe invalshoek voor zowel werkgevers als werkzoekenden uitkomst biedt. “Er zijn twee motieven  waarom werkgevers met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan de slag gaan. Ten eerste het arbeidsmarktprobleem. Ondernemers krijgen de functie niet gevuld. Op industrieterreinen in de omgeving Zoetermeer en Bleiswijk vinden veel logistieke activiteiten plaats. Elk van die bedrijven is op zoek naar logistieke medewerkers die orders gaat vullen of de webshoplogistiek gaat doen. Deze mensen zijn gewoon keihard nodig. Daarnaast willen veel ondernemers maatschappelijk hun steentje bijdragen. Mensen een kans bieden op een baan. De ervaringen zijn heel positief. Je hoort vaak dat bij de groep mensen die vanuit het WSP komt het ziekteverzuim zeer laag is. Daarnaast zijn veel ondernemingen blij als de diversiteit op de werkvloer wordt verhoogd. Het geheim van het succes is de kleinschaligheid en de persoonlijke benadering van het WSP. Zij verdiepen zich echt in een bedrijf en kunnen daardoor perfect maatwerk leveren.”

‘Door corona zien we dat juist in deze sectoren de vraag naar goede werknemers verder groeit’

Succesformule
“Wij denken mee met de werkgever,” stelt Van der Burg. “Het WSP is geen uitzendbureau, dat voor een korte periode iemand wil plaatsen. Het gaat om duurzame werkverbanden. Wij hebben verschillende hulpmiddelen waarvan werkgevers gebruik kunnen maken. Jobcoaches begeleiden het proces en kunnen helpen wanneer problemen zich voordoen. Wanneer sprake is van taalobstakels, bieden wij cursussen aan. Daarin wordt ook het vakjargon meegenomen. Heel belangrijk natuurlijk dat medewerkers bepaalde termen weten die met name relevant zijn voor bepaalde werkzaamheden. Een goed voorbeeld van het maatwerk dat kenmerkend is van deze methode. Nauwe samenwerking en snel kunnen schakelen. Daarvoor is een persoonlijke, kleinschalige benadering nodig. Niet een bus met werkzoekenden naar een bedrijf sturen, maar werken met een groep van acht tot tien mensen. Zou kunnen we goed zicht houden op de situatie en ondersteuning bieden waar nodig. Van de 7 groepen die wij op deze manier samen met Evofenedex hebben opgeleid en begeleid, is ruim tachtig procent aan het werk. Het is een succesformule die zeker ook kan worden ingezet in andere regio’s en voor andere sectoren. Daar zijn we ook al mee bezig, bijvoorbeeld met Citypakketservice. Deze opleiding, bekostigd door programma Perspectief op Werk, verzorgt een vergelijkbare opleiding tot pakketbezorger. Daarbij wordt ook maatwerk geleverd, dus niet alleen het werk zelf komt in de opleiding terug, ook een gedeelte sociale vaardigheden, kennis van EHBO. Door corona zien we dat juist in deze sectoren de vraag naar goede werknemers verder groeit. We spelen in op een direct toenemende behoefte bij werkgevers op een manier die structureel bijdraagt aan het samenbrengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt.”

Bekijk het webinar waarin Benjamin Beukers van Evofenedex meer vertelt over de maatwerk opleiding tot logistiek medewerker: https://www.youtube.com/watch?v=ob9taUNUiHg

Lees meer over de opleiding tot Citypakketservice van WSP ZHC: https://citypakketservice.nl/
 
Lees meer over de dienstverlening van Werkgeversservicepunt Zuid-Holland Centraal: https://zhcwerkt.nl/

Wanneer thuiswerken onmogelijk en 1,5 meter afstand houden moeilijk is, biedt preventief testen uitkomst. Preventief testen betekent dat mensen getest worden op corona zonder dat er een vermoeden bestaat van besmetting. Werkgevers die dit zelf willen regelen kunnen kiezen of ze sneltesten of zelftesten faciliteren voor werknemers. Op werkgeverstesten.nl is alle informatie te vinden die nodig is om aan de slag te gaan.

