Eerst investeren, dan prioriteren: infrastructuur vraagt om keuzes én middelen

Vandaag, op 23 juni, debatteert de Tweede Kamer over de toekomst van de Nederlandse infrastructuur. Daarbij staat een lastige vraag centraal: welke projecten kunnen nog worden uitgevoerd nu onderhoudsachterstanden oplopen en de druk op het Mobiliteitsfonds steeds groter wordt? 

Voor VNO-NCW West is de volgorde helder. Voordat er wordt gesproken over welke projecten prioriteit krijgen, moeten eerst voldoende middelen worden vrijgemaakt voor infrastructuur. Nederland kan de bestaande achterstanden niet wegwerken én de bereikbaarheid van de toekomst veiligstellen met de huidige budgetten. 

Infrastructuur is geen kostenpost 

De discussie over infrastructuur gaat vaak over schaarste. Welke projecten kunnen doorgaan en welke niet? Maar daarmee dreigt een belangrijker vraagstuk uit beeld te verdwijnen: Nederland investeert al jaren te weinig in zijn infrastructuur. 

Volgens de Algemene Rekenkamer is jaarlijks ongeveer 2 miljard euro extra nodig om alleen al de bestaande onderhoudsachterstanden weg te werken. De gevolgen zijn steeds vaker zichtbaar. Bruggen, wegen, spoorverbindingen en vaarwegen krijgen te maken met beperkingen, terwijl ondernemers worden geconfronteerd met vertragingen, omrijdkosten en een minder betrouwbaar vervoerssysteem. 

Dat raakt niet alleen bedrijven, maar de hele samenleving. Infrastructuur is immers geen kostenpost. Het is een investering in bereikbaarheid, woningbouw, economische groei, veiligheid en weerbaarheid. Onderzoek van het Economisch Instituut voor de Bouw laat zien dat iedere euro die wordt geïnvesteerd in infrastructuur meer oplevert dan hij kost. 

Eerst de basis op orde 

VNO-NCW West begrijpt dat keuzes nodig zijn wanneer middelen schaars zijn. Maar prioriteren mag geen excuus worden om structurele tekorten te accepteren. De eerste prioriteit moet liggen bij het op orde brengen van de bestaande infrastructuur. Achterstallig onderhoud zorgt steeds vaker voor beperkingen. In delen van Nederland zijn de gevolgen daarvan nu al merkbaar. Wegen worden beperkt toegankelijk voor zwaar verkeer en noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden worden uitgesteld omdat budgetten ontbreken.  

Dat leidt niet alleen tot economische schade, maar roept ook vragen op over de veiligheid en betrouwbaarheid van het netwerk op de lange termijn. Zeker in de huidige geopolitieke tijd. 

Onderhoud én uitbreiding zijn geen tegenstelling 

Tegelijkertijd mag de oplossing niet zijn dat Nederland zich uitsluitend richt op onderhoud. De komende decennia groeit Nederland verder. Er moeten honderdduizenden woningen worden gebouwd, bedrijven blijven investeren en de mobiliteitsvraag neemt toe. Dat vraagt om extra capaciteit op de weg en het spoor . 

Wanneer nieuwe infrastructuurprojecten opnieuw worden uitgesteld, ontstaan de bereikbaarheidsproblemen van morgen. Dat is wat er de afgelopen jaren is gebeurd. Juist daarom moeten strategische langetermijnprojecten doorgaan. Niet ondanks de onderhoudsopgave, maar juist omdat Nederland anders nog verder vastloopt. Het openbaar vervoer zal een steeds grotere rol moeten spelen in het opvangen van toekomstige vervoersstromen. Zonder de uitbreiding van de bestaande en aanleg van nieuwe verbindingen wordt dat onmogelijk. 

Economische kernregio’s verdienen aandacht 

Voor Noord-Holland blijft de verlenging van de Noord/Zuidlijn naar Schiphol en Hoofddorp daarom van groot belang. Deze verbinding verbetert niet alleen de bereikbaarheid van Schiphol, de Zuidas en nieuwe woningbouwlocaties, maar zorgt ook voor extra capaciteit op een vervoerssysteem dat steeds verder onder druk komt te staan. 

Voor Zuid-Holland geldt hetzelfde voor de Oude Lijn tussen Leiden en Dordrecht. Verdere investeringen in stations, knooppunten en de ontwikkeling rondom deze corridor zijn essentieel voor de bereikbaarheid van de provincie en de verdere ontwikkeling van woningbouwlocaties, campussen en economische clusters. 

Beide projecten leveren aantoonbaar economische en maatschappelijke meerwaarde op en zijn cruciaal voor de concurrentiekracht van Nederland.  

Daarnaast blijven investeringen in de verbindingen van en naar de Rotterdamse haven noodzakelijk. Deze corridor vormt een van de belangrijkste economische en weerbaarheidsslagaders van Nederland en Europa. 

Bereikbaarheid is ook een kwestie van weerbaarheid 

De geopolitieke ontwikkelingen van de afgelopen jaren maken duidelijk dat een robuuste infrastructuur ook van strategisch belang is. De Rotterdamse haven speelt een cruciale rol in de logistieke bevoorrading van Nederland, Europa en de NAVO. Via Rotterdam komen goederen, grondstoffen en in toenemende mate ook militaire transporten het land binnen. 

Dat vraagt om een infrastructuur die bestand is tegen de eisen van deze tijd. Wegen, spoorverbindingen, bruggen en vaarwegen moeten niet alleen voldoende capaciteit bieden voor economische activiteiten, maar ook bijdragen aan de nationale weerbaarheid. 

Een land dat zwaar materieel, hulpdiensten of militaire transporten niet snel kan verplaatsen, loopt niet alleen economisch risico, maar ook strategisch. Dit raakt onze collectieve veiligheid en weerbaarheid.   

Eerst investeren, daarna prioriteren 

Wanneer er vervolgens keuzes moeten worden gemaakt, moet gekeken worden naar projecten die de grootste bijdrage leveren aan het functioneren van het economische netwerk van Nederland. Daarbij horen investeringen in belangrijke economische corridors, internationale verbindingen en projecten met aantoonbare maatschappelijke en economische baten. 

Maar die discussie kan pas serieus worden gevoerd wanneer eerst voldoende middelen beschikbaar zijn. 

De boodschap van VNO-NCW West aan politiek Den Haag is daarom helder: maak structureel meer geld vrij voor infrastructuur. Investeer in het wegwerken van achterstallig onderhoud én zorg dat strategische projecten voor de lange termijn doorgang kunnen vinden. Pas daarna kan worden bepaald welke projecten als eerste worden uitgevoerd. 

Want zonder extra investeringen dreigt Nederland niet alleen vast te lopen op de weg en het spoor, maar ook in zijn economische ontwikkeling, woningbouwopgave en weerbaarheid. 

Gerelateerde artikelen