Terugblik: Investeren in het concurrentievermogen van Nederland

Op dinsdag 25 november kwam de Metropoolregio Amsterdam met een brede delegatie van bedrijven, kennisinstellingen en bestuurders naar Den Haag voor een stevig gesprek over één centrale vraag: hoe houden we het concurrentievermogen van Nederland op peil in een snel veranderende wereld? In een middag vol scherpe analyses en concrete voorbeelden lieten toonaangevende sprekers uit bedrijfsleven, zorg, technologie, luchtvaart en overheid zien wat er nodig is om te blijven investeren in groei, innovatie en brede welvaart. 

Van arbeidsmarkt en talentontwikkeling tot zorginnovatie, digitalisering, internationale bereikbaarheid en een eerlijk Europees speelveld: steeds klonk dezelfde boodschap door. De MRA is nu een krachtige economische motor, maar wil Nederland ook in de toekomst aantrekkelijk blijven voor bedrijven, talent en investeringen, dan zijn gerichte keuzes en gezamenlijke actie onontkoombaar.

Ingrid Thijssen, voorzitter VNO-NCW, opende de middag 

Ingrid Thijssen blikte terug op haar periode van 5,5 jaar waarin zij inmiddels met drie verschillende formaties te maken heeft gehad. Het is volgens haar veel prettiger en effectiever om met één stabiel kabinet te werken; die stabiliteit ontbrak de afgelopen jaren. Hoewel de sfeer aan de formatietafel goed was, blijft zij zorgen houden over het uitblijven van investeringen in de economie. Want, zo benadrukte ze: “Hebben we straks nog wel genoeg bedrijven om al onze publieke voorzieningen te blijven betalen, van agenten tot zorgmedewerkers?” 

Nederland scoort volgens Thijssen structureel slecht op het omscholen en bijscholen (reskilling en upskilling) van werknemers. Dat is problematisch, omdat we naar een economie moeten die draait op hoge productiviteit, terwijl het aantal beschikbare werknemers afneemt. Kenniswerkers spelen daarin een cruciale rol: zij zijn onmisbaar voor de economie die Nederland wil zijn, en dus moeten we hen hartelijk blijven verwelkomen. 

Daarnaast wees Thijssen op het belang van de MRA als AI-hub. Amsterdam heeft volgens haar de potentie om de eerste echte AI-regio van Europa te worden, maar dat vraagt wel om actief faciliteren. De rol van Schiphol is in dat geheel essentieel: bedrijven noemen de luchthaven steevast als eerste reden om zich in Nederland te vestigen, zowel voor de bereikbaarheid van kenniswerkers als voor logistiek. Ze waarschuwde voor een neerwaartse spiraal, zoals eerder gebeurde in bijvoorbeeld Kopenhagen, als Nederland te makkelijk denkt over de luchtvaart. De luchtvaartsector zal in de toekomst wereldwijd verdubbelen; veel beter is het om KLM en Schiphol te helpen vergroenen, zodat Nederland een voorbeeld kan worden.  

Jeroen Tiel, CEO van Randstad Nederland sloot zich bij deze boodschap aan 

Jeroen Tiel benadrukte dat de arbeidsmarkt kampt met zowel een kwantitatief als kwalitatief tekort. Nederland mist een duidelijke arbeidsbegroting die vraag en aanbod in balans brengt. Volgens Tiel moeten we fundamenteel verschuiven van contractzekerheid naar werkzekerheid: het gaat om vaardigheden, niet om de vorm van het contract. Investeren in skills, opleidingen en mobiliteit is daarom essentieel. 

Hij pleitte voor moderne arbeidsmarkten met wendbare spelregels, meer focus op technologie en AI, en een cultuur waarin het normaal is dat werknemers zich omscholen naar sectoren waar ze harder nodig zijn: “Hoe mooi zou het zijn als bedrijven zeggen: 20% van onze mensen leiden we om voor werk in een andere sector?” 

Elke economische regio heeft volgens Tiel de verantwoordelijkheid om te voorkomen dat mensen buiten de samenleving raken. Om dat te doen, moeten overheid, onderwijs en werkgevers intensiever samenwerken aan een toekomstbestendige arbeidsmarkt.  

Vervolgens gaf Barbara Baarsma, hoofdeconoom bij PwC, de key note 

Baarsma schetste tijdens de bijeenkomst een beeld van de economische groeikansen van Nederland en de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Volgens haar draait groei uiteindelijk om twee factoren: arbeidsaanbod en arbeidsproductiviteit. De afgelopen tien jaar kwam maar liefst 80% van de economische groei uit een groter arbeidsaanbod, vooral door de hogere AOW-leeftijd en arbeidsmigratie. De productiviteitsgroei bleef steken op slechts 0,4% per jaar, veel te laag om toekomstige zorg-, onderwijs- en defensie-uitgaven te kunnen dragen. 

Omdat het arbeidsaanbod de komende jaren nauwelijks zal toenemen, moet de groei vooral komen van hogere productiviteit. Dat vraagt volgens Baarsma om een grote herallocatie van schaarse productiefactoren: ruimte, arbeid, milieuruimte en infrastructuur zijn allemaal “op”. Nederland moet daarom vol inzetten op koplopers in álle sectoren en ruimte maken voor creatieve destructie: afscheid nemen van laagproductieve activiteiten en investeren in hoogproductieve bedrijven en innovaties. 

Voor de MRA ziet Baarsma zowel een sterke uitgangspositie als een duidelijke waarschuwing. De regio levert een groot deel van het Nederlandse BBP en heeft een krachtig, divers ecosysteem vol talent en kennis. Maar die positie is niet vanzelfsprekend: andere Europese regio’s bewegen sneller, en indicatoren laten zien dat Amsterdam op onderdelen – zoals kennisvalorisatie en innovatiekracht – al licht terugzakt. 

Haar boodschap aan de MRA was dan ook helder: rust niet op je lauweren. Blijf vernieuwen, koester talent, verbeter bereikbaarheid en blijf bouwen aan sterke ecosystemen, zoals fintech, climate tech, energy en food & agri. Alleen dan kan de regio haar cruciale bijdrage aan de brede welvaart van Nederland vasthouden. 

Verschillende sprekers uit het bedrijfsleven van de Metropoolregio Amsterdam deelden hun visie:

Thomas Leenders – Head of Government & Public Affairs Benelux   

In het blok over zorginnovatie Thomas Leenders zien hoe cruciaal de samenwerking is tussen bedrijven, kennisinstellingen en ziekenhuizen om medische doorbraken naar de markt te brengen. Zijn boodschap was helder: alleen door langs de hele keten samen te innoveren kan Nederland wereldwijd impact blijven maken in de gezondheidszorg. 

Thomas benadrukte dat bedrijven pas kunnen concurreren wanneer de overheid de juiste innovatie-instrumenten in stand houdt, zoals de WBSO, de Innovatiebox en regelingen om internationaal talent aan te trekken. Talent is volgens hem dé sleutel tot vooruitgang. Hij liet voorbeelden zien van technische en klinische testbeds, zoals de ontwikkeling van autonome MRI, waar bedrijven en ziekenhuizen (van Eindhoven tot Amsterdam) samen nieuwe zorgtechnologie testen en klaarstomen voor de praktijk. 

Arjen Brussaard – Vice-Decaan Valorisation & Chief Impact Officer Amsterdam UMC 

Arjen Brussard schetste het Amsterdam UMC als een volwaardig zorg-, opleidings-, onderzoeks- én valorisatiebedrijf. De regio is een Europese topregio in Life Sciences & Health, met 25% van alle Nederlandse LSH-R&D en zo’n 190 biotech- en farmabedrijven. Toch ziet hij grote uitdagingen: de zorg loopt vast, spin-outs vanuit kennisinstellingen blijven achter en de druk op werkgelegenheid neemt toe. Juist daarom investeert Amsterdam UMC in concrete toepassingen, zoals het Amsterdam Skills Center (voor high-end chirurgische training en robotica) en nieuwe vormen van diagnostiek buiten het ziekenhuis in samenwerking met het MKB — innovaties die zorgkosten moeten verlagen en de druk op ziekenhuizen verminderen. 

