Tijdens de twaalfde editie van het Human Capital Event, op donderdag 27 november, van VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam stond één vraag centraal: hoe zorgen we in een structureel krappe arbeidsmarkt voor meer productiviteit, veerkracht én menselijkheid? Na de opening door Han Mesters, gastheer namens ABN AMRO heette VNO-NCW MRA voorzitter Haico Spijkerboer de aanwezigen welkom. Hij haakte aan bij de bredere discussies over de arbeidsmarkt, onder meer aangezwengeld door Jeroen Tiel (Randstad) eerder die week, en benadrukte hoe belangrijk het is om dit gesprek regionaal te voeren. Spijkerboer nodigde deelnemers nadrukkelijk uit om zich te verbinden aan VNO-NCW in de regio waar zij actief zijn, om dit soort bijeenkomsten en netwerken structureel verder te brengen. Vervolgens gaf hij het woord aan Lucas van Wees oprichter van het Human Capital Netwerk.
Lucas legde de aanwezigen uit dat het Human Capital Netwerk zich, anders dan andere HR-bijeenkomsten, richt op beweging: op mensen, gedrag en leiderschap voorbij regelgeving en structuren. Van Wees benadrukte dat de gekozen sprekers – Steven Gudde, Simone van Erp en Caroline Tervoort – juist zijn uitgenodigd omdat zij contrasterende perspectieven vertegenwoordigen en daarmee helpen om deelnemers uit hun comfortzone te halen.
De eerste inhoudelijke bijdrage kwam van Steven Gudde (Olympia), die met een persoonlijke vertelling begon over zijn zus en de impact van echte aandacht op een kwetsbaar moment. Die anekdote mondde uit in een scherpe analyse van de huidige arbeidsmarkt. Volgens Gudde is niet de “arbeidsschaarste” het echte probleem, maar een “werkgeverschaarste”: werkgevers slagen er onvoldoende in om arbeidsvoorwaarden te bieden waarin mensen daadwerkelijk willen en kúnnen werken. Achter cijfers over onbenut arbeidspotentieel gaat een veel complexer verhaal schuil van mensen die wel willen, maar geen passend aanbod vinden, of vastlopen in banen en contexten die hen geen ruimte geven.
Gudde verbond deze analyse aan de bredere economische discussie over arbeidsaanbod en arbeidsproductiviteit. Terwijl de participatiegraad historisch hoog is, blijft de productiviteitsgroei achter. De reflex om dat op te lossen met nog meer procesoptimalisatie en technologie, werkt volgens hem vaak averechts: als alle marge uit het persoonlijke presteren wordt geperst, neemt de werkdruk toe, stijgt het verzuim en raken mensen uit beeld. Ook rondom AI en automatisering klonk een waarschuwing. Natuurlijk kan technologie veel, maar als instapbanen verdwijnen en AI vooral middelmatige inhoud glad polijst ten koste van de ontvanger, organiseer je op langere termijn je eigen onvermogen. Vertrouwen tussen collega’s kan erdoor afnemen en de beloofde efficiëntiewinst blijft in de praktijk achter.
De sleutel ligt volgens Gudde niet in nóg meer technologie, maar in sociale innovatie. Hij pleitte ervoor om opnieuw te kijken naar de “contracten” tussen werkgever en werknemer. Naast het transactionele, juridische contract – salaris, uren, voorwaarden – zijn het relationele en psychologische contract minstens zo belangrijk: cultuur, leiderschap, ontwikkelkansen, regie. En daarbovenop komt een laag van zingeving: waarom doe ik dit werk, voor wie maak ik verschil, waarom ben ik hier welkom? Onderzoek laat zien dat tevreden medewerkers productief zijn, maar betrokken en bevlogen medewerkers aanzienlijk méér bijdragen, minder ziek zijn en langer blijven. De kernboodschap van Gudde: als werkgevers serieus werk maken van aandacht, betekenis en goede arbeidsrelaties, lossen ze tegelijk hun participatieprobleem én hun productiviteitsprobleem op.
Simone van Erp van Team Rockstars IT borduurde hier naadloos op voort, vanuit het perspectief van een organisatie die werkgeluk bewust centraal heeft gezet in haar strategie. In de zaal maakte Simone het thema werkgeluk meteen concreet door deelnemers te vragen hun eigen werkgeluk te “raten” en kort te delen wat daaraan bijdraagt. Daarbij kwamen bekende, maar vaak onderschatte factoren naar boven: fijne collega’s, autonomie, ruimte om je vak goed uit te oefenen, flexibiliteit in waar en wanneer je werkt.
