Even voorstellen: Anita de Werd

 

Graag stellen we nieuwe leden aan jullie voor! Vandaag is dat Anita de Werd. Ben jij nog geen lid? Meld je dan snel aan via deze pagina!

“Ik ben Anita de Werd, CEO van Finwerd Flavours & Fragrances. Wij zijn een geur- en smaakstoffenbedrijf dat vanuit Delft opereert. We zijn een familiebedrijf, dat ik samen met mijn man en kinderen run. We richten ons met name op de Afrikaanse markt, omdat veel producten gefocust zijn op de westerse markt. In Afrika is er juist behoefte aan specifieke smaken en geuren, waar wij op inspelen. We zijn een business-to-business bedrijf en spitsen onze producten echt toe op de vraag vanuit de Afrikaanse markt. Zelf heb ik ook ruim 20 jaar in Afrika gewoond en ik houd echt van dat continent. Er wordt vaak een negatief beeld geschetst, terwijl er genoeg positief nieuws te melden is. Het is ook niet zo dat er alleen maar bootvluchtelingen uit Afrika hierheen komen: er zijn een hoop arbeidsmigranten en die hebben we hier heel hard nodig.”

“Sinds oktober ben ik lid van VNO-NCW West. Ik was al bekend met de vereniging, maar vind het in de huidige samenleving ook echt belangrijk om aan te haken. Er is veel polarisatie en we hebben te maken met bijvoorbeeld de klimaatopgave. Maar dat moet wel betaald worden! Het is belangrijk om de ondernemerskrachten te verenigen, zodat ons geluid ook gehoord wordt. Daarnaast wil ik me graag inzetten voor het vrouwennetwerk en het internationale netwerk. Er zijn te weinig vrouwelijke ondernemers, ook binnen VNO-NCW. Dat moet veranderen! Ook het internationale aspect van ondernemen vind ik, ook vanuit ons eigen bedrijf, erg belangrijk.”

“Ik zou iedere ondernemer aanraden om lid te worden van VNO-NCW West omdat er zo’n breed netwerk is. Zelf werken we bijvoorbeeld ook samen met de gemeente in Den Haag en in Delft, waardoor je ziet hoe waardevol contacten zijn. Daarnaast heeft VNO-NCW een stem in de Nederlandse en Europese politiek, wat denk ik voor iedere ondernemer echt van belang is.”

 

Ruim 100 studenten van de techniekopleidingen van het NOVA College in Haarlemmermeer kregen op dinsdag 21 november een inkijkje in de glastuinbouwsector. Maar liefst 3 glastuinbouwbedrijven en 9 van hun technisch toeleveranciers zetten hun deuren open om de studenten elektro- en installatietechniek een verrassend inkijkje te geven over alle techniek die in de glastuinbouw schuilt. De bezoeken zijn onderdeel van het project ‘CollegeTour’ met als doel om meer technisch talent te interesseren voor de glastuinbouwsector. CollegeTour is een initiatief van Glastuinbouw Nederland, Greenport Aalsmeer, AVAG en VNO-NCW West.

Mopabloem (Rijsenhout), Zwettulips (Rijsenhout), Schenkeveld tomaten (Rijsenhout), Havatec (Nieuw-Vennep) zetten hun deuren open en tijdens de rondleiding werd bij de high-tech installaties uitgebreid tekst en uitleg gegeven door hun technisch toeleveranciers Jenbacher, Taks, Total systems, Terra International, Bercomex, Lek/Habo, Iso-Horti en KG Systems & KG Greenhouses.

Van loodgieter naar installateur watertechniek in glastuinbouw

“Nu begrijp ik eindelijk waar dat roze licht dat ik zie vanuit mijn slaapkamerraam vandaag komt,” zegt een derdejaars student Elektrotechniek. Een eerstejaars student installatietechniek wil loodgieter worden en vertelt: “Ook in een kas moet het water blijkbaar heel goed geregeld worden, ik wist helemaal niet dat ik daar straks ook in kan gaan werken.”