De conclusie: zorginnovatie is geen kostenpost, maar een investering in toekomstige gezondheid, arbeidsvitaliteit en het verdienvermogen van Nederland. De bal ligt nu mede bij Den Haag om hier structureel op in te zetten. 

Ingo Uytdehaage – CO-CEO Adyen 

Vanuit Adyen werd benadrukt dat Amsterdam, ondanks terechte kritiek, nog altijd één van de beste plekken ter wereld is om een internationaal technologiebedrijf op te bouwen. In de afgelopen 15 jaar groeide Adyen vanuit Amsterdam naar 5.000 medewerkers, 2 miljard omzet en 1 miljard winst, met inmiddels 30 kantoren wereldwijd. Toch uitte Adyen een duidelijke zorg: Nederland past Europese regels regelmatig strenger toe dan vereist: de zogeheten goldplating. Een concreet voorbeeld is de wet ter voorkoming van witwassen, waarvan bepaalde verplichtingen wereldwijd moeten worden toegepast. Dat maakt internationaal schalen moeilijker en zet de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven onder druk. De oproep was helder: stop met goldplating en houd nationale wetgeving in lijn met Europese richtlijnen, zodat bedrijven niet op achterstand worden gezet. 

Maarten Teepen – Corporate Director Key Product Unit ASMI 

Daarna schetste ASMI, producent van machines voor de wereldwijde chipindustrie en gevestigd in Almere, hoe belangrijk een stabiel investeringsklimaat is voor deeptechbedrijven. ASMI investeert jaarlijks zo’n 15% van de omzet in R&D, in trajecten die soms vijf tot acht jaar duren voordat ze rendement opleveren. Daarbij is de sector sterk afhankelijk van een internationaal ecosysteem van universiteiten, leveranciers en talent. Twee derde van de medewerkers komt van buiten Nederland, mede dankzij de aantrekkelijkheid van de regio, toegankelijkheid via Schiphol en de regelingen voor kennismigranten. 

Maar ook ASMI ziet knelpunten: ruimtelijke beperkingen, het stikstofdossier, belastingen en complexe regelgeving zetten druk op de internationale concurrentiepositie. Nederland is, zo stelde ASMI, vaak “het braafste jongetje van de klas”, waardoor bedrijven hier eerder met nadelen worden geconfronteerd dan in andere landen. Alleen met een gelijk speelveld in Europa en daarbuiten, voldoende ruimte voor groei en samenwerking met overheden, kunnen bedrijven blijven investeren in Nederland. 

Esmé Valk – Executive Director Human Resources bij Schiphol 

Tijdens de bijeenkomst schetste Esmé Valk hoe cruciaal een sterke internationale luchthaven is voor het vestigingsklimaat. Jarenlang stond Schiphol bovenaan de lijst van Europese hub-luchthavens, maar inmiddels is de luchthaven teruggevallen naar plek 8 van de 8. Dat is zorgelijk, zei zij, omdat zo’n 11.000 internationale organisaties in Nederland, van grote bedrijven als Heineken, Microsoft en Rituals tot defensie en innovatieve industrie, afhankelijk zijn van een goed netwerk van bestemmingen en soepele doorstroming. 

Valk lichtte de nieuwe 10-jarenstrategie toe, waarin Schiphol de komende jaren 10 miljard euro investeert in concurrentievermogen: in infrastructuur, verduurzaming én betere arbeidsomstandigheden voor de circa 70.000 mensen die op het luchthaventerrein werken. Ze gaf twee grote thema’s aan: het terugdringen van fysieke belasting (bijvoorbeeld via tilhulpen voor zware koffers) en het verbeteren van de luchtkwaliteit door de blootstelling aan ultrafijnstof terug te dringen. Schiphol ontwikkelt daarvoor een nieuw logistiek concept waarbij vliegtuigen verder van de werkplek worden gesleept. Een wereldwijde primeur, maar ook een risico voor het gelijke speelveld in Europa, omdat andere luchthavens deze stappen nog niet zetten. Haar oproep aan een nieuw kabinet: zorg voor een level playing field, zodat koplopers in duurzaamheid en arbeidsomstandigheden niet worden afgestraft. 

Anne Jaakke – CHRO Rituals 

Daarna liet de Anne Jaakke zien hoe innovatie en welzijn hand in hand kunnen gaan. Rituals bestaat 25 jaar, heeft inmiddels 14.000 medewerkers in 33 landen en investeert zwaar in zowel product- en klantervaring als in een sterke cultuur van “play to win” én “love to care”. Voor elkaar, voor de planeet en voor de volgende generatie. Zo investeert het bedrijf 10% van de nettowinst in natuurbehoud en de mentale gezondheid van kinderen. 

Vanuit werkgeversperspectief deed zij drie concrete suggesties voor de regio. Ten eerste: ontwikkel een sterker narratief en merkverhaal waarin Amsterdam en de MRA zich niet alleen presenteren als toeristische hotspot, maar vooral als talentmagneet en kennisregio, vergelijkbaar met bijvoorbeeld Brainport. Ten tweede: denk samen met werkgevers en gemeenten na over tijdelijke, betaalbare huisvesting en kenniscentra voor (internationaal) talent en young graduates, zodat zij kunnen bijdragen aan de kenniseconomie. En ten derde: investeer meer in groen en ‘urban oases’ in de stad, plekken waar mensen tot rust kunnen komen en daarna weer met energie verder kunnen, essentieel voor duurzame prestaties en welzijn. 

Femke Halsema sloot de dag af

Burgemeester, voorzitter van Metropoolregio Amsterdam én Amsterdam Economic Board Femke Halsema sloot de bijeenkomst af met een duidelijke boodschap over de kracht én verantwoordelijkheid van de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Ze benadrukte dat de regio, een conglomeraat van 30 gemeenten, twee provincies en vele bedrijven en kennisinstellingen, eensgezind naar Den Haag was gekomen.

Halsema erkende dat de regio soms kampt met het imago van eigenzinnigheid en afstand tot Den Haag, wat de samenwerking in het verleden bemoeilijkte. Maar juist nu, na de val van het kabinet, liggen er kansen om de relaties aanzienlijk te versterken. De MRA is sterk met AI, tech, health-innovaties, circulaire industrie en internationale verbindingen maar Halsema waarschuwde: de regio mag niet op haar lauweren rusten. Er zijn signalen van terugval en dat vraagt om gezamenlijke investeringen door overheden, bedrijven en kennisinstellingen. 

Ze verwees naar het recente rapport van EU-commissaris Mario Draghi, waarin stedelijke regio’s worden aangewezen als de motoren van Europa’s toekomstige economische kracht. Geopolitieke druk en internationale concurrentie maken het essentieel dat Europese regio’s sterker samenwerken en dat hun positie richting nationale overheden verbetert. Daarom moet de relatie tussen stedelijke regio’s en Den Haag omhoog op de nationale agenda. 

Halsema benadrukte dat regio’s elkaar niet moeten beconcurreren maar juist versterken. Zo kunnen Eindhoven en de A2-regio de “hardware” van moderne technologie leveren, terwijl Amsterdam de “software” ontwikkelt, mits er goede samenwerking is. Haar oproep aan een nieuw kabinet was dan ook helder: investeer samen met de regio in innovatie, digitale infrastructuur, talentontwikkeling en cruciale projecten, zoals het Zuidasdok, waterstofinitiatieven, een energiehaven in de IJmond en het doortrekken van de Noord/Zuidlijn naar Hoofddorp. 

De MRA levert 22% van het Nederlandse BBP en huisvest 15% van de bevolking; het is een economische motor van nationaal belang. Investeren in de regio is daarmee geen regionale wens, maar een noodzakelijke investering in de brede welvaart van Nederland. Halsema sloot af met de uitnodiging om de dialoog te vervolgen en samen te blijven werken aan een sterk Nederlands vestigings- en investeringsklimaat. 