Testen is cruciaal om het coronavirus in te dammen. Op de werkvloer zorgt het niet alleen voor meer veiligheid, maar ook voor het eerder opsporen van het virus. Thuiswerken is en blijft voorlopig de norm, maar is niet altijd voor iedereen mogelijk. Preventief en frequenter testen van werknemers voorkomt besmettingen en creëert een veiligere werkvloer.

Tijdelijke financiële vergoeding
Voor organisaties waar thuiswerken niet mogelijk is en afstand houden vanwege de aard van het werk geen optie is wil de overheid het preventief testen van werknemers stimuleren. BIG-geregistreerde artsen en arbodiensten kunnen werkgevers ondersteunen bij het afnemen van sneltesten of zelftesten van werknemers. Wanneer het testen gebeurt onder supervisie van een BIG-geregistreerd arts, kan aanspraak gemaakt worden op een financiële vergoeding. Tot 31 mei 2021 kunnen bedrijfsartsen en andere BIG-geregistreerde artsen gebruikmaken van de tijdelijke Open House regeling voor preventief testen.

Toolkits voor preventief testen
Preventief testen kan door een eigen testlocatie op te richten of door zelftesten voor werknemers te faciliteren. Op werkgeverstesten.nl zijn twee toolkits beschikbaar: een voor het opzetten van een eigen testlocatie en een toolkit voor het faciliteren van zelftesten. Kom je er niet uit? Dan staat de helpdesk of – indien gewenst – een opstartmanager voor het inrichten van je eigen testlocatie voor je klaar.

Meer informatie vind je op www.werkgeverstesten.nl

Vorige week hebben 32 Noord-Hollandse gemeenten een open brandbrief aan het kabinet gestuurd, waarin zij om maatwerk voor de corona-steunpakketten voor ondernemers vragen. Te veel  ondernemers in met name de detailhandel, cultuur en evenementen, horeca en reisbranche komen niet in aanmerking voor de NOW-regeling (Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid) en TVL (Tegemoetkoming Vaste Lasten), waardoor zij zich diep in de schulden moeten steken. Als zij niet geholpen worden, zal dit tot ‘onnodig verlies van werkgelegenheid, leegstand en verpaupering in de gemeentekernen leiden’.

Audrey Keukens, voorzitter VNO-NCW West, Hans Bakker, voorzitter VNO-NCW metropool Amsterdam en Jeroen Veerman, voorzitter VNO-NCW Noordwest-Holland, ondersteunen de brandbrief ten volle. Het brede draagvlak maakt indruk: alle bestuurders van de 18 gemeenten in Noord Holland Noord, de 6 gemeenten van regio Amstelland-Meerlanden en de 7 gemeenten van regio Zuid-Kennemerland & IJmond en Amsterdam hebben getekend,  ondersteund door de Provincie Noord Holland, het Economisch Forum Holland boven Amsterdam en het Ontwikkelingsbedrijf Noord Holland Noord!

Schuldenlast
De voorzitters van VNO-NCW West voegen toe dat ook de ondernemers die wel in aanmerking komen voor NOW en TVL, schulden maken. Immers, de financiële tegemoetkoming is weliswaar ruimhartig maar lang niet genoeg om alle kosten te dekken. De schuldenlast is enorm toegenomen en ondernemers teren in op hun vermogen. Ze spreken hun pensioen aan, de spaarpotjes van de kinderen of verkopen zelfs hun huis. De totale belastingschuld van ondernemers bedraagt inmiddels ruim 17 miljard euro.  

Noodklok
Vorige maand heeft VNO-NCW West al de noodklok geluid over de schuldenproblematiek en gemeenten gevraagd in actie te komen. De lokale overheden kunnen helpen met regelingen als het besluit Bijstandverlening Zelfstandigen. Zij zijn zelfs wettelijk verplicht om ondernemers met schulden bij te staan, maar twee derde van de gemeenten heeft deze verantwoordelijkheid nog niet goed ingevuld. Laten zij snel een kijkje nemen bij koploper-gemeenten, zoals Hilversum of Gooise Meren. Zij werken samen met  www.mkbdoorgaan.nl, een platform voor ondernemers met financiële problemen.

