Hét ondernemersnetwerk in de Randstad
VNO-NCW WEST  >  Nieuws

Nieuws

Machtigingen beherenMachtigingen beheren
http://www.vno-ncwwest.nl/NieuwsFoto/181210%20Magazine%206%20-%20Biotech%20Campus.jpg
Hoogwaardig onderzoek op Biotech Campus
Datum: 09-12-2018

Tekst Annemarie van Oorschot, foto DSM

Volgend jaar viert DSM Delft feest. Dan is het honderdvijftig jaar geleden dat Jacob Cornelis (Jacques) van Marken de Gist- & Spiritusfabriek oprichtte. Deze Gist- & Spiritusfabriek fuseerde bijna een eeuw later, in 1968, met de Koninklijke Pharmaceutische Fabrieken v/h Brocades, Stheeman & Pharmacia tot Gist-brocades. In 1998 nam DSM het bedrijf over. Van Marken was een echte sociaal-ondernemer, in die tijd een uitzondering. Hij trok zich het lot van de arbeiders aan waarvan de meesten een armoedig bestaan leidden, en werd een pionier in het verbeteren van hun positie. Dat deed hij onder meer door een behoorlijk loon uit te keren, arbeiderswoningen in het Agnetapark te bouwen en een ongevallenverzekering voor zijn personeel af te sluiten. In 1878 richtte hij bovendien de eerste ondernemingsraad van Nederland op. “Vanwege die oprichting, honderdveertig jaar geleden, hadden we vorige week taart in de medezeggenschapsraad”, glimlacht Fedde Sonnema, directeur DSM Delft. DSM treedt graag in de voetsporen van deze aartsvader. Sonnema somt met verve de drie redenen op: “Hij was een groot industrieel, specialist in de biotechnologie en hij blonk uit in sociaal ondernemerschap. Dat zijn kernbegrippen voor het huidige DSM.” Sonnema heeft aan schrijver en Delftenaar Jan van der Mast gevraagd een historische tentoonstelling in te richten. Van der Mast werkt aan een biografie over Van Marken die volgend voorjaar zal uitkomen.

Calvé
In 1883 bouwde Van Marken pal naast de Gist- en Spiritusfabriek de Nederlandsche Oliefabriek. Deze fabriek groeide door fusies uit tot het Calvé-complex. Jan van der Mast hoopt dat zijn tentoonstelling in de hal van het voormalig hoofdkantoor van de gist- en oliefabrieken komt en permanent wordt. Dit rijksmonument uit 1905 met de glas-in-lood overkapping en tegeltableaus van de Porceleyne Fles zou volgens hem de perfecte locatie zijn. Sonnema benadrukt dat de tijdelijke tentoonstelling slechts een onderdeel is van de geplande jubileumfestiviteiten volgend jaar. “In samenwerking met Micropia van dierentuin Artis willen we bijvoorbeeld ook een experience voor de jeugd opzetten. Daar beleef je wat micro-organismen zijn en wat ze kunnen betekenen voor de samenleving. We moeten niet alleen naar het verleden, maar vooral ook naar de mogelijkheden in de toekomst kijken.”

Grote speler
DSM is een grote speler in de wereld van de industriële biotechnologie. Het concern besteedt ruim vijf procent van de omzet aan onderzoek en ontwikkeling (R&D), bij biotechnologisch onderzoek ligt dit nog wat hoger. Van de bijna vijfhonderd biotechnologen van het concern werkt het merendeel in Delft. “Dat het zwaartepunt hier ligt, zal zo blijven. De basis is hier door de gist gelegd”, verklaart Sonnema.

Dankzij de biotechnologie kunnen micro-organismen, met name bacteriën, schimmels en gisten, op efficiënte wijze waardevolle stoffen produceren, zoals enzymen, vitamines, smaakstoffen en antibiotica. De vraag naar deze stoffen neemt flink toe. Sonnema kijkt daar niet van op. “Biotechnologie kan een grote bijdrage leveren aan een betere wereld. Denk aan het voorkomen van voedseltekorten en het zorgen voor veilig en gezond voedsel. Of aan het produceren van schone energie en duurzame grondstoffen.” Hij illustreert dit met tal van voorbeelden. Zo wordt met DSM-enzymen de tweede generatie biobrandstof (ethanol) geproduceerd uit plantenresten, zoals stengels en bladeren. DSM maakt van afval een grondstof en voorkomt dat voedsel voor energie wordt gebruikt, wat bij de eerste generatie biobrandstof het geval is. Een ander voorbeeld is de productie van fermentatieve steviol glycociden, de caloriearme, zoet smakende moleculen in de stevia plant (honingkruid), als antwoord op de wereldwijd groeiende vraag naar suikerarme voedingsmiddelen en dranken. “Je kunt stevia ook agrarisch verbouwen, maar dan heb je bijna een miljoen voetbalvelden nodig om dezelfde hoeveelheid van deze zoet smakende moleculen te krijgen als in onze fabriek.”

Biotechnologiecampus
Sonnema wil de locatie openstellen voor andere partijen, zoals startups, industriële bedrijven en de Technische Universiteit Delft. “We willen kennis, middelen en ruimte beschikbaar stellen om innovatie te stimuleren en hebben de ambitie om de transitie naar een ‘biobased economy’ te versnellen. Zoals Leiden een cluster voor de farmacie heeft en Wageningen voor de voeding, is Delft geschikt voor industriële toepassingen van biotechnologie. Onze kracht is dat we biotechnologische processen kunnen opschalen naar industriële grootte. De Biotech Campus Delft is hierin uniek in Nederland. Bedrijfsgeheimen geven we natuurlijk niet prijs, maar hier zit veel specialistische achtergrondkennis die we wel kunnen delen.” Dat DSM ook gaat profiteren van deze samenwerking met andere partijen staat buiten kijf. “De Biotech Campus Delft moet een hotspot van talent worden. Nu zijn er weinig startups in de biotechnologie omdat de apparatuur te duur is. Die startups heeft DSM wel nodig om nieuwe toepassingen te vinden en talent aan zich te binden. We hebben hier ruimte voor circa twintig kleinere bedrijven met ongeveer 175 man en daarnaast is er ruimte voor grotere bedrijven. De eerste nieuwe biotechbedrijven vestigen zich binnenkort al op de campus.”

Bijlagen
Deel artikel