 Tot slot

De bijdragen van alle sprekers laten een consistent beeld zien: Nederland beschikt over een uitzonderlijk sterk ecosysteem van bedrijven, kennisinstellingen en infrastructuur, maar de rek is eruit als we niet tijdig en gericht investeren. Dat vraagt om een betrouwbare en voorspelbare overheid, om modernisering van regels en instrumenten, om durf tot innovatie én om een lange adem. 

De Metropoolregio Amsterdam neemt daarin nadrukkelijk haar verantwoordelijkheid – als proeftuin voor nieuwe oplossingen, als magneet voor talent en als motor voor economische groei. Maar die rol kan de regio alleen waarmaken in nauwe samenwerking met Den Haag en andere regio’s. Investeren in het concurrentievermogen van de MRA ís investeren in het verdienvermogen van Nederland als geheel. De oproep vanuit deze bijeenkomst is dan ook helder: benut de eensgezindheid die hier is getoond, en vertaal die in concrete besluiten waarmee we samen de basis leggen voor de economie van morgen. 

De foto’s, gemaakt door Daniel Verkijk, zijn hier te bekijken en downloaden:

VNO-NCW Rijnland ondersteunt van harte het initiatief Zuid-Holland Matcht (zuidhollandmatcht.nl), het nieuwe platform in Zuid-Holland waar bedrijven, scholen en studenten elkaar eenvoudig kunnen vinden. Dit regionale platform maakt het makkelijker om stagiairs, leerwerkplekken, praktijkopdrachten en traineeships te vinden én te matchen.

Waarom Zuid-Holland Matcht?

Zuid-Holland Matcht brengt ondernemers, onderwijs en talent uit de provincie samen. Bedrijven vergroten hun zichtbaarheid en studenten vinden sneller een passende stageplek of praktijkopdracht binnen hun vakgebied.

Het platform biedt toegang tot:

  • nieuwe stagiairs en jonge professionals

  • relevante praktijkopdrachten, projecten en gastlessen

  • directe verbinding met docenten, studenten en opleidingscoördinatoren

Zo dragen bedrijven én onderwijsinstellingen bij aan de ontwikkeling van toekomstig talent in de regio.

Voordelen voor bedrijven

Een groot voordeel van Zuid-Holland Matcht is dat geplaatste stages, opdrachten en functies direct zichtbaar worden voor meerdere onderwijsinstellingen in Zuid-Holland. Bedrijven kunnen via het platform snel in contact komen met studenten die aansluiten bij hun profiel.

Daarnaast kunnen organisaties een compleet bedrijfsprofiel aanmaken met:

  • foto’s

  • video’s

  • interessegebieden

  • actuele opdrachten

Deelnemende bedrijven betalen slechts 150 euro voor de eerste twee jaar.

Gratis voor studenten en docenten

Voor studenten en docenten is Zuid-Holland Matcht volledig gratis. Zij gebruiken het platform om:

  • direct contact te leggen met bedrijven in Zuid-Holland

  • passende stages, afstudeeropdrachten en traineeships te vinden

  • snel bedrijven te benaderen voor gastlessen of projecten

  • stagemarkten en meeloopdagen te organiseren

Zo biedt Zuid-Holland Matcht één centrale plek waar alle middelbare scholen, mbo’s en hogescholen in de provincie kunnen zien welke bedrijven willen samenwerken.

Samen versterken we het regionale talent

VNO-NCW Rijnland ziet Zuid-Holland Matcht als een waardevolle impuls voor de regionale economie. Het platform stimuleert samenwerking, innovatie en kennisdeling, en zorgt dat bedrijven toegang krijgen tot het talent van morgen. Zuid-Holland Matcht is een initiatief van de Dutch Innovation Community in samenwerking met Blue-Merge, eigenaar van het platform.

Meer informatie of direct aanmelden? Ga naar zuidhollandmatcht.nl

Lees hier verder over het thema arbeidsmarkt.

Op donderdagochtend werden onze leden en relaties hartelijk ontvangen door Paul Barendse (CEO van Rolan Robotics en lid van VNO-NCW Noordwest-Holland) en Angelique Pronk Deken (CFO). Paul heette de groep welkom en gaf vervolgens het woord aan onze voorzitter Hans Huibers. 

Hans vertelde in het kort wat VNO-NCW Noordwest-Holland doet en waar wij voor staan: het behartigen van de belangen van ondernemers in onze regio. Dat doen we niet alleen provinciaal, maar ook richting de landelijke politiek in Den Haag en zelfs in Brussel. Zo zorgen we dat de stem van het bedrijfsleven gehoord wordt op alle relevante niveaus. 

Na deze introductie nam Paul het publiek mee in een boeiende presentatie over de rijke geschiedenis van het bedrijf. Rolan Robotics vindt zijn oorsprong in Morelisse uit Edam, opgericht in 1917. Via verschillende ontwikkelingen en afsplitsingen ontstond in 1992 Morotech in Hoorn. Daaruit kwam in 2002 Rolan Robotics voort, dat sinds 2024 onderdeel is van het Japanse Daihen, het merk robots dat zij al jarenlang produceren en verkopen. 

Rolan Robotics heeft inmiddels zusterbedrijven in Duitsland en Slovenië, is internationaal actief en in Japan zelfs hofleverancier van de overheid. Tegelijkertijd is het bedrijf bijzonder trots op de vele klanten in de eigen regio, zowel in de food- als non-foodindustrie. 

Na de inspirerende presentatie volgde een rondleiding door de productiehal. Diverse medewerkers demonstreerden verschillende robotmodellen, variërend van geavanceerde lasrobots speciaal ontwikkeld voor de suikerindustrie, tot een opvallende roze robot die zware kratten met kleding verplaatst voor een modebedrijf. 

Tijdens de rondleiding werd duidelijk hoe robotisering bijdraagt aan het verminderen van ziekteverzuim: robots nemen zwaar en repeterend werk over en verhogen de veiligheid en ergonomie op de werkvloer. Bij Rolan Robotics draait het altijd om maatwerk voor de klant. 

Het bezoek werd afgesloten met een heerlijke lunch, waarbij volop gelegenheid was om te netwerken en na te praten. Hans bedankte Paul en Angelique namens VNO-NCW Noordwest-Holland hartelijk voor hun gastvrijheid en de inspirerende inkijk in het bedrijf. 

In de kop van Noord-Holland streven ondernemers van VNO-NCW naar een stevige positie van de regio in het nationaal economische beleid. Benieuwd hoe wij ons hiervoor inzetten? Lees hier verder.

 

VNO-NCW West zet zich in onze regio in voor een goed vestigings- en ondernemersklimaat. Essentiële voorwaarden daarvoor zijn voldoende betaalbare woningen, ruimte voor economie en een goede bereikbaarheid. Dit vraagt niet alleen om korte termijn actie, bijvoorbeeld om woningbouw vlot te trekken, maar juist ook om een lange termijn visie op de ontwikkeling van infrastructuur in Nederland.  

Het kabinet heeft eind 2024 opdracht gegeven om een langetermijnperspectief en uitvoeringsstrategie voor de bereikbaarheid van een veranderend Nederland op te stellen. Dat perspectief heeft met name aandacht voor woningbouw, economie en mobiliteit.  

‘De infrastructuur in Nederland vormt de ruggengraat van onze samenleving. Het is een randvoorwaarde voor woningbouw, onze weerbaarheid en economische ontwikkeling’, zo stelt het kabinet zeer terecht vast. Hier is VNO-NCW West het eens met het kabinet.  