Schaamte
Ook hebben we gemeenten gevraagd ondernemers in de getroffen sectoren actief te benaderen en een luisterend oor te bieden. Veel ondernemers vragen niet uit zichzelf om hulp vragen, ze zijn gewend hun problemen zelf op te lossen en schamen zich voor schulden. Maar in deze uitzonderlijke crisissituatie red je het niet alleen.

Hopelijk zijn de politieke perikelen in Den Haag snel verleden tijd en buigt het (demissionair) kabinet zich over een herstelplan waarin de schuldenproblematiek wordt meegenomen. Een lange afbetalingsregeling voor de belastingschuld is in ieder geval noodzakelijk om faillissementen te voorkomen.  

Brandbrief 32 Noord-Hollandse gemeenten

Klakkeloos complimenten uitdelen, daar is Cees van der Meij (58) niet van. Ja, het is goed dat VNO-NCW een nieuw geluid uitdraagt met haar MTL-visie ‘Ondernemen voor brede welvaart’, maar nee, disruptief is die visie niet. “We zijn in een nieuw tijdperk terechtgekomen en dat verdient een andere aanpak.  In de regio’s zijn mooie voorbeelden van ondernemers die impact maken op thema’s als verduurzaming en inclusiviteit. VNO moet bij hen gaan kijken om daarna anderen te inspireren in hun regio mee te doen. Dat werkt beter dan nationale getallen, zoals het 200.000 banenplan.”

Videoboodschap van Cees van der Meij (2,5 min.)

Door Annemarie van Oorschot

Cees van der Meij is directeur-grootaandeelhouder van de Koninklijke Royal Lemkes in Bleiswijk. Het 139-jaar oude familiebedrijf verhandelt kamer- en tuinplanten voor retailers, zoals bouwmarktketens en tuincentra, in 34 landen. “Het bedrijf heeft een groen hart”, zegt hij trots. “Al acht jaar geleden hadden we het grootste zonnepanelen dak van Nederland. Nu zijn we zelfvoorzienend en verkopen we groene energie aan onze medewerkers. Daarnaast besteden we veel aandacht aan de ontwikkeling van mensen, binnen en buiten het bedrijf.”

Geen geldmachine
Een bedrijf is geen geldmachine, vindt hij. Economische groei is niet zaligmakend. “Er is niks vervelender dan het Zwitserleven-gevoel najagen. Dat geeft hooguit een kort gevoel van voldoening. Persoonlijk haal ik voldoening uit dromen, verandering en mensen. Als ondernemer kan ik mensen beter laten functioneren, de ander zelfs beter laten worden dan ik zelf. Ieder mens heeft een bestemming. Niets is mooier dan iemand zijn bestemming helpen vinden.”

Blanco tekenvel
Begin januari werd Van der Meij samen met andere leden van VNO-NCW West uitgenodigd om mee te denken over de visie voor de midden-lange-termijn van VNO-NCW en MKB Nederland. Met de Tweede Kamerverkiezingen in aantocht en de vorming van een regeerakkoord daarna is zo’n visie van belang. En ook voor de verenigingen zelf was vernieuwing van de koers gewenst.
Dat het Rijnlandse model 2.0 centraal staat in de nieuwe koers, vindt van der Meij goed. Het bedrijfsleven wil samen met de overheid en andere stakeholders maatschappelijke vraagstukken helpen oplossen, met name de issues klimaat en inclusiviteit. Dat is waardevol, maar disruptief vindt hij het niet. “VNO loopt tegen het probleem aan dat haar stakeholders sneller veranderen dan de vereniging zelf. Overigens iets waar iedere organisatie in deze tijd tegenaan loopt. Dan moet je de vraag stellen: wat zouden we doen als we opnieuw zouden beginnen. Je start met een blanco tekenvel. Tijdens de meedenkbijeenkomst lag er al een raamwerk, gestoeld op de bestaande organisatie. Dat werkt niet zo goed.”

Vertrouwen
In ‘Ondernemen voor brede welvaart’ ziet hij niet terug welke wet- en regelgeving moet veranderen. Ook ontbreekt een regionale aanpak van de maatschappelijke vraagstukken. “Nationale getallen noemen, zoals het creëren van 200.000 banen, heeft geen zin. Ondernemers moeten het immers op regionaal niveau uitvoeren. En liefst met zo min mogelijk controle-formulieren van overheidswege. Geef bedrijven die al jaren een onbesproken blazoen hebben – en dat zijn de meeste – vertrouwen.”
Ook kan hij zich niet vinden in het voorstel van winstdeling voor werknemers om de scheefgroei in de samenleving tegen te gaan? “Mensen hebben geen winst nodig, maar vertrouwen en hulp.”