Trots op samenwerking binnen de sector

“Dat zoveel bedrijven de handen ineen slaan om onze sector te promoten en mogelijk nieuw technisch talent aan ons te binden, geeft een groot gevoel van verbinding en trots,” vertelt Wilbert Ammerlaan, regio coördinator Noord-Holland bij Glastuinbouw Nederland. “Dat laten we dit schooljaar in totaal aan zo’n 500 studenten van verschillende studierichtingen middels CollegeTour zien.” In juni 2024 bezoeken de studenten ook de internationale tuinbouwvakbeurs GreenTech in RAI Amsterdam. Zij nemen daar deel aan de Horti Talent Day van AVAG.

Ook meedoen?

CollegeTour vindt plaats in de regio’s Westland, Oostland, Noord-Holland Noord en Aalsmeer. Voor dit initiatief slaan Glastuinbouw Nederland, Greenport Aalsmeer, AVAG en VNO-NCW West de handen ineen. Bedrijven en onderwijsinstellingen die ook willen meedoen informeren geheel vrijblijvend naar de mogelijkheden via collegetour@glastuinbouwnederland.nl.

Het midden- en kleinbedrijf draagt jaarlijks voor ruim 1,5 miljard euro bij aan het lokale verenigingsleven en maatschappelijke initiatieven. Ondernemers ondersteunen hun medewerkers bij financiële problemen en mantelzorg en zien voor zichzelf een grotere rol in de samenleving dan puur economisch. Dat en meer blijkt uit onderzoek naar de maatschappelijke waarde van het mkb, dat MKB-Nederland heeft laten uitvoeren in het kader van de Dag van de Ondernemer.

In het onderzoek van MKB-Nederland geeft een ruime meerderheid (64%) van de ondernemers aan dat hun bedrijf een grotere rol in de samenleving vervult dan puur economisch en andere prioriteiten en activiteiten heeft dan alleen ‘geld verdienen’. Zo zet 69 procent zich actief in voor de leefbaarheid, veiligheid en sociale cohesie van de lokale gemeenschap en doet de overgrote meerderheid (74%) aan sponsoring van maatschappelijke organisaties en/of maatschappelijke activiteiten in de regio; van sportclubs, culturele organisaties en scholen tot zorginstellingen, voedselbanken en buurthuizen. Ondernemers steken daar niet alleen geld, maar ook uren en middelen in. Opgeteld komt dat neer op gemiddeld bijna 5.000 euro per bedrijf per jaar. Voor het totale mkb gaat het op jaarbasis om ruim 1,5 miljard euro.

Verbondenheid met directe omgeving
Als redenen om dit doen noemen ondernemers met name betrokkenheid bij hun directe omgeving, de leefbaarheid en ‘iets willen terug doen voor de samenleving’. Hun verbondenheid met de lokale gemeenschap blijkt ook uit feit dat 60 procent bij voorkeur zo veel mogelijk producten en diensten lokaal inkoopt. Zo zorgen ondernemers dus ook voor elkaar.

Hulp bij financiële problemen en mantelzorg
Het onderzoek laat zien dat het mkb van groot belang is voor de regionale en lokale werkgelegenheid. Bij ruim de helft van de bedrijven woont meer dan driekwart van de medewerkers binnen een straal van 15 kilometer. De zorg en betrokkenheid die ondernemers voelen bij hun directe omgeving, voelen ze ook voor het welzijn en de ontwikkeling van hun eigen mensen. Zo betaalt bijna 70 procent de kosten van cursussen en studies ten behoeve van loopbaanontwikkeling en biedt 63 procent de mogelijkheid om die onder werktijd te volgen. Zo’n 40 procent van de mkb-bedrijven biedt medewerkers hulp bij financiële problemen en stelt werktijd beschikbaar voor het verrichten van mantelzorg.

Het mkb draagt maatschappelijk ook bij door jongeren op te leiden en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een kans te geven. Dat eerste doen ondernemers massaal: het afgelopen jaar hadden mkb-bedrijven gemiddeld allemaal een stage- of leerwerkplek voor jonge mensen. Ruim 1 op de 5 ondernemers heeft momenteel mensen met een afstand op de arbeidsmarkt in dienst. Bijna een kwart heeft dat nu niet, maar de afgelopen twee jaar wel gehad.

Over het onderzoek
Het onderzoek naar de maatschappelijke waarde van het mkb is uitgevoerd door Panteia in opdracht van MKB-Nederland in het kader van de Dag van de Ondernemer. Hiervoor zijn ruim 1.100 mkb-ondernemers met personeel ondervraagd.

