”Ze zijn er nog wel!” Richard Jongste vindt het tekort aan arbeidskrachten meevallen zolang er nog zoveel mensen in de bijstand zitten. Kijk naar Stad in transitie: beroepsonderwijs.
Lees meer
interpulse-blueprint
“Alle technologieën zijn aanwezig om het klimaatprobleem op te lossen, maar het huidige systeem wordt in stand gehouden. Het is vreselijk”, zegt Meiny Prins, CEO van Priva, tijdens de bijeenkomst van de VNO-NCW netwerken voor directeuren-grootaandeelhouders en groene groeiers op 5 februari 2019 bij Priva in de Lier. Ze geeft haar visie op de ontwikkeling van sustainable urban delta’s en weet de circa 80 ondernemers en relaties te inspireren. Drie van hen klimmen op de pallets midden in de zaal en laten zien hoe zij bijdragen aan de ontwikkeling van leefbare steden. Iedereen begint zich te realiseren: ‘Ik kan ook iets doen!’.
Door Tristan van Oorschot
Priva is met 450 partners actief in meer dan veertig landen en marktleider in klimaatbeheersing en procesbeheer van glastuinbouw en gebouwen. Voor haar bedrijf bezoekt Prins geregeld steden in de wereld, ziet daar ernstige problemen zoals luchtvervuiling, overstromingen en voedseltekorten, maar is optimistisch over de toekomst. Ondernemers – met name Nederlandse ondernemers – hebben de kennis en kunde in huis hebben om de problemen op te lossen. ”We hebben genoeg land in de wereld om 12 miljard mensen te voeden. Sterker nog, als we geen vlees meer eten hebben we genoeg land om 40 miljard mensen te voeden. Toch gaan er dagelijks mensen dood van de honger en wordt de aarde verwaarloosd. Radicale innovatie kan dit veranderen. Steden kunnen transformeren naar sustainable urban delta’s met efficiënte energie- en waterstromen, duurzame voedselproductie in of dichtbij de stad, groene en schone wijken en gedecentraliseerde korte toeleveringsketens.”
Systeem
Bewustzijn en wil zijn er volgens Prins om de problemen op te lossen, maar het systeem werkt niet mee. “Een boer heeft drie keer zoveel land nodig als zijn vader voor hetzelfde inkomen. Er worden varkens op één vierkante meter gehouden, omdat de schnitzel niet meer dan een euro mag kosten. Er wordt gesproken over een vrije markt, maar juist grote bedrijven worden in leven gehouden door de overheid. Soja wordt in Brazilië geteeld en met gesubsidieerde olietankers naar Nederland vervoerd, terwijl wij hier net zo goed soja kunnen verbouwen.”
Prins ziet drie trends die het systeem kunnen doorbreken: implementatie van doorbraaktechnologieën, verdwijnen van alles dat geen waarde toevoegt en de toenemende invloed van de steden. Ze illustreert de trends met voorbeelden. “Doorbraaktechnologie vind je dichtbij huis, in het Westland. Er zijn al kassen die woningen opwarmen en woningen die de kassen afkoelen. Wat het toevoegen van waarde betreft, gaan banken het zwaar krijgen. Als zij ons geen krediet verlenen, doen we het zelf we. Familiebedrijven die andere familiebedrijven financieren. En de steden zullen de aanjagers worden van de grote veranderingen. Projectontwikkelaars krijgen al opdracht ruimte te reserveren voor ‘green belts’ voor de voedselproductie in de buurt van woontorens. Urban farming, bijvoorbeeld op het dak van bedrijfspanden of in verticale kassen, ontwikkelt zich innovatief en snel.”
Madaster, Rescued Soup, Rainroad
Drie deelnemers aan de bijeenkomst laten zien hoe zij kunnen bijdragen aan een sustainable urban delta.
Architect Thomas Rau heeft het Madaster opgericht, een kadaster voor materialen. Door digitale data te verzamelen over de materialen waaruit gebouwen zijn opgetrokken en er waarde aan toe te kennen, worden de materialen interessant voor hergebruik. “Nu is de aarde nog een gesloten systeem. Dit moet veranderen door elk materiaal herbruikbaar te houden. Circulariteit elimineert afval. Vastgoed wordt losgoed en waardeloos wordt waardevol”.
