Kunsthallezing Rotterdam: Succes is geen sprint, maar een marathon

Bij de jaarlijkse Kunsthallezing van VNO-NCW Regio Rotterdam komen ondernemen, sport en kunst verrassend bij elkaar. Niet alleen genieten van Flowers Forever, ook luisteren ondernemers aandachtig naar voormalig topsporter Michel Butter. Eén van de snelste Nederlandse marathonlopers ooit laat hij zien: succes win je niet in een sprint, maar in een marathon vol vallen en opstaan.

Marianne Splint, directeur Kunsthal Rotterdam: “Wat sport is voor het lichaam, is kunst voor de geest. Jaarlijks presenteren we meer dan 20 tentoonstellingen. Afgelopen winter trok Iris van Herpen maar liefst 282.000 bezoekers; zes keer De Kuip. Het laat zien wat de Kunsthal voor Rotterdam kan betekenen. Bezoekers combineren hun bezoek met een diner, overnachting of dagje uit. Dat zorgt voor een economische spin-off van dertig miljoen euro voor de stad.”

Gert-Jan Lammens, directeur-bestuurder van Rotterdam Sportsupport en vice-voorzitter van VNO-NCW regio Rotterdam: “Ik beweeg me dagelijks in een wereld waar sport, coaching, verandermanagement en ondernemerschap samenkomen. Succes is geen sprint, maar een marathon. Sommige ondernemers lopen zelfs een ultramarathon door personeelstekorten, volle agenda’s en kwartaalcijfers. Discipline, trainen, soms falen, plannen bijstellen en vooral volhouden. Goed werkgeverschap lijkt op topsport: het draait om focus, uithoudingsvermogen en investeren.”

Gert-Jan Lammens: “De vitaliteit van bedrijven hangt steeds meer samen met die van medewerkers. In 2040 werkt nog maar 60% van de bevolking, tegen 70% nu. In de zorg dreigt binnen 10 jaar een tekort van 200.000 mensen. Uitdagingen nemen toe: cyberveiligheid, geopolitieke spanningen en economische druk. Weerbaarheid zit niet in systemen, maar in mensen. Duurzame prestaties bereik je nooit alleen. Prestaties krijgen pas betekenis wanneer ze verbonden zijn met mensen, cultuur en samenleving.”

Levenslessen uit topsport

Michel Butter is met 2u09.58 één van de snelste Nederlandse marathonlopers aller tijden. Nu is hij Sportief Manager NN Marathon Rotterdam, eigenaar van TwoZeroNine, oprichter REN (Smart Running Coach), ambassadeur van DSM-Firmenich Running team en coach Team Novua:

“Ik kon 20 jaar lang topsporter blijven door van mijn hobby mijn beroep te maken en elke dag beter te willen worden. Ik haal plezier uit verbinding, uitdaging en ontwikkeling – elke dag beter worden – en competitie – mentale vaardigheden beheersen. Als kind had ik eindeloze energie; sport maakte me rustig. Ik voelde al vroeg dat ik ergens goed in wilde worden en mezelf steeds wilde uitdagen. Waar dat vandaan komt, weet ik niet, maar mijn vader was heel fanatiek. Ergens vol voor gaan hoorde bij mijn opvoeding. Na teleurstellingen werd ik vaak een betere hardloper dan na winst. Succes maakt je lui. Bij tegenslag kon ik mezelf uitdagen om te verbeteren. Op mijn 15de begon ik serieus te trainen. Later werd ik 14 keer Nederlands kampioen. Ik behaalde titels, maar zat aan mijn plafond. Ik vertrok naar Kenia om te trainen tussen de beste lopers ter wereld. If you can’t beat them, join them. Trainen, eten, slapen en repeat. Dat werkte: ik liep 2u09.56 op de marathon. Maar er waren ook tegenslagen. In 2013 moest ik het WK in Moskou afzeggen door een heupblessure. Het brak me mentaal. Tijdens een trainingsstage in Mexico vond ik de weg terug, dankzij een plan van mijn coach, fysio, haptonoom en psycholoog. Ik wilde de marathon weer voelen, zonder per se een goede tijd te lopen.

In Rotterdam liep ik 2u14.30. Daarna zette ik alles op plaatsing voor de Olympische Spelen. In Amsterdam klopte de voorbereiding, focus en vorm. Ik liep de marathon in 2u11 en kwam 8 seconden tekort! Toch voelde het niet als verlies: als je alles hebt gegeven, telt het proces: opstaan en doorgaan. Als je dat beheerst, kom je altijd verder. In 2017 deed ik mee met de marathon van New York. Het was een jongensdroom om na 25 km op kop te lopen en de First Avenue op te draaien; voorin lopen in de meest prestigieuze marathon ter wereld en uiteindelijk als 6de eindigen. Slechts 2 minuten van het podium! In 2020 wilde mijn lichaam niet meer en het plezier was een beetje weg. Ik stopte en ben gaan fietsen. Juist daardoor ging ik beter lopen. Daarom deed in 2021 nog een keer een marathon en liep 2u10.31. Mooi dat ik door deze wending het plezier hervond. Toch ben ik uiteindelijk in 2021 definitief gestopt. Plezier, focus en energiemanagement zijn lessen die ik uit de topsport meeneem in mijn huidige werk. Zonder plezier houd ik het niet vol. Focus betekent dat ik hoofd- en bijzaken van elkaar kan scheiden en energiemanagement wil zeggen dat ik moet zorgen dat ik emotioneel happy ben en energie vasthoud. Ik weet wanneer ik in mijn kracht sta en weet wanneer ik kan leveren als het moet. Het zijn lessen waar ik mijn leven lang iets aan heb.”

Flowers Forever

Marianne Splint, directeur Kunsthal Rotterdam: “De internationale tentoonstelling Flowers Forever gaat over de betekenis van bloemen door de eeuwen heen. Met meer dan 200 objecten uit kunst, design, mode en wetenschap tonen we hoe bloemen uitgroeiden tot iconen, statussymbolen en schakels in het mondiale ecosysteem. De breedte en samenhang maken deze tentoonstelling uniek. In het najaar verwelkomen we meesterwerken van Paul Signac in de Kunsthal.”

Gert-Jan Lammens: “Bloemen lijken misschien ver af te staan van sport en ondernemen, maar ze vertellen verhalen over handel, emoties en verbinding. Ze markeren momenten van winst, afscheid, nieuw begin en waardering.”

Kunsthal Zaken Vrienden

Dit laagdrempelige platform voor ondernemers heeft de Kunsthal als thuisbasis. Iedereen kiest het pakket dat bij zijn onderneming past, en samen dragen de ZakenVrienden bij aan een ondernemend en toegankelijk cultureel Rotterdam. Op deze pagina vind je voor meer informatie. Of mail naar Frank Hop via hop@kunsthal.nl.

 

De foto’s, gemaakt door Frank de Roo, zijn hier te bekijken en downloaden:

Op dinsdag 24 maart organiseerden VNO-NCW West en Promax IT gezamenlijk een inspirerend Copilot event in Bergschenhoek. Het werd een waardevolle middag waarin kennisdeling, praktijkervaring en ontmoeting centraal stonden.

Tijdens deze kennissessie kregen deelnemers inzicht in de praktische toepassingen van Microsoft Copilot. Hoe zet je AI slim én veilig in binnen je organisatie? En hoe zorg je ervoor dat het daadwerkelijk tijd oplevert in het dagelijkse werk? Deze vragen stonden centraal en werden vertaald naar concrete voorbeelden uit de praktijk.