Lansingerland
Hij is er de man niet naar om als beste stuurman aan de wal te staan. Dus startte hij 2,5 jaar geleden een project om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk te helpen. “In Lansingerland zijn honderden bedrijven, terwijl er duizend mensen zonder werk zitten. Dat moet toch op te lossen zijn, zou je denken.”
Van der Meij kreeg op zijn verzoek aan de gemeente data uit het sociale domein, onder meer leeftijd, herkomst en het aantal jaren werkloos. De gegevens kwamen uit de kaartenbakken van met name de bijstand, Wajong, jeugdzorg en de wet Maatschappelijke Ondersteuning. “In dit domein gaat 30 miljoen euro om, de helft daarvan gaat op aan de infrastructuur van de uitvoering, vooral om de controle te houden. Dat werkt niet. Onze dataspecialisten hebben een overzicht gemaakt, waaruit blijkt dat iedere werkzoekende een eigen historie en verhaal heeft. Maatwerk is nodig, waarbij iedereen recht heeft op persoonlijke aandacht.”

Pilot
Hij startte een pilot gestart waarin mensen wekenlang persoonlijk werden begeleid. “We nodigden kandidaten uit op het bedrijf, een kleine groep kreeg een opleidingstraject en een persoonlijke coach. Als afsluiting maakte een kandidaat samen met een fotograaf een wandeling langs de Rotte. Bij de eerste foto stond hij of zij er nog schuchter op, bij de laatste stralend. Zo ontstond niet alleen zelfvertrouwen, maar ook een goede foto voor het C.V.”
Van de tien mensen uit pilot hebben er nu vijf een baan. “De pilot leerde dat een deel van de mensen vertrouwen kreeg in onze aanpak en vervolgens vertrouwen in zichzelf. Maar het is niet voor iedereen weggelegd. Voor anderen moeten we als maatschappij goed zorgen en ze verder met rust laten.”

Impact
Van der Meij adviseert VNO-NCW op bezoek te gaan bij ondernemers die al impact maken op de maatschappelijke thema’s. “Zet hen in de voorhoede, laat ze andere ondernemers inspireren. Voor veranderingen is intrinsieke motivatie nodig. Je kunt veel regionaal oplossen, geef ondernemers de ruimte en laat verschillen tussen regio’s bestaan.”

Tijdens de lancering van een kennisnetwerk in de provincie Zuid-Holland introduceert Yousef Yousef, voorzitter van het VNO-NCW netwerk Groene Groeiers, het thema circulaire economie. Hij onderscheidt zes belemmeringen die het opschalen van bedrijfsactiviteiten voor innovatieve start ups moeilijk maakt. Toch vindt hij niet dat groene groeiers de boze activist moeten uithangen en met het vingertje naar de overheid moeten wijzen. “Er is geen land ter wereld dat zoveel voor ondernemers doet.” Wel erkent hij dat jonge, innovatieve ondernemers met een circulair product het zwaar hebben. “Ze zijn net gladiatoren. In het netwerk Groene Groeiers helpen we ze meer ondernemer te worden.”

Lees op groenegroeiers.nl over de zes belemmeringen en hoe je die weg kunt nemen.

 

De energie en vindingrijkheid van ondernemers is inspirerend. Wat me blijft verbazen is dat er in de bestrijding van de corona-pandemie zo weinig gebruik van wordt gemaakt. Juist nu willen ondernemers onderdeel zijn van de oplossing en niet steeds weer terug de wachtkamer in gestuurd worden.