Over de Dag van de Ondernemer
Op initiatief van MKB-Nederland viert Nederland vrijdag 17 november voor het achtste jaar op rij de Dag van de Ondernemer. Deze dag is in het leven geroepen om ondernemers te bedanken voor hun lef, doorzettingsvermogen en bijdrage aan economie, werkgelegenheid en samenleving. Voor meer informatie: www.dagvandeondernemer.nl

Op woensdag 15 november heeft het Nederlands Comité voor Ondernemerschap het Jaarbericht Staat van het mkb 2023 overhandigd aan de minister van Economische Zaken en Klimaat en Jacco Vonhof, voorzitter van MKB-Nederland, tijdens een werkbezoek aan Economie071 en het Katwijkse bedrijf Oomen. Ook Hare Majesteit Koningin Máxima was hier als onderdeel van het Comité aanwezig.

Tijdens het werkbezoek werd duidelijk wat Oomen Opslag en Verhuizers doet aan verduurzaming en digitalisering. Het bedrijf deelt kennis met andere ondernemers, onder andere door duurzaamheidscafés met de Katwijkse Ondernemersvereniging. Dit soort activiteiten past in de doelstelling van het regionale netwerk Economie071, een voorbeeld van een regionale netwerkorganisatie – van Leiden tot Katwijk – waarin ondernemers, ondernemersverenigingen, overheid en onderwijs elkaar opzoeken en nauw samenwerken.

Ook VNO-NCW Rijnland is bij Economie071 betrokken. Martijn van Pelt, voorzitter van VNO-NCW Rijnland, was daarom ook aanwezig bij dit bezoek. ‘Met het initiatief “Laat digitalisering voor je werken” biedt Economie071 ondernemers de helpende hand door workshops, coachgesprekken en mkb-vouchers aan te bieden. Zo verleiden we ondernemers tot actie en dat leidt tot investeringen’, geeft Martijn als voorbeeld van de activiteiten die Economie071 onderneemt.

Het Jaarbericht Staat van het mkb 2023 benadrukt de kracht van samenwerking in lokale en regionale netwerken. Reportages van netwerkinitiatieven tonen de impact van samenwerking tussen ondernemers, brancheverenigingen en MKB-Nederland. In het Jaarbericht snijdt het Comité een belangrijk thema aan: de kracht van samenwerken in netwerken. Gelet op de maatschappelijke discussie over vertrouwen, over de dienstverlening door de overheid en over de aansluiting tussen overheid en bedrijfsleven, wil het Comité een punt maken. Het is nodig dat de overheid meer de regie pakt. Zoals regie behoort te zijn, op basis van vertrouwen: niet sturend van bovenaf, maar doelbewust en interactief ruimte gevend aan de professionaliteit van anderen.

Een video van het bezoek is hier te zien.

 

Op donderdag 9 november organiseerde VNO-NCW West in samenwerking met TLN, Techniek Nederland, Bouwend Nederland en INretail een bijeenkomst over zero-emissie zones. Tijdens dit evenement in de Malietoren waren er zowel ondernemers als vertegenwoordigers van brancheverenigingen en lokale overheden aanwezig om het gesprek aan te gaan. Na een warm welkom van Rogier Krabbendam, directeur Public Affairs van VNO-NCW West, en Wessel Deelstra, belangenbehartiger bij TLN, lieten Wim Roks van Simon Loos en Rinse van der Woude van Hubbel hun licht schijnen op zero-emissie vervoer. Vervolgens was het de beurt aan Tweede Kamerlid Lisa van Ginneken (D66) en 50PLUS-lijsttrekker Gerard van Hooft om aan de hand van enkele stellingen in debat te gaan over wat er vanuit de overheid nodig is om zero-emissie logistiek te laten slagen. Na nog enkele vragen uit de zaal en bijdragen van Wim en Rinse was het tijd voor de borrel. We willen alle aanwezige gasten, de deelnemende kandidaat-Kamerleden en ondernemers, en natuurlijk onze mede-organisatoren van harte bedanken voor dit geslaagde event!