 

Vier aanbevelingen voor de toekomst

In een brief van 17 oktober 2025 stuurden de demissionaire ministers Tieman (IenW) en Keijzer (VRO) de resultaten en vier belangrijkste aanbevelingen aan de Tweede Kamer: 

  1. Werk vanuit een langetermijnperspectief dat zekerheid biedt en houdt hier aan vast 
  2. Maak keuzes voor voldoende structurele uitvoeringscapaciteit en zet in op productiviteitsgroei  
  3. Verken mogelijkheden om het proces van opstart en beheersing van structuurversterkende projecten te verbeteren 
  4. Zorg voor voldoende middelen in een realistisch kasritme en voorkom incidentele budgetten 

 

Ruimtelijke keuzes richting 2050

In de Ontwerp Nota Ruimte, die op 26 september jl. verscheen, wordt verder richting gegeven aan de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland richting 2050. De ruimte is schaars en we moeten dus slimme keuzes maken en functies – daar waar mogelijk – combineren. VNO-NCW West is blij dat daarbij de principes van nabijheid van wonen, werken en voorzieningen, meervoudig ruimtegebruik en het voorkomen in plaats van creëren van nieuwe mobiliteit als uitgangspunten zijn genomen. De afgelopen jaren is er nauwelijks geld en capaciteit geweest om nieuwe infrastructuur aan te leggen. De aandacht is vooral uitgegaan naar het vervangen en renoveren van bestaande infra. Wat hard nodig is, maar met een groeiende bevolking en economie moet ook de capaciteit van het wegennet, spoor en fietsinfra worden uitgebreid. Anders loopt onze regio vast en missen we economische kansen.  

Het is dus goed dat er naast een ruimtelijke strategie nu ook weer aandacht is voor structurele en langjarig afgestemde keuzes, programmering en bekostiging van infrastructuur. Alleen d.m.v. een voorspelbare langetermijnkoers kunnen andere overheden en marktpartijen zich voorbereiden en investeren. Er wordt daarbij aan de voorkant duidelijkheid gecreëerd over de benodigde structuurversterkende projecten voor de komende 20 jaar en de beschikbare budgetten.  

 

Structurele ophoging Mobiliteitsfonds

Als mogelijkheid wordt de structurele ophoging van het Mobiliteitsfonds genoemd. Met een ophoging van € 1 miljard in 2031, oplopend naar € 2,5 miljard in 2050, kan € 35 tot € 50 miljard extra worden gereserveerd. Deze ophoging zorgt vanaf 2030 voor een stabiel beschikbaar jaarlijks totaalbudget van circa € 11 tot € 12 miljard binnen het Mobiliteitsfonds. Dit is belangrijk voor de markt, zij kunnen zich voorbereiden en hierop inspelen.  

Tegelijkertijd blijft het nodig om op de korte en middellange termijn in te blijven zetten op een goede ontsluiting van woningbouw. Op 10 november stuurde het demissionaire kabinet een brief aan de Tweede Kamer met de verdeling van het geld voor infrastructuur in grootschalige woningbouwgebieden die bijdragen aan de realisatie van 128.000 woningen én de verdeling van geld voor Woningbouw op Korte Termijn (WoKT) die bijdragen aan de realisatie van ruim 145.900 woningen. Naast de € 2,5 miljard uit het regeerprogramma voor het via het Mobiliteitsfonds is er ook via de begroting van VRO € 877 miljoen beschikbaar voor het aanjagen van grootschalige woningbouwgebieden.  

 

Grote investeringen in onze regio

Onze regio is goed bedeeld met o.a. investeringen in de infrastructuur bij grootschalige woningbouwgebieden zoals het CID Binckhorst van bijna € 45 miljoen, de ruim € 53 miljoen voor Haven-Stad Zaandam, een bijdrage van € 105 miljoen voor het Stationsgebied Leiden Centraal, bijna € 38 miljoen voor de vernieuwing van station Schiedam Centrum en bijna € 89 miljoen Rotterdam Oostflank/IJsselmonde. Dit is hard nodig om de woningbouw en bereikbaarheid vlot te trekken. Maar ook de economie profiteert uiteraard van een betere bereikbaarheid. Wonen en werken gaan wat ons betreft altijd hand in hand.  

De WoKT middelen landen o.a. in Zuidplas (maar liefst € 131 miljoen), de OV Schaalsprong ZaanIJ Corridor in Amsterdam (ruim € 103 miljoen), de ontwikkeling van Bleizo-West in Lansingerland (ruim € 14 miljoen) en ook bijna € 14 miljoen voor de ontwikkeling van het gebied in Katwijk waar de farmaceut Eli Lily zich wil vestigen. Deze laatste ontwikkeling is een prachtig voorbeeld hoe de investeringen in de Tjalmaweg (N206), de aanleg van de Corbulotunnel in combinatie met de aanleg van een nieuwe HOV-verbinding en de enorme investeringen in Leiden Centraal leiden tot een enorme verbetering van het vestigingsklimaat in deze regio en de realisatie van grootschalige woningbouw mogelijk gaat maken.    

 

Oproep aan een nieuw kabinet

Het is aan een nieuw kabinet om besluiten te nemen over een langjarig gerichte strategie voor programmering en bekostiging van infrastructuur. Niet alleen voor woningbouw, maar juist ook voor onze economie. Dit brengt duidelijke verwachtingen met zich mee vanuit het bedrijfsleven richting de onderhandelende partijen. Het vinden van een doorbraak op stikstof en energie is een verstandig eerste doel in de formatiefase. Haal Nederland van het stikstofslot, zodat we verder kunnen met het bouwen van huizen, de aanleg van infra en de energietransitie.  

 

Bereikbaarheid is van groot belang voor het vestigingsklimaat in onze regio. Mobiliteit en infrastructuur zijn onmisbaar om bedrijven bereikbaar te houden voor werknemers en klanten. Ook moeten bedrijven zelf op de juiste manier hun vervoer en logistiek kunnen organiseren. Benieuwd wat we nog meer doen op dit onderwerp? Lees verder via deze link.

Samenwerking cruciaal voor innovatie 

De Rotterdamse haven bruist van verandering. Tijdens de bijeenkomst ‘Haven van de Toekomst’ op 11 november, georganiseerd door VNO-NCW Regio Rotterdam in samenwerking met KRVE, DronePort Rotterdam en het Havenbedrijf Rotterdam, kwamen ondernemers, beleidsmakers en innovators samen bij het STC in Rotterdam om te praten over de koers naar 2050: digitaal, duurzaam en veerkrachtig. 

 

“Samen innoveren in een tijd van grote transities” 

De middag werd geopend door Oscar van Veen, director of innovation bij de Port of Rotterdam, die de toon zette met een oproep tot samenwerking in turbulente tijden: “We zitten midden in grote transities, van de energietransitie tot geopolitieke gekte. We zijn er nog nooit doorheen gegaan, maar één ding is zeker: de oplossing ligt in samen innoveren.” Volgens hem moet dat gebeuren in een multiple helix: “Overheden, kennisinstellingen, commerciële bedrijven en de maatschappij, alleen samen kunnen we sturen op een slimme haven.” 

Sjoerd van Maanen (KRVE en bestuurslid Maritiem VNO-NCW Regio Rotterdam) sloot daarop aan: “De Rotterdamse haven staat voor enorme uitdagingen richting 2050. Dat vraagt om samenwerking. Vanuit mijn rol zie ik elke dag hoe belangrijk het is om die verandering samen vorm te geven. Het samenbrengen van werelden, dat is waar het vandaag om draait.” 

 

Een krachtige economische motor vol innovatie 

Mai Elmar, voorzitter van VNO-NCW Regio Rotterdam, benadrukte de maatschappelijke en economische betekenis van de haven: “De haven is een krachtige, maatschappelijk belangrijke economische motor. En vergeet niet: de maritieme keten eromheen is minstens zo groot en belangrijk.” 

Zij pleitte voor een brede blik op innovatie en menselijke verbinding: “De enige constante in het leven is verandering. Juist in die onzekerheid schuilt de pracht en de mogelijkheden. Samenwerken is daarin cruciaal. Niet als bijwoord, maar als werkwoord. Zoals de Engelsen zeggen: we all need to pitch in.” 