Bekijk de video hier (3.15)
Student Wouter Soons laat zijn dat de Hotelschool The Hague zich inzet tegen voedselverspilling en de 17 SDGs (Sustainable Development Goals van de United Nations heeft opgenomen in het onderwijscurriculum. “Voedsel dat wordt afgeschreven voor supermarkten gebruiken wij om eten van te maken, zoals we van een grote restpartij cherrytomaten soep hebben gemaakt. Wij hebben voor iedereen een pot soep meegenomen. Dat maakt jullie allemaal tomaten rescuers. ”
Meer informatie over de Research Centre van de Hotelschool The Hague
Rinze de Vries van Movares adviseert gemeenten hoe ze steden het beste kunnen inrichten met het oog op klimaatverandering: “Rainroad is een voorbeeld van duurzame inrichting. De Rainroad vangt water op tijdens regenbuien en voorkomt dat straten onderlopen. Omgekeerd kan het opgevangen water in de zomer verdampen wat voor verkoeling in de straten zorgt.”
Bekijk de video over Rainroad hier (1.15)
Kritische noten
De ondernemers zeggen geïnspireerd te zijn door de verhalen van Prins, Rau, Soons en De Vries. Toch blijven er kritische noten, zoals de risico’s van innovatieve investeringen, achterlopende regelgeving en het niet kunnen aantrekken van talent. Maar door het delen van kennis zoals op deze bijeenkomst, en een stukje geloof, staan ze allemaal klaar om (verder) te bouwen aan de duurzame stad van de toekomst.
Visie ‘Sustainable Urban Delta’ van Meiny Prins (5MB)
PowerPoint Presentatie van Meiny Prins (20MB)
Boek: Material Maters
Over het Madaster, door Thomas Rau
20 euro
Bijeenkomst bijwonen van het DGA-netwerk? www.vno-ncwwest.nl/dga
Wil je Groene Groeier worden? (geen kosten) www.groenegroeiers.nl
Dat de Omgevingsraad Schiphol onder leiding van Hans Alders geen gezamenlijk advies aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat kan geven, mag de ontwikkeling van de luchthaven en KLM niet in de weg staan.
De afgelopen maanden heeft VNO-NCW West als lid van de Omgevingsraad Schiphol (ORS) gesprekken gevoerd om te komen tot een advies over de ontwikkeling van Schiphol tot 2030. Helaas lukte het de Raad niet een gezamenlijk advies uit te brengen aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat, Cora van NIeuwenhuizen. Dit mag de ontwikkeling van de luchthaven en KLM niet in de weg staan.
VNO-NCW West bepleit een gematigde groei in balans met de omgeving. Dankzij mainport Schiphol zijn er duizenden banen op elk niveau voor inwoners in de Randstad. Denk aan banen in de logistiek, land- en tuinbouwsector, horeca en zakelijke congressen. Ook is de metropool Amsterdam een aantrekkelijke locatie voor hoofdkantoren, dichtbij de luchthaven.
Uitvoeren besluiten
Het is van belang dat de besluiten over de ontwikkeling van Schiphol in het regeerakkoord en het eerder gesloten Alders-akkoord zo spoedig mogelijk worden uitgevoerd. Daarnaast geldt tot 2030 de 50/50-afspraak, waarbij de Milieueffectrapportage de basis voor de berekening van de afgenomen milieuhinder moet zijn. De 50/50-afspraak houdt in dat de milieuwinst, die ontstaat doordat vliegtuigen steeds schoner en stiller worden, eerlijk verdeeld wordt over de luchtvaartsector (ruimte voor extra luchtverkeer) en de omgeving (minder hinder). Dit geeft luchtvaartmaatschappijen behalve continuïteit van bedrijf ook perspectief om te blijven innoveren en investeren in schone en stillere vliegtuigen.
Verder dringen wij erop aan dat vliegveld Lelystad per april 2020 wordt ingezet als zesde baan van Schiphol. De vrijkomende capaciteit voorkomt stilstand en ongewenste verschraling van het hubnetwerk.
Burgerparticipatie
Uit de burgerparticipatiebijeenkomsten zijn veel waardevolle suggesties gedaan om de leefbaarheid in met name het binnen gebied (onder meer Aalsmeer en Zwanenburg) te vergroten. Wij hebben er alle vertrouwen in dat suggesties, zoals de ombudsfunctie, snel opgepakt worden.
De partijen in de ORS hebben vanaf het begin ingezien dat het een zeer complexe puzzel is om nader tot elkaar te komen. Wij hebben veel respect voor de inzet van vooral de luchtvaartsector en de bewonersdelegatie onder leiding van Kees Van Ojik. De intentie om eruit te komen was er in het najaar van 2018.