In aanloop naar de behandeling door Provinciale Staten van de begroting van de Provincie Noord-Holland heeft VNO-NCW West samen met Economisch Forum Holland boven Amsterdam een Vergelijking van Visies opgesteld. Dit document vergelijkt het coalitieakkoord 2023-2027 ‘Verbindend vooruit!’ met het door VNO-NCW West aangeleverde manifest voor Noord-Holland en het manifest van Economisch Forum Holland boven Amsterdam (EF). Beide manifesten zijn tot stand gekomen met inbreng van relevante ondernemerskringen en brancheorganisaties als Evofenedex, Techniek Nederland, KHN, HISWA-RECRON, INretail, Bouwend Nederland, Metaalunie en TLN.

De Vergelijking van Visies is hier te lezen.

Met dit document wil VNO-NCW West bijdragen aan de uitvoering van het coalitieakkoord op punten die voor ondernemers van groot belang zijn. VNO-NCW Noordwest-Holland en VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam willen ook de komende jaren een betrouwbare partner zijn in beleid dat ondernemers raakt. Het is goed dat verschillende passages en ambities uit het coalitieakkoord overeenkomen met de visie van VNO-NCW West over laadinfrastructuur, vergunningverlening en andere zaken. Een deel van de ambities en toezeggingen uit het coalitieakkoord is reeds verwerkt in de begroting voor komend jaar, maar enkele punten uit de genoemde manifesten ontbreken nog. VNO-NCW West blijft daarom graag in gesprek met de Provincie en politieke partijen in Provinciale Staten om ambities op het gebied van regelgeving, bereikbaarheid en bedrijventerreinen verder vorm te geven.

 

Op maandagmiddag 6 november gingen 7 (kandidaat-)Kamerleden in debat over ondernemerskwesties in de Metropoolregio Amsterdam. VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam organiseerde dit debat in samenwerking met ORAM, Port of Amsterdam, MKB-Amsterdam en VEBAN. Onder leiding van Martijn de Greve gingen Eveline Verbeek (VOLT), Alexander Hammelburg (D66), Claire Martens (VVD), Diederik Boomsma (NSC), Christine Govaert (BBB), Harmen Krul (CDA) en Jeroen Postma (GroenLinks/PvdA) met elkaar in De Balie in debat over ruimte voor bedrijventerreinen, mobiliteit, de haven en het ondernemersklimaat. Na ruim 1,5 uur stevig debatteren was er ook nog tijd voor een borrel om na te praten over deze belangrijke thema’s. Het debat terugkijken kan via deze link!

 

Terwijl storm Ciarán buiten hard tekeergaat, komt er op donderdagmiddag 2 november toch bijna 100 man letterlijk aanwaaien bij VanderHelm bedrijven in Berkel en Rodenrijs. Nadat iedereen koffie of thee en een koekje heeft kunnen pakken maant Gijs van der Helm, eigenaar van het bedrijf en voorzitter van VNO-NCW Oostland, alle aanwezigen richting de stoelen voor het podium. Stipt om 16.30 uur heeft iedereen een plaats ingenomen en introduceert deze ondernemer de bijeenkomst.

VNO-NCW Oostland heeft dit jaar als doel om meer samen te werken met lokale ondernemersverenigingen, waarvan het evenement vandaag met de ondernemersverenigingen van Lansingerland en Pijnacker-Nootdorp een eerste voorbeeld is. “Ik ben blij dat zoveel van jullie de storm hebben getrotseerd”, zegt Gijs dan ook trots. Vervolgens kan hij weer plaatsnemen op zijn stoel wanneer Jan Dirk Stouten het podium opklimt.

De regionaal bekende presentator die onder meer sportverslaggeving doet, is vandaag moderator tijdens een gesprek over leiderschap. Daarover interviewt hij Kees Jansma, die jarenlang voetbaljournalist was en later de rol van perschef vervulde bij het Nederlands elftal. Om te beginnen legt hij Jansma een aantal stellingen voor over onder meer Louis van Gaal, media en journalistiek, waarna het gesprek al snel op gang komt.

Op de werkvloer

Als eerste praten ze over het grensoverschrijdend gedrag van leidende figuren in de media die afgelopen tijd veelvuldig aan het licht kwamen, bijvoorbeeld bij Studio Sport waar Jansma 25 jaar geleden ook actief was. “Er wordt nu echt iets anders verwacht van leiderschap op de werkvloer. Wat 30 jaar geleden geaccepteerd was, ligt nu gevoeliger. Dat vraagt iets anders van leidende figuren. Maar we moeten ook niet iedereen meteen cancelen na een paar kritische opmerkingen over diens functioneren: je kan beter het gesprek aangaan dan anoniem je beklag doen”, stelt Jansma.

