Verdergaan naar hoofdinhoud

Home

Zoeken
Introductiepagina
  

 
Home > Den HaagDossier > Nico van Grieken - CNV voert geen strijd voor verworven rechten

 CNV voert geen strijd voor verworven rechten

door Nico van Grieken
 
“We moeten ons niet blind staren op verworven rechten. Dan zijn we contraproductief,” aldus Jaap Smit, voorzitter van het CNV. Hij sprak vorige week donderdag op een bijeenkomst van VNO-NCW West en Departement ’s-Gravenhage van De Maatschappij over het belang van een stabiele vakbeweging en de betekenis daarvan voor de Nederlandse overlegstructuur van werkgevers, werknemers en overheid.
 
We moeten ons wél druk maken om verworven waarden, vindt Smit. “Neem het ontslagrecht, dat uit de jaren veertig van de vorige eeuw stamt. Dit recht heeft een andere, moderne, invulling nodig. Ik ben niet voor versoepeling, maar eerder voor een gesprek over de waarde die aan de wet ten grondslag ligt. Die mag niet ter discussie staan. Wij willen mensen beschermen tegen de grillen van de werkgever. De werknemer is niet vogelvrij, zoals soms te zien is in de ontwikkeling van het aantal ZZP’ers. Naast de vrije vogels zijn er nogal wat vogelvrijen met veel verborgen ellende. Pas ervoor op dat het ondernemersrisico niet te veel eenzijdig naar werknemers wordt verlegd.”
 
Nieuwe rol
Smit is op zoek naar een nieuwe rol voor de vakbeweging. “Het CNV staat voor Christelijk Nationaal Vakverbond. Ik wil dat die letters staan voor ‘Constructief eN Vernieuwend’. Daar probeer ik inhoud aan te geven.” De vakbondsvoorzitter ziet veel voordelen in het ‘baanbrekende’ Maasland-model dat werkgevers en werknemers op een positieve manier met elkaar verbindt.
 
“Werknemers worden in dit model gezien als mens, niet als kostenpost of productiefactor. Werkgevers nemen werknemers van elkaar over. Bijvoorbeeld als ze boventallig zijn geworden of om een andere reden niet meer in hun functie passen.” Jaap Smit roept werkgevers daarbij op werknemers meer zicht op continuïteit te bieden. “Dan zijn mensen minder geneigd aan ontslagrecht vast te houden. Maak de arbeidsmarkt overzichtelijk en veilig, net als een autosnelweg. Waarschuw voor risico’s.” 
 
Leefkracht
Smit begrijpt niet dat het overleg tussen werkgevers en werknemers gaat over dubbeltjes en kwartjes onderaan de streep. “Wij voeren vaak de verkeerde strijd. Die is te zeer gefixeerd op koopkracht. Het gaat om meer dan dat. Ik introduceer daarom een nieuw begrip: ‘leefkracht’. Daarover moeten wij het hebben. Mensen willen niet dat hun baas de indruk geeft ‘voor jou tien anderen’. Het gaat om respect. Herkennen wij de mens nog die wij aannemen? De werknemer wil gekend worden.”
 
Als voorbeeld noemt hij werknemers met een contract van 18 uur bij een supermarkt. “Deze mensen krijgen betaald voor 18 uur, maar moeten 68 uur beschikbaar zijn. Zij hebben onvoldoende zeggenschap over hun leven, dus geen leefkracht. Of neem oproepkrachten die halverwege de dag naar huis worden gestuurd, omdat het aantal klanten tegenvalt in een warenhuis. Mensen staken niet om tientjes, wél om eens een weekeinde vrij te zijn.”
 
Hindernissen
Bij zijn benoeming tot voorzitter van het CNV – zo’n twee jaar geleden – kondigde hij al aan dat ‘er dan wel iets moest gebeuren’. Veel zaken vragen om een andere invulling, vindt hij. “Ik dring er zowel binnen als buiten het CNV op aan daarover na te denken. Te weinig mensen zijn bereid om over een sloot heen te springen. Maar elke dag dat je wacht met springen wordt de sloot breder.”
 
Jaap Smit ervaart dat de discussie over vernieuwing wordt gehinderd door drie hindernissen: de vraag over collectiviteit (‘waarom niet individueel?’), solidariteit (‘waarom en met wie?’) en verplichtstelling (‘ga jij mij nu vertellen wat ik moet doen?’). “De vraag is of wij een club van individuen zijn of een samenleving van mensen – werkgevers en werknemers – die iets met elkaar hebben. Ik zit niet alleen in de Sociaal-Economische Raad om de belangen van de 340.000 CNV-leden te verdedigen. Op ledenbijeenkomsten zeg ik het zo: als ik niet voor jou doe, doe ik het voor jullie kinderen.”
 
Rijker en kouder
Wat dat betreft gaat het hem zeer aan het hart dat de zin van centrale akkoorden is weggevallen. “Ik voel mij een polderaar pur sang. Ik ben bereid om de overstijgende betekenis van de belangen van achterban en voorban voor ogen te houden. Het is een zorgelijke ontwikkeling dat die bereidheid tot geven en nemen is verminderd. Wij zijn rijker, maar ook kouder geworden. Over de SER wordt terecht geklaagd, maar, is mijn waarschuwing, wees er wel zuinig op. Wij hebben niet zo gauw iets anders of beters. Zet die instituten die het leven in ons land in de loop van enkele tientallen jaren prettig en aangenaam hebben gemaakt, niet zomaar bij het oud vuil.”
 
De vakbeweging staat voor existentiële vragen, vindt Smit. Maar bij de plannen voor De Nieuwe Vakbeweging (DNV) vraagt hij zich af wat dat ‘nieuwe’ dan wel is. “Ik zie niet zoveel nieuws. Als dezelfde mensen elkaar op dezelfde wijze dwars blijven zitten dan dreigt het een dure exercitie te worden die tot weinig heeft geleid.”  
 
Bezinning
Hij is wars van de traditionele vakbondsstrijd en is op zoek naar consensus tussen werknemers en werkgevers, gebaseerd op wederzijds respect. “Het CNV is van de bezinning. Wij zijn nooit voorstander geweest van de tegenstelling kapitaal en arbeid. Een ondernemer legde de nadruk op overlevingskracht in plaats van leefkracht. Hoe kan de vakbeweging daaraan bijdragen? Het CNV is bereid na te denken over een pas op de plaats. Maar op voorwaarden. Dan vraag ik van die werkgever dat hij zich geen bonus toebedeelt. Nederland kan zich gelukkig prijzen met een vakbeweging die zich zeer matig opstelt.”