Van het snel terugvinden van informatie en het uitwerken van meetings tot het efficiënter schrijven van teksten: de herkenning onder deelnemers was groot en de inzichten bleken direct toepasbaar. De combinatie van inspiratie, hands-on voorbeelden en aandacht voor AI & security zorgde voor een sterk en compleet programma.

Het event onderstreepte dat steeds meer organisaties bewust bezig zijn met de inzet van AI – en vooral met de vraag hoe deze technologie optimaal benut kan worden.

Wij danken Judith Littel en het team van Promax IT voor de gastvrijheid en de prettige samenwerking.

Bekijk hier de PowerPoint-presentatie van het event
Bekijk hieronder de foto’s van de middag.

Op donderdag 19 maart kwamen bestuurders, DGA’s en toezichthouders bijeen bij Lefebvre Sdu in Den Haag voor de bijeenkomst “Van strategie naar actie: Tech compliance in de bestuurskamer”. Een middag die volledig in het teken stond van een vraag die steeds urgenter wordt: hoe vertaal je technologische ontwikkelingen en toenemende regelgeving naar concrete bestuurlijke actie?

De opkomst en betrokkenheid onderstreepten de actualiteit van het thema. Cybersecurity, AI en wetgeving zoals NIS2 raken direct aan strategie, governance en toezicht – en vragen om duidelijke keuzes in de bestuurskamer.

Van inzicht naar handelingsperspectief

Onder leiding van dagvoorzitter Reny Stark werd het gesprek gevoerd over de rol van bestuurders in een snel veranderend technologisch landschap. Bas Zuidwijk (Lefebvre Sdu) nam de deelnemers mee in de impact van AI op organisaties en de noodzaak van duidelijke governance. Daarbij stond niet alleen de technologie centraal, maar juist de vraag: hoe organiseer je dit goed op bestuursniveau?

In haar bijdrage gaf Reny Stark concrete handvatten voor tech compliance richting 2026. Geen abstracte kaders, maar praktische actiepunten waar bestuurders direct mee aan de slag kunnen.

De praktijk aan tafel

Tijdens de interactieve paneldiscussie deelden Irene Flotman, Fiona van der Graaf, Marcel Jutte en Shelina Bosma hun ervaringen vanuit de praktijk. De rode draad: begin klein, maar begin wél. Digitale weerbaarheid hoeft niet complex te zijn, maar vraagt wel om bewustzijn en eigenaarschap binnen de organisatie.

Zo benadrukte Marcel Jutte hoe belangrijk het is om eerst de basis op orde te hebben: inzicht in systemen, toegangen en processen. Wie weet bijvoorbeeld nog alle wachtwoorden of heeft een actueel overzicht van kritische contactgegevens?

Ook kwam duidelijk naar voren dat bestuurders zoeken naar houvast: waar begin je, wie betrek je en hoe maak je het onderwerp concreet binnen je organisatie?

Van ‘ver-van-mijn-bed’ naar concrete stappen

Dat de bijeenkomst hierin voorziet, bleek uit de reactie van deelnemer Joke Brouwer (Brouwer Tours / Taxi Brouwer):

“Het voelde eerst als een ver-van-mijn-bed-show, maar door deze sessie krijg je handvatten om er echt mee aan de slag te gaan binnen je organisatie. We zijn er al mee bezig, maar dit motiveert om er nog serieuzer stappen in te zetten, juist ook samen met medewerkers.”

Samen bouwen aan digitale weerbaarheid

De kracht van de middag zat in de combinatie van inhoud, praktijkervaring en open uitwisseling. Door kennis te delen en ervaringen uit te wisselen, ontstaat er niet alleen meer inzicht, maar ook de beweging richting actie – precies wat nodig is in deze tijd.

Wij danken alle sprekers, panelleden en deelnemers voor hun waardevolle bijdrage, en Lefebvre Sdu voor de gastvrijheid.

Meer informatie en vervolg

  • Wil je verder aan de slag met thema’s als privacy, AI en cybersecurity? Op donderdag 2 april 2026 organiseert Sdu de bijeenkomst Privacy Inside op het kantoor van Lexence in Amsterdam. Onder leiding van Reny Stark gaan privacy- en AI-experts van onder andere Signify, Lidl en Heineken in gesprek over hun ervaringen, dilemma’s en lessons learned. Geen abstracte theorie, maar direct toepasbare inzichten voor jouw organisatie. Deelname is kosteloos met vouchercode VNO-NCW100 (in te vullen bij betaling). Meer informatie en aanmelden: https://www.sdujuridischeopleidingen.nl/producten/9101/privacy-inside
  • Daarnaast delen we graag de Handreiking Cybersecurity voor bestuurders en bedrijfseigenaren van de Cyber Security Raad. Deze handreiking biedt praktische ondersteuning om meer grip te krijgen op digitale weerbaarheid en helpt bestuurders bij hun groeiende verantwoordelijkheid op dit vlak.

 

Het debat werd georganiseerd door Glastuinbouw Westland, MKB Westland en VNO-NCW Westland-Delfland en bracht politiek en bedrijfsleven samen rond thema’s die voor ondernemers cruciaal zijn. Onder andere bereikbaarheid, ruimte voor bedrijvigheid, regelgeving en economische ontwikkeling stonden centraal.

Tijdens de avond kregen ondernemers de kans om hun zorgen, verwachtingen en ambities rechtstreeks met de politieke partijen te delen. De lijsttrekkers reageerden op vragen uit de zaal en gingen met elkaar in discussie over hoe Westland zich de komende jaren moet ontwikkelen als sterke economische regio.

Het debat maakte duidelijk dat ondernemerschap een belangrijk thema blijft richting de verkiezingen. Voor het Westlandse bedrijfsleven staat veel op het spel: van ruimte voor groei, bereikbaarheid, arbeidsmarkt, energietransitie en woningbouw tot een aantrekkelijk ondernemersklimaat.

Daarom stond tijdens het debat één vraag centraal: welke partij verdient het vertrouwen van ondernemers de komende vier jaar?

In plaats van verkiezingsretoriek kregen de lijsttrekkers concrete thema’s voorgelegd. Zo werd gesproken over de behoefte aan een betrouwbare overheid met duidelijk en consistent beleid voor ondernemers. Ook bereikbaarheid en mobiliteit kwamen aan bod, met discussie over de balans tussen auto, openbaar vervoer en regionale verbindingen.

Tot slot werd gedebatteerd over ruimte voor bedrijven en de toekomst van de glastuinbouw, en hoe Westland economische ruimte kan behouden terwijl de druk op woningbouw en andere ruimtelijke ontwikkelingen toeneemt.

Aan het einde van de avond werd gepeild op welke partij de aanwezige ondernemers zouden stemmen. VVD Westland wist daarbij het meeste vertrouwen te winnen en kwam als winnaar van het ondernemersdebat uit de bus, gevolgd door GBW (GemeenteBelang Westland).

Met de Gemeenteraadsverkiezingen 2026 in zicht liet de avond zien dat ondernemers duidelijke verwachtingen hebben van de lokale politiek: een betrouwbare overheid die ruimte geeft aan ondernemerschap en werkt aan een sterk en toekomstbestendig Westland.

De organiserende partijen Glastuinbouw Westland, MKB Westland en VNO-NCW Westland-Delfland benadrukten daarbij dat zij nadrukkelijk de hand uitsteken naar de lokale politiek. Het Westlandse bedrijfsleven wil samen met de politiek werken aan een gezamenlijke visie op de toekomst van Westland, waarin economische kracht, ruimte voor ondernemerschap en een leefbare gemeente hand in hand gaan.