Hij is zo eerlijk om toe te geven dat hijzelf als presentator misschien ook wel eens boos is geworden op medewerkers die dat niet als prettig hebben ervaren, terwijl hij zich daar destijds niet zo bewust van was. “In mijn tijd bleef je na een uitzending vaak ook hangen om met elkaar nog wat te eten of drinken. Dan kon je meningsverschillen op een goede manier uitpraten. Tegenwoordig zie ik veel redacteuren, maar ook analisten, meteen wegrijden na een uitzending. Als dat sociale contact wegvalt, heeft dat een negatieve invloed op de prestaties.”

Duidelijkheid en zelfvertrouwen

Jansma kan het weten. Hij was al een tijdje journalist toen hij in 1988 tijdens het EK voetbal definitief doorbrak. Hij deed verslag vanuit het trainingskamp van het Nederlands elftal en sliep zelfs met Oranje-spits Wim Kieft op de kamer. “Rinus Michels, de bondscoach op dat moment, was echt een baas. Autoritair, zoals Van Gaal ook was. Hij keek niet om naar spelers die geen rol speelden, alleen naar wie belangrijk was. Dat kun je als een minpunt zien. Tegelijkertijd was er wel duidelijkheid over welke rol spelers hadden. Dat vinden voetballers vaak wel fijn”, weet Jansma.

Jansma maakte een bijzondere carrièreswitch door van de ene kant van de tafel naar de andere kant te verplaatsen: van voetbaljournalist werd hij perschef bij Oranje. “Ik twijfelde zelf ook of dat een juiste stap was. Maar mijn vader vroeg: ‘vind je het leuk om te doen?’ Dat antwoord was ja, dus toen ben ik er voor gegaan.” De eerste periode, met een jonge Marco van Basten als bondscoach, vond hij het leukste. “De spelers vonden hem heel leuk en het was natuurlijk een grootheid als speler. Maar als coach vond hij zichzelf niet zo geschikt, en achteraf bleek dat misschien ook wel.”

Met Bert van Marwijk was dat anders; hij haalde zelfs de WK-finale met het Nederlands elftal. “Van Marwijk was gedegen, maar weinig avontuurlijk. Hij was wel een geweldige motivator. Toen we in de kwartfinale tijdens de rust met 1-0 achter stonden tegen Brazilië en 45 minuten lang waren weggevaagd, zei hij tegen de spelers: ‘gefeliciteerd. Wat zullen ze hiernaast in paniek zijn! Ze hadden het al lang moeten beslissen. Wij weten dat we dit toernooi maar één helft slecht zullen spelen, en die helft zit er nu op. We gaan nu weer naar buiten en wij gaan deze wedstrijd winnen!’ Dat was zo knap. In die paar minuten gaf hij de hele groep weer vertrouwen. Gewoon omdat hij als de baas een compleet natuurlijk zelfvertrouwen uitstraalde. Ook dat is leiderschap”, vindt Jansma.

Geloofwaardigheid en dankbaarheid

“Maar wat maakt een coach als Louis van Gaal dan zo goed?”, wil Jan Dirk Stouten weten. “Geloofwaardigheid”, zegt Jansma direct. “Door zijn kennis van zaken, zijn manier van doen, en zijn geloof in het behalen van succes wanneer de gemaakte afspraken worden nagekomen.” Naast geloofwaardigheid was ook duidelijkheid de kracht van Van Gaal. “Hij riep toen hij begon meteen Klaas-Jan Huntelaar en Robin van Persie bij zich, die elkaars concurrenten waren en daardoor onvriendelijk met elkaar omgingen. Van Gaal zei dat Huntelaar niet zou spelen, omdat Van Persie de eerste keuze was. Hij gaf Huntelaar de ruimte om een rol als reservespeler te accepteren, of om te vertrekken.” Huntelaar koos ervoor om zich in een rol als reserve te schikken. “Hij kreeg nu eindelijk duidelijkheid, die hij jarenlang niet had gehad. Dat was de kern van Louis’ leiderschap.”

