Steeds meer bedrijven komen in grote financiële problemen. Het aantal faillissementen dat dit jaar bij de Haagse rechtbank behandeld wordt, lijkt zelfs het topjaar 2005 te overtreffen. Hoe kunt u zich optimaal voorbereiden op een mogelijk faillissement bij een van uw klanten? En welke rechten heeft u nog als uw klant eenmaal failliet is? Dergelijke vragen kwamen op 8 november aan de orde bij de huiskamerbijeenkomst van VNO NCW Oostland.
Een twintigtal ondernemers verzamelden zich in het kantoor van EBH Elshof advocaten in Delft. Advocaat Emile ten Berge hield daar een vlammend betoog aan de hand van een aantal praktische cases. Hij is gespecialiseerd in insolventierecht en ziet dagelijks de gevolgen van faillissementen. “Negen van de tien keer kun je het als gewone crediteur wel schudden als je klant failliet gaat. De eerste die uit de curate boedel wordt betaald, is de curator zelf. Andere partijen die voorrechten kunnen hebben, zijn onder meer de bank en de belastingdienst. Je moet een handvat hebben om ervoor te zorgen dat je niet achter aan de rij kunt aansluiten.” Die handvatten gaf Ten Berge gedurende de avond.
Reclame en eigendomsrecht
Als voorbeeld noemde Ten Berge een leverancier van graszaden. Deze heeft voor een waarde van 25.000 euro geleverd aan Gras BV. Kort na de levering gaat dit bedrijf failliet. De graszaden zijn echter nog niet in gebruik genomen. Ten Berge: “Wat nu? Kan de leverancier deze graszaden terugvorderen?” Vrijwel alle aanwezige ondernemers dachten dat dit niet zou kunnen. Maar de wet biedt - vereenvoudigd weergegeven - binnen zestig dagen het recht van reclame. Een ander recht waar ondernemers zich op kunnen beroepen, is het eigendomsvoorbehoud. “Het eigendomsrecht gaat wettelijk gezien over op het moment van levering. Als leverancier kun je je hier alleen aan onttrekken als je een eigendomsvoorbehoud opneemt in de algemene voorwaarden. Maar let er wel op dat je die algemene voorwaarden bij iedere levering bijsluit en dat je laat tekenen voor de toepassing en de ter hand stelling ervan.”
Retentierecht
Leveranciers kunnen een faillissement gebruiken als pressiemiddel om klanten te laten betalen. Ten Berge: “Je kunt als individu een faillissement voor een ander aanvragen. Wel moet je dan uiterlijk op de zitting met meer komen dan alleen je eigen schuld. De rechter die over een faillissementsaanvraag beslist, moet toetsen of er sprake is van een toestand waarin er niet meer betaald wordt. De andere schuldeisers hoeven er niet bij te zijn en er zelfs niet van te weten. Je nek uitsteken door een faillissement aan te vragen wordt beloond. Als het faillissement op die aanvraag inderdaad wordt uitgesproken, kunnen de kosten voor die aanvraag met voorrang worden teruggevorderd. Een ander krachtig wapen is het retentierecht. Dit wordt vooral veel gebruikt in de bouw en de aannemerij. “Het retentierecht is het voorrecht om iets achter te houden totdat de rekening is betaald. Denk bijvoorbeeld aan een garagebedrijf die de gerepareerde auto pas afgeeft nadat de daardoor ontstane rekening is betaald.”
Wees alert
Ten Berge adviseert om zoveel mogelijk zaken af te dichten en te zorgen voor een goed debiteurenbeheer. “Wees alert op de ontwikkelingen bij klanten en wees er snel bij als zich een faillissement voordoet en je nog eigendommen bij die klant hebt staan.” Daarnaast gaf hij tijdens de huiskamerbijeenkomst nog vele aansprekende voorbeelden uit de dagelijkse praktijk van een curator. Hij legde het verschil uit tussen een faillissement en surseance van betaling en vertelde wat de mogelijkheden zijn voor een bedrijf dat zelf failliet gaat. Na afloop wisselden de twintig aanwezige ondernemers onder het genot van een drankje nog van gedachten over de vele informatie van die avond. Enkelen hebben al aan den lijve ondervonden wat de gevolgen zijn als klanten in financiële problemen komen of failliet gaan. Na deze huiskamerbijeenkomst komen ze in ieder geval goed beslagen ten ijs.