Op 10 maart organiseerden VNO-NCW Regio Rotterdam en MKB Rotterdam Rijnmond, samen met onder andere Bouwend Rijnmond en Koninklijke Horeca Nederland Regio Rotterdam, het Rotterdamse Ondernemersdebat: ‘Rotterdam. Sterker door Ondernemers.’ Het debat stond onder leiding van journalist Floor Bremer en vond plaats in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026.

Tijdens het debat gingen lijsttrekkers van VVD, GroenLinks-PvdA, Leefbaar Rotterdam, CDA, D66, DENK, JOU en Volt met elkaar en met ondernemers in gesprek over het ondernemersklimaat in de stad. Politieke keuzes op het gebied van economie, ruimte voor bedrijven en samenwerking met ondernemers zijn bepalend voor de toekomst van Rotterdam.

Centraal in het gesprek stond het manifest ‘Van Winkelstraat tot Wereldmarkt – Rotterdam draait op ondernemers’, dat eerder door VNO-NCW Regio Rotterdam en MKB Rotterdam Rijnmond werd overhandigd. In dit manifest doen we tien aanbevelingen aan de Rotterdamse politiek. Daarbij vragen we onder meer aandacht voor voldoende ruimte voor bedrijvigheid, een sterke arbeidsmarkt met aandacht voor onderwijs en ontwikkeling, goede bereikbaarheid van bedrijventerreinen en een structurele dialoog tussen gemeente en ondernemers.

De lijsttrekkers kregen tijdens het debat de gelegenheid om te reageren op de aanbevelingen uit het manifest, vragen uit de zaal en verschillende stellingen. Daarmee ontstond een levendig gesprek over de rol van ondernemers in een toekomstbestendig Rotterdam.

Het debat bood ondernemers een waardevolle kans om direct met de Rotterdamse politiek in gesprek te gaan over de toekomst van de stad en het belang van een sterke economie. De bijeenkomst werd afgesloten met een netwerkborrel, waar deelnemers de discussie verder konden voortzetten.

De foto’s, gemaakt door Mirjam Lems, zijn hier te bekijken. Mocht je de foto’s voor commerciële doeleinden willen gebruiken, neem dan contact op met Mirjam.

Tijdens de twaalfde editie van het Human Capital Event, op donderdag 27 november, van VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam stond één vraag centraal: hoe zorgen we in een structureel krappe arbeidsmarkt voor meer productiviteit, veerkracht én menselijkheid? Na de opening door Han Mesters, gastheer namens ABN AMRO heette VNO-NCW MRA voorzitter Haico Spijkerboer de aanwezigen welkom. Hij haakte aan bij de bredere discussies over de arbeidsmarkt, onder meer aangezwengeld door Jeroen Tiel (Randstad) eerder die week, en benadrukte hoe belangrijk het is om dit gesprek regionaal te voeren. Spijkerboer nodigde deelnemers nadrukkelijk uit om zich te verbinden aan VNO-NCW in de regio waar zij actief zijn, om dit soort bijeenkomsten en netwerken structureel verder te brengen. Vervolgens gaf hij het woord aan Lucas van Wees oprichter van het Human Capital Netwerk.
Lucas legde de aanwezigen uit dat het Human Capital Netwerk zich, anders dan andere HR-bijeenkomsten, richt op beweging: op mensen, gedrag en leiderschap voorbij regelgeving en structuren. Van Wees benadrukte dat de gekozen sprekers – Steven Gudde, Simone van Erp en Caroline Tervoort – juist zijn uitgenodigd omdat zij contrasterende perspectieven vertegenwoordigen en daarmee helpen om deelnemers uit hun comfortzone te halen.

De eerste inhoudelijke bijdrage kwam van Steven Gudde (Olympia), die met een persoonlijke vertelling begon over zijn zus en de impact van echte aandacht op een kwetsbaar moment. Die anekdote mondde uit in een scherpe analyse van de huidige arbeidsmarkt. Volgens Gudde is niet de “arbeidsschaarste” het echte probleem, maar een “werkgeverschaarste”: werkgevers slagen er onvoldoende in om arbeidsvoorwaarden te bieden waarin mensen daadwerkelijk willen en kúnnen werken. Achter cijfers over onbenut arbeidspotentieel gaat een veel complexer verhaal schuil van mensen die wel willen, maar geen passend aanbod vinden, of vastlopen in banen en contexten die hen geen ruimte geven.

Gudde verbond deze analyse aan de bredere economische discussie over arbeidsaanbod en arbeidsproductiviteit. Terwijl de participatiegraad historisch hoog is, blijft de productiviteitsgroei achter. De reflex om dat op te lossen met nog meer procesoptimalisatie en technologie, werkt volgens hem vaak averechts: als alle marge uit het persoonlijke presteren wordt geperst, neemt de werkdruk toe, stijgt het verzuim en raken mensen uit beeld. Ook rondom AI en automatisering klonk een waarschuwing. Natuurlijk kan technologie veel, maar als instapbanen verdwijnen en AI vooral middelmatige inhoud glad polijst ten koste van de ontvanger, organiseer je op langere termijn je eigen onvermogen. Vertrouwen tussen collega’s kan erdoor afnemen en de beloofde efficiëntiewinst blijft in de praktijk achter.

De sleutel ligt volgens Gudde niet in nóg meer technologie, maar in sociale innovatie. Hij pleitte ervoor om opnieuw te kijken naar de “contracten” tussen werkgever en werknemer. Naast het transactionele, juridische contract – salaris, uren, voorwaarden – zijn het relationele en psychologische contract minstens zo belangrijk: cultuur, leiderschap, ontwikkelkansen, regie. En daarbovenop komt een laag van zingeving: waarom doe ik dit werk, voor wie maak ik verschil, waarom ben ik hier welkom? Onderzoek laat zien dat tevreden medewerkers productief zijn, maar betrokken en bevlogen medewerkers aanzienlijk méér bijdragen, minder ziek zijn en langer blijven. De kernboodschap van Gudde: als werkgevers serieus werk maken van aandacht, betekenis en goede arbeidsrelaties, lossen ze tegelijk hun participatieprobleem én hun productiviteitsprobleem op.

Simone van Erp van Team Rockstars IT borduurde hier naadloos op voort, vanuit het perspectief van een organisatie die werkgeluk bewust centraal heeft gezet in haar strategie. In de zaal maakte Simone het thema werkgeluk meteen concreet door deelnemers te vragen hun eigen werkgeluk te “raten” en kort te delen wat daaraan bijdraagt. Daarbij kwamen bekende, maar vaak onderschatte factoren naar boven: fijne collega’s, autonomie, ruimte om je vak goed uit te oefenen, flexibiliteit in waar en wanneer je werkt.

Aan de hand van voorbeelden uit Team Rockstars IT liet Simone zien hoe ogenschijnlijk kleine dingen een groot effect hebben. Een informeel “lief-en-leedteam” dat bij belangrijke gebeurtenissen in het leven van collega’s iets attents doet, wordt in exitgesprekken keer op keer genoemd als bepalende ervaring. Tegelijkertijd liet ze zien dat een cultuur van radicale openheid en werkgeluk ook spanningen kent. De interne discussie rond het sponsorschap van Ajax bijvoorbeeld, leverde onverwacht felle reacties op. Door daar niet defensief maar inhoudelijk en transparant op te reageren, wist de organisatie het vertrouwen juist te versterken.

