Landelijk beleid discriminatie

​VNO-NCW is tegen arbeidsdiscriminatie. De rijksoverheid is de aangewezen instantie om beleid te ontwikkelen dat discriminatie voorkomt en tegengaat. VNO-NCW werkt mee aan dat beleid in de Stichting van de Arbeid en de SER. Staatssecretaris Van Ark heeft een actieplan gemaakt en is daarover ook in gesprek met de werkgevers. Deze landelijke aanpak is beter dan dat iedere gemeente een ander beleid heeft.
Wie de wet overtreedt, krijgt een rechtszaak aan zijn broek. Het is aan de rechter te bepalen of een werkgever gediscrimineerd heeft en bestraft moet worden.

De huidige aanpak van discriminatie is in onze ogen voldoende. Vergeet ook niet dat diversiteit voor veel bedrijven een business case is. Om voldoende gekwalificeerd en talentvol personeel te rekruteren en te behouden, is het onontkoombaar dat diversiteit in het werving- en selectiebeleid en het personeelsbeleid een steeds grotere rol speelt. De consumentenmarkt is ook divers en pluriform. Ondernemingen die de wensen en behoeften van deze verschillende groepen klanten goed in beeld hebben, hebben een concurrentievoordeel. Organisaties met een divers personeelsbestand zijn bovendien vaak innovatiever. VNO-NCW doet veel, bijvoorbeeld op het gebied van voorlichting aan ondernemers, om de diversiteit in het bedrijfsleven te bevorderen. Op onze website www.vno-ncw.nl kun je het een en ander vinden.

Veruit de meeste werkgevers zullen kiezen voor de beste kandidaat, ongeacht zijn seksuele geaardheid, etnische achtergrond en geloofsovertuiging. Hoe wil de gemeente met de methode van mystery guests aantonen dat de werkgever niet de beste kandidaat heeft gekozen. Aantonen dat iemand discrimineert is, is lastig. Dat kun je beter aan een deskundige rechter overlaten. Voor je het weet vindt naming en shaming onterecht plaats en lijdt een bedrijf grote schade, met een kans op faillissement. 

Lees het standpunt​ van VNO-NCW West over arbeidsdiscriminatie.
Lees het artikel​ in het Parool – ‘Bedrijven vrezen heksenjacht op vermeende discriminatie’  

​VNO-NCW West sluit zich aan bij de Koningstunnel Coalitie. De Haagse tunnel bij Centraal Station is dringend toe aan renovatie en is vanaf 1 maart voor zeven maanden gesloten. Om de verkeerschaos te beperken en weggebruikers goed te informeren, bundelen werkgevers de krachten.

Sinds 2000 is de Koningstunnel in gebruik en is inmiddels behoorlijk verouderd. Per 1 mei 2019 worden nieuwe eisen gesteld wat betreft brandveiligheid en beveiliging. Voor de Koningstunnel betekent dit dat er slagbomen moeten komen, een omroepinstallatie moet worden gebouwd en dat er meer camera’s moeten worden opgehangen. Ook de bestaande installaties zijn toe aan vervanging.

Verkeerswethouder Robert van Asten wil het ‘in een keer goed aanpakken’. Vandaar de sluiting voor maar liefst zeven maanden vanaf 1 maart. Dat betekent dat 20.000 bestuurders die dagelijks gebruik maken van de Koningstunnel een alternatief nodig hebben. De gemeente verzorgt omleidingsroutes maar zet ook in op een plan om de verkeersdrukte op de overige wegen te verminderen. Kunnen mensen bijvoorbeeld ook op een andere manier naar hun werk?

Om de verwachte verkeersproblematiek tot een minimum te beperken doet de gemeente een beroep op werkgevers. Zij kunnen zich aansluiten bij de Koningstunnel Coalitie. Deze coalitie probeert hun werknemers alternatieven, zoals een gratis elektrische fiets, aan te bieden. Daarnaast kan gezamenlijke communicatie en informatievoorziening een groot verschil maken.

​​De Koningstunnel Coalitie is een samenwerking van verschillende Haagse bedrijven, overheden en ondernemersverenigingen. Aangesloten bij de coalitie zijn: Bedrijvenvereniging BLF (Binckhorst, Laakhaven en Fruitweg), Fokker Terminal, Bureau Binnenstad Den Haag, VNO-NCW Den Haag, MKB Den Haag, gemeente Den Haag, Bereikbaar Haaglanden en Rijnland.