Ondanks de frustratie geen onderdeel van de oplossing te mogen zijn, die we ook in de regio veel ervaren, zien we dat  veel ondernemers druk bezig zijn met de periode na de lockdown. Dat is hoopgevend en bovendien heel slim, want alle problemen die we vóór coronacorona hadden zullen sneller dan we kunnen vermoeden, weer bovenaan de agenda staan. Denk aan de enorme opgave in de woningbouw, de krapte op de arbeidsmarkt, de gevolgen van de stikstofproblematiek en de Brexit. Daar krijgen we het effect van de corona-crisis nog bij, want veel veranderingen die voor corona al gaande waren, zijn in een stroomversnelling gekomen. Denk aan digitalisering, maar ook aan de manier waarop we samenwerken en kennis delen. Dit zal na corona een snel groeiende druk geven op de krappe arbeidsmarkt en de digitale infrastructuur.

Investeren, investeren, investeren
Ondernemers zijn veerkrachtig en vindingrijk, de overheid doet er goed aan om dit te stimuleren en investeringen aan te jagen. Gelukkig zien we ook dat zowel op provinciaal niveau als in de regio er volop activiteit is. Zo zijn we in Rijnland  in twee regio’s (de Leidse regio en de Rijnstreek) betrokken bij de MKB regiodeal rond digitalisering. Heel concreet betekent dit dat lokale partners, overheden en bedrijfsleven, samen een programma opstellen om het brede mkb te helpen bij de (verdere) digitalisering van hun bedrijf. Daar sluiten we het onderwijs uiteraard op aan.

Verantwoordelijkheid blijven nemen
In de regio werken we intensief samen met koepels en vertegenwoordigers van lokale ondernemersverenigingen om ook maatschappelijk een bijdrage te leveren aan de uitdagingen van deze tijd. Niet uit liefdadigheid, maar omdat dit  voor ondernemers van groot belang is. In maart sloten we met het gezamenlijke bedrijfsleven en gemeenten in de Leidse regio het Stagepact071. Dit initiatief werd notabene in september 2020 tijdens ons regionale Miljoenenontbijt geïnitieerd door de wethouder. Het bedrijfsleven pakte de handschoen op en samen maakten we regionaal afspraken over het bieden van stageplaatsen.

In diverse commentaren benadrukten we dat  een boemerang-effect voorkomen moest worden. Nú te weinig stageplaatsen betekent immers straks minder gekwalificeerd personeel op de arbeidsmarkt. Het is mooi om te zien dat we vanuit VNO-NCW in meerdere regio’s op soortgelijke wijze onze verantwoordelijkheid nemen waar het gaat om stageplaatsen. Dat kunnen we alleen met betrokken ondernemers doen die er  het grotere belang van inzien. Veel waardering voor de extra inzet die zij -juist nu- tonen.

Human Capital agenda
Mensen van werk naar werk helpen en jong talent opleiden voor branches waar nu tekorten zijn, daar zetten we ons ook voor in. Pragmatisch en resultaatgericht, zoals je mag verwachten van ondernemers. Zo hebben we de ICT Praktijkacademie (onderdeel WE IT deelakkoord ZH) naar de Leidse regio gehaald. Een initiatief om meer ICT- studenten op HBO-niveau  te laten afstuderen, maar dan wel door werken en studeren te combineren. Dat zie je in het HBO nog niet zo vaak, terwijl dit wel heel goed kan en ook voordelen heeft. Bovendien spreekt dit jongeren aan die afhaken in het reguliere hogere beroepsonderwijs, de stap überhaupt niet zetten of in een andere branche werken. Het zou toch zonde zijn als we dat talent en potentieel niet aanspreken!

Het zou mooi zijn als de overheid in de periode na corona de veerkracht en vindingrijkheid van ondernemers beter gaat benutten. Daarbij zijn investeringen vanuit de rijksoverheid belangrijk, maar ook consistent beleid zonder lastenverzwaringen. Dan komt dat ideaal van brede welvaart weer snel een stap dichterbij.

Martijn van Pelt,
voorzitter VNO-NCW Rijnland

“Een jonge, innovatie ondernemer is vaak te verliefd op zijn eigen technologie. Hij denkt dat de markt zich wel aanpast”,  Yousef Yousef, voorzitter van het VNO-NCW netwerk Groene Groener en lid van VNO-NCW Den Haag, weet uit eigen ervaring in welke valkuilen een ondernemer kan lopen als hij wilt opschalen.