Daarnaast stond Simone uitgebreid stil bij de impact van AI op werk en werkgeluk in een techorganisatie. Via een halfjaarlijkse “AI & happiness”-survey volgt Team Rockstars hoe medewerkers AI ervaren. De inzichten zijn dubbel: het vertrouwen in baanzekerheid is afgenomen, terwijl een grote groep tegelijkertijd aangeeft meer te leren, beter te presteren en meer plezier in het werk te hebben door de inzet van AI-tools. Voor Simone is dat precies waarom werkgevers hierover actief in gesprek moeten blijven: mensen moeten snappen welke impact AI op hun vak heeft, welke vaardigheden ze moeten ontwikkelen en waar reële zorgen liggen. Werkgevers hebben daarin een verantwoordelijkheid om zowel perspectief te bieden als ongemak serieus te nemen.

Tot slot nam Caroline Tervoort (KPMG) de zaal mee naar een toekomstbeeld waarin AI nog veel dieper in organisaties verweven is. Zij introduceerde “Avery”, een AI-CEO van een zogenoemde zero person company: een experimentele onderneming zonder personeel, waarin AI-agenten zelfstandig bedrijfsprocessen uitvoeren. In een live gesprek met deze digitale “CEO” werd al snel duidelijk dat de technologie indrukwekkend én onvolmaakt is. Precies dat spanningsveld gebruikte Caroline om een belangrijk onderscheid te maken tussen AI voor persoonlijke productiviteit en AI voor het inrichten van bedrijfsprocessen. In het eerste geval stelt de mens de vragen; in het tweede geval draait de verhouding om en stelt AI de vragen aan de mens.

Tervoort schetste het principe van de “human on the loop” in plaats van “in the loop”: als je AI-agenten maximale effectiviteit gunt, moet je het proces niet voortdurend laten onderbreken door menselijke tussenkomst, maar als mens erbovenop zitten voor kaderstelling, controle en correctie. Agenten kunnen parallel in meerdere “meetings” aanwezig zijn, dag en nacht doorwerken en putten uit enorme hoeveelheden data. Dat opent nieuwe mogelijkheden, maar roept ook vragen op over betrouwbaarheid, taakafbakening en governance. Onderzoek laat zien dat AI-agenten snel onbetrouwbaar worden als ze werken vanuit te brede, antropomorf geformuleerde rollen, zoals een generieke CEO-functiebeschrijving. Het dwingt organisaties om veel scherper te definiëren welke taken je automatiseert, welke beslissingen je bij mensen houdt en welke waarden je niet wilt uitbesteden aan algoritmes.

Na de interessante bijdragen van de sprekers was het tijd voor de paneldiscussie, waar ook Haico Spijkerboer aan deelnam. Met prikkelende vragen, aangedragen door de sprekers, kwam een discussie op gang over de impact van AI, diversiteit en inclusiviteit op de werkvloer en de echte oplossing voor het arbeidstekort.

Over de hele middag heen ontstond zo een rijk, gelaagd beeld van de toekomst van human capital. Waar Steven Gudde de vinger legde bij de relatiecrisis tussen werkgevers en werknemers, liet Simone van Erp zien hoe werkgeluk als hard bedrijfsmiddel kan werken, en waarschuwde Caroline Tervoort dat de komst van autonome AI-agenten vraagt om nieuw leiderschap en scherpe keuzes. De rode draad: de toekomst van werk gaat niet alleen over technologie, krapte en systemen, maar vooral over mensen – over aandacht, betekenis, vertrouwen en de manier waarop mens en machine samen waarde creëren.

Fotoserie 1 door Bastiaan van Musscher

Fotoserie 2 door Bastiaan van Musscher

Op dinsdag 25 november kwam de Metropoolregio Amsterdam met een brede delegatie van bedrijven, kennisinstellingen en bestuurders naar Den Haag voor een stevig gesprek over één centrale vraag: hoe houden we het concurrentievermogen van Nederland op peil in een snel veranderende wereld? In een middag vol scherpe analyses en concrete voorbeelden lieten toonaangevende sprekers uit bedrijfsleven, zorg, technologie, luchtvaart en overheid zien wat er nodig is om te blijven investeren in groei, innovatie en brede welvaart. 

Van arbeidsmarkt en talentontwikkeling tot zorginnovatie, digitalisering, internationale bereikbaarheid en een eerlijk Europees speelveld: steeds klonk dezelfde boodschap door. De MRA is nu een krachtige economische motor, maar wil Nederland ook in de toekomst aantrekkelijk blijven voor bedrijven, talent en investeringen, dan zijn gerichte keuzes en gezamenlijke actie onontkoombaar.

Ingrid Thijssen, voorzitter VNO-NCW, opende de middag 

Ingrid Thijssen blikte terug op haar periode van 5,5 jaar waarin zij inmiddels met drie verschillende formaties te maken heeft gehad. Het is volgens haar veel prettiger en effectiever om met één stabiel kabinet te werken; die stabiliteit ontbrak de afgelopen jaren. Hoewel de sfeer aan de formatietafel goed was, blijft zij zorgen houden over het uitblijven van investeringen in de economie. Want, zo benadrukte ze: “Hebben we straks nog wel genoeg bedrijven om al onze publieke voorzieningen te blijven betalen, van agenten tot zorgmedewerkers?” 

Nederland scoort volgens Thijssen structureel slecht op het omscholen en bijscholen (reskilling en upskilling) van werknemers. Dat is problematisch, omdat we naar een economie moeten die draait op hoge productiviteit, terwijl het aantal beschikbare werknemers afneemt. Kenniswerkers spelen daarin een cruciale rol: zij zijn onmisbaar voor de economie die Nederland wil zijn, en dus moeten we hen hartelijk blijven verwelkomen. 

Daarnaast wees Thijssen op het belang van de MRA als AI-hub. Amsterdam heeft volgens haar de potentie om de eerste echte AI-regio van Europa te worden, maar dat vraagt wel om actief faciliteren. De rol van Schiphol is in dat geheel essentieel: bedrijven noemen de luchthaven steevast als eerste reden om zich in Nederland te vestigen, zowel voor de bereikbaarheid van kenniswerkers als voor logistiek. Ze waarschuwde voor een neerwaartse spiraal, zoals eerder gebeurde in bijvoorbeeld Kopenhagen, als Nederland te makkelijk denkt over de luchtvaart. De luchtvaartsector zal in de toekomst wereldwijd verdubbelen; veel beter is het om KLM en Schiphol te helpen vergroenen, zodat Nederland een voorbeeld kan worden.  

Jeroen Tiel, CEO van Randstad Nederland sloot zich bij deze boodschap aan 

Jeroen Tiel benadrukte dat de arbeidsmarkt kampt met zowel een kwantitatief als kwalitatief tekort. Nederland mist een duidelijke arbeidsbegroting die vraag en aanbod in balans brengt. Volgens Tiel moeten we fundamenteel verschuiven van contractzekerheid naar werkzekerheid: het gaat om vaardigheden, niet om de vorm van het contract. Investeren in skills, opleidingen en mobiliteit is daarom essentieel. 

Hij pleitte voor moderne arbeidsmarkten met wendbare spelregels, meer focus op technologie en AI, en een cultuur waarin het normaal is dat werknemers zich omscholen naar sectoren waar ze harder nodig zijn: “Hoe mooi zou het zijn als bedrijven zeggen: 20% van onze mensen leiden we om voor werk in een andere sector?” 

Elke economische regio heeft volgens Tiel de verantwoordelijkheid om te voorkomen dat mensen buiten de samenleving raken. Om dat te doen, moeten overheid, onderwijs en werkgevers intensiever samenwerken aan een toekomstbestendige arbeidsmarkt.  