Lees hier alles over de Koningstunnel Coalitie

​Door uitproberen sneuvelen vooroordelen

De elektrische fiets is een niet meer weg te denken vervoermiddel. De verkoop ervan stijgt elk jaar. Toch betekent dat niet dat iedereen de elektrische fiets ofwel de e-bike nu kent en weet wat je er mee kunt, zo blijkt uit analyse van Bereikbaar Haaglanden en Rijnland. Pas wanneer automobilisten de kans krijgen de e-bike een week lang uit te proberen, merken zij de voordelen en merken ze ook dat niet alle vooroordelen waar zijn.

De afgelopen 5 jaar organiseerde Bereikbaar Haaglanden en Rijnlanden elk jaar een e-bike probeeractie specifiek voor automobilisten. De actie heeft tot doel om hen op een laagdrempelige manier een week lang kennis te laten maken met deze fiets. “In het begin deden we dat vooral omdat het een relatief nieuw vervoermiddel was. Het idee was dat we deze actie 2 of 3 jaar zouden organiseren en dat daarna iedereen wel zou weten hoe een e-bike werkt en wat die kan betekenen. Niets blijkt minder waar,” zegt Roel Lenoir van Bereikbaar Haaglanden en Rijnland. “We merken dat we ieder jaar een nieuwe doelgroep aanboren van een paar honderd automobilisten.”

Winstpunten
Uit analyse blijkt dat de probeeractie belangrijke winstpunten oplevert.
• Uitproberen is een laagdrempelige eerste stap naar ander gedrag. Automobilisten durfden de auto te laten staan om de e-bike te ervaren.
• Door het uitproberen sneuvelen een groot aantal vooroordelen. Zo regent het niet altijd in Nederland. Valt het met de wind op een e-bike erg mee, sterker nog fietsen voelt als altijd wind mee. En kom je na het fietsen niet bezweet meer aan.
• De reis naar het werk met de e-bike is betrouwbaar en snel: vertragingen ontbreken en zoeken naar een parkeerplek is niet meer nodig.

Gezondheid
“De helft van alle deelnemers aan de probeeractie wil blijven fietsen en zegt een e-bike aan te gaan schaffen, meldt Lenoir. En wat belangrijk is, het blijft niet bij goede voornemens. Deelnemers aan de probeeractie worden na 6 maanden nog eens bevraagd en dan blijkt dat er daadwerkelijk e-bikes zijn aangeschaft.”
Opvallend is dat een aantal deelnemers aan de fietsactie aangeeft dat zij door de e-bike nu wel naar het werk kunnen fietsen, terwijl dat met een gewone fiets door lichamelijke klachten niet mogelijk is en dat ze blij zijn met de beweging. Ook het duurzaamheidsaspect wordt vaak genoemd als reden om over te stappen op de fiets.

Het doel van de probeeractie is om meer automobilisten te verleiden met de fiets of e-bike naar het werk te gaan. Dat lukt iedere keer weer. Gezien de positieve reacties van de deelnemers zal Bereikbaar Haaglanden en Rijnland ook dit jaar weer een probeeractie voor de e-bike mogelijk maken. Naast de e-bike wordt ook de speedpedelec en de elektrische vracht- en bakfiets aan de actie toegevoegd. Lenoir: “Daarnaast zien we dat steeds meer grote werkgevers worden geïnspireerd een eigen fietsprobeer actie te organiseren.”

Bereikbaar Haaglanden en Rijnland
Bereikbaar Haaglanden is een publiekprivaat kennisplatform dat op non-profit basis organisaties ondersteunt in een slimmere bedrijfsvoering. Inmiddels zijn 107 werkgevers en 21 ondernemersverenigingen aangesloten. Initiatiefnemers zijn de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH), VNO-NCW West, evofenedex, TLN en gemeente Den Haag.

​Minister Sigrid Kaag roept ondernemers tijdens de nieuwjaarsreceptie van VNO-NCW West op aan de slag te gaan met de Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties. “Bedrijven kunnen ontzettend veel doen.” Bekijk de vlog.