Door Annemarie van Oorschot

Yousef is op 15 april gastspreker op het webinar Circular Economy Now van de provincie Noord-Holland. “Binnen het netwerk Groene Groeiers worden start ups echte ondernemers door de verhalen en adviezen van ervaren ondernemers in de wereld van de circulariteit en energietransitie. Ze ontdekken dat niet de hele wereld hun klant is, dat ze moeten focussen.”

Actieagenda
De provincie Noord-Holland heeft het webinar georganiseerd ter gelegenheid van de presentatie van haar actieagenda Circulaire Economie 2021-2025. Centraal staat de vraag hoe start ups in de provincie kunnen opschalen. De financiering is vaak de bottle neck, want wie wil investeren in een onbekende ondernemer met een onbekende innovatie? Gedeputeerde Zitta Pels benadrukt dat de provincie ondersteunende programma’s en subsidies heeft. “Binnenkort start de Ontwikkelingsmaatschappij Noord-Holland. Er is al 100 miljoen euro gereserveerd voor een groeifonds gericht op energietransitie en circulaire business cases. We koppelen dit fonds aan het nationale fonds Invest NL. De provincie ondersteunt de eerste, kleinere stappen in de opschaling, in de fase daarna komt de financiering (vanaf 5 miljoen euro – red.) van Invest NL, bijvoorbeeld voor het bouwen van een fabriek.”

Klanten
Om op te schalen heeft een Groene Groeiers volgens Yousef drie dingen nodig: investeringen, markting en klanten. “De activiteiten van het netwerk Groene Groeiers zijn gericht op matchmaking in het bedrijfsleven. We koppelen start- en scale ups aan grotere bedrijven. Een mooie match is bijvoorbeeld tijdens een van onze bijeenkomsten op 4 februari gemaakt tussen Obbotec en KLM. Obbotec heeft een nieuwe technologie ontwikkeld waarmee mixed plastic afval van de catering van KLM omgezet kan worden in groene energie. Die mixed plastic stromen worden nu nog verbrand. Een groot bedrijf als klant is een goede basis voor opschaling.”

Ook de overheid kan een goede launching customer zijn. Die moet bij de aanbestedingen kijken naar nieuwe technologieën en bedrijven en niet uitsluitend de veilige weg van het bekende gaan. “En zij moet rekenen met de totale prijs van een product, dus kosten voor circulair design en recycling meenemen. Want nu verliezen de duurdere circulaire producten het vaak van de lineaire.”

 

 

 

 

Van de ingediende projecten krijgen er tien in totaal 4 miljard euro uit het Nationaal Groeifonds, in de wandelgangen het Wopke-Wiebesfonds genoemd. Dat maakte het demissionair kabinet onlangs bekend. Het geld gaat onder meer naar groene waterstof, innovatief en toekomstbestendig onderwijs en openbaar vervoer. Een goede zaak. Wij pleiten al lange tijd voor extra investeringen in de economie nu we voor grote uitdagingen staan, zoals de klimaatverandering en digitalisering.

Bijzonder mooi zijn de voorgenomen investeringen in openbaar vervoer die allemaal in de Randstad plaatsvinden. Voor het doortrekken van de Noord-Zuidlijn naar Schiphol en Hoofddorp wordt maar liefst 1,5 miljard euro gereserveerd, en voor het realiseren van een extra spoor tussen Leiden en Dordrecht en de versterking van station Laan van NOI in Den Haag 1 miljard.

Door de publiek-private opzet van de meeste Groeifonds-projecten komen ook extra private investeringen vrij. Dit sluit aan bij onze visie ‘Ondernemen voor brede welvaart’: we kunnen uitsluitend met elkaar de economie versterken en de leefomstandigheden van mensen verbeteren; bedrijfsleven, overheid en kennisinstellingen gezamenlijk.

VNO-NCW West geeft dit in de regio vorm. Zo maken we deel uit van een brede coalitie in de provincie die enkele weken geleden de Groeiagenda Zuid-Holland presenteerde, met concrete plannen voor kunstmatige intelligentie (AI), quantumtechnologie, bioscience, groene waterstof en hoogwaardig openbaar vervoer. De komende tien jaar investeren publieke en private partijen zelf 14 miljard euro van de in totaal benodigde 24 miljard euro. Het programma MoVe, mobiliteit en verstedelijking, waarin de ministeries IenW en BZK, de provincie Zuid-Holland, de Metropoolregio Rotterdam – Den Haag en de gemeenten Den Haag en Rotterdam samenwerken, sluit hierbij aan. Als we wonen en werk beter met elkaar verbinden, dan stimuleren we de economie en het verdienvermogen van de toekomst.