Meer informatie: Petra Tiel, tiel@vno-ncwwest.nl
“Wil je bijdragen aan verduurzaming van de economie, verander het systeem dan van binnenuit. Enkel ertegen rebelleren schiet niet op.” Met Closing the Loop (CTL) verduurzaamt oprichter Joost de Kluijver de telecomsector. CTL laat zien hoe je als ondernemer je bijdrage aan de Sustainable Development Goals schaalbaar maakt.
Tekst: Jelle van der Meulen
De afgelopen tien jaar werden wereldwijd meer dan 7 miljard mobiele telefoons geproduceerd. Van alle toestellen die worden hergebruikt, komt twee derde terecht in landen waar geen verantwoorde recycling-infrastructuur bestaat. Na een derde of soms zelfs vierde leven belanden veel toestellen aan het einde van hun levensduur alsnog op de vuilnisbelt. CTL, winnaar van de Circular Award 2018, zorgt ervoor dat ook toestellen uit deze landen veilig gerecycled worden.
One for One
Wanneer bedrijven en organisaties CTL inschakelen, wordt per nieuw gekochte telefoon ter compensatie in een ontwikkelingsland een afvaltelefoon ingezameld: het ‘One-for-One concept’. Een nieuwe telefoon wordt gecompenseerd door de recycling van een defecte. De grondstoffen van de ingezamelde afvaltelefoons worden hergebruikt. Deze bedrijfsstrategie sluit naadloos aan op de SDG’s, met name op nummer 12: duurzame consumptie. Waar voor veel bedrijven het meten van de SDG’s een obstakel blijkt, heeft De Kluijver advies uit eigen ervaring. “Je kunt je duurzame strategie, en daarmee de implementatie van de SDG’s, het beste meten door een gespecialiseerde partij in te schakelen. Experts kunnen audits en checks uitvoeren om de meetbaarheid van je organisatie in kaart te brengen. Dit maakt de SDG’s schaalbaar – en je impact objectief, omdat deze door een onafhankelijke derde wordt gecontroleerd. Daarnaast kan transparantie de meetbaarheid van duurzame doelstellingen vergroten. Laat je inspanningen zien, laat je toekomstvisie zien en leg uit wat je geleerd hebt – óók door te vallen. Dit vergroot je geloofwaardigheid en kan anderen helpen en inspireren. Door kennis en ondernemerschap te delen en door samen te werken, kan Nederland dé internationale aanjager worden van een afval-vrije wereld.”
Samen met lineair
Closing the Loop wil een zichtbare impact maken en zoekt de samenwerking met grote partijen, zoals T-Mobile. De telecomgigant heeft de ‘Recycle Deal’ gesloten met CTL. T-Mobile klanten kunnen zo actief bijdragen aan het reduceren van elektronisch afval. Na afloop van een contract krijgt de klant de mogelijkheid het toestel terug te verkopen aan T-Mobile. “Veel grote bedrijven werken nog niet volledig circulair, maar vrijwel allen hebben goede bedoelingen op dat vlak. Haak daar als Groene Groeier op in! We moeten juist samenwerken, ook met lineaire bedrijven. Van alleen maar rebelleren wordt niemand beter. Wij werken samen met T-Mobile en grote IT-leveranciers als Centralpoint, die op hun beurt een enorm bereik hebben. Alleen door samen te werken, zijn de SDG’s ook daadwerkelijk haalbaar.”
In 2025 worden winkels, horeca, kantoren en bewoners in de Haagse binnenstad alleen nog bevoorraad door voertuigen die geen schadelijke stoffen uitstoten. Dat draagt bij aan het verder verbeteren van de luchtkwaliteit en aan het leefbaar houden van de binnenstad.
Website
Om de ambitie van zero-emissie bevoorrading dichterbij te brengen, lanceerden wethouder Liesbeth van Tongeren, Stichting Binnenstad, Binnenstad Ondernemers Federatie, Koninklijke Horeca Nederland, MKB Den Haag, VNO NCW, Uneto-Vni, TLN en EVO Fenedex vandaag de website www.platform-stedelijkedistributie-denhaag.nl. De website bevat allerlei voorbeelden van bedrijven die zich nu al op zero-emissie distributie voorbereiden. De website dient als informatie- en inspiratiebron voor andere ondernemers. Wethouder Liesbeth van Tongeren, Duurzaamheid en Energietransitie, zette de website live.