​Rob van Leeuwen (50), eigenaar van bedrijf Hof Catering, wil verduurzamen. Door de klanten bewust te maken van de CO2-uitstoot per evenement, hoopt hij dat zij kiezen voor een duurzamere keuken. Het gaat hem niet om de winst, maar om de impact en wil hierom zijn nieuwe plan graag delen met andere cateringbedrijven. “Ik kan Nederland niet veranderen, maar ik kan wel iets doen.”

door Tristan van Oorschot

Hof Catering beheert bedrijfsrestaurants en verzorgt de catering van bedrijfsfeesten, congressen en evenementen. Er werken 16 vaste medewerkers en 7 zelfstandige professionals (ZZP’ers). Rob van Leeuwen is al jaren betrokken lid van VNO-NCW Den Haag en van het VNO-NCW DGA Netwerk Zuid-Holland. Hij heeft voor onze werkgeversvereniging onder meer de galadiners verzorgd. Sinds kort brengt Van Leeuwen de CO2-footprint, of in zijn sector CO2-FOODprint, van al zijn cateringopdrachten in kaart. Tijdens de nieuwjaarsreceptie van VNO-NCW op 10 januari was deze print 1.86 kg CO2 per gast. Dit staat gelijk aan 14 kilometer autorijden op een snelheid van 80 kilometer per uur, ofwel 65 procent van een gemiddelde warme maaltijd. Een relatief duurzame borrel en dat was maar goed ook, want minister Kaag kwam spreken over de sustainability goals van de Verenigde Naties. De gasten kregen Haags duinwater, gewoon uit de kraan en Europese wijn in plaats van wijn uit het verre Chili. En de soepen en sauzen werden gemaakt van groenten die leverancier Instock ophaalt in de supermarkten omdat ze onverkoopbaar zijn geworden. 

Hoe bereken je die FOODprint?
“Sinds 2004 regelen wij de catering voor het ministerie van Financiën en leveren wij sinds 2012 daarbij een duurzaamheidsverslag. Nu willen wij aan elke klant laten zien hoe duurzaam hun eten is. Dit doen wij door de CO2-uitstoot per gast uit te rekenen aan de hand van drie factoren. Ten eerste kijken we naar de hoeveelheid afval.  We willen zo min mogelijk voedsel verspillen. Ten tweede kijken we naar de samenstelling van gerechten. Plantaardige eiwitten zorgen voor minder uitstoot dan dierlijke bijvoorbeeld. Ten derde kun je kiezen voor duurzamere ingrediënten. Rund, varken, kip, vis, insecten en groenten en fruit is de aflopende volgorde in CO2-uitstoot. Door de CO2-foodprint van verschillende assortimenten inzichtelijk te maken, kan de klant kiezen hoe duurzaam hij de catering wil hebben. We zullen vast kritiek krijgen op de manier van meten, maar daar word je beter van. Het delen van deze meetmethoden met anderen is essentieel, want zo wordt de impact groter.”

Waarom ben je destijds een cateringbedrijf begonnen?
“Mijn ouders hebben altijd al in de levensmiddelen gezeten, dus de basis voor een cateringbedrijf had ik al van jongs af aan. Zij hadden zelf een supermarkt (Van Leeuwen Comestibles) in Den Haag, die ik uiteindelijk overgenomen heb. Het werd hip om een keuken in een winkel te bouwen en eigen gerechten te maken. Hieruit is voortgekomen dat ik uiteindelijk in 1997 een traiteur begon die zich al snel exclusief richtte op partycatering. Sindsdien heeft het aantal werknemers gevarieerd tussen de 10 en 118. Voorheen was Hof Catering een gemixt bedrijf dat ook schoolkantines exploiteerde, maar sinds 2016 zijn we ons specifiek gaan richten op contractcatering van bedrijfsrestaurants en party’s. Deze verandering is doorgevoerd omdat de uitvoering van beide takken van sport te ver uit elkaar kwam te liggen. Nu zijn we gespecialiseerd, wat de kwaliteit ten goede komt. Daarnaast kreeg ik te veel klanten, waardoor ik slechts bezig was met managen. Uiteindelijk ben ik ook een jongen van de vloer. Een vrachtwagen laden en lossen en zelf gerechten voorbereiden vind ik ook heerlijk om te doen. Die diversiteit is wat mijn baan zo leuk maakt.”