Vervolgens gaf Barbara Baarsma, hoofdeconoom bij PwC, de key note 

Baarsma schetste tijdens de bijeenkomst een beeld van de economische groeikansen van Nederland en de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Volgens haar draait groei uiteindelijk om twee factoren: arbeidsaanbod en arbeidsproductiviteit. De afgelopen tien jaar kwam maar liefst 80% van de economische groei uit een groter arbeidsaanbod, vooral door de hogere AOW-leeftijd en arbeidsmigratie. De productiviteitsgroei bleef steken op slechts 0,4% per jaar, veel te laag om toekomstige zorg-, onderwijs- en defensie-uitgaven te kunnen dragen. 

Omdat het arbeidsaanbod de komende jaren nauwelijks zal toenemen, moet de groei vooral komen van hogere productiviteit. Dat vraagt volgens Baarsma om een grote herallocatie van schaarse productiefactoren: ruimte, arbeid, milieuruimte en infrastructuur zijn allemaal “op”. Nederland moet daarom vol inzetten op koplopers in álle sectoren en ruimte maken voor creatieve destructie: afscheid nemen van laagproductieve activiteiten en investeren in hoogproductieve bedrijven en innovaties. 

Voor de MRA ziet Baarsma zowel een sterke uitgangspositie als een duidelijke waarschuwing. De regio levert een groot deel van het Nederlandse BBP en heeft een krachtig, divers ecosysteem vol talent en kennis. Maar die positie is niet vanzelfsprekend: andere Europese regio’s bewegen sneller, en indicatoren laten zien dat Amsterdam op onderdelen – zoals kennisvalorisatie en innovatiekracht – al licht terugzakt. 

Haar boodschap aan de MRA was dan ook helder: rust niet op je lauweren. Blijf vernieuwen, koester talent, verbeter bereikbaarheid en blijf bouwen aan sterke ecosystemen, zoals fintech, climate tech, energy en food & agri. Alleen dan kan de regio haar cruciale bijdrage aan de brede welvaart van Nederland vasthouden. 

Verschillende sprekers uit het bedrijfsleven van de Metropoolregio Amsterdam deelden hun visie:

Thomas Leenders – Head of Government & Public Affairs Benelux   

In het blok over zorginnovatie Thomas Leenders zien hoe cruciaal de samenwerking is tussen bedrijven, kennisinstellingen en ziekenhuizen om medische doorbraken naar de markt te brengen. Zijn boodschap was helder: alleen door langs de hele keten samen te innoveren kan Nederland wereldwijd impact blijven maken in de gezondheidszorg. 

Thomas benadrukte dat bedrijven pas kunnen concurreren wanneer de overheid de juiste innovatie-instrumenten in stand houdt, zoals de WBSO, de Innovatiebox en regelingen om internationaal talent aan te trekken. Talent is volgens hem dé sleutel tot vooruitgang. Hij liet voorbeelden zien van technische en klinische testbeds, zoals de ontwikkeling van autonome MRI, waar bedrijven en ziekenhuizen (van Eindhoven tot Amsterdam) samen nieuwe zorgtechnologie testen en klaarstomen voor de praktijk. 

Arjen Brussaard – Vice-Decaan Valorisation & Chief Impact Officer Amsterdam UMC 

Arjen Brussard schetste het Amsterdam UMC als een volwaardig zorg-, opleidings-, onderzoeks- én valorisatiebedrijf. De regio is een Europese topregio in Life Sciences & Health, met 25% van alle Nederlandse LSH-R&D en zo’n 190 biotech- en farmabedrijven. Toch ziet hij grote uitdagingen: de zorg loopt vast, spin-outs vanuit kennisinstellingen blijven achter en de druk op werkgelegenheid neemt toe. Juist daarom investeert Amsterdam UMC in concrete toepassingen, zoals het Amsterdam Skills Center (voor high-end chirurgische training en robotica) en nieuwe vormen van diagnostiek buiten het ziekenhuis in samenwerking met het MKB — innovaties die zorgkosten moeten verlagen en de druk op ziekenhuizen verminderen. 

De conclusie: zorginnovatie is geen kostenpost, maar een investering in toekomstige gezondheid, arbeidsvitaliteit en het verdienvermogen van Nederland. De bal ligt nu mede bij Den Haag om hier structureel op in te zetten. 

Ingo Uytdehaage – CO-CEO Adyen 

Vanuit Adyen werd benadrukt dat Amsterdam, ondanks terechte kritiek, nog altijd één van de beste plekken ter wereld is om een internationaal technologiebedrijf op te bouwen. In de afgelopen 15 jaar groeide Adyen vanuit Amsterdam naar 5.000 medewerkers, 2 miljard omzet en 1 miljard winst, met inmiddels 30 kantoren wereldwijd. Toch uitte Adyen een duidelijke zorg: Nederland past Europese regels regelmatig strenger toe dan vereist: de zogeheten goldplating. Een concreet voorbeeld is de wet ter voorkoming van witwassen, waarvan bepaalde verplichtingen wereldwijd moeten worden toegepast. Dat maakt internationaal schalen moeilijker en zet de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven onder druk. De oproep was helder: stop met goldplating en houd nationale wetgeving in lijn met Europese richtlijnen, zodat bedrijven niet op achterstand worden gezet. 

Maarten Teepen – Corporate Director Key Product Unit ASMI 

Daarna schetste ASMI, producent van machines voor de wereldwijde chipindustrie en gevestigd in Almere, hoe belangrijk een stabiel investeringsklimaat is voor deeptechbedrijven. ASMI investeert jaarlijks zo’n 15% van de omzet in R&D, in trajecten die soms vijf tot acht jaar duren voordat ze rendement opleveren. Daarbij is de sector sterk afhankelijk van een internationaal ecosysteem van universiteiten, leveranciers en talent. Twee derde van de medewerkers komt van buiten Nederland, mede dankzij de aantrekkelijkheid van de regio, toegankelijkheid via Schiphol en de regelingen voor kennismigranten. 

Maar ook ASMI ziet knelpunten: ruimtelijke beperkingen, het stikstofdossier, belastingen en complexe regelgeving zetten druk op de internationale concurrentiepositie. Nederland is, zo stelde ASMI, vaak “het braafste jongetje van de klas”, waardoor bedrijven hier eerder met nadelen worden geconfronteerd dan in andere landen. Alleen met een gelijk speelveld in Europa en daarbuiten, voldoende ruimte voor groei en samenwerking met overheden, kunnen bedrijven blijven investeren in Nederland. 

Esmé Valk – Executive Director Human Resources bij Schiphol 

Tijdens de bijeenkomst schetste Esmé Valk hoe cruciaal een sterke internationale luchthaven is voor het vestigingsklimaat. Jarenlang stond Schiphol bovenaan de lijst van Europese hub-luchthavens, maar inmiddels is de luchthaven teruggevallen naar plek 8 van de 8. Dat is zorgelijk, zei zij, omdat zo’n 11.000 internationale organisaties in Nederland, van grote bedrijven als Heineken, Microsoft en Rituals tot defensie en innovatieve industrie, afhankelijk zijn van een goed netwerk van bestemmingen en soepele doorstroming. 