 

Drones en digitalisering: van visie naar praktijk 

De presentaties van Niels Kalshoven (Port of Rotterdam) en Bastiaan Ruitenga (KRVE) brachten de innovatie met drones letterlijk in beeld. 

Kalshoven liet zien hoe drones een steeds grotere rol spelen in de haven: “We willen de veiligste haven ter wereld zijn om te vliegen. Met onze vijf pijlers, van regelgeving tot infrastructuur, bouwen we aan een ‘safest port to fly’. Dat doen we niet alleen maar met partners als IenW en de provincie.” 

Ruitenga schetste hoe de KRVE, al 130 jaar actief in de haven, zelf de stap naar drones maakt: “Met 65.000 scheepsafhandelingen per jaar moeten we blijven innoveren. We onderzoeken hoeveel taken we met drones kunnen uitvoeren, van inspecties tot veiligheid. Zo kunnen we efficiënter werken én de druk op mensen verlagen. Innovatie is voor ons geen hobby, maar noodzaak.” 

 

“The sky is not the limit” – over regels en realiteit 

Pieter Franken (voorzitter DCRO) legde uit dat regelgeving momenteel de grootste rem op innovatie van drones vormt: “De grootste uitdaging zit niet in de technologie, maar in de interpretatie van de regels. In Nederland is vliegen buiten zicht nog altijd verboden, terwijl dat in andere Europese havens al dagelijks gebeurt. The sky is not the limit, de regelgeving is dat nog wel.” 

Hij riep op tot een sterke lobby vanuit de haven en meer ruimte voor pilots: “Gebruik de kracht van de haven om data te verzamelen en te laten zien wat er wél kan. Alleen met realistische kaders komen we verder.” 

 

Samenwerken aan kennis, talent en ethiek 

Arthur Dallau van DronePort Rotterdam liet zien hoe publiek-private samenwerking de innovatiekracht versterkt: “We bouwen aan een ecosysteem waarin overheid, onderwijs en bedrijfsleven samen nieuwe technologieën testen. Niet alleen vliegend, maar ook varend en onder water. Zo maken we van Rotterdam een internationaal center of excellence.” 

Ook wees hij op de impact op opleidingen: “Nieuwe technologieën vragen nieuwe vaardigheden. We moeten zorgen dat we niet worden ingehaald door de ontwikkelingen.” 

 

Mens en samenwerking centraal 

In haar afsluiting bracht Vivienne de Leeuw (CFO Havenbedrijf Rotterdam) alle thema’s samen: 

“Innovatiekracht zit in samenwerking. Je hoeft niet dezelfde belangen te hebben, maar wél een gezamenlijk doel. Vertrouwen en transparantie zijn daarbij essentieel.” Ze sloot af met een krachtige boodschap: “Zonder mensen geen innovatie. Investeren in mensen is investeren in een mensgerichte en veerkrachtige haven.” 

 

Een blik vooruit 

De netwerkborrel na afloop bood volop gelegenheid om ideeën en contacten uit te wisselen. Precies waar de middag om draaide: verbinden, leren en samen bouwen aan de haven van morgen. 

De foto’s, gemaakt door Mirjam Lems, zijn hier te bekijken:

Al meer dan 500 aanmeldingen voor AI010 en jij kunt er gratis bij zijn. De AI010 community is ontstaan uit Rotterdamse doeners: ondernemers die AI al succesvol toepassen én ondernemers die op zoek zijn naar concrete voorbeelden van collega-ondernemers. Zo groeit een lerend netwerk waar kennisdeling en vooruitgang centraal staan.

Wat kun je verwachten?
• 𝗜𝗻𝘀𝗽𝗶𝗿𝗮𝘁𝗶𝗲 + 𝗽𝗿𝗮𝗸𝘁𝗶𝗷𝗸: echte cases van Rotterdamse bedrijven (van MKB tot scale-ups).
• 𝗛𝗮𝗻𝗱𝘀-𝗼𝗻 𝘀𝗲𝘀𝘀𝗶𝗲𝘀: iedereen gaat naar huis met 𝗺𝗶𝗻𝘀𝘁𝗲𝗻𝘀 éé𝗻 𝗱𝗶𝗿𝗲𝗰𝘁 𝘁𝗼𝗲𝗽𝗮𝘀𝗯𝗮𝗿𝗲 𝗔𝗜-𝗮𝗰𝘁𝗶𝗲.
• 𝗦𝗮𝗺𝗲𝗻𝘄𝗲𝗿𝗸𝗲𝗻 = 𝘃𝗲𝗿𝘀𝗻𝗲𝗹𝗹𝗲𝗻: ontmoet de community achter AI010, mede aangejaagd door Perry Sprado en Laurens van Wesep (Optimorrow), in samenwerking met Gemeente Rotterdam en Stichting Ondernemersbelangen Rotterdam.

Waarom nu? AI gaat élke ondernemer raken, van datagedreven bedrijven tot de kapsalon op de hoek. Wie nu begint, bouwt mee aan een toekomstbestendige Rotterdamse economie.

𝗗𝗮𝘁𝘂𝗺: 𝗺𝗮𝗮𝗻𝗱𝗮𝗴 𝟮 𝗱𝗲𝗰𝗲𝗺𝗯𝗲𝗿 𝟮𝟬𝟮𝟱
𝗟𝗼𝗰𝗮𝘁𝗶𝗲: 𝗧𝗵𝗲𝗮𝘁𝗲𝗿 𝗭𝘂𝗶𝗱𝗽𝗹𝗲𝗶𝗻, 𝗥𝗼𝘁𝘁𝗲𝗿𝗱𝗮𝗺

Meld je aan via deze link.

Inclusief werkgeverschap als groeikans – innovatie door inclusie 

Tijdens de bijeenkomst van de New Economy werkgroep op 4 november bij Accenture stond, onder leiding van dagvoorzitter Ruben Brave, inclusief werkgeverschap centraal als bron van innovatie, groei en verbinding. Sprekers en deelnemers deelden persoonlijke verhalen, inzichten en ambities. De middag liet zien hoe krachtig diversiteit kan zijn wanneer iedereen zich gezien en gehoord voelt. 

English version below 

 

Een hartelijke ontvangst 

De middag begon met een warme ontvangst door Nicole van Det, lid van Accenture’s Global Management Committee. Nicole opende de bijeenkomst met een persoonlijk verhaal over haar jeugd in Suriname en hoe haar achtergrond haar blik op leiderschap en inclusie heeft gevormd. Ze vertelde dat Accenture al jarenlang inzet op inclusief werkgeverschap met aandacht voor diversiteit op alle niveaus in de organisatie. Nicole sprak ze over de vele vrouwen in de top van het bedrijf en over de diversiteit van medewerkers wereldwijd, die volgens haar een directe bijdrage levert aan innovatie en groei. ‘Inclusiviteit zorgt voor nieuwe en inspirerende inzichten bij complexe vraagstukken,’ aldus Nicole. De internationale aanwezigheid van Accenture ziet zij als een grote bron van kennis en inspiratie.  

 

De noodzaak van inclusief werkgeverschap 

Daarna nam Erik Versnel, coöperatief directeur van Rabobank Amsterdam het woord. Hij liet zien waarom inclusief werkgeverschap niet alleen moreel juist is, maar ook economisch noodzakelijk. Hij toonde aan dat Nederland achterblijft in arbeidsproductiviteit ten opzichte van andere landen. Om onze weerbaarheid en concurrentiekracht te behouden, hebben we iedereen in de samenleving nodig. De Rabobank zet zich in voor wat zij noemt ‘brede welvaart’. Een begrip dat wordt gemeten op basis van elf dimensies: inkomen, baanzekerheid, persoonlijke ontwikkeling, gezondheid, werk-privébalans, sociale contacten, maatschappelijke betrokkenheid, subjectief welzijn, huisvesting, veiligheid en milieu. Erik sloot af met de boodschap dat de transitie naar een nieuwe economie alleen mogelijk is met goed leiderschap, een gestructureerde bedrijfsvoering en aandacht voor medewerkers.  