Wat onderscheidt jullie catering van andere cateringbedrijven?
“Allereerst zijn wij gefocust op de keuken. De kwaliteit van het eten is het belangrijkst. Dit klinkt vanzelfsprekend, maar een cateringbedrijf krijgt met veel meer aspecten te maken. Behalve voor het eten kunnen we ook verantwoordelijk zijn voor de dranken, de aankleding en de gastvrijheid. Die andere aspecten besteden wij vaak uit. Wij hebben goede samenwerkingsverbanden. Dit betekent ook dat wij lage overheadkosten hebben. Dat is belangrijk omdat wij actief zijn op een markt die conjunctuurgevoelig is. Naast de kwaliteit zijn wij dus sinds kort ook actief bezig met de duurzaamheid van het eten. We hopen binnenkort een nieuwe klant binnen te halen, ‘Hotel, Notel’, die ons vanwege de duurzame keuken interessant vindt. ”

Kun je stellen dat de mate waarin je duurzaam bent, afhangt van de vraag van de klant?
“Gedeeltelijk heb je gelijk. Opdrachtgevers zijn leidend, maar wij willen hen wel beïnvloeden, zodat wij ook goede cijfers kunnen afleveren. Ik kan Nederland niet veranderen, maar ik kan wel iets bijdragen aan de duurzaamheid. Dat de winst gaat dalen is acceptabel, want we hebben in 2018 een goed jaar gehad. De continuïteit van het bedrijf is natuurlijk belangrijk, maar de kans om vanuit een missie en visie te mogen werken is minstens zoveel waard. Dat is wat dit werk zo leuk maakt en zolang ik mijn werk leuk vind blijft de continuïteit ook gewaarborgd.”

​VNO-NCW Westland vertelt in huis-aan-huisblad ’t Hele Westland over haar Nieuwe Helden.
Lees verder

​“Bedrijven hebben een enorme rol te spelen bij de invulling van de SDG’s. Het is helemaal niet meer dat zogenaamd unieke speelveld van degenen die traditioneel ontwikkelingssamenwerking verrichten.” Sigrid Kaag, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, spreekt met ondernemers tijdens de nieuwjaarsreceptie van VNO-NCW West. 

Tekst: Pieter van der Meulen

Het nieuwe jaar wordt voor ondernemend Nederland in Noord- en Zuid-Holland afgetrapt in de Malietoren in Den Haag. Al maandenlang prijken de SDG’s aan de gevel van de toren en ook tijdens de receptie staan de ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties centraal.

De VN heeft zeventien ontwikkelingsdoelen opgesteld om de wereld tot ‘een betere plek te maken in 2030′. De SDG’s zijn de opvolgers van de millenniumdoelen en moeten een einde maken aan onder meer armoede, ongelijkheid en klimaatverandering. Nederland heeft de ontwikkelingsdoelen ondertekend en ook VNO-NCW West wil met haar leden een belangrijke bijdrage doen.

“Als we alle doelstellingen van de Verenigde Naties willen halen, moeten we samenwerken,” zegt Audrey Keukens, voorzitter van VNO-NCW West. “Dit is een apart doel van de SDG’s, nummer 17: samenwerking. Onze leden hebben de kennis en kunde in huis waarmee ze tot de top van de wereld behoren en een grote bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van wereldvraagstukken.”

Leidraad
“De SDG’s hebben toepassing op Nederland, onze eigen samenleving, maar we kijken ook hoe Nederland in de wereld en de wereld in Nederland samen kunnen werken. We zijn geen eiland. Het is goed om daar elke dag van doordrongen te zijn. U, als ondernemer, weet dat als geen ander.” Voor minister Kaag zijn de SDG’s de leidraad in haar beleid. Het is een investering in het voorkomen van conflicten, maar de doelen bieden ook innovatieve kansen voor het bedrijfsleven om nieuwe markten aan te boren. “Ik denk dat bedrijven ontzettend veel kunnen doen. Het is zichtbaar op elke handelsmissie, maar ik hoor het, zie het en proef het ook op veldbezoeken in landen waar een ondernemer niet meteen aan zal denken. Er is altijd een vraag naar de kennis uit Nederland. Er is in elke uithoek van de wereld een Nederlander geweest die heeft durven te investeren, is gaan werken en in veel gevallen is blijven werken.”