“Een toekomst die we allemaal willen is er één met schone lucht en een economie die draait. Daar word ik blij en gelukkig van. Het is dan ook goed dat ondernemers daar bij de aanschaf van een nieuw vervoersmiddel rekening mee houden, zodat we in 2025 schone bevoorrading hebben in de Haagse binnenstad”, aldus Liesbeth van Tongeren.
Bluepaper
Niet alleen schone voertuigen dragen bij aan de luchtkwaliteit en leefbaarheid van de binnenstad, ook minder ritten zijn daarbij van belang. De Expertgroep City Distribution presenteerde daarvoor hun ‘Bluepaper’. Hierin beschrijven zij hoe de bevoorrading van een stadscentrum anders kan worden georganiseerd, zodat er minder voertuigen nodig zijn. Zij geven de succesfactoren voor een Urban Consolidation Centre (logistieke hub). Liesbeth van Tongeren nam de Bluepaper in ontvangst. De Bluepaper is te downloaden via: shoppingtomorrow.nl/resultaten.
’Het is niet nodig dat burgers en bedrijven een hoge rekening betalen voor CO2-reductie.’ Dat stelt VNO-NCW 29 januari in een brief aan de Tweede Kamer.
Lees meer
De groei zal de komende jaren vertragen, voorspelt Menno Middeldorp, hoofdeconoom van de Rabobank. Toch is de banengroei in Oostland nog groter dan elders in het Nederland.
Door Monique Spek
VNO-NCW Oostland en de Rabobank hebben op 21 januari een bijeenkomst voor ondernemers georganiseerd over de economische vooruitzichten in het Oostland. “Het ondernemersklimaat is hier prima”, opent Fabian van der Horst, directeur Bedrijven Rabobank Zuid- Holland Midden, de bijeenkomst. “Samen helpen we elkaar met groeien, kennis delen en inzicht geven op thema’s. We hebben net een jaar afgesloten waarin speciale aandacht was voor zowel internationale als nationale en regionale zaken. Voorbeeld is het wereldvoedselprobleem of -dichterbij huis – de herstructurering en betere ontsluiting van een tuinbouwgebied in Oostland. Ook hebben we een bezoek gebracht aan Robohouse, waar we de innovatie challenge zijn gestart. In mei, tijdens de dag van de innovatie, maken we de winnaar van deze challenge bekend en kunnen we ervaren hoe ondernemers in hun bedrijven innoveren. Ook hebben we de Dag van de circulaire ondernemer bij Koppert Biologic Systems gehouden, met tal van inspirerende gastsprekers.”

Dreigende wolken
Wat zijn in 2019 de mogelijkheden, kansen en bedreigingen voor de ondernemer? Menno Middeldorp, hoofdeconoom Nederland van RaboResearch: “Er hangen wat dreigende wolken, maar de zon schijnt nog net. De groei zal de komende jaren vertragen en economieën lopen tegen hun grenzen aan. De piek in Europa is voorbij, maar de groei blijft nog wel even. In Nederland is die groei wel sneller dan in andere Europese landen. In 2006 – voor de crisis – was de belangrijkste belemmering van de groei het gebrek aan vraag, maar nu is dat het gebrek aan arbeidskrachten.” Over de Brexit maakt Middeldorp zich zorgen: “Nederland leeft mee met de Britten, want we zijn een van de grootste handelspartners van hen. Bij een harde Brexit zal er vice versa minder handel mogelijk zijn.”
Oostland
In het Oostland – Lansingerland en Pijnacker-Nootdorp – is de banengroei groter dan in de rest van Nederland, vooral in de glastuinbouw, de groothandel en de logistiek. “Er zijn meer mensen in de regio komen wonen, maar de steden rond Oostland trekken de mensen aan voor werk. In vergelijking met andere gemeenten blijven er in Oostland weinig werkenden over. Er zijn in heel Zuid-Holland veel vacatures in ICT, techniek, logistiek en agrarische sector.”
Middeldorp wijst op de managementpraktijk die niet alleen gericht moet zijn op het aantrekken van medewerkers, maar ook op het binnenhouden van ze. “Doelen stellen, ontwikkelingen binnen het bedrijf zowel bijhouden als meten en bovendien medewerkers belonen; daar staat de focus niet genoeg op.”