 

Gezondheid en inclusie: de drie levensfasen van vrouwen 

Vervolgens sprak Kasia Pokrop van 3Mbrace Health over de noodzaak om binnen inclusief werkgeverschap ook oog te hebben voor de drie levensfasen van vrouwen: menstruatie, moederschap en menopauze. Elke fase gaat gepaard met fysieke en mentale uitdagingen als gevolg van hormonale veranderingen, die – als ze onbesproken blijven – kunnen leiden tot uitval op het werk. Kasia deelde indrukwekkende cijfers:  

  • Bijna de helft van de Nederlandse beroepsbevolking bestaat uit vrouwen, met een arbeidsparticipatie van 62,9%.  
  • 1 op de 3 vrouwen verbergt hormoongerelateerde klachten op het werk.  
  • 43% van de hoogopgeleide vrouwen verlaat de werkplek nadat zij worden.  
  • 1 op de 6 vrouwen overweegt haar baan op te zeggen vanwege gebrek aan steun tijdens de menopauze.  

Haar oproep was helder: normaliseer het gesprek over vrouwengezondheid. Maak het zichtbaar in interne communicatie en HR-beleid en investeer in ondersteuning en kennis om (langdurige) uitval te voorkomen.  

 

Reflectie en interactie 

Daarna brachten Femmeke Ruisch en Kees Lindhout van Ribbonwood Consultancy wat reflectie in het programma met een interactieve sessie. Ze nodigden het publiek uit om na te denken over obstakels en kansen rondom inclusie als strategie. In open gesprekken deelden deelnemers persoonlijke ervaringen en inzichten. 

 

De winst van ongemak 

De laatste bijdrage kwam van Bojana Duovski van Stichting Studiezalen. Vanuit haar eigen ervaring sprak ze over inclusie als een proces van moed, vernieuwing en verbinding met haar bijdrage: ‘De winst van ongemak: hoe leiderschap echt inclusief wordt’. Ze wees op het belang van representatie: in 2024 heeft meer dan 50% van de inwoners van Amsterdam een migratieachtergrond. Bedrijven die diversiteit omarmen, presteren aantoonbaar beter: genderdiversiteit leidt tot 25% betere prestaties en 60% ervaart verbeterde besluitvorming. ‘In een wereld geobsedeerd met schaal en afvinklijstjes kies ik voor radicale aanwezigheid,’ sloot Bojana af. Met een creatieve twist daagde ze het publiek uit om tijdens de borrel in gesprek te gaan met iemand die ze nog niet kenden. Iedereen kreeg een kaartje met een eigenschap zoals vriendelijk, zenuwachtig of slim en moest iemand zoeken die daarbij paste. Het leverde levendige gesprekken, veel gelach en een warme afsluiting op. 

 

Een inspirerende afsluiting 

De bijeenkomst werd door de deelnemers omschreven als inspirerend, open en persoonlijk. Er werd geluisterd, gelachen en vooral veel gedeeld. De middag liet zien dat inclusief werkgeverschap niet alleen de juiste weg is, maar ook de weg naar innovatie en groei. De New Economy werkgroep kijkt met trots terug op deze tweede bijeenkomst. De betrokkenheid van sprekers, hosts en deelnemers geeft ons het vertrouwen dat we samen bouwen aan een nieuwe, inclusieve economie. 

 

English text:

 

Inclusive Employment as a Growth Opportunity – Innovation through Inclusion 

During the New Economy working group meeting on November 4 at Accenture, inclusive employment took center stage as a source of innovation, growth, and connection. Speakers and participants shared personal stories, insights, and ambitions. The afternoon highlighted the power of diversity when everyone feels seen and heard. 

 

A Warm Welcome 

The afternoon began with a warm welcome from Nicole van Det, member of Accenture’s Global Management Committee. Nicole opened the session with a personal story about her childhood in Suriname and how her background has shaped her views on leadership and inclusion. She explained that Accenture has long been committed to inclusive employment, with a strong focus on diversity at all levels of the organization. Nicole spoke about the many women in leadership positions and the global diversity of employees, which she sees as a direct driver of innovation and growth.
“Inclusivity brings new and inspiring perspectives to complex challenges,” Nicole emphasized. She described Accenture’s international presence as a powerful source of knowledge and inspiration. 

 

The Necessity of Inclusive Employment 

Next, Erik Versnel, Cooperative Director of Rabobank Amsterdam, took the floor. He demonstrated why inclusive employment is not only morally right but also economically essential. Erik highlighted that the Netherlands lags behind other countries in labor productivity. To maintain our resilience and competitiveness, we need everyone in society to participate. 

Rabobank focuses on what it calls ‘broad prosperity’ — measured across eleven dimensions: income, job security, personal development, health, work-life balance, social connections, civic engagement, subjective well-being, housing, safety, and environment. Erik concluded with a clear message: the transition to a new economy is only possible with strong leadership, structured business operations, and genuine attention to employees. 

 

Health and Inclusion: The Three Life Phases of Women 

Kasia Pokrop from 3Mbrace Health then spoke about the importance of recognizing the three life phases of women within inclusive employment: menstruation, motherhood, and menopause. Each phase brings physical and mental challenges due to hormonal changes which—if left unaddressed—can lead to absence or dropout from work. 

Kasia shared some striking statistics: 

  • Nearly half of the Dutch workforce consists of women, with a labor participation rate of 62.9%. 
  • 1 in 3 women hides hormone-related symptoms at work. 
  • 43% of highly educated women leave their workplace after childbirth. 
  • 1 in 6 women considers quitting her job due to a lack of support during menopause. 

Her message was clear: normalize the conversation about women’s health. Make it visible in internal communications and HR policies, and invest in awareness and support to prevent (long-term) absence.  

 

Reflection and Interaction 

Following this, Femmeke Ruisch and Kees Lindhout from Ribbonwood Consultancy invited participants to reflect during an interactive session. They encouraged the audience to explore barriers and opportunities related to inclusion as a strategic priority. Through open conversations, participants shared personal experiences and insights. 

 

The Value of Discomfort 

The final contribution came from Bojana Duovski of Stichting Studiezalen. Drawing from her personal journey, she spoke about inclusion as a process of courage, renewal, and connection in her talk titled “The Value of Discomfort: How Leadership Becomes Truly Inclusive.” 

Bojana highlighted the importance of representation: in 2024, more than 50% of Amsterdam’s residents have a migration background. Companies that embrace diversity demonstrably perform better — gender diversity leads to 25% stronger performance and 60% improved decision-making.
“In a world obsessed with scale and checklists, I choose radical presence,” Bojana concluded. 

With a creative twist, she invited participants to engage with someone they didn’t know during the networking reception. Everyone received a card with a trait — such as kind, nervous, or smart — and was asked to find someone who matched it. The result: lively conversations, laughter, and a warm conclusion to the day. 

 

An Inspiring Close 

Participants described the meeting as inspiring, open, and personal. There was listening, laughter, and, above all, meaningful sharing. The afternoon demonstrated that inclusive employment is not only the right path — it is also the path toward innovation and growth. 

The New Economy working group looks back with pride on this second session. The engagement of speakers, hosts, and participants reinforces our confidence that together, we are building a new, inclusive economy. 

 

De foto’s zijn gemaakt door Elena Fidanovska // The photos are taken by Elena Fidanovska

 

De wereld van werk verandert razendsnel. Innovatie, digitalisering en nieuwe technologieën zoals kunstmatige intelligentie dwingen ons anders na te denken over de arbeidsmarkt en hoe we talent ontwikkelen, behouden en inzetten. Op het New Economy symposium op het Albeda College in Rotterdam een bijeenkomst over de arbeidsmarkt 2040.