“Er is geen duurzame economische ontwikkeling zonder die verankerd is in de SDG’s,” stelt minister Kaag. “Het is geen nieuwe theologie, geen dogma. Het is wetenschappelijk onderwezen dat het de opbouw van samenlevingen versnelt wanneer je denkt aan alle doelstellingen. En bedrijven kunnen veel doen, eigenlijk doen jullie het al. Als u meer wilt doen, kunnen wij dat steunen met de juiste kennis, investeringen en de mogelijkheid om deuren te openen. We hebben met z’n allen een heel mooi investeringsraamwerk opgezet met een progressieve handelsagenda. De topsectoren staan daarin, maar ook ondersteuning voor het mkb. Belangrijk daarin is hoe we gezamenlijk circulair kunnen denken en ondernemen. 2019 is hopelijk het jaar waarin we echt gaan leveren en het nog verder uitbouwen.”

Fotoreportage

​In 2019 ben ik vijf jaar met de banenafspraak bezig.

In de jaren ervoor lobbyde ik nog namens de uitzendkoepel ABU (samen met vele gehandicaptenorganisaties en andere belanghebbenden) tegen de quotumwet. We deden dit uit principiële redenen, uit zorgen vanuit werkgeversperspectief en omdat we bezorgd waren dat andere, verwante doelgroepen buiten boord zouden vallen.

Want ik was altijd tegen smal doelgroepenbeleid. Grenzen zijn slecht te trekken, er ontstaat een nieuw, en vaak onterecht, voorkeursbeleid. Toch liet ik mij verleiden om het “boegbeeld” van de werkgeversorganisaties te worden om de banenafspraak tot een succes te maken.

Daar waren verschillende redenen voor. Voormalig staatssecretaris Klijnsma wees er terecht op dat de doelgroep banenafspraak de mensen zijn, die altijd het kortste strootje trokken. Dat alleen al motiveerde me. Ook was ik blij dat VNO-NCW, MKB Nederland en LTO Nederland hun sociale taak op de arbeidsmarkt serieus namen en daarbij bleef de mogelijkheid open om het quotum tegen te houden als het project succesvol zou zijn. Maar er speelde nog iets: alles wat ik aan de onderkant van de arbeidsmarkt tot nu toe had gedaan, kon ik nu in een nieuwe rol proberen waar te maken.

Ik geef het maar eerlijk toe. Ik schrok van wat ik aantrof. Wat waren de regels voor werkgevers en doelgroep beroerd! Daarom zag ik het dan ook als onze eerste taak om die regels praktischer te maken. Dat leek me belangrijker dan op een toneel een convenant te tekenen.

Er is in die eerste drie jaar dan ook veel bijgesteld. Om een paar belangrijke te noemen: de no-riskpolis ging voor alle groepen open, VSO/PRO- leerlingen kwamen in het doelgroepenregister en geplaatsten, die iets meer gingen verdienen (maar wel gehandicapt bleven), telden toch mee.

En nu heeft Tamara van Ark het brede offensief gelanceerd. Ze toont een grote ambitie om het voor de moeilijkste groep op de arbeidsmarkt nu eens echt wat makkelijker te maken. Hulde daarvoor. Daarom kijk ik optimistisch dit vijfde jaar in. De doelstellingen uit de baanafspraak werden door het bedrijfsleven sowieso wel gehaald, maar de samenvoeging met de overheid kan een nieuwe boost geven. Voor de doelgroep wordt het aantrekkelijker om te werken. En waar het gemakkelijker wordt, kunnen nieuwe werkgevers beter verleid worden.

Daarnaast een initiatief om ook andere groepen, ver van de arbeidsmarkt verwijderd, perspectief op werk te bieden (POW). Wij pleitten altijd al voor het verbreden van de doelgroep. Dit lijkt daarop. We moeten werkgevers niet in verwarring brengen en doelgroepen tegen elkaar uitspelen. We moeten toch geen leed gaan wegen? Het is tenslotte geen wedstrijdje: wie heeft het het zwaarst op de arbeidsmarkt… Iedereen verdient een kans. Daar gaat het om.

VNO-NCW en MKB Nederland gaan POW in hun eigen organisatie nu een structurele basis geven. Daar ben ik superblij om en ‘Op naar de 100.000 banen’, De Normaalste Zaak en AWVN zullen daar aan bijdragen. Werkgevers in de praktijk laten niet alleen hun sociale hart zien, werkgevers in hun koepel ondersteunen dat nu ook structureel en van harte.

Daarom wordt dat vijfde jaar een begin van een echt nieuwe periode.

Aart van der Gaag
Commissaris van het project ‘Op naar de 100.000 banen’​