Valk lichtte de nieuwe 10-jarenstrategie toe, waarin Schiphol de komende jaren 10 miljard euro investeert in concurrentievermogen: in infrastructuur, verduurzaming én betere arbeidsomstandigheden voor de circa 70.000 mensen die op het luchthaventerrein werken. Ze gaf twee grote thema’s aan: het terugdringen van fysieke belasting (bijvoorbeeld via tilhulpen voor zware koffers) en het verbeteren van de luchtkwaliteit door de blootstelling aan ultrafijnstof terug te dringen. Schiphol ontwikkelt daarvoor een nieuw logistiek concept waarbij vliegtuigen verder van de werkplek worden gesleept. Een wereldwijde primeur, maar ook een risico voor het gelijke speelveld in Europa, omdat andere luchthavens deze stappen nog niet zetten. Haar oproep aan een nieuw kabinet: zorg voor een level playing field, zodat koplopers in duurzaamheid en arbeidsomstandigheden niet worden afgestraft. 

Anne Jaakke – CHRO Rituals 

Daarna liet de Anne Jaakke zien hoe innovatie en welzijn hand in hand kunnen gaan. Rituals bestaat 25 jaar, heeft inmiddels 14.000 medewerkers in 33 landen en investeert zwaar in zowel product- en klantervaring als in een sterke cultuur van “play to win” én “love to care”. Voor elkaar, voor de planeet en voor de volgende generatie. Zo investeert het bedrijf 10% van de nettowinst in natuurbehoud en de mentale gezondheid van kinderen. 

Vanuit werkgeversperspectief deed zij drie concrete suggesties voor de regio. Ten eerste: ontwikkel een sterker narratief en merkverhaal waarin Amsterdam en de MRA zich niet alleen presenteren als toeristische hotspot, maar vooral als talentmagneet en kennisregio, vergelijkbaar met bijvoorbeeld Brainport. Ten tweede: denk samen met werkgevers en gemeenten na over tijdelijke, betaalbare huisvesting en kenniscentra voor (internationaal) talent en young graduates, zodat zij kunnen bijdragen aan de kenniseconomie. En ten derde: investeer meer in groen en ‘urban oases’ in de stad, plekken waar mensen tot rust kunnen komen en daarna weer met energie verder kunnen, essentieel voor duurzame prestaties en welzijn. 

Femke Halsema sloot de dag af

Burgemeester, voorzitter van Metropoolregio Amsterdam én Amsterdam Economic Board Femke Halsema sloot de bijeenkomst af met een duidelijke boodschap over de kracht én verantwoordelijkheid van de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Ze benadrukte dat de regio, een conglomeraat van 30 gemeenten, twee provincies en vele bedrijven en kennisinstellingen, eensgezind naar Den Haag was gekomen.

Halsema erkende dat de regio soms kampt met het imago van eigenzinnigheid en afstand tot Den Haag, wat de samenwerking in het verleden bemoeilijkte. Maar juist nu, na de val van het kabinet, liggen er kansen om de relaties aanzienlijk te versterken. De MRA is sterk met AI, tech, health-innovaties, circulaire industrie en internationale verbindingen maar Halsema waarschuwde: de regio mag niet op haar lauweren rusten. Er zijn signalen van terugval en dat vraagt om gezamenlijke investeringen door overheden, bedrijven en kennisinstellingen. 

Ze verwees naar het recente rapport van EU-commissaris Mario Draghi, waarin stedelijke regio’s worden aangewezen als de motoren van Europa’s toekomstige economische kracht. Geopolitieke druk en internationale concurrentie maken het essentieel dat Europese regio’s sterker samenwerken en dat hun positie richting nationale overheden verbetert. Daarom moet de relatie tussen stedelijke regio’s en Den Haag omhoog op de nationale agenda. 

Halsema benadrukte dat regio’s elkaar niet moeten beconcurreren maar juist versterken. Zo kunnen Eindhoven en de A2-regio de “hardware” van moderne technologie leveren, terwijl Amsterdam de “software” ontwikkelt, mits er goede samenwerking is. Haar oproep aan een nieuw kabinet was dan ook helder: investeer samen met de regio in innovatie, digitale infrastructuur, talentontwikkeling en cruciale projecten, zoals het Zuidasdok, waterstofinitiatieven, een energiehaven in de IJmond en het doortrekken van de Noord/Zuidlijn naar Hoofddorp. 

De MRA levert 22% van het Nederlandse BBP en huisvest 15% van de bevolking; het is een economische motor van nationaal belang. Investeren in de regio is daarmee geen regionale wens, maar een noodzakelijke investering in de brede welvaart van Nederland. Halsema sloot af met de uitnodiging om de dialoog te vervolgen en samen te blijven werken aan een sterk Nederlands vestigings- en investeringsklimaat. 

 Tot slot

De bijdragen van alle sprekers laten een consistent beeld zien: Nederland beschikt over een uitzonderlijk sterk ecosysteem van bedrijven, kennisinstellingen en infrastructuur, maar de rek is eruit als we niet tijdig en gericht investeren. Dat vraagt om een betrouwbare en voorspelbare overheid, om modernisering van regels en instrumenten, om durf tot innovatie én om een lange adem. 

De Metropoolregio Amsterdam neemt daarin nadrukkelijk haar verantwoordelijkheid – als proeftuin voor nieuwe oplossingen, als magneet voor talent en als motor voor economische groei. Maar die rol kan de regio alleen waarmaken in nauwe samenwerking met Den Haag en andere regio’s. Investeren in het concurrentievermogen van de MRA ís investeren in het verdienvermogen van Nederland als geheel. De oproep vanuit deze bijeenkomst is dan ook helder: benut de eensgezindheid die hier is getoond, en vertaal die in concrete besluiten waarmee we samen de basis leggen voor de economie van morgen. 

De foto’s, gemaakt door Daniel Verkijk, zijn hier te bekijken en downloaden:

Op 17 september verzamelden ondernemers, bestuurders en experts zich in het AFAS Circustheater Scheveningen voor het jaarlijkse Miljoenenontbijt van MKB Den Haag, de Gemeente Den Haag, VNO-NCW Regio Den Haag en partner Moore DRV. Traditiegetrouw de ochtend na Prinsjesdag stonden de kabinetsplannen centraal: wat betekenen ze voor ondernemers in onze regio, en hoe bereiden we ons voor op het komende jaar?

Stem van de ondernemer: behoefte aan stabiliteit

De ochtend begon met het ophalen van signalen uit de zaal. De boodschap van ondernemers was helder: voorspelbaar en consistent beleid is hard nodig. “De (on)voorspelbaarheid van de politiek is lastig. Ondernemers willen visie naar de toekomst, niet steeds gegrepen door de waan van de dag.” klonk het uit de zaal. Ook de krapte op de arbeidsmarkt en de regeldruk werden veelvuldig genoemd als zorgen.

Politiek perspectief

Minister Sophie Hermans (Klimaat en Groene Groei) benadrukte dat Nederland niet tot stilstand mag komen. Ze wees op de cruciale rol van energie voor zowel de concurrentiepositie als onze veiligheid. “We kunnen alleen geld uitgeven als het eerst wordt verdiend.” Dat vraagt om keuzes, ook in een demissionaire periode.

Wethouder Nur Icar (MKB, Werk en Participatie) belichtte de rol van de gemeente Den Haag, met nieuwe bedrijfscontactfunctionarissen die ondernemers actief opzoeken en hulp bieden bij vergunningen, regeldruk en het benutten van talent in de stad.

Ondernemersklimaat onder druk

VNO-NCW-voorzitter Ingrid Thijssen gaf duiding bij de Miljoenennota vanuit ondernemersperspectief. Zij wees op de stagnerende productiviteitsgroei, hoge energiekosten en de toenemende regeldruk. “Uit onze peiling blijkt dat 90% van de ondernemers geen vertrouwen meer heeft in de politiek. Investeringen drogen op en bedrijven verplaatsen hun activiteiten naar het buitenland.” Om problemen op te lossen hebben we weer een langetermijnvisie nodig van 10 jaar.