 

Ron Kooren, lid bestuur VNO-NCW Rotterdam en voormalig voorzitter van het college van bestuur van het Albeda College: “In Rotterdam is er veel kwaliteit en dát is onze toekomst. We horen vaak over problemen op de arbeidsmarkt en de mismatch tussen vraag en aanbod. Met 130.000 studenten in onze stad, van mbo tot wo, en 100.000 mensen in de regio die niet meedoen op de arbeidsmarkt, beschikken we over een enorm menselijk kapitaal. De vraag is hoe we dat beter benutten, nu en in de toekomst met alle ontwikkelingen zoals AI, technologie en sociale competenties zoals hospitality. Ik merk een negatief sentiment naar jongeren, en dat irriteert me mateloos. Het gaat goed met de jongeren in deze stad en ze kunnen heel veel bijdragen. We moeten ze serieus nemen en naar ze luisteren. Dat jongeren zich roeren is van alle tijden. Gelukkig maar want dat brengt verandering met zich mee. Dus laten we ze omarmen in plaats van afstoten.”

 

Farid Tabarki, tijdgeestonderzoeker, oprichter van Studio Zeitgeist en auteur van de boeken Het einde van het midden en Dappere nieuwe wereld: “Regeren is vooruitzien. Voorbereiding op 2040 betekent dat we daar nu al over moeten nadenken en deze naar het nu halen. De arbeidsmarkt in 2040 staat voor grote uitdagingen, zoals vergrijzing, technologische veranderingen, verbondenheid en de behoefte aan zekerheid in onzekere tijden. Om daarmee om te gaan moeten we een arbeidsmarkt creëren, gericht is op verbinding en samenwerking, op basis van gedeelde waarden. We moeten ons bewust zijn van oude en nieuwe waarden: hiërarchie versus zelforganisatie, exclusiviteit versus delen, en lange termijn versus korte termijn en participatie. Die waarden bepalen hoe goed netwerken en samenwerking functioneren in de toekomst. Technologie zoals kunstmatige intelligentie is in 2040 niet meer weg te denken. Maar het is aan ons als mens om te bepalen hoe we die op een verantwoorde manier inzetten. Menselijke kwaliteiten zoals kritisch denken, creativiteit en empathie worden steeds belangrijker; daar kunnen we met elkaar meerwaarde creëren, als tegenpool van AI. Veerkracht is nodig om mensen te helpen om de technologische veranderingen te omarmen. Essentieel is dat we ons een leven lang moeten blijven ontwikkelen om zoveel mogelijk mensen mee te nemen naar de toekomst. Onderwijs en arbeidsmarkt moeten daarom meer nadruk leggen op breed, holistisch denken in plaats van lineair denken. Door menselijke vaardigheden centraal te stellen, kunnen we technologische kansen optimaal benutten. Zo creëren we een arbeidsmarkt die veerkrachtig, verbonden en toekomstbestendig is.”

Kimberly Martinez is student Marketing & Communicatie aan het Albeda College: “Bij mijn opleiding is alles digitaal. Ik merk dat mensen nu al bang zijn om door AI hun baan kwijt te raken, laat staan in 2040! Als ik ondernemer zou zijn, lijkt het mij verstandig om juist te investeren in mensen, want AI is tenslotte door mensen gemaakt. Ik ben 20 jaar en zie overal vraagtekens. Mijn voornaamste boodschap is daarom: Durf te investeren in mensen en durf nieuwe dingen te ontwikkelen. Als ik naar mezelf kijk, wil ik mezelf voortdurend blijven ontwikkelen.”

 

Richard Lopes Mendez, oprichter van lifestyle-merk en kwaliteitskleding Clan de Banlieu: “Degene die ons gaat overtuigen dat AI alles overneemt, moet een sterke leider zijn. Ik heb een laptop, maar het liefst werk ik met pen en papier. Ik ben in de creatieve sector niet bang voor AI. Alles wat we doen draait om marketing; dat doe ik op gevoel, dat komt uit mijn hart; AI heeft dat niet. Ik hoop dat ik dat in 2040 nog steeds kan doen wat ik nu doe: met plezier opstaan en met plezier werken. Ik blijf mezelf elke dag uitdagen om beter te worden.”

 

Eric Otto, CEO van Rotterdams familiebedrijf Facilicom Group. Hij ziet zijn rol als gelijkwaardig aan alle andere rollen in het bedrijf en werkt zelf ook mee op de werkvloer: “Ik ben elke dag met de toekomst bezig. De arbeidsmarkt in 2040 blijft krap, misschien nog krapper dan nu. Wij hebben 22.000 mensen. In ons bedrijf met veel fysieke beroepen, richten we ons op vitaliteit, preventie en sociaal werkgeverschap, zodat mensen fit blijven, hun werk met plezier kunnen doen en het volhouden. Ook werken we aan arbeidsproductiviteit. Technologie, zoals AI, robotisering en digitalisering, kan ons hierbij helpen, door mensen fysiek te ontlasten en hetzelfde werk met dezelfde mensen efficiënter te doen. Met ongeveer duizend vacatures is er werk zat! Door de productiviteit te verhogen, kunnen we met dezelfde medewerkers meer werk verzetten zonder extra druk.

Een belangrijke uitdaging is het benutten van onbenut talent, zoals mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, en het beter afstemmen van onderwijs en arbeidsmarkt. We hebben mensen nodig in bouw, zorg en technologie, en we kunnen jongeren inspireren om de juiste studies te kiezen. Het gaat om mensen, hun ontwikkeling en trots op wat ze leren. Uiteindelijk is het een combinatie van technologie, menselijk talent en maatschappelijk verantwoord ondernemen die de arbeidsmarkt veerkrachtig en toekomstbestendig maakt.”

 

Mai Elmar, voorzitter VNO-NCW West en Regio Rotterdam: “Onbekend maakt onbemind. Voor sommigen is AI en al deze technologische ontwikkelingen gesneden koek en anderen maakt het angstig; daardoor sta je minder open voor verbinding en samenwerken. We mogen het menselijke aspect niet uit het oog verliezen, zeker in bepaalde vakgebieden is de mens onmisbaar. Het gaat om de combinatie van mens, techniek en samenwerken – daar moet je inzet voor plegen en moet je vooruit durven kijken. Oplossingen zit niet altijd in innovatie. Durf ook te kijken naar wat werkte- en naar het gevoel. Niet alles is marges. Je kunt niet ondernemen zonder winst, maar je moet het in balans zien. Als we met elkaar in verbinding blijven, vinden we vanzelf tot oplossingen.”

Mai Elmar: “We hebben het over de dialoog met jonge mensen, maar laten we het ook doen. Essentieel is dat we verbinden, elkaar zien en respecteren. Daarvoor moet je samenwerken – als in een werkwoord – met en door generaties heen. Zoek de verbintenis op.”

 

Farid Tabarki: “AI en robotisering zijn de bepalende factoren van deze tijd. Er zijn nog maar weinig sectoren die er niet mee te maken hebben, maar toch investeren we er als land relatief weinig in. We moeten slimmer worden en meer stimuleren op dit gebied. Landen als Zuid-Korea en Japan hebben al volop geïnvesteerd in robotisering en de Scandinavische landen lopen voorop in het stimuleren van een leven lang ontwikkelen. Nu zitten we nog te vaak in de middenmoot. We moeten onze mensen beter voorbereiden op wat er op ons afkomt. Dat vraagt om gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid, onderwijs en samenleving. Aan de bak dus.”

Alle foto’s, gemaakt door Crozz media, zijn te bekijken via deze link.

De paradox van de Nederlandse politiek: korte termijn denken versus lange termijn investeringen.

Nederland schermt graag met percentages: 5% van het nationaal inkomen voor Defensie, waarvan 1,5% voor infrastructuur en weerbaarheid, en 3% voor onderzoek en innovatie. Maar achter die cijfers gaat een ongemakkelijke realiteit schuil. Wordt er écht extra geïnvesteerd in de toekomst van ons land, of worden bestaande uitgaven slim herverpakt om internationale afspraken af te vinken? Die vraag staat centraal in dit opiniestuk.