Aan de hand van voorbeelden uit Team Rockstars IT liet Simone zien hoe ogenschijnlijk kleine dingen een groot effect hebben. Een informeel “lief-en-leedteam” dat bij belangrijke gebeurtenissen in het leven van collega’s iets attents doet, wordt in exitgesprekken keer op keer genoemd als bepalende ervaring. Tegelijkertijd liet ze zien dat een cultuur van radicale openheid en werkgeluk ook spanningen kent. De interne discussie rond het sponsorschap van Ajax bijvoorbeeld, leverde onverwacht felle reacties op. Door daar niet defensief maar inhoudelijk en transparant op te reageren, wist de organisatie het vertrouwen juist te versterken.
Daarnaast stond Simone uitgebreid stil bij de impact van AI op werk en werkgeluk in een techorganisatie. Via een halfjaarlijkse “AI & happiness”-survey volgt Team Rockstars hoe medewerkers AI ervaren. De inzichten zijn dubbel: het vertrouwen in baanzekerheid is afgenomen, terwijl een grote groep tegelijkertijd aangeeft meer te leren, beter te presteren en meer plezier in het werk te hebben door de inzet van AI-tools. Voor Simone is dat precies waarom werkgevers hierover actief in gesprek moeten blijven: mensen moeten snappen welke impact AI op hun vak heeft, welke vaardigheden ze moeten ontwikkelen en waar reële zorgen liggen. Werkgevers hebben daarin een verantwoordelijkheid om zowel perspectief te bieden als ongemak serieus te nemen.
Tot slot nam Caroline Tervoort (KPMG) de zaal mee naar een toekomstbeeld waarin AI nog veel dieper in organisaties verweven is. Zij introduceerde “Avery”, een AI-CEO van een zogenoemde zero person company: een experimentele onderneming zonder personeel, waarin AI-agenten zelfstandig bedrijfsprocessen uitvoeren. In een live gesprek met deze digitale “CEO” werd al snel duidelijk dat de technologie indrukwekkend én onvolmaakt is. Precies dat spanningsveld gebruikte Caroline om een belangrijk onderscheid te maken tussen AI voor persoonlijke productiviteit en AI voor het inrichten van bedrijfsprocessen. In het eerste geval stelt de mens de vragen; in het tweede geval draait de verhouding om en stelt AI de vragen aan de mens.
Tervoort schetste het principe van de “human on the loop” in plaats van “in the loop”: als je AI-agenten maximale effectiviteit gunt, moet je het proces niet voortdurend laten onderbreken door menselijke tussenkomst, maar als mens erbovenop zitten voor kaderstelling, controle en correctie. Agenten kunnen parallel in meerdere “meetings” aanwezig zijn, dag en nacht doorwerken en putten uit enorme hoeveelheden data. Dat opent nieuwe mogelijkheden, maar roept ook vragen op over betrouwbaarheid, taakafbakening en governance. Onderzoek laat zien dat AI-agenten snel onbetrouwbaar worden als ze werken vanuit te brede, antropomorf geformuleerde rollen, zoals een generieke CEO-functiebeschrijving. Het dwingt organisaties om veel scherper te definiëren welke taken je automatiseert, welke beslissingen je bij mensen houdt en welke waarden je niet wilt uitbesteden aan algoritmes.
Na de interessante bijdragen van de sprekers was het tijd voor de paneldiscussie, waar ook Haico Spijkerboer aan deelnam. Met prikkelende vragen, aangedragen door de sprekers, kwam een discussie op gang over de impact van AI, diversiteit en inclusiviteit op de werkvloer en de echte oplossing voor het arbeidstekort.
Over de hele middag heen ontstond zo een rijk, gelaagd beeld van de toekomst van human capital. Waar Steven Gudde de vinger legde bij de relatiecrisis tussen werkgevers en werknemers, liet Simone van Erp zien hoe werkgeluk als hard bedrijfsmiddel kan werken, en waarschuwde Caroline Tervoort dat de komst van autonome AI-agenten vraagt om nieuw leiderschap en scherpe keuzes. De rode draad: de toekomst van werk gaat niet alleen over technologie, krapte en systemen, maar vooral over mensen – over aandacht, betekenis, vertrouwen en de manier waarop mens en machine samen waarde creëren.
Fotoserie 1 door Bastiaan van Musscher
Fotoserie 2 door Bastiaan van Musscher

