Toch was haar boodschap ook hoopvol: Nederland heeft alles in huis om economisch sterk te blijven. Een gunstige ligging, goed opgeleide bevolking en innovatieve ondernemers.

Financiële impact voor ondernemers

Rogier van Soest, directeur fiscaal bij Moore DRV, gaf dit jaar inzicht in de fiscale gevolgen van de miljoennota. Hij wees erop dat het belastingplan 2026 vooral voor IB-ondernemers zwaarder zal uitvallen en dat innovatieregelingen minder aantrekkelijk worden. Zijn advies aan ondernemers: blijf goed geïnformeerd en anticipeer tijdig op de veranderingen.

Meer dan cijfers alleen

Naast de inhoud bood de ochtend ook ruimte voor ontmoeting en uitwisseling. Van een gezamenlijk ontbijt tot een afsluitend muzikaal intermezzo: het Miljoenenontbijt liet opnieuw zien hoe waardevol het is om samen te komen als ondernemersnetwerk in de regio.

Wij danken alle sprekers en aanwezige leden voor hun bijdrage! Een speciaal woord van dank aan MKB Den Haag, de Gemeente Den Haag en onze partner Moore DRV.

 

Alle foto’s zijn gemaakt door Sarah Vlekke van Fotostudio Vlekke, en te bekijken via deze link.

Ben je nog geen lid van VNO-NCW Regio Den Haag, maar wel nieuwsgierig naar wat ons netwerk voor jouw onderneming kan betekenen? Lees verder over ons netwerk: Regio Den Haag – VNO-NCW West

Het Rotterdams Ondernemersontbijt op het SS Rotterdam stond in het teken van jong talent, stageplekken en generatie Z. Hoe kun je deze jongeren tot en met 28 jaar beter begrijpen én benutten. Talent aantrekken in een krappe arbeidsmarkt is een ding, maar hoe houd je ze ook vast? Dit verslag blikt terug op de bijeenkomst.

Gen Z’er student Aaliyah

“Voor Gen Z is het belangrijk dat ze hun mening kunnen uiten en daarin serieus worden genomen. We zoeken openheid, echte verbinding en waardering. Het is prettig als werkgevers luisteren, meedenken en meeleven en onze inbreng niet wegwuiven. Vraag wat we belangrijk vinden en geef daar aandacht aan.”

Gen Z’er student Kimberly:

“Mentale gezondheid is een big topic binnen onze generatie; iedereen dealt ermee. Een veilige werkomgeving, zowel mentaal als fysiek, is essentieel.”

Tim Versnel, wethouder Werk en Inkomen in Rotterdam

Tim Versnel, wethouder Werk en Inkomen in Rotterdam:

“Voor jongeren die een mbo- of hbo-beroepsopleiding doormaken is het belangrijk voor hun ontwikkeling – en ook voor werkgevers die hen een baan kunnen aanbieden – om via een stage praktijkervaringen op te doen. Het Stagepact is een commitment tussen overheden, onderwijsinstellingen en werkgeversorganisaties om te zorgen voor genoeg stageplekken. Het is voor met name mbo-studenten best moeilijk om aan een stageplaats te komen. Doodzonde, want werkgevers hebben al die mensen juist hartstikke hard nodig. Door een stage kunnen zij jongeren aan zich binden, nog voordat zij zijn afgestudeerd. Een win-win situatie.

Ook is er het Jongerenloket van de gemeente dat jongeren tot 27 jaar aan een baan of opleiding helpt, nadat we ze met schulden en andere zaken hebben geholpen; eerst moet er mentale rust komen. Helaas neemt het aantal jongeren in de bijstand toe. Daar maken we ons zorgen om.”

Gen Z’er student Eva:

“Voor mij is goede communicatie en openheid belangrijk. Ik wil me vrij voelen om iets aan te kaarten als ik ergens tegenaan loop. Daarnaast moet er ruimte zijn om mezelf te ontwikkelen.”

Herman Konings VNO-NCW Rotterdam

Herman Konings is trendanalist en master in de theoretische psychologie (KU Leuven) en beheerder van een trend- en toekomstonderzoeksbureau:

“Generatie Z is tussen de 13 t/m 28 jaar en is de generatie meest. Ze zijn meer globaal verbonden, meer digitaal geletterd, meer inclusief, meer etnisch divers en hebben meer gereisd dan alle andere generaties. Dan moet je daarnaar luisteren, maar verlies daarbij de andere generaties niet uit het oog. Het gaat deze generatie niet alleen om een goed salaris, maar om betrokkenheid en engagement op de werkvloer. Slechts 21% van de werkenden in Europa voelt zich betrokken bij cultuur, identiteit en dna van de organisatie. Voor Gen Z ligt dit nog lager, op 18%.

Om dit te veranderen, moet je ‘awe’ in de organisatie brengen ofwel ontzag, bewondering of verwondering door aandacht te besteden aan spiritualiteit, natuur, collectieve beleving, kunst, voorspelbaarheid en serendipiteit, dus per toeval iets moois ontdekken. Dat kan een mooie straal zonlicht in het bos zijn.

Luister en bevraag Gen Z door aan cross-generational mentoring te doen, waarbij oudere en jongere generaties elkaar adviseren. Zorg voor goed evenwicht, zodat je een mooi ecosysteem hebt van alle generaties, culturen en geslachten die naar elkaar luisteren. Dat mentorsysteem bestaat uit 361 graden. Kijk bij die ene graad extra in de spiegel en stel jezelf de vraag: wat is de impact van wat ik vandaag beslist als ondernemer op de toekomst van mijn (klein)kinderen? Je komt dan uit bij jouw werknemers die op een prettige manier in hun werk moeten staan om zich betrokken bij de organisatie te voelen.”

Gen Z’er student Charlotte:

“Hoe meer vertrouwen ik krijg, hoe inspirerender dat werkt. Een goede band opbouwen, waarbij wederzijds vertrouwen ontstaat, helpt daarbij – bijvoorbeeld door samen te lunchen en ook op persoonlijk vlak contact te maken. Daarnaast waardeer ik autonomie in mijn werk.”

Tim Versnel, wethouder Werk en Inkomen in Rotterdam:

“Gen Z heeft dezelfde behoeftes als andere generaties, zoals erkenning en inspiratie. In het begin van je carrière heb je mensen nodig aan wie je kunt optrekken, die je inspireren en die helpen je kwaliteiten te ontdekken en te ontwikkelen. Leidinggevenden, help die jongeren daarbij. Zo kunnen ze zich ontwikkelen en kunnen ze betekenis en voldoening vinden in hun werk.”

Fabian Lionaar VNO-NCW Rotterdam

Fabian Lionaar, directeur Research & Development en Uitgeverij van CED-Groep:

“Als onderwijsadviesbureau willen we Gen Z-medewerkers aan ons binden. Voor onze vacatureteksten werken we daarom samen met een bureau die hun taal spreekt en hun wereld kent. Gen Z’ers brengen waardevolle kennis en vaardigheden met zich mee. We merken dat Gen Z’ers zingeving en maatschappelijke betrokkenheid belangrijk vinden; ze willen impact maken. Ze kunnen zelf een maatschappelijke bijdrage aandragen, die wij mogelijk ondersteunen, als het in lijn ligt met onze kernwaarden.