Tijdens de NAVO-top in Den Haag spraken de regeringsleiders af om 5% van hun nationaal inkomen aan Defensie te besteden. Op aandringen van Mark Rutte mogen Europese NAVO-landen daar 1,5% van inzetten voor ‘brede weerbaarheid’, waaronder infrastructuur. Gemeenten, provincies en ondernemers hebben genoeg ideeën waar dat geld naartoe kan.

Dat die 5% vooral bedoeld was om Trump te paaien, begrijpt iedereen. Maar dat de minister van Financiën vlak voor het zomerreces zei dat het “totaal onrealistisch” is om miljarden extra uit te geven, is zorgwekkend. Veel infraprojecten liggen al stil omdat ze moeten concurreren om een veel te kleine pot. Denk aan de Noord/Zuidlijn en de Lelylijn, die tegen elkaar worden uitgespeeld. Opeenvolgende regeringen hebben bovendien eerder geld weggehaald bij grote projecten. Terwijl gemeenten en bedrijven blijven waarschuwen: Nederland loopt vast. De Algemene Rekenkamer waarschuwde bovendien dat het tekort Rijkswaterstaat voor de instandhouding van het (vaar)wegennet en spoor toegenomen en groter is dan gedacht. Er is helemaal geen ruimte voor de aanleg van nieuwe infrastructuur. Terwijl grote investeringen in infrastructuur juist keihard nodig zijn en daar komen nu nog de weerbaarheidsinvesteringen bovenop.

Zeggen dat er al genoeg projecten bestaan die onder de 1,5% kunnen vallen, doet geen recht aan de werkelijkheid. Het gaat níet om heretiketteren, maar om écht extra investeren in veiligheid, weerbaarheid en economische kracht.

Een artikel in Binnenlands Bestuur liet onlangs zien hoe gemeenten en de provincie Noord-Holland lobbyen voor projecten als de A8-A9-verbinding en de N9. De auteur waarschuwde dat ze zich niet rijk moeten rekenen. Terecht: zolang Den Haag percentages als decor gebruikt, blijft het geld onzeker.

Ook bij R&D is het verschil tussen ambitie en realiteit duidelijk. De minister van Economische Zaken roept op om de afgesproken 3%-norm voor R&D te halen. Het bedrijfsleven draagt twee derde van de investeringen, de overheid één derde. Cruciaal voor onze kenniseconomie. Maar eerder haalde het kabinet geld weg bij het Groeifonds om de benzineaccijns incidenteel te verlagen. Een schoolvoorbeeld van korte termijn boven lange termijn. Het huidige 3%-actieplan is een stap vooruit, maar alleen als het wordt verankerd in volgehouden programma’s. Om aan 3% te komen is €14,9 miljard aan publieke investeringen nodig. Zonder meerjarig beleid gaan we dit doel nooit halen.

Op verzoek van het huidige demissionaire kabinet werkt de voormalig CEO van ASML Peter Wennink aan een advies voor een investeringsagenda voor Nederland. Het Nederlandse antwoord op het Draghi-rapport en gericht op het versterken van het investeringsklimaat en toekomstig verdienvermogen. Want het gaat niet goed met het Nederlandse ondernemings- en investeringsklimaat, zo waarschuwde VNO-NCW-voorzitter Ingrid Thijssen dit weekend nog in een interview met het Financieele Dagblad. Volgens haar is het investeringsklimaat sinds 2018 in een vrije val geraakt en moet een nieuw kabinet snel met een gerichte investeringsagenda komen.

Het lijkt tijdens de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen maar weinig te gaan over onze economie, terwijl er veel op het spel staat: ons verdienvermogen en onze welvaart. De vraag is dus: kiest het volgende kabinet na 29 oktober voor window dressing en labelt het bestaande uitgaven slim als onderdeel van de 5% of 3%, of durft het écht te investeren? In veiligheid, infrastructuur, onderwijs en innovatie. Investeringen die ondernemers vooruithelpen en ons land sterker maken.

Want één ding is zeker: onszelf voor de gek houden is misschien nog wel de slechtste investering van allemaal.

Rogier Krabbendam

Directeur VNO-NCW West

 

Lees verder over de standpunten van VNO-NCW West: Standpunten – VNO-NCW West

Arbeidsmarktregio’s: waar beleid en praktijk samenkomen 

VNO-NCW West, het grootste regionale ondernemersnetwerk in Noord- en Zuid-Holland, zet zich dagelijks in om de stem van ondernemers te laten horen, onder andere op het thema arbeidsmarkt. Met ons netwerk van duizenden bedrijven, van mkb tot grootbedrijf, werken wij samen met onderwijs, overheid en andere partners aan een arbeidsmarkt die toekomstbestendig is en ondernemers de ruimte geeft om te groeien. 

De arbeidsmarkt is volop in beweging. Bedrijven kampen met personeelstekorten, de energietransitie vraagt om nieuwe vaardigheden en de technologische ontwikkelingen gaan razendsnel. Om al deze uitdagingen goed aan te pakken, werkt Nederland met arbeidsmarktregio’s. 

 

Wat zijn arbeidsmarktregio’s? 

Ons land is verdeeld in 35 arbeidsmarktregio’s: samenwerkingsverbanden waarin werkgevers, onderwijs, gemeenten, UWV en andere partners werken aan een betere aansluiting tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Elke regio kent zijn eigen dynamiek, uitdagingen en kansen. Denk bijvoorbeeld aan de grote behoefte aan technisch personeel in de haven van Rotterdam, of aan de tekorten in de zorg in Noord-Holland. 

 

Waarom zit VNO-NCW West aan tafel? 

Als vertegenwoordiger van ondernemers in Noord- en Zuid-Holland is het voor VNO-NCW West cruciaal om mee te praten in deze regionale samenwerkingsverbanden. De beslissingen die daar worden genomen hebben directe invloed op ondernemers: 

  • Beschikbaarheid van personeel – of er genoeg goed opgeleide mensen zijn om vacatures te vervullen. 
  • Kwaliteit van onderwijs en scholing – of opleidingen aansluiten bij de praktijk van het bedrijfsleven. 
  • Beleid en middelen – waar overheid en publieke partijen in investeren om de arbeidsmarkt toekomstbestendig te maken. 

Door aan tafel te zitten, zorgen we dat de stem van ondernemers gehoord wordt en dat beleid beter aansluit bij de praktijk. Voor ondernemers in Noord- en Zuid-Holland betekent onze inzet dat hun belangen direct vertegenwoordigd worden in gesprekken die gaan over de arbeidsmarkt. Zo zorgen we ervoor dat ondernemers niet alleen nú kunnen beschikken over talent, maar ook in de toekomst. 

 

VNO-NCW West versterkt de arbeidsmarkt 

Om dit werk verder te versterken, breiden we ons team uit met vijf nieuwe collega’s die zich dagelijks inzetten voor de arbeidsmarkt in onze regio’s: van strategisch adviseurs tot regiocoördinatoren. Hun opdracht: zorgen dat werkgevers een stevige stem hebben in de regionale overleggen en dat signalen uit de praktijk worden vertaald naar concrete actie en landelijke agenda’s. 

Onze nieuwe collega’s zijn: 

  • Jan Markerink: Arbeidsmarktregio’s Haaglanden, Groot Amsterdam 
  • Jürgen Woudwijk: Arbeidsmarktregio’s Zaanstreek/Waterland, Zuid-Kennemerland IJmond, Noord-Holland Noord (RPAnhn) 
  • Patricia Roeleveld: Arbeidsmarktregio’s Zuid-Holland Centraal, Holland Rijnland, Gooi & Vechtstreek 
  • Peter Nagelkerke: Arbeidsmarktregio’s Rijnmond 
  • René Vollenbroek: Arbeidsmarktregio’s Drechtsteden, Gorinchem, Midden-Holland 

Mede dankzij hun inzet bouwen we samen met ondernemers, onderwijs en overheid aan een toekomstbestendige arbeidsmarkt in Noord- en Zuid-Holland. 

Benieuwd geworden? Lees hier verder.