Voor het Groeifonds heeft het kabinet tot 2026, 20 miljard euro uitgetrokken. Het lijkt na het toekennen van de eerste miljarden wellicht wat ongepast om direct alweer aan te kloppen. Toch wil ik dat doen voor de provincie Zuid-Holland, die voor 25 procent bijdraagt aan ons nationaal inkomen maar in groei achterblijft bij andere provincies. Als het Rijk vanuit het Groeifonds in bovengenoemde plannen wil investeren, vindt de OV-schaalsprong in de Zuidelijke Randstad daadwerkelijk plaats. Dat is een voorwaarde om de grote maatschappelijke opgaven te kunnen oppakken; de woningbouw, de duurzame mobiliteit, een leefbare omgeving en een inclusieve samenleving.

Audrey Keukens,
voorzitter VNO-NCW West

Ingrid Thijssen (voorzitter VNO-NCW) en Tuur Elzinga (voorzitter FNV) roepen in een open brief het demissionaire kabinet en de nieuwe Tweede Kamer op om samen met hen voor 1 juni te komen tot een nationaal herstelplan voor de komende jaren. In de brief beschrijven ze de grote onzekerheid bij werkenden, zelfstandigen en werkgevers. Ze wijzen op de onzekere internationale situatie, de scheefgroei op de arbeidsmarkt en de sociale drama’s die zich inmiddels voltrekken bij veel ondernemers. Veel economisch en menselijk leed blijft nog verborgen.

Minder bedrijfsinvesteringen
“Door alle ontwikkelingen zal in de periode tot en met 2025 in Nederland maar liefst € 47 miljard minder worden geïnvesteerd door bedrijven dan zonder corona het geval zou zijn geweest”, zo schrijven Thijssen en Elzinga. Nederland moet rekening houden met onzeker economisch weer en oplopende werkloosheid de komende jaren.

Geen lastenverhoging
Ingrediënten van zo’n nationaal herstelplan zijn onder meer:
– geen lastenverzwaringen voor burgers en bedrijven de komende jaren,
– hulp bij het stutten van het eigen vermogen van ondernemers,
– belastingschulden uitsmeren over tien jaar,
– jongeren naar tekortsectoren leiden op de arbeidsmarkt.
Verder moet volgens de voorzitters het huidige steunpakket dat 1 juli afloopt worden doorgetrokken naar eind van het jaar.

Schulden
De schulden onder ondernemers lopen op en zorgen voor verborgen leed. Nederland telt 1,5 miljoen eenmanszaken die hoofdelijk aansprakelijk zijn. Dit betekent dat  ondernemers met een bedrijf in een getroffen sector, zoals een reisbureau of een horeca-gelegenheid, interen op de bedrijfsreserves en hun eigen spaargeld en pensioen. In het ergste geval moeten zij hun huis verkopen. Tegelijkertijd lopen hun schulden op, bijvoorbeeld aan de belastingdienst, de eigenaar van het bedrijfspand of de leverancier. Jacco Vonhof, voorzitter MKB Nederland, stelt in de uitzending van Nieuwsuur op vrijdag 9 april dat de overheid zich niet als preferente schuldeiser moet opstellen en de ondernemer moet helpen bij de schuldsanering. Een langetermijn-terugbetalingsregeling moet er komen, evenals kwijtschelding van de schulden als er voor een ondernemer echt niets anders op zit dan te stoppen met zijn bedrijf. Bij de overheid moet de schuldvordering in één hand komen, zodat de ondernemer niet allerlei loketten af moet om verschillende terugbetalingsregelingen te treffen.

Lees hier in het Algemeen Dagblad over het schuldhulpverleningstraject van Caroline van Reenen, bestuurslid VNO-NCW West.
Lees hier over hoe directeur-grootaandeelhouder André van Herk, lid VNO-NCW Den Haag, ondernemers met schulden helpt.