Daarnaast kun je remote werken, letten we op werk/privébalans en zijn er ontwikkelmogelijkheden. Verder vinden ze gezond eten, begeleiding en autonomie belangrijk. Die ruimte is er binnen aangegeven kaders. Daarnaast is verantwoordelijkheid belangrijk; ik heb twee mensen van 26 jaar, die mij periodiek bevragen op de visie en strategie, zodat ze daar een bijdrage aan kunnen leveren en ze serieus worden genomen. Gen Z laat zich niet kopen, maar betrekken. Geef ze impact, autonomie en groeiruimte. Zoek een goede balans tussen inspelen op hun behoeften en die van de organisatie. Dat gaat in samenspraak. De zes Gen Z-medewerkers die ik twee jaar geleden heb aangenomen, werken gelukkig nog steeds bij ons.”

Gen Z’er Ralph:

“Ik werk sinds anderhalf jaar bij een communicatiebureau, nu fulltime. Na je studie ontdek je pas hoe het er echt aan toe gaat. Een mentor op de werkvloer zou helpen om je wegwijs te maken. Vertrouwen en verantwoordelijkheid zijn voor mij daarin belangrijk.”

Overzicht SS Rotterdam VNO-NCW Rotterdam

Na het inhoudelijke programma was er gelegenheid om te netwerken tijdens een uitgebreid ontbijt op het dek van het SS Rotterdam, dat zelf ooit begon als cruiseschip en nu een icoon is aan de kade. De ondernemers konden ervaringen uitwisselen over werving en behoud van jonge medewerkers in hun eigen sectoren, terwijl de skyline van Rotterdam langzaam oplichtte in de ochtendzon.

Tekst: Merijn van Grieken
Beeld: Mirjam Lems

Download de presentatie van Herman Konings: Herman Konings @ Rotterdams Ondernemersontbijt – 08.07.2025

Bekijk alle foto’s op de website van het Rotterdamse Ondernemersontbijt: Dit is hoe Gen Z werkt! Ondernemersontbijt op het SS Rotterdam geeft inzichten – Het Rotterdams Ondernemersontbijt

 

VNO-NCW regio Rotterdam is een invloedrijke regionale netwerkorganisatie voor ondernemers en werkgevers. Wij zetten ons in voor de versterking van de stedelijke economie en het vestigingsklimaat in de regio. Lees verder: Regio Rotterdam – VNO-NCW West 

Een toekomstbestendig Amsterdam vraagt om lef, samenwerking en visie. Op dinsdag 8 juli brachten VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam, ORAM en MKB-Metropool Amsterdam ondernemers en politieke leiders samen bij CTPark Amsterdam om in gesprek te gaan over de koers van onze stad. Tijdens deze bijeenkomst, een vervolg op de Mini Conferentie in de ambtswoning van burgemeester Halsema, gingen we het gesprek aan over cruciale thema’s zoals bereikbaarheid, ruimte voor economie, energietransitie en de arbeidsmarkt. Want Amsterdam staat voor grote uitdagingen. Alleen door nú samen te werken kunnen we bouwen aan een stad die ook morgen sterk, leefbaar en economisch veerkrachtig is. Dit verslag blikt terug op de bijeenkomst.

Dagvoorzitter Martijn de Greve leidde de bijeenkomst in en benadrukte het belang van een open en constructieve dialoog. De bijeenkomst is een vervolg op de miniconferentie van 5 februari jl. in de ambtswoning van burgemeester Halsema. 

De aanleiding is urgent: Amsterdam staat voor ongekende uitdagingen zoals ruimtedruk, bereikbaarheid, personeelskrapte en netcongestie. Alleen in samenwerking tussen politiek en bedrijfsleven kan de stad toekomstbestendig blijven. 

De aanwezige fractievoorzitters van D66, VVD, CDA en GroenLinks gingen in gesprek met ondernemers en maatschappelijke partners over drie centrale thema’s: bereikbaarheid, ruimte voor bedrijvigheid, en arbeidsmarkt & onderwijs. 

 

Thema 1: Bereikbaarheid en logistiek 

Gezamenlijke constatering: De infrastructuur in Amsterdam is overbelast. Zonder structurele investeringen in OV, logistieke hubs, transport over water, en ruimte voor bouwverkeer, komt de economische motor tot stilstand. 

Belangrijke punten: 

  • Ondernemers pleitten voor meer ruimte voor goederenvervoer, slimme hubs, en fasering van zero-emissiezones. 
  • Transport over water werd breed ondersteund als duurzame oplossing voor stadslogistiek. 
  • De lobby voor het doortrekken van de Noord/Zuidlijn naar Hoofddorp werd genoemd als strategische prioriteit. 

Politieke reacties: 

  • VVD en D66 pleitten voor meer samenwerking en realisme in ruimtelijke afwegingen. 
  • GroenLinks wees op het belang van regionale samenwerking en het koppelen van wonen, werken en mobiliteit. 

 

Thema 2: Ruimte voor economie 

ORAM stelde dat bedrijventerreinen te vaak worden opgeofferd voor woningbouw, zonder goed doordachte combinaties van wonen en werken. 

Signalen uit de praktijk: 

  • Ondernemers voelen zich onvoldoende gehoord in gebiedsontwikkeling. 
  • Door onzekerheid over plannen kunnen bedrijven niet investeren. 
  • Er is behoefte aan een ‘economische effecttoets’ bij ruimtelijke keuzes. 

Consensus: 

  • Er moet een realistisch en uitvoerbaar ruimtelijk beleid komen, waarin werkruimte behouden blijft. 
  • Ondernemers, ontwikkelaars en politiek toonden bereidheid om samen nieuwe modellen te ontwikkelen waarin wonen en werken hand in hand gaan. 

 

Thema 3: Arbeidsmarkt en onderwijs 

VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam schetste een zorgwekkend beeld van de krapte: een stagnerende groei van de economie, te weinig arbeidscapaciteit en grote tekorten in o.a. zorg en techniek. 

Kernpunten: 

  • De gemiddelde werkweek in Nederland is slechts 25 uur – dit beperkt productiviteit. 
  • Er moet meer ruimte komen voor arbeidsmigratie. 
  • Onderwijs moet aansluiten op de arbeidsmarkt, met aandacht voor skills en ‘leven lang leren’. 

Bijdragen uit het veld: 

  • JINC en Hogeschool van Amsterdam benadrukten het belang van kansengelijkheid en structurele educatie. 
  • UWV en Defensie presenteerden de ‘skills based’ benadering als kansrijke route. 
  • Ondernemers deelden succesvolle voorbeelden van het aannemen en opleiden van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. 

Politieke reflectie: 

  • D66 benoemde de spanningen rondom migratie als risico. 
  • VVD erkende het belang van verzuimaanpak en betrokken werkgevers. 

 

Afronding en vervolg 

De bijeenkomst eindigde met een optimistische noot. Inhoudelijke verschillen blijven bestaan, maar er is veel overlap in doelen en urgentie. Er werd herhaaldelijk gepleit voor structurele samenwerking, met wederzijds begrip en gedeelde verantwoordelijkheid. 

Achmed Baâdoud (MKB Amsterdam) sloot af met een oproep aan de gemeente Amsterdam: nodig het bedrijfsleven actief uit voor een vervolg op deze bijeenkomst. De aanwezigen deelden de wens om structureel samen te blijven werken aan een leefbare, bereikbare en economisch sterke stad. 

We willen graag de fractievoorzitters Daan Wijnants (VVD), Imane Nadif (GroenLinks), en Rob Hofland (D66), en alle aanwezige bestuurders, experts en ondernemers hartelijk bedanken voor bijdragen aan het gesprek.

Lees verder over VNO-NCW Metropoolregio Amsterdam: Metropoolregio Amsterdam – VNO-NCW West