Jaaroverzicht
Ilone Ammerlaan, voorzitter van VNO-NCW Oostland, sluit af. Zij wijst op het belang van de leden die als ambassadeur nieuwe leden enthousiast maken voor VNO-NCW. In september staat weer het altijd drukbezochte Miljoenenontbijt op de agenda.
Vanaf 4 februari tot en met 2 december 2019 gaat het Fonds Bestrijding Kinderarbeid opnieuw open. Ondernemers, NGO’s en lokale partners kunnen in partnerschap projectvoorstellen indienen voor subsidies, kennisdeling, advisering en inhoudelijke begeleiding.
Voor 2019 stelt het ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) nogmaals €5,5 miljoen beschikbaar om kinderarbeid in de productieketens van Nederlandse bedrijven uit te bannen. Nog steeds werken wereldwijd 152 miljoen kinderen op het land, in de mijnen, in steengroeven, naaiateliers of in de huishouding. Bovendien heeft Nederland zich gecommitteerd aan de internationale VN-doelen. Hierin staat beschreven dat in 2025 een definitief einde moet komen aan alle vormen van kinderarbeid.
Oorzaken onderzoeken én aanpakken
FBK ondersteunt ondernemers die lokaal onderzoek willen doen naar de dieperliggende oorzaken van kinderarbeid in hun productieketen en hiertegen op lokaal niveau maatregelen willen nemen.
Ook verwacht het FBK dat ondernemers zelf maatregelen nemen in hun eigen onderneming. Zo kunnen bedrijven hun eigen inkoopprocedures tegen het licht houden. En ze kunnen samen met (toe)leveranciers ervoor zorgen dat werknemers een eerlijk en leefbaar loon ontvangen.
Brede samenwerking
Een belangrijke voorwaarde is dat ondernemers in dezelfde sector gaan samenwerken. Niet alleen met elkaar, maar ook met andere partijen, zoals NGO’s, lokale bedrijven en andere partijen. Daarnaast wil FBK meer inzicht krijgen en kennis opdoen over mogelijke handelingsperspectieven. Vooral het delen en verspreiden van kennis is belangrijk. Het helpt ondernemers om van elkaar te leren. Zo kunnen ze een belangrijke bijdrage leveren aan het doorbreken van het nog altijd heersende taboe op kinderarbeid.
Meer informatie
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) is uitvoerder van het FBK, in opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Lees meer over deze regeling en de voorwaarden op de pagina Fonds Bestrijding Kinderarbeid.
MVO Nederland ontwikkelde ‘de Nieuwe Businessagenda 2019: de snelste route naar de nieuwe economie’. Een waaier aan grote en kleine oplossingen waarmee ondernemers direct aan de slag kunnen.
Lees meer
‘De WAB is een verbetering, maar nog niet ideaal’
“De wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB), zoals die nu wordt voorgesteld, is voor een deel een verbetering ten opzichte van de huidige wet Werk & Zekerheid, maar zeker nog niet ideaal”, zegt Kees Mosch (61). De manager HR, Legal & General Affairs is werkzaam voor het internationaal opererende familiebedrijf Bejo dat gespecialiseerd is in de ontwikkeling van groenterassen voor de vollegronds groenteteelt. Bejo is sterk afhankelijk van seizoensarbeid.
Door Tristan van Oorschot
Met name de langere proeftijd bij een vast contract en transitievergoedingen vanaf dag één van het arbeidscontract – twee nieuwe regels in het wetsvoorstel WAB – ziet Mosch niet zitten: “Het laatste wordt steeds meer een administratieve rompslomp en de langere proeftijd houdt een risico voor de werkgever in. Zeker bij een krapper wordende arbeidsmarkt zullen meer mensen tijdens hun proeftijd naar een andere werkgever kunnen overstappen.“ Een andere nieuwe regel pakt wel goed uit: de kortere onderbrekingsperiode na een serie van drie tijdelijke contracten. “Daar is goed mee te werken.”
Gecompliceerd
Aan de hand van minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken wil het kabinet meer vaste contracten genereren op de arbeidsmarkt. Dit denkt de regering vooral te bereiken door ruimere proeftijd mogelijk te maken, WW-premies te verhogen en transitievergoedingen direct bij het ingaan van het dienstverband op te laten bouwen. Dit zijn slechts enkele voorbeelden van een gecompliceerde wetswijziging die ondernemers onnodig in de problemen kunnen brengen. VNO-NCW en ondernemers uit verschillende branches scharen zich daarom achter de campagne ‘Zo werkt het niet!’ tegen het huidige wetsvoorstel.