Jansma heeft zelf ook ervaring als leidinggevende. Zo runde hij een groot televisie productiebedrijf, omdat hij vond dat grote bedrijven in die industrie te veel geld vroegen. “Samen met mijn compagnon hebben we 22 mensen bij elkaar gezocht en gezegd: wij denken dat we dit beter kunnen, door met elkaar gewoon keihard aan de bak te gaan.” Dat lukte, waarna het bedrijf voor een flink bedrag aan Reinout Oerlemans werd verkocht. “We hebben toen al die 22 medewerkers een flinke netto premie meegegeven, omdat deze deal zonder hen nooit tot stand was gekomen. Dankbaarheid tonen richting je mensen, vind ik erg belangrijk.”

Jansma kan nog uren doorpraten over zijn belevenissen, maar het uur zit erop en de aanwezige ondernemers in de zaal hebben ook nog enkele vragen over bijvoorbeeld het beleid bij voetbalclubs als FC Utrecht en Ajax. “Interne rust, duidelijkheid over wie de beslissingen neemt en de rijen gesloten houden naar buiten toe: daar draait het om in de sportwereld, maar eigenlijk ook bij reguliere bedrijven. Alleen bij een voetbalclub wordt iets minder goed nagedacht over het aantrekken van mensen dan bij andere organisaties”, besluit Jansma. Na nog een paar korte vragen sluit Stouten de bijeenkomst af en bedankt hij Jansma voor zijn inspirerende verhalen, waarna het tijd is voor de borrel.

De volledige fotoreportage is hier te bekijken.

Graag stellen we nieuwe leden aan jullie voor! Vandaag is dat Johanna Snel.  Ben jij nog geen lid? Meld je dan snel aan via deze pagina!

“Ik ben Johanna Snel van Delft en ik woon en werk in Rijnsburg. Ik ben samen met mijn man eigenaar van twee bedrijven, genaamd QuickWorks video & Multimedia Productions en Cinefleur. Met ons team produceren we allerlei soorten videoproducties, visuele digitale magazines en in het verlengde daarvan marketingcampagnes. We zitten door heel Nederland en komen, vooral voor Cinefleur, regelmatig in het buitenland. Het grootste deel van onze klanten is gevestigd in de Randstad in allerlei branches. Van sierteelt tot technische/industriële bedrijven en van de zorg tot brancheorganisaties. Als het om verbeelding gaat, dan moet je bij ons zijn.”

“Ik ben sinds mei lid van VNO-NCW West. Ik ben al langer lid van regionale netwerken, maar wilde ook breder dan alleen in de Duin- en Bollenstreek actief zijn. VNO-NCW West biedt daar mogelijkheden voor met bijvoorbeeld de Ondernemerstafels en het vrouwennetwerk. Ook is er de mogelijkheid om bij andere kringen aan te sluiten dan alleen bij VNO-NCW Rijnland, het gebied waar ik zelf woon.”

“Ik ben met name lid geworden voor het netwerk en de bijeenkomsten. Ik hoop mijn netwerk uit te breiden, leuke relaties op te bouwen en onze naamsbekendheid binnen de vereniging te vergroten. Natuurlijk zijn de bijeenkomsten ook goed voor je algemene ontwikkeling. Ik hoop een bijdrage aan de vereniging te leveren door via mijn netwerk, kennis en kunde iets voor anderen te betekenen.”

“Ik zou iedere ondernemer aanraden om lid te worden van VNO-NCW West vanwege de diversiteit aan bijeenkomsten. Maar vooral zijn de ondernemers binnen VNO-NCW West laagdrempelig en tonen ze oprechte interesse in jou als persoon en bedrijf.”

 

Op een wat druilerige woensdagmiddag druppelen 20 personen, waaronder ondernemers en voorzitters van diverse plaatselijke ondernemersverenigingen,  het bezoekerscentrum van de Rijnlandroute binnen. Na de ontvangst met koffie en thee worden ze van harte welkom geheten door Martijn van Pelt, voorzitter van VNO-NCW Rijnland. “We hebben ons als VNO-NCW lang ingezet voor de komst van de Rijnlandroute. Mijn voorganger Jan Versteegh is daar ook veel mee bezig geweest.” In 2005 zijn de verkenningen naar het huidige project begonnen, maar de eerste gesprekken over een dergelijke route zijn al 60 jaar oud. In 2014 is het besluit tot aanleg genomen, waarna de aanleg in 2017 kon beginnen. “Het traject heeft lang geduurd, maar het is goed om te begrijpen waarom projecten als deze lang kunnen duren. Daarom is het mooi dat we hier vandaag te gast mogen zijn”, stelt Martijn.

Vervolgens laten onze gastvrouwen van deze middag, Margit Dokter en Cynthia Verloop, een filmpje zien over de Rijnlandroute, waaruit blijkt dat door de jaren heen met veel betrokkenen is gesproken om de route zo goed mogelijk in het landschap en in de natuur te laten passen. Het totale project is begroot op ongeveer een miljard euro. Dat is een hoop geld, maar de route is essentieel voor de regio Holland Rijnland. Hier wonen en werken ruim 550.000 mensen en dit aantal blijft toenemen. Investeren in projecten als deze is daarom van groot belang.

Een belangrijk onderdeel van dit project is de Corbulotunnel: een weg van bijna 2,5 kilometer tussen de A4 bij Leiden en de A44 bij Wassenaar. Deze middag krijgen we alvast een exclusief kijkje in de tunnel, die in de zomer van 2024 zal openen. Daarvoor is het wel nodig dat iedereen veiligheidskleding aantrekt. De outfits vallen wat ruim en leiden tot de nodige hilariteit en een selfie hier en daar.

Met een kleine bus rijden we de tunnel in. Omdat er nog maar 15 km/u gereden mag worden in plaats van de 80 km/u die hier straks geldt, is er genoeg tijd voor uitleg. Zo leren we dat de tunnel op 30 meter diepte ligt en eigenlijk ‘drijft’ (volgens de Wet van Archimedes, voor wie die kent), maar ook dat de tunnel is vernoemd naar een Romeinse generaal in het jaar 47 na Christus opdracht gaf voor het aanleggen van een kanaal tussen de Rijn en de Maas. Ook toen werd er al innovatieve infrastructuur aangelegd!

Midden in de tunnel maken we een kleine tussenstop om beter rond te kunnen kijken. Uiteraard worden er veel foto’s gemaakt, die je overigens meteen online kan zetten: het bereik is verrassend goed in de tunnel. Ook de journalist van omroep Sleutelstad die vanmiddag aanwezig is, kan mooie beelden maken in de tunnel. De groep krijgt meer te horen over hoe de tunnel is aangelegd en hoe de veiligheid is gegarandeerd: 28 ventilatoren kunnen bijvoorbeeld rook uit de tunnel blazen en zuigen in geval van brand. Ook staan er iedere 50 meter noodhulpkasten en is er een nooduitgang, waar we ook even binnen kunnen kijken. De vloer hier is zelfs naaldhakbestendig, maar de aanwezigen stellen goede vragen over toegankelijkheid voor bijvoorbeeld mensen met een rollator of rolstoel.

Na deze tussenstop rijden we de tunnel weer uit en draaien we de andere baan op om even stil te staan bij de ingang van de tunnel, terwijl er een paar druppels regen op onze bouwhelmen vallen. We staan nu voor de rechterbuis, omdat we in Nederland vanuit het westen naar het oosten kijken. West als beginpunt, dat klinkt ons bij VNO-NCW West als muziek in de oren! Aan deze westkant zijn ook balken boven de weg aangelegd als zonwering, zodat je ‘s ochtends niet recht tegen de zon in kijkt wanneer je in oostelijke richting rijdt. Er wordt zelfs natuurlijk zonlicht toegelaten in de tunnel via reflectoren die boven de tunnel staan.

Er is nog veel meer te vragen en te vertellen, maar we moeten snel weer door om op tijd de tunnel uit te zijn. Terug in het bezoekerscentrum is er tijd om nog even rond te kijken in de informatieruimte waar bijvoorbeeld aan de hand van een maquette het technische systeem van de tunnel wordt uitgelegd. Inmiddels is het bijna 16.30 uur en dus is het op deze woensdagmiddag tijd voor de alcoholvrije borrel, waar de aanwezigen met elkaar na kunnen praten over het informatieve bezoek.

Het verslag van omroep Sleutelstad is hieronder te vinden. Daarnaast maakt Omroep West regelmatig een journaal over de Rijnlandroute, waarvan de laatste versie ook hieronder te zien is.