Bejo
De WAB zal zeker gevolgen krijgen bij Bejo, dat met circa 130 flexwerkers per jaar werkt. Het bedrijf is in 1978 tot stand gekomen uit een fusie van twee familiebedrijven. De familie Jong en de familie Beemsterboer besloten hun expertise bij elkaar te brengen. Met nieuwe veredelingstechnieken ontwikkelen zij groenterassen met eigenschappen die de markt vraagt. Een voorbeeld is een nieuw koolras dat resistent is tegen een bepaalde schimmelziekte of groenterassen die langer houdbaar blijven. Zo groeide Bejo uit tot een van de grotere zaadveredelaars van de wereld. Het bedrijf is in 30 landen gevestigd en heeft behalve de flexwerkers bijna 2000 vaste werknemers in dienst.
Zaai- en oogstseizoen
Bejo werkt met flexwerkers omdat er in het zaai- en oogstseizoen van maart tot november veel extra werk is. De nieuwe ketenregeling maakt het mogelijk per werknemer drie tijdelijke contracten in een periode van maximaal drie jaar aan te gaan. Hierna volgt een onderbrekingsperiode. Als de werknemer echter in deze periode voor dezelfde werkgever weer gaat werken, ontstaat er direct een vast dienstverband.
In 2015 is in de wet Werk en Zekerheid de onderbrekingsperiode voor een flexwerker van drie naar zes maanden verlengd. Deze kan in de WAB worden verkort naar drie maanden als er sprake is van seizoensarbeid en als de werkgever negen maanden per jaar tijdelijk werk kan aanbieden. Bejo voldoet aan die voorwaarden. “Wij kunnen met deze wetswijzigingen prima uit de voeten”, aldus Mosch.
Transitievergoeding
De transitievergoeding vanaf werkdag één kan Mosch echter moeilijk begrijpen. “Een transitievergoeding vind ik begrijpelijk, maar dat deze vanaf dag één wordt opgebouwd is vreemd. Vaak snappen werknemers het zelf niet eens als zij na een contractbeëindiging, en dan met name na langdurige arbeidsongeschiktheid of als zij direct al ander werk hebben, nog een bedrag meekrijgen. Zij zien het echt als een cadeautje. Het heeft nagenoeg niets van doen met het doel van de transitievergoeding om de overstap naar ander werk soepeler te maken. De werkgever wordt onnodig op kosten gejaagd.”
Mosch wijst op flexwerkers die heel goed in hun vak zijn en het zelf fijn vinden om als flexwerker een tweede inkomen voor het gezin te verdienen. “Zij vragen zich ook af waarom er regels komen die hun inzet zou kunnen bemoeilijken.”
Vast contract
Ook over de mogelijkheid om de proeftijd van twee naar vijf maanden te verlengen bij een vast contract heeft hij zo zijn twijfels. Over de lengte van de proeftijd moeten werkgever en nieuwe werknemer een afspraak maken. Mosch licht zijn bezwaar toe: “In de eerste maanden van een dienstverband zijn we een werknemer aan het opleiden of aan het inwerken. Dit is een behoorlijke investering. Door de verlenging wordt het risico voor de werkgever hoog, aangezien een werknemer nog in de vijfde maand zomaar zou kunnen stoppen. Ik zal zo’n beding van vijf maanden niet snel in een arbeidscontract opnemen. Tel daarbij de administratieve rompslomp op en je begrijpt waarom ondernemers in actie komen.”
Bij Bejo zitten zeven mensen op de HR-afdeling en kunnen deze wijzigingen nog prima verwerken, maar Mosch kan goed begrijpen dat kleinere bedrijven door de bomen het bos niet meer zien.
Positief
Desalniettemin acht Mosch het onwaarschijnlijk dat Bejo door de WAB-activiteiten naar andere landen zal verplaatsen. Het is de arbeidsrust die hem in Nederland aanspreekt. Hij vindt dat Koolmees over het algemeen goed inspeelt op de arbeidsmarkt. De aanpassingen in het ontslagrecht als gevolg van de WAB vindt hij positief. De grond voor ontslag wordt ruimer. “Hierdoor zal de arbeidsmarkt soepeler gaan functioneren.”
Kijk voor de campagne op zowerkthetniet.nl
Bijgaande foto is een campagnefoto.